Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g71 22/9 blz. 17-21
  • Gewapende opstand — een toenemende dreiging

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Gewapende opstand — een toenemende dreiging
  • Ontwaakt! 1971
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Noord-Amerika’s problemen
  • Latijns-Amerika in beroering
  • Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan
  • Hoe zij denken
  • De reactie
  • Wat is wettig?
  • Hoe sommige van de zaden zijn gezaaid
    Ontwaakt! 1983
  • Politieagenten onder vuur
    Ontwaakt! 1971
  • Raciaal onrecht — Zullen wij er ooit van bevrijd worden?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1975
  • Waarom zij hun toevlucht nemen tot terreur
    Ontwaakt! 1976
Meer weergeven
Ontwaakt! 1971
g71 22/9 blz. 17-21

Gewapende opstand — een toenemende dreiging

„HET kan zijn dat burgeroorlog in plaats van oorlog tussen natiën in de komende tien jaar het grootste gevaar is waaraan wij het hoofd zullen moeten bieden.”

Deze waarschuwende woorden werden eind 1970 door de Britse eerste minister Edward Heath geuit. Ze waren gericht tot de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.

In hoeverre is de gewapende opstand verbreid? Het tijdschrift Time schreef: „De terroristische activiteit is wereldomvattend en wordt merendeels door een nieuwe strijdmethode in de geschiedenis van de politieke oorlogvoering verricht: de stadsguerrilla.”

Het aantal van hen die in enig land bij gewapende opstand betrokken zijn, is gewoonlijk klein, misschien een paar honderd of een paar duizend. Wanneer zij echter het juiste pressiepunt hebben gevonden, kunnen zij de gehele natie beïnvloeden. De geschiedenis toont bovendien aan dat in veel gevallen door slechts een handjevol mensen regeringen zijn omvergeworpen en de historische loop der gebeurtenissen is veranderd. De groep van Lenin die Rusland in 1917 het bolsjewisme bracht, was maar heel klein.

De politieke ideologieën van revolutionairen in onze tijd lopen wellicht heel veel uiteen — van uiterst ’links’ tot uiterst ’rechts’, maar de meesten zijn ’links’ georiënteerd. Over het algemeen geloven zij gewoonlijk dat de regering waar zij onder leven niet in staat is de soort van verandering te brengen die zij wensen. De meer radicale groepen zijn van mening dat de ’gevestigde orde’, het heersende gezag, slechts met wapengeweld omvergeworpen kan worden. Hun doel is dus, dat wat volgens hen niet hervormd kan worden, te vernietigen.

Noord-Amerika’s problemen

De meeste mensen hadden geen vermoeden dat Canada problemen had met stadsrevolutionairen. Eind 1970 evenwel werd James Cross, een hooggeplaatste Britse handelsattaché in Quebec, door terroristen ontvoerd. Vijf dagen later sloegen de terroristen opnieuw toe; ook Pierre Laporte, de minister van arbeid in Quebec, werd ontvoerd.

Wie waren de ontvoerders? Het waren leden van een groep genaamd de F.L.Q., het Bevrijdingsfront van Quebec. Zij wensen dat de provincie Quebec onafhankelijk wordt van Canada, en daarom hebben zij al minstens zeven jaar lang terroristische activiteiten gevoerd. Welke prijs vroegen zij voor hun gijzelaars? De vrijlating van drieëntwintig politieke gevangenen, $500.000 in goud en een vliegtuig om hen naar Cuba of Algerije te vliegen.

De regering van eerste minister Pierre Trudeau verklaarde de terroristen de totale oorlog door Canada’s Oorlogsmaatregelenwet van 1914 van toepassing te verklaren. Deze drastische maatregel was voordien slechts in de twee wereldoorlogen, nooit echter in vredestijd, gebruikt. Burgerlijke vrijheden werden er tijdelijk door ingetrokken en de politie werd buitengewone bevoegdheden verleend.

Nog geen twee dagen later werd een van de gijzelaars, Pierre Laporte, vermoord aangetroffen. Het land was met stomheid geslagen. De andere gijzelaar, James Cross, werd 59 dagen lang gevangen gehouden en daarna uitgewisseld en vrijgelaten. De Canadese regering stond de ontvoerders en enigen van hun familieleden vrijgeleide uit het land toe.

En hoe staat het met de Verenigde Staten? Bomaanslagen en andere terroristische daden hebben in dat land het stadium bereikt van wat één politieke leider een „duidelijk en werkelijk bestaand gevaar voor de regering van de Verenigde Staten” noemde. Senator J. Eastland zei: „Een georganiseerde ’strijd tegen de politie’ dreigt orde en wet in de Verenigde Staten te ondermijnen.” Moord op politieagenten is iets dat onheilspellend toeneemt. En het tijdschrift Time berichtte een gemiddelde van ongeveer 300 bomaanslagen en 5000 bedreigingen met bomaanslagen per maand gedurende het jaar 1970.

Latijns-Amerika in beroering

De laatste jaren zijn er in het grootste deel van Latijns-Amerika steeds meer gevallen van gewapende opstand geweest. Er zijn minstens tweeëntwintig diplomaten ontvoerd. Honderden mensen zijn gedood en gewond.

Uit de ontvoering en de daaropvolgende vrijlating van de Amerikaanse ambassadeur in Brazilië in ruil voor de vrijlating van vijftien politieke gevangenen hebben revolutionaire groepen geleerd dat enkele guerrillastrijders zelfs machtige regeringen kunnen dwingen aan enkele van hun eisen toe te geven. En in Brazilië steeg de koers. In U.S. News & World Report werd opgemerkt: „Brazilië heeft tot nu toe terroristische ontvoerders afgekocht. Resultaat: De koers is opgelopen van 15 vrijgelaten gevangenen tegen één Amerikaanse ambassadeur, tot 40 vrijgelaten gevangenen tegen een Westduitse ambassadeur, en vervolgens tot 70 naar Chili overgebrachte gevangenen tegen een Zwitserse ambassadeur.”

Wat kan er gebeuren wanneer regeringen weigeren te onderhandelen? Hetzelfde wat er met de minister van arbeid van Quebec, Laporte, gebeurde; de gijzelaar betaalt wellicht de uiteindelijke prijs — zijn leven. Evenzo werd er, toen Uruguay weigerde concessies te doen aan guerrillastrijders, een Amerikaanse politieëxpert vermoord. In Argentinië zijn een vroegere president en twee andere politici vermoord. Guatemalaanse terroristen hebben bovendien een Amerikaanse en ook nog een Westduitse ambassadeur gedood.

Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan

Ook op veel plaatsen aan de andere kant van de Atlantische Oceaan broeit gewapende opstand. In het Midden-Oosten kaapten Palestijnse guerrillatroepen eind 1970 vier grote straalvliegtuigen met passagiers. Een van deze, een Jumbo Jet 747 (waarde $24 miljoen), werd enkele minuten nadat men de passagiers had laten uitstappen op het vliegveld te Caïro opgeblazen. Drie andere straalvliegtuigen werden gedwongen op een afgelegen vliegveld in Jordanië te landen, en de honderden passagiers werden in gijzeling gehouden. De guerrillastrijders eisten vrijheid voor zeven van hun leden die in Europa gevangen zaten. Zij kregen hun mensen terug, lieten hun gijzelaars vrij en bliezen toen de straalvliegtuigen op.

Ook Europa ontvangt zijn deel van het terrorisme. In de Italiaanse provincie Alto Adige aan de grens van Italië en Oostenrijk werden in de laatste vijf jaar ongeveer tweehonderd bommen tot ontploffing gebracht en tien politieagenten gedood. Duits-sprekende separatisten eisen hier hereniging met Oostenrijk.

In Spanje concentreren de onlusten zich op het Baskengebied in het noorden. De ontvoering van een Westduitse consul tegen het eind van 1970 bracht de streek in beroering en de Spaanse regering stuurde een extra politiemacht naar de Baskische provincies. Guerrillastrijders aldaar wensen „Land en vrijheid voor de Basken”, dat wil zeggen een afzonderlijke regering voor het Baskengebied.

In Noord-Ierland en elders heerst dezelfde neiging — geschillen door middel van gewapende opstand te beslechten. In dertig van de zesendertig Afrikaanse negerlanden is er in de afgelopen jaren opstand geweest.

Hoe zij denken

Wat voor soort van mensen zijn deze terroristen van onze tijd? Hoe denken zij?

De Toronto Daily Star berichtte: „Terrorisme begint in de geest van jongemannen die de wereld eenvoudig zwart-wit zien. Hùn zaak is rechtvaardig en goed en alles wat hun zaak mocht dwarsbomen, is slecht. Zij hebben vervolgens het recht alles en iedereen op elke mogelijke manier uit de weg te ruimen als dit hun zaak zal dienen en bevorderen.”

Sommigen zijn hand-, anderen hoofdarbeiders, en weer anderen zijn idealistische jongeren. Velen komen uit ’middenstands’- of zelfs ’hogere stands’-gezinnen. Sommigen zijn avontuurlijk en romantisch. Wat echter de meesten van hen tot revolutionaire activiteiten brengt, zijn de onmenselijke toestanden die op zoveel plaatsen, vooral in grote steden, worden aangetroffen.

Een geschiedkundige aan de Amerikaanse Universiteit in Beyrouth, Libanon, zei: „De enkeling wordt door wanhoop overmeesterd omdat hij geen kans ziet ook maar ooit iets met conventionele middelen te bereiken.” Daarom neemt hij zijn toevlucht tot gewapend geweld. Leila Khaled, lid van een Palestijnse bevrijdingsgroep, zei: „Als wij bommen gooien, is dat niet onze verantwoordelijkheid. U bekommert zich misschien om de dood van een kind, maar de hele wereld heeft zich 22 jaar lang niets van de dood van Palestijnse kinderen aangetrokken. Wij zijn niet verantwoordelijk.”

Een jonge opstandeling in de Verenigde Staten werd de vraag gesteld wat hij met gewapende opstand hoopte te bereiken wanneer hij zo’n kleine minderheid in het land vertegenwoordigde. Hij antwoordde: „Je kunt nooit weten. Je kunt een revolutie niet beramen. Denkt u dat Stalin, toen hij een bank beroofde, wist dat dit tot een revolutie zou leiden? Heeft Lenin, toen hij studeerde, zichzelf als de leider van een revolutie gezien? Je probeert van alles. Je laat allerlei dingen in de lucht vliegen. Als dit niet helpt, zullen we wat anders proberen.” De jongeman kwam uit een welgesteld gezin en zijn ouders deelden de haat van hun zoon tegen de ’gevestigde orde’. De vader verklaarde: „Het stelsel is door en door verrot.”

Hoewel het werkelijke aantal dat gewelddaden pleegt voorlopig nog klein is, hebben zij wel veel sympathisanten. Autoriteiten zijn van mening dat als een revolutionaire beweging een goede kans op succes schijnt te hebben, heel wat van die sympathisanten tot actie kunnen worden overgehaald.

De reactie

De gevestigde regeringen en hun ondersteuners zullen niet graag hun gezag aan een revolutionaire groep overdragen. Ze zullen er tegenin gaan om hun belangen te beschermen.

In een dictatoriaal land kan de reactie snel en dodelijk zijn. Machthebbers gebruiken elk middel dat hun ter beschikking staat om opstandelingen onschadelijk te maken. Door de dreiging van een dergelijke vernietigende kracht heeft gewapende opstand tot dusver in communistische landen geen vaste voet kunnen krijgen. De gebeurtenissen in verband met de blikseminval van Russische troepen in Hongarije en Tsjechoslowakije om opstandige bewegingen aldaar de kop in te drukken, liggen nog vers in de herinnering.

In natiën die als democratieën worden beschouwd, treden de regeringen doorgaans niet zo drastisch op. Toen echter de twee functionarissen in Canada werden ontvoerd en de Oorlogsmaatregelenwet toepasselijk werd verklaard, werd elke politiedienaar gemachtigd zonder bevel tot inhechtenisneming personen op te sporen en te arresteren. Zij konden iedereen zonder borgtocht tot negentig dagen en zonder enige telastlegging drie weken lang gevangen houden.

Dat een liberaal land als Canada tot zulke drastische maatregelen zijn toevlucht zocht, heeft velen geschokt. Sommigen waren van mening dat deze macht misbruikt zou kunnen worden. De New York Times schreef vorig jaar december: „Er bestaat weinig twijfel over dat het in Canada op het ogenblik veel moeilijker is er een wettige afwijkende politieke mening op na te houden dan twee maanden geleden.”

Velen zijn van mening dat het weinig nut afwerpt over terreur te zegevieren als dit leiden moet tot een politiestaat waarin de burgerrechten voortdurend worden beknot.

Wat is wettig?

Doch welke van beide vormt, alles wel beschouwd, de meest wettige partij: de opstandelingen, of de regering waartegen zij in opstand komen? Natuurlijk zullen alle regeringen antwoorden dat de huidige regeringen wettig en rechtmatig zijn.

Hoe zijn echter vele van de thans bestaande regeringen aan de macht gekomen? De communistische regimes die gewapende opstanden in hun land de kop hebben ingedrukt — hoe zijn die ontstaan? Werd het communisme in Rusland, China en Cuba niet door gewapende opstand aan de macht gebracht en is dit in Oost-Europa niet door de macht van gewapende Sovjetstrijdkrachten gebeurd?

Hoe is de regering van de Verenigde Staten aan de macht gekomen? Door een revolutie tegen de ’gevestigde orde’ in de jaren 1770 — tegen de Britse regering. En hoe staat het met Frankrijk? Is de regering van dat land niet uit de Franse Revolutie van 1789 voortgekomen? Veel regeringen in Azië, Afrika, Latijns-Amerika en elders zijn als een rechtstreeks resultaat van gewapende opstand tegen de voorafgaande ’gevestigde orde’ aan de macht gekomen.

S. Harris, schrijver van redactionele artikelen, ziet dit feit eerlijk onder de ogen wanneer hij in de San Francisco Examiner in een artikel getiteld „Wij zijn allen bandieten” het volgende commentaar geeft:

„Er bestaat geen wereldwet. Elke natie is voor zichzelf een wet. Dit betekent in feite dat elke natie in de letterlijke betekenis van het woord onwettig is.

Als wij iets graag willen hebben, pakken wij het, en vervolgens trachten wij onze daad te rechtvaardigen. Wij trekken ten oorlog wanneer wij er zin in hebben, en sluiten ’vrede’ als wij er zin in hebben. Eigenbelang is de enige kracht die de natiën aandrijft. . . .

Er is geen verschil tussen een bende nationalistische of revolutionaire guerrillastrijders en een ’rechtmatig gevestigde’ regering. De wettigheid ervan wordt geheiligd door het succes. Wanneer de revolutionaire groep de macht verkrijgt (zoals onze eigen kolonisten in 1776), wordt ze de ’gevestigde regering’. . . .

Slechts de zwakken beroepen zich op ’moraliteit’; wanneer zij sterk worden, gedragen zij zich even meedogenloos als de onderdrukkers tegen wie zij in opstand kwamen. . . .

De guerrillastrijder van vandaag . . . is eenvoudig de ’vaderlandslievende voorvader’ van morgen.

Pas wanneer wij onder gelijk en onpartijdig recht leven, zal de wereld van oorlog bevrijd worden. Tot op die tijd is het ene geweer net zo goed als het andere en is de kaper geen grotere ’misdadiger’ dan de een of andere opperbevelhebber van een schitterend leger.”

Uit het historische bericht en uit de thans toenemende neiging tot gewapende opstand wordt het steeds meer denkende mensen duidelijk dat het samenstel van menselijke heerschappij onder de natiën tot op heden niet tot voordeel van de gehele mensheid is geweest. Er is heel hard iets beters nodig.

Zal er ooit een betere regering komen die rechtvaardige toestanden, met inbegrip van orde en wet en gerechtigheid voor allen, tot stand kan brengen? Ja, dit zal zonder mankeren gebeuren. Lang geleden heeft de bijbelse profetie voorzegd dat een dergelijke regering de gehele aarde zou besturen, en wel met de volgende woorden die in Daniël hoofdstuk 2, vers 44, staan opgetekend: „In de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk oprichten dat nooit te gronde zal worden gericht. En het koninkrijk zelf zal aan geen ander volk worden overgedragen. Het zal al deze koninkrijken verbrijzelen en er een eind aan maken, en zelf zal het tot onbepaalde tijden blijven bestaan.” Dat is de rechtvaardige regering waar Jezus Christus de christenen om leerde bidden. — Matth. 6:9, 10.

De tijd waarop Gods koninkrijk zonder enige mededinging de heerschappij zal voeren, komt snel naderbij. Oprechte personen verlangen er bovendien naar, want onder het bestuur van dat koninkrijk zullen gewapende conflicten tot het verleden behoren. — Ps. 46:8, 9.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen