Het ’hogere leven’
DOOR ONTWAAKT!-CORRESPONDENT IN BOLIVIA
VOOR de bewoners van Bolivia’s hoogvlakte is het ’hogere leven’ een dagelijkse aangelegenheid.
Welnu, als het met u net zo gesteld is als met de meeste mensen, zult u zich, wanneer u de ijle lucht van ver boven de anderhalve kilometer hoogte bereikt, wat licht in het hoofd en zelfs duizelig voelen. Toch leeft en werkt hier, op dit hoge plateau heel wat meer dan 3000 meter boven de zeespiegel, ongeveer twee derde van Bolivia’s bevolking tamelijk gerieflijk — met hun hoofd enigszins ’in de wolken’ en met hun voeten op de grond.
De hoogvlakte is een breed, vlak tafelland, dat zich tussen onregelmatig gevormde cordilleras of ketens van het hoogoprijzende Andesgebergte uitstrekt. Het plateau is door de wind geteisterd en dor en daarom vrijwel boomloos. Toch bezit het zijn eigen ongewone schoonheid. Het licht lijkt hier in deze ijle lucht heel anders — zo helder dat de kleuren duidelijker uitkomen dan men ze in landen op lagere hoogten ooit ziet. Voor deze Bolivianos is dit, zoals het dat ook eeuwenlang voor hun voorouders is geweest, hun tehuis, en zij houden van dit ’hogere leven’.
Wat de hoogvlakte wellicht aan groen of in verscheidenheid te kort komt, wordt door de mensen in hun kleurige klederdracht goedgemaakt. Poncho’s, grote vierkante wollen dekens met een gleuf in het midden om het hoofd doorheen te steken, vormen de gewone bovenkleding voor de mannen. Zelfgemaakte sandalen hebben zolen die hoogst waarschijnlijk van afgedankte autobanden zijn gesneden. De vrouwen dragen levendig gekleurde polleras, rokken die om het middel bijeengehouden worden en naar onderen toe wijd uitlopen, met een standaardlengte tot halfweg tussen knie en enkel, of de draagster nu jong of oud is. Sommigen van de cholas (vrouwen van gemengde Spaans-Indiaanse afkomst) dragen vijf of zes, ja zelfs wel tien rokken over elkaar. Op hun rug hangt een vierkante zak, van geweven stof, waarin soms een baby wordt meegedragen, of ook wel beddegoed, of waarin produkten naar de markt worden vervoerd. Nu zij hun handen vrij hebben terwijl zij voortlopen, kunnen de vrouwen draad spinnen van schape- of lamawol, en hiervoor gebruiken zij een eenvoudige handspoel.
Uit welk deel van het land komen zij? Gewoonlijk is dat aan hun hoed te zien. Cholas die in of rond de steden La Paz en Oruro wonen, dragen een bruine, beige of zwarte sombreroachtige dophoed. Zij die uit het Cochabambagebied komen, dragen een hoed van hard, witgevernist stro met een hoge bol, die onderaan met een zwart lint is vastgebonden. En vrouwen die geen hoed dragen? Die komen waarschijnlijk van Sucre in het zuidelijk middengedeelte van Bolivia.
Waar zij maar ook vandaan komen, zij hoeven zich nooit zorgen te maken over uit-de-mode-geraakte kleding — want deze uitrusting is eeuwenlang nagenoeg hetzelfde gebleven. En ze is nog steeds in trek.
Er zijn maar weinig plaatsen die wat levendigheid en kleur betreft met de drukke markten kunnen wedijveren. De cholas hurken op de grond of zitten als op een troon tussen de om hen heen opgestapelde goederen en koopwaar. Vruchten en groenten vormen kleine piramiden. Kopers marchanderen met de verkopers, die nooit verwachten de eerste prijs die zij noemen betaald te krijgen. Wanneer de koop gesloten is, volgen de verkopers de Latijnsamerikaanse gewoonte de yapa (of ñapa) — een handvol extra van elk produkt dat gekocht wordt — te geven. Als u ’s morgens toevallig hun eerste klant bent, zullen energieke pogingen worden gedaan iets te verkopen. Het bijgeloof wil dat de eerste klant iets moet kopen, anders zullen die hele dag de zaken slecht gaan. Soms kussen zij het geld van die eerste koop, waardoor zij het op dat moment verafgoden wegens de goede zaken waarvoor het verondersteld wordt te zullen zorgen.
Dichtbij spelen jongetjes met eenvoudig speelgoed. Flesdoppen die zij met een steen heel geduldig platgeslagen hebben, worden gebruikt voor een spel dat veel op knikkeren lijkt. Daar komt een jongen aan met iets kunstigers — een speelgoedwagentje, gemaakt van enkele sardineblikjes en lege houten draadklosjes die als wielen dienst doen, en een touw eraan om het mee voort te trekken.
Kleine cholitas, van misschien vijf of zes jaar oud, spelen met lappenpoppen die de liefhebbende handen van hun moeder hebben gemaakt. Net als hun moeder dragen zij een complete chola-uitrusting, met inbegrip van de zak op de rug, die misschien gevuld is met lege maïskolven, stokjes of lappen — alles wat er maar toe bijdraagt het erop te doen lijken alsof ook zij hun eigen lastje dragen.
Eenvoudige dingen, vergeleken met wat veel jongens en meisjes in geïndustrialiseerde landen bezitten. En toch zijn deze kinderen blijkbaar gelukkig met hun spel.
De hoogvlakte verkennen
De meeste mensen die Bolivia bezoeken, strijken neer in La Paz, dat wijd en zijd bekendstaat als „de hoogste hoofdstad ter wereld” (hoewel Sucre in werkelijkheid de officiële hoofdstad is). Als men vanuit het noorden het land komt binnenvliegen, krijgt men wellicht het glinsterende Titicacameer te zien, met zijn buitengewoon diepe, blauwe water waarin de zuivere, heldere lucht wordt weerspiegeld. Deze 221 kilometer lange watermassa op 3800 meter boven de zeespiegel is het hoogste bevaarbare meer op aarde.
Ginds naar het zuidoosten doemt de met sneeuw bedekte top van de Illimani op, de prachtigste van alle bergtoppen van Bolivia. En honderden meters beneden deze top ligt, in een diepe, smalle bergengte, La Paz.
Ook voor reizigers over land biedt La Paz bij de nadering ervan een al even sensationele aanblik. Immers, bijna tot op het moment dat u de stad bereikt hebt, ligt ze buiten het gezichtsveld. Dan plotseling bij een bepaald punt van de weg kijkt u naar beneden en daar, badend in het stralende zonlicht, strekt de stad zich uit als in de holte van een terrasvormige krater.
De meeste mensen zijn al tevreden als zij alleen maar enkele van de voornaamste hooggelegen steden van Bolivia, zoals La Paz, Cochabamba en Sucre, hebben gezien. Een tocht naar het binnenland van de hoogvlakte kan echter — wanneer u iemand bent die belangstelt in mensen en graag inzicht wilt krijgen in de verscheidenheid van leefwijzen van de grote mensenfamilie op aarde — beslist de moeite waard zijn.
Leefwijze
Neem bijvoorbeeld eens de kleine nederzetting waar het echtpaar Desiderio en Francisca met hun zes kinderen woont — eenvoudige huizen, de meeste met slechts één enkele kamer, met muren van adobe-bouwstenen, een rieten dak en met aangestampte aarde als vloer. Dit grotere huis is van Desiderio. In werkelijkheid heeft het één grote kamer met een aantal aparte adobe-hutjes eromheen gebouwd, die allemaal met elkaar verbonden zijn. Middenin ligt een vuil binnenplaatsje met zijn eigen waterput.
„Entre! Entre!” zeggen zij, en u gaat naar binnen. De woningen zijn zeer bescheiden ingericht. Een interessant voorwerp is de koeiestaart die daar onder de spiegel aan de muur hangt. Waar dient die voor? Blijkbaar om er de kam in te steken. De eenvoudige bedden worden met schapevacht geïsoleerd, zodat de gezinsleden warm blijven wanneer er in koude winternachten een harde wind over de hoogvlakte waait. Er is geen elektriciteit, en als u de nacht bij hen doorbrengt, zult u bemerken dat zij bij het aanbreken van de dag opstaan om geen kostbare daglichturen verloren te laten gaan. Voelt u zich nog steeds een beetje slaperig? Zich vlug wat afspoelen in de waterkom bij de put buiten op de binnenplaats zal dit verhelpen — vooral in de winter als u eerst het ijs moet stukslaan.
Nu kunt u begrijpen waarom de keuken — naast, maar afgescheiden van de grote kamer gebouwd — een geliefkoosde plaats is. Francisca zit in de keuken voor haar kleine adobe-fornuis, dat gestookt wordt met de gedroogde mest van lama’s, koeien of schapen. Met de maaltijd komt het hele gezin bijeen in de warmte van de gezellige doch wat rokerige keuken. Het menu? Misschien wat van Francisca’s heerlijke lamavlees met rijst, gevolgd door soep. Voor u zal zij echter wellicht een speciale lekkernij bereiden: de kop van een schaap. De horens worden er eerst met een flinke klap tegen een rotsblok afgeslagen, de kop wordt gevild en vervolgens in zijn geheel gekookt — daar ligt hij nu op het bord tegenover u, met alles nog erop en eraan: ogen, tanden, neus en oren. Misschien kunt u er nog wat gebruikelijker voedsel bij krijgen — aardappels. Hier op de hoogvlakte groeien echter meer dan 112 verschillende variëteiten. Vaak ook worden de aardappels als chuño bereid: beurtelings bevroren en gedroogd door ze aan de koude nachtlucht en het warme zonlicht bloot te stellen, en vervolgens wordt alle overgebleven vocht eruitgeperst. „Vrij van conserveermiddelen” — die bovendien onnodig zijn! Ze blijven op deze manier vrijwel onbeperkt houdbaar.
Kennismaking met de mensen — de moeite waard
Al spoedig bemerkt u dat deze mensen waar u zo gastvrij wordt onthaald, geen gewone mensen zijn. Desiderio legt uit waarom hij vaak om vijf uur opstaat. Hij en zijn gezinsleden zijn Jehovah’s getuigen, ziet u, en maken deel uit van een kleine gemeente in deze streek. In verband met hun bijbelse onderwijzingswerk komt het vaak voor dat zij heel vroeg in de morgen, voordat door de dagelijkse werkzaamheden alle studietijd van de mensen hier wordt opgeslokt, met belangstellende personen bijbelstudie houden. Zelfs Desiderio’s elfjarige dochtertje Julia, dat zijn schapen en lama’s geregeld naar buiten in de wei brengt, leidt vier van zulke bijbelstudies met enkele kinderen van haar eigen leeftijd — en zo weidt zij een ander soort „schapen” (of „lammeren”).
Andere kleding en gewoonten, een eenvoudige leefwijze en eenvoudige smaak — ja, maar mensen zijn mensen, waar ook ter wereld. En hier ziet u hoe gezond en gelukkig een gezin kan zijn wanneer de verheffende kracht van Gods Woord in hun leven werkzaam is. Zelfs de kleine vierjarige Adrián, die gewoonlijk dicht bij mamá in de keuken blijft, heeft uit de liederenbundel die het gezin gebruikt een aantal liederen uit zijn hoofd geleerd, liederen met bijbelse thema’s, en zal ze heel graag voor u willen zingen — nadat hij er eerst met een heel klein beetje vleierij toe overgehaald is.
U kunt ook zien hoe velen van de cholos op de hoogvlakte een wat onverschillige, tamelijk doffe uitdrukking op hun gezicht hebben. Dit komt dan wellicht door de gewoonte die velen hebben om cocabladeren, die het bedwelmende middel cocaïne bevatten, te kauwen. Zij geloven dat de plant over magische krachten beschikt. Hun gevoel voor koude of honger stompt erdoor af. Jehovah’s getuigen zowel hier als in alle andere landen vinden echter in plaats daarvan vertroosting in de aanmoedigende beloften van de bijbel. Ook bemerken zij dat het voorrecht, hun naasten door middel van bijbels onderwijzingswerk liefde te mogen betonen, een hoogst stimulerende en verrijkende rol speelt in hun leven. Te voet of per fiets reizen zij met groot enthousiasme een uitgestrekt gebied af met het goede nieuws over Gods rechtvaardige regering, het Koninkrijk. Dit, en niet slechts de hoogte, maakt hun leven op de hoogvlakte werkelijk tot een ’hoger leven’.