Hebt u de kosten berekend?
„WAT! U slaat zo’n geweldig aanbod af?” De cheffin kon nauwelijks geloven wat zij zojuist had gehoord. Haar ondergeschikte, een vrouw gerespecteerd om haar bekwaamheid en voortreffelijke gedrag, had net een aanbod afgeslagen om twee jaar op kosten van het bedrijf in het buitenland te studeren. Waarom had zij dat gedaan?
Het aanbod aannemen, zo legde de vrouw uit, zou betekenen dat zij twee jaar van haar man en haar twee kinderen gescheiden zou zijn. Zij zou hen heel erg missen. Nog belangrijker was dat zij ook de haar door God gegeven taken als vrouw en moeder zou veronachtzamen. De emotionele en geestelijke kosten zouden een te hoge prijs zijn. Dus had zij, na de kosten berekend te hebben, besloten het aanbod af te slaan.
Wat zou u hebben gedaan als u in haar schoenen stond? Uiteraard zou niet iedereen het eens zijn met de beslissing die deze christelijke vrouw nam. Sommigen, haar collega’s bijvoorbeeld, zouden misschien vinden dat zij een schitterende kans om carrière te maken, had laten schieten. Anderen zouden haar er zelfs van kunnen beschuldigen dat zij niet aan de toekomst van haar gezin dacht, want tenslotte zouden twee jaar snel voorbijgaan. Toch had zij geen impulsieve of sentimentele beslissing genomen. Haar beslissing was gebaseerd op gezonde redenatie en vooruitziende beginselen. Welke beginselen waren dat?
Meer dan gezond verstand
De wijste man die ooit op aarde geleefd heeft, Jezus Christus, verschafte in een van zijn gelijkenissen de richtlijn. „Wie van u . . . die een toren wil bouwen, gaat er niet eerst voor zitten om de kosten te berekenen, om te zien of hij genoeg heeft om hem te voltooien?”, vroeg Jezus. „Anders zou het kunnen gebeuren dat hij het fundament ervan legt, maar niet in staat is het werk te voleindigen, en dan zouden alle toeschouwers hem wellicht beginnen te bespotten en zeggen: ’Deze mens is begonnen te bouwen, maar kon het niet voleindigen.’” — Lukas 14:28-30.
Iedereen zou ermee instemmen dat het verstandig is de kosten te berekenen voordat men besluit iets belangrijks te doen. Zou iemand bijvoorbeeld als hij een huis wilde kopen, haastig een contract ondertekenen zonder zelfs maar uit te vinden hoeveel het kost en zich ervan te vergewissen of hij over de financiële middelen beschikt om de koop te sluiten? Hij zou werkelijk voor gek verklaard worden als hij zoiets deed. Ja, het getuigt van gezond verstand om de kosten te berekenen voordat men iets onderneemt.
Maar wat wilde Jezus eigenlijk duidelijk maken met die gelijkenis? Vlak voordat hij de gelijkenis inleidde, zei hij: „Wie zijn martelpaal niet draagt en niet achter mij komt, kan mijn discipel niet zijn” (Lukas 14:27). De context laat dus zien dat Jezus niet slechts wat verstandige raad gaf voor onze gewone, dagelijkse handelingen. Hij had het veeleer over het berekenen van de kosten om een discipel van hem te worden.
Door middel van zijn gelijkenis liet Jezus uitkomen dat een discipel van hem worden, veranderingen en offers met zich brengt. Waarom? Omdat het huidige samenstel van dingen materialistisch georiënteerd is en gemotiveerd wordt door eigenbelang. De meeste mensen zijn er voornamelijk in geïnteresseerd hun vleselijke verlangens te bevredigen en schenken weinig of geen aandacht aan hun geestelijke behoeften of hun verhouding met God (2 Timotheüs 3:1-4). Deze houding, of geest, staat echter lijnrecht tegenover de houding die door Jezus Christus aan de dag werd gelegd. Hij zei dat „de Zoon des mensen niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen en zijn ziel te geven als een losprijs in ruil voor velen”. Hij kende de hoogste waarde toe aan geestelijke en niet aan materiële zaken, toen hij zei: „Het is de geest die levengevend is; het vlees is volstrekt van geen nut.” — Mattheüs 20:28; Johannes 6:63.
Toen Jezus degenen die zijn discipelen wilden worden, dus de raad gaf de kosten te berekenen, had hij het in eerste instantie niet over materiële maar over geestelijke waarden. Wat is voor hen belangrijker: de materiële voordelen die de wereld biedt of de geestelijke zegeningen die het discipelschap biedt? Daarom besloot hij deze en een daaraan verwante gelijkenis met de woorden: „Gij kunt er derhalve zeker van zijn dat niemand van u mijn discipel kan zijn, als hij niet al zijn bezittingen vaarwelzegt” (Lukas 14:33). Is de toekomstige volgeling bereid en gereed om zo’n offer te brengen, of is het een te hoge prijs?
Een evenwichtige zienswijze
Ook al kunnen materiële dingen schijnbare voordelen opleveren die meer in het oog vallen en onmiddellijk verkregen worden, de zegeningen die voortvloeien uit geestelijke bezigheden zijn veel duurzamer en schenken veel meer voldoening. Jezus redeneerde als volgt: „Vergaart u niet langer schatten op de aarde, waar mot en roest ze verteren en waar dieven inbreken en stelen. Vergaart u veeleer schatten in de hemel, waar noch mot noch roest ze verteren en waar dieven niet inbreken en stelen” (Mattheüs 6:19, 20). In onze tijd zijn inflatie, dalingen op de effectenmarkt, bankfaillissementen, enzovoort, er de oorzaak van geweest dat velen die hun vertrouwen uitsluitend in materiële rijkdom hadden gesteld, geruïneerd werden. Niettemin dringt Paulus er bij ons op aan „onze ogen niet gericht [te] houden op de dingen die men ziet, maar op de dingen die men niet ziet. Want de dingen die men ziet, zijn tijdelijk, maar de dingen die men niet ziet, zijn eeuwig” (2 Korinthiërs 4:18). Hoe kunnen wij zo’n zienswijze echter ontwikkelen?
Wij kunnen dit doen door ons Model en Voorbeeld, Jezus Christus, na te volgen. Toen hij zich op aarde bevond, was hij beslist geen asceet, zoals blijkt uit het feit dat hij soms naar bruiloftsfeesten ging en aan feestmalen deelnam. Maar kennelijk verleende hij prioriteit aan geestelijke zaken. Om de wil van zijn Vader te doen, was hij zelfs bereid afstand te doen van dingen die als levensbehoeften worden beschouwd. Eens verklaarde hij: „De vossen hebben holen en de vogels des hemels roestplaatsen, maar de Zoon des mensen heeft geen plaats om zijn hoofd neer te leggen” (Lukas 9:58). Hij beschouwde het doen van zijn Vaders wil als iets zo belangrijks en aangenaams dat hij in alle oprechtheid zei: „Mijn voedsel is, dat ik de wil doe van hem die mij heeft gezonden en zijn werk voleindig.” — Johannes 4:34.
Jezus toonde zijn besef van waarden door de wijze waarop hij Satans verzoekingen afwees. De Duivel probeerde Jezus zover te krijgen dat hij zijn door God geschonken kracht ten bate van zichzelf zou aanwenden, om zijn lichamelijke behoeften te bevredigen en wereldse faam en populariteit te verwerven. Jezus wist heel goed dat zulke twijfelachtige voordelen alleen tegen een zeer hoge prijs verkregen konden worden — het verlies van Gods goedkeuring — een prijs die hoger was dan wat hij bereid was te betalen, want zijn goede verhouding met zijn Vader was hem kostbaarder dan al het andere. Daarom wees hij Satans aanbiedingen duidelijk, zonder aarzeling, af. — Mattheüs 4:1-10.
Als volgelingen van Christus willen wij beslist hetzelfde waardenbesef hebben als onze Meester. In het huidige samenstel van dingen onder Satans heerschappij zijn er veel dingen die misschien geweldige voordelen schijnen te beloven, maar die in werkelijkheid schadelijk kunnen zijn voor onze verhouding met God. Dingen als carrière maken, naar een hogere opleiding streven om zijn positie te verbeteren, verkering met ongelovigen, of zich inlaten met twijfelachtige zakelijke praktijken kunnen er gemakkelijk toe leiden dat men zijn geloof en uiteindelijk Jehovah’s gunst verliest. Wij moeten zorgvuldig de kosten berekenen wanneer wij met zulke verleidingen geconfronteerd worden.
Ware wijsheid een bescherming
Enkele jaren geleden had een christelijke jongeman in een grote stad in het Verre Oosten de gelegenheid om zijn studie in het buitenland voort te zetten. Hoewel hij al een degelijke wereldse opleiding had genoten en een goedbetaalde baan had, vond hij dit niet genoeg; hij wilde zijn levenssituatie verbeteren. Medechristenen probeerden met hem te redeneren overeenkomstig de schriftuurlijke punten die wij zojuist hebben beschouwd, maar hij was niet tot andere gedachten te brengen en zette zijn plan door. Hoewel hij eerst aan zijn geloof probeerde vast te houden, verloor hij gaandeweg zijn waardering voor de bijbelse waarheid en begon te twijfelen. Na ongeveer een jaar verloor hij zijn geloof helemaal en beweerde een agnosticus te zijn. Toegegeven, het behalen van een hogere graad door middel van een voortgezette wereldse opleiding gaf hem een mate van voldoening. Maar wat een hoge prijs moest hij voor die tijdelijke roem betalen — de schipbreuk van zijn geloof en het risico eeuwig leven te verliezen! — 1 Timotheüs 1:19.
Daarentegen hebben degenen die niet toelaten dat ook maar iets hun verhouding met God in gevaar brengt, rijke, van Jehovah afkomstige zegeningen geoogst.
Een voorbeeld is dat van een jongeman die eigenaar was van een binnenhuisarchitectenbureau in dezelfde stad waarvan hierboven sprake was. Slechts een paar maanden nadat hij met Jehovah’s Getuigen de bijbel was gaan bestuderen, kreeg hij een verleidelijk aanbod — een renovatieopdracht van $30.000. Maar het zou wel betekenen dat hij de bouwverordeningen en -voorschriften moest omzeilen om een of ander illegaal bouwwerk op te trekken. Aangezien hij geleerd had dat christenen de wet moeten gehoorzamen, besefte hij dat het aannemen van die opdracht het verlies van Gods gunst kon betekenen (Romeinen 13:1, 2). Na de kwestie zorgvuldig te hebben overwogen, wees hij de opdracht af. Het resultaat? Deze geloofsdaad bleek een keerpunt in zijn geestelijke vooruitgang te zijn. Binnen het jaar maakte hij vorderingen tot het punt van opdracht en doop. Hij verkocht zijn zaak en vond een baan die hem veel meer tijd gaf voor geestelijke bezigheden. Hij dient Jehovah nu vreugdevol en ijverig.
Deze beide jongemannen berekenden de kosten. Wat maakte hun keuze zo verschillend? Goddelijke wijsheid! Hoe dat zo? Wijsheid is het vermogen om kennis te gebruiken op een wijze die gewoonlijk blijvende voordelen afwerpt, en goddelijke wijsheid betekent kennis te gebruiken in overeenstemming met Gods voornemen ten aanzien van ons. Hoewel beide jongemannen enige bijbelkennis hadden, leidde hun toepassing ervan tot verschillende resultaten. Het boek Spreuken zegt: „Wanneer wijsheid haar intrede doet in uw hart en de kennis zelf aangenaam wordt voor uw zíel, zal het denkvermogen zelf de wacht over u houden, het onderscheidingsvermogen zelf zal u beveiligen, om u te bevrijden van de slechte weg.” — Spreuken 2:10-12.
Gods Woord, de bijbel, is de bron van ware wijsheid waartoe u zich altijd voor leiding kunt wenden wanneer u belangrijke beslissingen moet nemen. Volg, in plaats van wijs te worden in uw eigen ogen, de raad op: „Vertrouw op Jehovah met heel uw hart en steun niet op uw eigen verstand. Sla in al uw wegen acht op hem, en híj zal uw paden recht maken” (Spreuken 3:5, 6). Wij moeten nederig zijn en onderwezen willen worden, en wij moeten de eigenzinnige en onafhankelijke geest van de wereld die thans zo wijdverbreid is, vermijden.
Ja, wij kunnen het niet vermijden te oogsten wat wij zaaien, en het is alleen maar billijk en juist dat wij de consequenties moeten dragen van de beslissingen die wij nemen en de keuzen die wij doen (Galaten 6:7, 8). Bereken dus de kosten voordat u iets onderneemt. Laat niet toe dat enig schijnbaar voordeel u van uw geestelijke gezindheid of uw verhouding met Jehovah God berooft. Bid om wijsheid en goed onderscheidingsvermogen teneinde de juiste beslissingen te kunnen nemen, want de beslissingen die u nu neemt, kunnen het verschil betekenen tussen leven en dood — voor eeuwig! — Vergelijk Deuteronomium 30:19, 20.
[Illustraties op blz. 28]
Zou hij geestelijke activiteiten of een wereldse carrière op de eerste plaats in zijn leven stellen?