Prediken in Maputo — de intrigerende hoofdstad van Mozambique!
In 1991 werd Jehovah’s Getuigen in Mozambique wettelijke erkenning verleend. Sindsdien is er in dit tropische land aan de zuidoostkust van Afrika opzienbarende vooruitgang in de prediking van het goede nieuws van Gods koninkrijk geboekt. Hier volgt een verslag van de wijze waarop Jehovah’s Getuigen in Mozambique, en vooral in en om Maputo, de hoofdstad, hun bijbelse onderwijzingswerk verrichten.
OMDAT het weer in Mozambique door de warme Indische Oceaan wordt beïnvloed, heerst er een zacht klimaat. Langs de kust vindt men tal van schitterende, met palmen omzoomde stranden en koraalriffen. In het zuiden van het land ligt een grote, beschutte baai — een ideale plaats voor de hoofdstad, Maputo.
De pracht en de rust van dit land verdoezelen echter zijn gewelddadige verleden. Eeuwenlang heeft het land geworsteld onder vreemde overheersing, eerst onder de Arabieren en daarna onder de Portugezen. Laatstgenoemden kwamen het land met algehele goedkeuring van de Katholieke Kerk beroven van zijn rijkdommen — ivoor, goud en slaven. Ten slotte, na eeuwen van koloniale onderdrukking, brak er een bittere binnenlandse strijd uit die in 1975 tot de onafhankelijkheid leidde. Helaas maakte de verandering het leven niet veiliger, want het land raakte verwikkeld in een burgeroorlog, waardoor het volk, en vooral de onschuldige plattelandsbevolking, het hard te verduren had.
Maputo, de hoofdstad
In de afgelopen tien jaar zijn duizenden Mozambiquanen naar de betrekkelijke veiligheid van de steden gevlucht. Dit is vooral merkbaar in Maputo, waar een mengeling van de typisch Portugese bouwkunst en het kleurrijke Afrika de stad een levendige sfeer verleent. Als u vandaag de dag een wandeling zou maken over de brede, met bomen omzoomde straten van Maputo, is het eerste wat u zal opvallen de drommen mensen die zich naar hun dagelijkse bezigheden haasten. Maar er is een verschil. „Ondanks de opstoppingen en de ongemakken van het dagelijks leven staan de mensen altijd snel klaar met een glimlach”, merkt Rodrigo, een zendeling in Maputo, op. „Je komt zelden onbeleefde mensen tegen!” Ja, de Mozambiquanen staan erom bekend een spontaan en vriendelijk volk te zijn.
Natuurlijk is, zoals haast overal in Afrika, de vanzelfsprekende plaats om mensen te treffen, de plaatselijke markt. Om er te komen kunt u een ritje maken met een Chapa 100 — de plaatselijke naam voor de vele pick-ups die voor openbaar vervoer worden gebruikt. Zoals gewoonlijk lijken er wel meer mensen aan de buitenkant van de vrachtauto te hangen dan erin zitten. Misschien kunt u beter gaan lopen.
Handeldrijven zit de Mozambiquanen in het bloed. Het zal een bezoeker van Maputo direct opvallen hoevelen er in hun onderhoud voorzien door op trottoirs en straathoeken stalletjes op te zetten. Wilt u vers fruit, groenten, kruiden of specerijen kopen? Er is ruim voldoende voor iedereen. En wat zou u denken van een levende kip, cashewnoten of dekriet voor de bouw van uw huis? Niets is te veel moeite, en alles gebeurt in een vriendelijke sfeer. Diensten zoals het poetsen van uw schoenen of het wassen van uw auto zijn ook beschikbaar. Met behulp van een hete ijzeren staaf zal een jonge knaap zelfs uw waardevolle documenten met een laagje plastic bedekken.
Eigenlijk is niet alle straathandel helemaal legaal. Maar het wordt toch gedaan. De illegale straathandelaars worden dumba nenge genoemd, wat „vertrouw op je voeten” betekent. Deze naam heeft ongetwijfeld te maken met het feit dat als de autoriteiten langskomen om te inspecteren, het voor het behoud van hun twijfelachtige handeltje onontbeerlijk is zich snel uit de voeten te kunnen maken.
Te oordelen naar de geur komen wij nu vast en zeker in de buurt van de vismarkt! Elke dag in de late middag kan men langs de stranden van de Costa do Sol een opgewonden bedrijvigheid bij de vissersboten waarnemen wanneer ze hun vangst van die dag binnenbrengen. Behalve vis in alle vormen en maten zijn er krabben, kreeften en natuurlijk de beroemde Mozambiquaanse garnalen. Maar u bent wellicht geïnteresseerd in een ander soort visserswerk dat in en om Maputo wordt verricht.
„Vissers van mensen”
Vanaf het moment dat Jehovah’s Getuigen in Mozambique wettelijke erkenning hebben verkregen, heeft het publiek hier bijzonder gunstig gereageerd. Eén man uitte zijn waardering door te zeggen: „In Londen heb ik velen van jullie op straat gezien. Ja, waar ik ook was, overal heb ik Jehovah’s Getuigen gezien. Nu doet het me goed jullie ook hier te zien.”
Als het aanvaarden van bijbels en bijbelse lectuur in de plaatselijke talen, het Portugees en het Tsonga, enige aanwijzing vormt, dan is dit werkelijk een geestelijk gezind volk. Paula, ook in de zendingsdienst, vertelt dat de kans groot is dat men op een doorsneezaterdagmorgen op de bazaar, of centrale markt, ver over de vijftig tijdschriften verspreidt. Het boek Wat jonge mensen vragen — Praktische antwoorden blijkt wel heel erg populair te zijn. Veel jonge mensen zijn door de oorlog ontheemd geraakt of wees geworden, en klaarblijkelijk hebben zij waardering voor de waarden en de richtlijnen die in dit boek worden verschaft.
Op een typisch ongeremde, Afrikaanse manier scharen gewoonlijk grote groepen belangstellenden zich rond de zendeling om te horen wat er gezegd wordt. Zulke bijeenkomsten op straat groeien vaak uit tot levendige bijbelse discussies. Een zuster herinnert zich een opwindende ervaring.
„Terwijl ik bij één gelegenheid straatwerk deed, schrok ik plotseling toen een militaire jeep met gierende remmen vlak bij me tot stilstand kwam. Een jonge soldaat schreeuwde naar een van de omstanders: ’Hé, jij daar, zeg tegen die dame dat ze hier moet komen.’ Toen ik naar hem toe liep, verscheen er een brede glimlach op het gezicht van de soldaat, terwijl hij zei: ’Jullie zijn goede mensen. Wij zijn blij jullie hier te zien. Jullie hebben toch een boek over jonge mensen? Ik zou er ook graag een willen hebben.’ Ik antwoordde dat ik er geen één meer had, maar beloofde hem dat ik zodra ze weer voorradig waren, er een bij hem thuis zou bezorgen.”
Leveringen bij een depot
Om aan de groeiende vraag naar lectuur te voldoen, brengt het bijkantoor van het Wachttorengenootschap in Zuid-Afrika om de week lectuurvoorraden naar een depot in Maputo. Manuel, een zendeling, heeft het toezicht over het depot en moet de distributie van de lectuur organiseren.
Op een ochtend kwam er een man van middelbare leeftijd binnenwandelen en vroeg waar deze ruimte voor gebruikt werd. Manuel antwoordde dat dit een depot voor bijbelse lectuur was. De man liep weg, maar binnen een minuut was hij weer terug.
„U zei toch dat dit bijbelse boeken waren?”, vroeg hij.
„Ja, dat klopt”, antwoordde Manuel.
„Voor welke organisatie is dit?”, vroeg de man.
„Jehovah’s Getuigen”, antwoordde Manuel en voegde eraan toe: „Wij bevoorraden onze plaatselijke gemeenten met deze lectuur.”
„O, Jehovah’s Getuigen!” Het gezicht van de man klaarde op. „Jullie hebben heel veel dingen die me bevallen. Maar er is bij jullie ook iets wat me niet bevalt.”
„Wat bevalt u dan zo bij ons?”, vroeg Manuel tactvol.
„Ik ben gek op de interessante en leerzame boeken die jullie uitgeven”, verklaarde de man. „Maar wat ik niet kan uitstaan, is dat ik er nooit genoeg van kan krijgen. U kunt u niet voorstellen hoe hongerig wij in Maputo naar jullie soort lectuur zijn.” Toen haalde hij een lijst te voorschijn waarop de publikaties van het Wachttorengenootschap stonden, met inbegrip van veel oude uitgaven van de tijdschriften De Wachttoren en Ontwaakt!, die hij had gemist.
„Ik heb deze lijst altijd bij me”, zei hij tegen Manuel. „Telkens als ik Jehovah’s Getuigen tegenkom, probeer ik elke publikatie te pakken te krijgen die zij hebben. Als u mij aan de lectuur kunt helpen die op mijn lijst staat, ben ik bereid er een hoge prijs voor te betalen.”
Er volgde een gesprek. Manuel kwam te weten dat de man voor het eerst in contact was gekomen met Jehovah’s Getuigen in de jaren vijftig toen hij het boek Schepping las. Maar aangezien het werk van Jehovah’s Getuigen onder het Portugese bewind verboden was, werd er weinig vooruitgang geboekt.
Toen Manuel de man nadien in zijn kantoor bezocht, zag hij dat alle Wachttoren-publikaties die hij bezat, in plastic waren gewikkeld en netjes waren opgeborgen. Manuel kon de man voorzien van de publikaties die hij nodig had om zijn verzameling te completeren, en hij trof regelingen om bij de man en zijn gezin een bijbelstudie te leiden.
Al dit planten en begieten in geestelijk opzicht begint veel vrucht af te werpen daar God ’het wasdom blijft geven’. Er zijn sterke aanwijzingen dat de oogst van rechtgeaarde mensen in Mozambique een overvloedige opbrengst zal gaan leveren! — 1 Korinthiërs 3:6; Johannes 4:36.
Theocratische vooruitgang ondanks belemmeringen
Momenteel zijn er meer dan vijftig gemeenten in en om de stad Maputo. Toch is er geen enkele Koninkrijkszaal van Jehovah’s Getuigen te vinden. Hoe komt dit? Door de slechte economische omstandigheden zijn de gemeenten niet in staat geweest te bouwen, ook al bezitten sommige gemeenten reeds een aantal jaren grond.a
Toch houden zulke belemmeringen de vooruitgang niet tegen. Op dit moment worden er in het zuidelijke deel van Mozambique ruim 5000 huisbijbelstudies geleid. De vraag naar studie is zo groot, dat er bepaalde prioriteiten moeten worden gesteld. Als iemand om studie vraagt, wordt er gewoonlijk van uitgegaan dat hij alle gemeentevergaderingen zal bezoeken.
Eén gemeente in een sloppenwijk had onlangs 189 aanwezigen op de zondagvergaderingen terwijl er maar 71 verkondigers van het goede nieuws zijn. Deze grote groep vergadert in de open lucht op de binnenplaats van een huis. De plaats is met een golfplaten en rieten omheining van de buitenwereld afgeschermd. Vóór elke vergadering wordt de binnenplaats schoongeveegd, en een groot deel van de toehoorders, onder wie veel volwassenen, zit op rieten matten op de grond. Wat luisteren zij aandachtig naar het programma! Aangezien veel nieuwelingen geen exemplaar van De Wachttoren hebben waarmee zij de studie kunnen volgen, leren zij tijdens het lezen van de paragrafen goed op te letten, en als de studieleider de vragen stelt, gaan haast alle handen omhoog om antwoord te geven.
Een andere gemeente, met 59 verkondigers, heeft geregeld over de 140 aanwezigen. Zij vergaderen normaal gesproken op een open terras. Maar bij regenachtig weer zit de gemeente opeengepakt in de twee kamers van een klein appartement. Degenen die er niet meer bij kunnen, vullen dan de hal, de keuken en het balkon. Ook hier weer is het opvallend met hoeveel waardering en gespannen aandacht allen, met inbegrip van veel jongeren, het programma volgen.
De mogelijkheden voor toekomstige groei in Mozambique zijn nergens zo duidelijk te zien als op grote vergaderingen. Onlangs werd er een kringvergadering gehouden in de oude stierenvechtersarena in het stadscentrum. Kunt u zich voorstellen hoe verrast de ongeveer 3000 verkondigers waren toen meer dan 10.000 mensen het programma bijwoonden?
„De oogst is groot”
Zulke ervaringen tonen duidelijk aan dat er in Mozambique nog veel werk te doen is. Sommige gemeenten hebben pas kort geleden voor het eerst bezoek gehad van een reizende opziener die door het bijkantoor was gestuurd. Zij krijgen de hoognodige hulp om in de gemeenten de juiste organisatorische procedures door te voeren.
De gemeenten waarderen het ook ten zeerste dat er onlangs Gileadzendelingen zijn gearriveerd. Francisco, een ouderling in Maputo, merkt op: „Dit is voor ons een grote stap voorwaarts. Wij hadden de ijver. Wij hadden de liefde. Maar wij liepen op organisatorisch gebied achter. Waar wij echt behoefte aan hebben, is iemand met ervaring uit de eerste hand om ons te leren hoe de dingen gedaan moeten worden. Nu zijn wij erg gelukkig dat wij de zendelingen in ons midden hebben.”
De zendelingen van hun kant zijn blij dat zij hun broeders en zusters van dienst kunnen zijn. Hans, die kort geleden aan Mozambique werd toegewezen nadat hij twintig jaar in Brazilië had gediend, vat het als volgt samen: „Werken in het Mozambiquaanse veld is een groot voorrecht! Wij hebben het gevoel dat wij hier aan het begin van een enorme toename staan. Er is zo veel werk te doen. Alleen al in Maputo zouden wij nog wel tien of twintig zendelingen kunnen gebruiken.”
De vaart die de theocratische activiteiten in Mozambique nu krijgen, doet ons denken aan Jezus’ dringende woorden: „De oogst is groot, maar er zijn weinig werkers. Smeekt daarom de Meester van de oogst dat hij werkers in zijn oogst uitzendt” (Mattheüs 9:37, 38). Er is alle reden om te geloven dat Jehovah die dringende smeekbede ten behoeve van zijn dienstknechten in Mozambique zal verhoren.
Duizenden getuigen van Jehovah hebben twaalf jaar of langer in gevangenkampen in het noordwesten van Mozambique doorgebracht. Toen enkelen van hen onlangs naar Maputo terugkeerden, was hun enige materiële bezit een stuk stof om rond hun lendenen te wikkelen. Wat zij in overvloed hadden, was geloof! Door edelmoedige bijdragen in de vorm van voedsel en kleding van hun mede-Getuigen in naburige landen werden zij geholpen hun leven een nieuwe start te geven.
[Voetnoot]
a Als een man hier het geluk heeft een baan te vinden, dan verdient hij omgerekend gemiddeld $20 tot $30 per maand.
[Illustratie op blz. 23]
’s Zaterdagsmorgens hebben de gemeenten altijd een fijne opkomst voor het christelijke getuigeniswerk
[Illustraties op blz. 24]
Maak kennis met de vijfjarige Jaimito. Hij werd in een gevangenkamp geboren. Nu zijn Jaimito’s ouders blij dat zij terug zijn in Maputo. Elke week roept Francisco, Jaimito’s vader, het hele gezin bijeen voor bijbelstudie. Beide ouders besteden er veel tijd aan hun kinderen tot doeltreffende onderwijzers in de velddienst op te leiden. Jaimito vindt het heerlijk om op de centrale marktplaats lectuur te verspreiden
[Illustratie op blz. 25]
Het feit dat gemeenten niet over een Koninkrijkszaal beschikken, vormt geen belemmering voor hun vooruitgang. In de meeste gevallen bezoekt meer dan het dubbele van het aantal verkondigers de vergaderingen