Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w92 15/8 blz. 30
  • Kunt u zich dit herinneren?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Kunt u zich dit herinneren?
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1992
  • Vergelijkbare artikelen
  • Verwerp wereldse fantasieën, streef Koninkrijkswerkelijkheden na
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1992
  • Wat betekenen het sleepnet en de vissen voor u?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1992
  • Jehovah’s voorziening, de „gegevenen”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1992
  • Wie zal ontkomen in de „tijd van benauwdheid”?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1992
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1992
w92 15/8 blz. 30

Kunt u zich dit herinneren?

Hebt u de afgelopen uitgaven van De Wachttoren met genoegen gelezen? Welnu, kijk dan eens of u de volgende vragen kunt beantwoorden:

▫ Wat zou heel goed voorschaduwd kunnen zijn door de extra dienstvoorrechten die aan de Nethinim en de zonen van de knechten van Salomo gegeven werden bij hun terugkeer uit ballingschap in Babylon?

Terwijl in deze tijd het overblijfsel van het geestelijke Israël op aarde blijft afnemen, blijven de andere schapen toenemen. Sommige van deze met schapen te vergelijken personen hebben, net als de Nethinim en de zonen van de knechten van Salomo, nu onder het opzicht van het overblijfsel aanzienlijke verantwoordelijkheden toegewezen gekregen (Jesaja 61:5). — 15/4, blz. 16, 17.

▫ Wat bedoelde de profeet Zefanja toen hij zei: „Wellicht zult gij verborgen worden op de dag van Jehovah’s toorn”? (Zefanja 2:2, 3)

Of iemand tijdens de komende „grote verdrukking” beschermd zal worden, is geen kwestie van ’eens gered, altijd gered’ (Mattheüs 24:13, 21). Iemands verborgen worden op die dag zal afhangen van het blijven doen van drie dingen: Hij moet Jehovah zoeken, rechtvaardigheid zoeken, en zachtmoedigheid zoeken. — 1/5, blz. 15, 16.

▫ In welke betekenis ’staat’ Michaël ’op’ in „de tijd van het einde”? (Daniël 12:1, 4)

Sinds hij in 1914 als Koning werd geïnstalleerd, ’treedt’ Michaël ten behoeve van Jehovah’s volk ’op’. Maar spoedig zal Michaël in een heel speciale betekenis „opstaan” — als Jehovah’s Gevolmachtigde voor het verwijderen van alle goddeloosheid van de aarde en als de Bevrijder van Gods volk. — 1/5, blz. 17.

▫ Waarvan is waar geluk afhankelijk?

Waar geluk is afhankelijk van onze kostbare verhouding met Jehovah, zijn goedkeuring en zegen (Spreuken 10:22). Waar geluk kan daarom niet bereikt worden los van gehoorzaamheid aan Jehovah en vreugdevolle onderwerping aan zijn wil (Lukas 11:28). — 15/5, blz. 16, 19.

▫ Was er, toen Jezus zijn wonderbare genezingen verrichtte, geloof nodig van de kant van degene die genezen werd?

Van de kant van velen was een mate van geloof nodig om naar Jezus toe te komen teneinde genezen te worden (Mattheüs 8:13). Maar het was niet nodig dat men beleed geloof te bezitten opdat Jezus zijn wonderen verrichtte, zoals toen hij een verlamde man genas die niet wist wie Jezus was (Johannes 5:5-13). Jezus genas zelfs het afgehakte oor van de slaaf van de hogepriester, die bij een groep vijanden van Jezus hoorde (Lukas 22:50, 51). Deze wonderen werden met de kracht van Gods heilige geest tot stand gebracht, niet door het geloof van de zieke persoon. — 1/6, blz. 3.

▫ Wat wordt afgebeeld door het „sleepnet” waarover in Jezus’ illustratie in Mattheüs 13:47-50 wordt gesproken?

Het „sleepnet” vormt een afbeelding van een aards instrument dat belijdt Gods gemeente te zijn en dat „vissen” bijeenbrengt. Het omvat zowel de christenheid als de gemeente van gezalfde christenen, waarvan de laatstgenoemde ’voortreffelijke vissen’ is blijven bijeenbrengen onder leiding van de engelen, in overeenstemming met Mattheüs 13:49. — 15/6, blz. 20.

▫ Wat zijn enkele van de beginselen die rechters in Israël moesten toepassen bij het behartigen van hun toewijzing?

Gelijke gerechtigheid voor rijk en arm, strikte onpartijdigheid en geen aanneming van steekpenningen (Leviticus 19:15; Deuteronomium 16:19). — 1/7, blz. 13.

▫ Wat moeten ouderlingen door middel van rechterlijke verhoren trachten te bereiken?

Eén doel is achter de feiten in de kwestie te komen, en dit moet met liefde worden gedaan. Wanneer de feiten eenmaal bekend zijn, moeten de ouderlingen doen wat noodzakelijk is om de gemeente te beschermen en ervoor te zorgen dat binnen de gemeente Jehovah’s verheven maatstaven gehandhaafd worden en de vrije doorstroming van zijn geest gegarandeerd wordt. Het verhoor heeft ook ten doel een in gevaar verkerende zondaar indien enigszins mogelijk te redden. (Vergelijk Lukas 15:8-10.) — 1/7, blz. 18, 19.

▫ Waarom zijn fantasieën die te maken hebben met onwettige seks zo schadelijk?

Als wij Jezus’ woorden in Mattheüs 5:27, 28 in aanmerking nemen, zijn allen die zich bij voortduring aan zulke fantasieën overgeven, schuldig aan het bedrijven van overspel in hun hart. En het reële gevaar bestaat dat zulke fantasieën tot immoraliteit zullen leiden. — 15/7, blz. 15.

▫ Op welke manieren zou Jehovah ons kunnen helpen onze beproevingen in het juiste licht te bezien en ze aldus te doorstaan?

Via medegelovigen of tijdens het bestuderen van de bijbel kunnen er schriftplaatsen onder onze aandacht worden gebracht. Gebeurtenissen die door Gods voorzienigheid worden gemanoeuvreerd, kunnen ons helpen inzien wat wij moeten doen. Engelen kunnen er een aandeel aan hebben ons aanwijzingen te geven of wij kunnen leiding ontvangen van de heilige geest (Hebreeën 1:14). — 15/7, blz. 21.

▫ Heeft het concilie van Nicea in 325 G.T. de leerstelling van de Drieëenheid bevestigd of bekrachtigd?

Nee, het concilie van Nicea stelde de Zoon enkel gelijk met de Vader in de zin dat zij „van hetzelfde wezen” waren. Het denkbeeld dat de Vader, de Zoon en de heilige geest elk de ware God waren — een drie-in-één God — werd niet door dat concilie noch door vroegere kerkvaders ontwikkeld. — 1/8, blz. 20.

▫ Was Job in de periode dat hij leefde, de enige mens die trouw was aan Jehovah? (Job 1:8)

Nee, het boek Job zelf geeft te kennen dat Elihu door God werd aanvaard. Ook woonden er in de tijd dat Job leefde een groot aantal Israëlieten in Egypte, en er is geen reden om te denken dat zij allen ontrouw waren en onaanvaardbaar voor God. — 1/8, blz. 31.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen