Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w85 1/3 blz. 3-5
  • Zij stierven de marteldood voor hun geloof!

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Zij stierven de marteldood voor hun geloof!
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1985
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Waarom deze massamoord op onschuldigen?
  • Het afgrijzenwekkende incident
  • Hoe verging het de overlevenden?
  • Waarheid en geloof zegevieren
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1985
  • De daders gestraft
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1985
  • Het mysterie van Kimbilikiti ontwarren
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1985
  • Vervolgd omdat zij de waarheid spraken
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1985
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1985
w85 1/3 blz. 3-5

Zij stierven de marteldood voor hun geloof!

OP EEN zondagochtend in alle vroegte omsingelde een bende van ongeveer 500 man een huis in het dorp Pangi in de provincie Kivu in Zaïre. De christenen die vredig in het huis lagen te slapen, werden ruw gewekt door de luidruchtige menigte en hard gebons op de deur. Hoe liep het af? Zeven christelijke mannen werden naar buiten gesleurd, genadeloos afgeranseld en gedwongen zeven kilometer te lopen naar het midden in het bos gelegen dorp Kilungulungu.

Daar werd deze vredelievende christelijke mannen de keel afgesneden en een van hen werd verminkt. Hun lijken werden in een rivierbedding begraven, nadat men voor deze gelegenheid het water had afgedamd. Later werd de afdamming verwijderd en stroomde de rivier over hun gemeenschappelijke graf, zodat er geen spoor van de afgrijselijke gebeurtenis meer te zien was!

Waarom deze massamoord op onschuldigen?

Deze massamoord op getrouwe getuigen van Jehovah was de climax van een golf van vervolging die in 1978 op gang kwam in het gehele gedeelte van Kivu dat door de Regastam wordt beheerst. Waarom vond die massamoord plaats? Omdat Jehovah’s Getuigen weigeren gehoor te geven aan de eisen van „Kimbilikiti”. Leiders van deze voorvaderlijke religie van de Warega’s geloven dat de Getuigen de grootste bedreiging voor hun hele stamstructuur vormen en derhalve uitgeroeid moeten worden.

In de periode van 1978 tot 1983 zijn verscheidene Koninkrijkszalen van Jehovah’s Getuigen door fanatieke leden van deze religie platgebrand. Zij bedreigden veel Getuigen, verjoegen hen uit hun huizen en eigenden zich hun bezittingen toe. Dikwijls werden er pogingen ondernomen om de Getuigen met behulp van tovenarij en bezweringen uit de weg te ruimen. Daar geen van deze maatregelen succes bleek te hebben, namen de vervolgers hun toevlucht tot een brute massale slachting. — Vergelijk Numeri 23:23.

Het afgrijzenwekkende incident

Laten wij echter die tragische gebeurtenissen van zondag 14 augustus 1983 eens nader beschouwen. Wat toepasselijk was de tekst (Jak. 5:10, 11) die zij die dag uit het Jaarboek van Jehovah’s Getuigen bespraken! De dag vóór de moord op de zeven getrouwe christelijke mannen waren de meeste leden van de kleine gemeente van Jehovah’s Getuigen in Pangi te voet uit de omliggende dorpen naar hun gebruikelijke zaterdagse vergadering gekomen. Zij bleven allen overnachten om aanwezig te zijn voor hun zondagochtendbijeenkomst voor aanbidding. In het huis van Kalumba Malumalu, een volle-tijdbedienaar en de presiderend opziener van de gemeente, logeerden zeven personen. Met broeder Malumalu, zijn vrouw en hun twee kleine kinderen, waren er in totaal elf personen. Vijf anderen vonden onderdak ten huize van broeder Kikuni Mutege.

Na de vergadering op zaterdag brachten de Getuigen rond een vuur geschaard de avond aangenaam door met het zingen van Koninkrijksliederen en het uitwisselen van ervaringen. Het viel hun op dat er met ongewoon regelmatige tussenpozen groepjes mensen langsslenterden, allen in de richting van een dorp op twee kilometer afstand van Pangi. Hoe moesten de Getuigen weten wat die samenkomst van hun vijanden te betekenen zou hebben?

De volgende ochtend omstreeks vijf uur werd het huis van de presiderend opziener omsingeld door een menigte onder aanvoering van groepshoofd Mulamba Musembe. Zij eisten dat de broeders Kampema Amuri en Waseka Tabu met hen meegingen naar het gemeenschapshoofd (Katunda Banangozi) om „Salongo” (verplicht gemeenschapswerk voor het onderhoud aan wegen, bruggen en dergelijke) te verrichten. Broeder Kampema legde beleefd uit dat er met het hoofd Katunda al een regeling was getroffen om het werk de dag daarop te doen. Maar het groepshoofd verkoos dit antwoord als oneerbiedig te beschouwen en gaf bevel broeder Kampema een pak slaag te geven. Hierna volgde het bevel de andere broeders af te ranselen.

Op dat moment drong het tot het gepeupel door dat „dominee” Kalumba Malumalu (de presiderend opziener) zijn huis weer was binnengegaan. Daarom duwden zij allen tegen het huis totdat een van de muren het begaf. Hierop stormde een aantal van hen naar binnen om broeder Malumalu te zoeken. Bij het nu volgende handgemeen werden de zusters mishandeld, maar zij en hun kinderen zagen kans naar het plaatselijke hoofd van politie te vluchten om bescherming te zoeken.

Intussen wisten twee broeders die in het andere huis verbleven, te ontsnappen. Een van hen (Hemedi Mwingilu) verborg zich in een huis in aanbouw, waar hij getuige was van het incident. De andere broeder (Lulima Kazalwa) vluchtte het bos in.

Ten slotte werden er zeven broeders gegrepen, afgeranseld en met geboeide handen meegenomen. Gedurende de hele zeven kilometer lange mars naar het bos bij Kilungulungu werden zij door hun ontvoerders gekweld en geslagen. Hoewel de broeders bij aankomst daar nog maar nauwelijks bij bewustzijn waren, waren zij vastbesloten niet met hun geloof te schipperen — en dat ondanks het feit dat zij klaarblijkelijk op het punt stonden hun leven te verliezen. Moedig en waardig traden zij de dood tegemoet, zoals zoveel andere getrouwe christenen van vroeger en nu hebben gedaan. — Matth. 24:9; Openb. 2:10.

Een andere broeder, Amisi Milende, werd kort daarna vermoord. Hij was op reis naar Kama, maar werd door mannen die daarheen gestuurd waren, gevangengenomen en geboeid naar Binyangi (vijftien kilometer van Pangi) gebracht, waar hij voor Kibonge Kimpili, een ander groepshoofd, moest verschijnen. In afwachting van de komst van het hoofd sprak deze ijverige Getuige een van zijn neven toe om hem geestelijk aan te moedigen en zei tot zijn vervolgers dat hij, ook al stond hij op het punt te sterven, alleen maar zou hoeven wachten tot Jehovah God hem een opstanding zou geven op deze aarde, die een paradijs zou worden. Deze getrouwe jonge man werd door verscheidene mannen ter dood gebracht. Zijn eigen oom was medeplichtig aan deze daad; hij was bijzonder verbitterd omdat twee van zijn zonen door de hulp van broeder Milende Jehovah’s Getuigen waren geworden. Deze twee zonen, Malala Ramazani en Akilimali Walugaba, behoorden overigens tot de zeven andere Getuigen die vermoord waren!

Hoe verging het de overlevenden?

Zo resulteerden deze verschrikkelijke gebeurtenissen in de dood van acht mannen, die vrouw en kinderen achterlieten. De haat tegen de overlevenden en de andere plaatselijke Getuigen en geïnteresseerden nam nog toe. Daarom vluchtten zij uiteindelijk naar Kindu, de dichtstbijzijnde grote stad, waar leden van de drie plaatselijke gemeenten van Jehovah’s Getuigen zich hartelijk over hen ontfermden. Ook het bijkantoor van het Wachttorengenootschap in Kinshasa hielp deze zwaargetroffenen door hun kleding, dekens en geld te sturen. Deze liefdevolle hulp werd bijzonder op prijs gesteld en had tot gevolg dat er een voortreffelijk getuigenis werd gegeven aan ongelovige familieleden en anderen die het zagen (Joh. 13:34, 35; Jak. 1:27). Ook de regeringsautoriteiten grepen in. De daders werden gearresteerd en er werden juridische maatregelen tegen hen genomen.

Deze schokkende incidenten werpen heel wat vragen op. Wat is Kimbilikiti voor een religie? Wat voor geloofsopvattingen en praktijken hebben mensen tot dit soort vervolging kunnen aanzetten? En waarom zijn alleen Jehovah’s Getuigen en geen enkele andere religie het slachtoffer van zoveel haat?

[Illustratie op blz. 3]

Het dorp Pangi

[Illustratie op blz. 4]

Pad naar de plaats van de moord

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen