De daders gestraft
TOEN de berichten over de massamoord Kinshasa bereikten, hebben de regeringsautoriteiten stappen ondernomen om ervoor te zorgen dat er recht zou geschieden. Hiervoor zijn de autoriteiten te prijzen.
Er werden trucks en legerpersoneel naar het gebied gestuurd. Uiteindelijk werden de daders opgepakt en moesten zij terechtstaan voor de arrondissementsrechtbank van Kindu in Kivu.
Het was niet eenvoudig om recht te spreken in deze zaak, want de rechters werden aanhoudend bedreigd en onder druk gezet om het recht te verdraaien. Er werden hun enorme bedragen aan steekpenningen aangeboden. Toen het schuldig was uitgesproken, ontvingen zij zelfs een anonieme brief waarin stond dat Kimbilikiti zich op hen zou wreken.
Het is interessant dat de beklaagden zelfs tijdens de rechtszitting nog volhielden dat Kimbilikiti een geest was en dat deze geest hen tot handelen had aangedreven. Tijdens de rechtszitting trof rechter Tumba de wijze maatregel om binnen gehoorsafstand van de rechtszaal Kimbilikiti-instrumenten te laten weerklinken. Hij redeneerde dat, als Kimbilikiti een geest was, het geluid van de instrumenten geen uitwerking zou hebben op de leden van de Regastam in de rechtszaal. Het resultaat? Toen de griezelige geluiden opklonken, ontstond er een geweldige opschudding in de rechtszaal. De vrouwen vluchtten in doodsangst, bang dat zij Kimbilikiti zouden zien en ter dood gebracht zouden worden. De mannen lieten beschaamd het hoofd hangen en verlieten de rechtszaal, waar alleen de beklaagden, de ambtenaren van het gerecht en enige toeschouwers die niet tot de Regastam behoorden, achterbleven. Dus opnieuw werd Kimbilikiti aan de kaak gesteld als een op bijgeloof stoelende bedriegerij die de leden van de Regastam in haar greep houdt.
De rechtbank van Kindu sprak het doodvonnis uit over zes van de personen die rechtstreeks voor de moorden verantwoordelijk waren. Een aantal anderen kregen gevangenisstraffen en boetes opgelegd. Bovendien werd een zekere schadevergoeding toegekend aan de weduwen die zo’n zwaar verlies hadden geleden. (Tegen de vonnissen is beroep aangetekend bij een hogere rechtbank te Bukavu in Kivu.)
Het van verantwoordelijkheidsbesef getuigende optreden van de autoriteiten herinnert aan de woorden van de apostel Paulus: „Zij die regeren, zijn niet voor de goede, maar voor de slechte daad een voorwerp van vrees. . . . [De overheid] is Gods dienares, een wreekster voor het tot uitdrukking brengen van gramschap jegens degene die het slechte beoefent” (Rom. 13:1-4). Daarom gaan Jehovah’s Getuigen door met hun „smekingen, gebeden, voorbeden, dankzeggingen . . . betreffende alle soorten van mensen, betreffende koningen en allen die een hoge positie bekleden, opdat wij een kalm en rustig leven mogen blijven leiden met volledige godvruchtige toewijding en ernst”. Paulus voegde eraan toe: „Dit is voortreffelijk en aangenaam in de ogen van onze Redder, God, wiens wil het is dat alle soorten van mensen worden gered en tot een nauwkeurige kennis van de waarheid komen.” — 1 Tim. 2:1-4.
Wij zijn ervan overtuigd dat vele oprechte leden van de Regastam als gevolg van deze gebeurtenissen in Pangi ’tot een nauwkeurige kennis van de waarheid zullen komen’ en aldus bevrijd zullen worden van de slavernij aan misleidend bijgeloof. Naar deze en andere oprechte personen in de hele wereld zullen Jehovah’s Getuigen blijven zoeken. Het schenkt ons werkelijk vreugde in geloof te handelen en de Koninkrijkswaarheid te delen met allen die rechtvaardigheid liefhebben, zelfs tot in de meest afgelegen delen van Afrika.