Het mysterie van Kimbilikiti ontwarren
KIMBILIKITI is de voorvaderlijke religie van de Regastam in de provincie Kivu, gelegen in het oosten van centraal Zaïre. De mannen van de Regastam gaan op jacht in de dichte wouden, de vrouwen vissen in de rivieren en de gezinnen bewerken het land. Maar het leven van allen wordt volledig beheerst door Kimbilikiti, de grote stamgeest die zij blindelings moeten gehoorzamen. En zij moeten alle geheimen die verband houden met hun verering van hem angstvallig bewaren, want wie er iets van onthult, wordt onmiddellijk met de dood gestraft. Het komt erop neer dat zelfs een protest vanwege de dood van een familielid door de hand van Kimbilikiti automatisch tot onmiddellijke terechtstelling leidt.
Hoe is deze machtige religie ontstaan? Voor het antwoord op deze vraag moeten wij in het verleden zoeken.
Een mysterie in wording
Volgens de legende was er eens, heel ver in het verleden van de stam, een man die drie zonen had. Katima Rega, zijn eerstgeborene, was een afzichtelijke dwerg die zo mismaakt was dat hij niet kon trouwen. Hij was echter uitzonderlijk scherp van geest en bezat een buitengewoon levendige fantasie. Hij was een vraatzuchtige smulpaap. Om aan voedsel te kunnen komen zonder te werken, vond hij enkele eenvoudige, op fluitjes gelijkende instrumenten van bamboe uit, die griezelige geluiden voortbrachten. Ook ontwierp hij een plat, bootvormig stuk hout, waaraan aan één kant een touw werd bevestigd. Wanneer men dit instrument snel boven zijn hoofd rondzwaaide, bracht het een luid, onaards, snorrend geluid voort.
Deze legendarische uitvinder probeerde zijn instrumenten eerst uit op zijn twee neefjes, die hij ervan wist te overtuigen dat de geluiden van een geest afkomstig waren en die hij daarmee zo bang maakte dat zij voedsel en tabak voor hem stalen van zijn twee broers. Nu besloot hij zijn werkterrein te vergroten. Hij verstopte zich in het struikgewas en wachtte tot de vrouwen vis gevangen en in manden gedaan hadden. Toen bespeelde hij zijn instrumenten, waarop de vrouwen in doodsangst naar het dorp terugkeerden, met achterlating van hun vangst.
Aanvankelijk werden de berichten van de panische vrouwen in twijfel getrokken. Maar toen het telkens weer gebeurde en de dorpelingen geen vis meer te eten hadden, omsingelden de mannen het „demon-dier” behoedzaam, en ontdekten dat het slechts Katima Rega was. Sommigen wilden hem ter plaatse doden, maar anderen kwamen tot de conclusie dat het heel slim was wat hij bedacht had en pleitten ervoor „de stem” als hun stamgeest te adopteren. De zaak zou geheim gehouden worden en voor alle oningewijden een mysterie zijn. Ieder lid van de stam zou moeten gehoorzamen aan alle bevelen, opdrachten en besluiten die afkomstig waren van „de stem”, de geest van het woud. Maar hoe moest hij heten? Toen een wijze oudere man „Kimbilikiti” voorstelde, stemden allen daarmee in.
Zo werd de religie van de Regastam geboren. Rondom dat eenvoudige begin werd een heel stelsel van regels, gebruiken en bijgelovige begrippen opgebouwd. Mettertijd werden er drie andere onzichtbare „geesten” als metgezellen van Kimbilikiti aan toegevoegd. Kabile, die soms als zijn zuster wordt beschouwd en bij andere gelegenheden als zijn echtgenote, was een bijzonder mooie en buitengewone vrouw. Alle jongemannen worden zogenaamd op bovennatuurlijke wijze besneden doordat zij geslachtsgemeenschap met haar hebben! Van Twamba, een jongere broer van Kimbilikiti, wordt gezegd dat hij zo sterk is dat hij stormen kan doen opsteken, huizen kan laten instorten, enzovoort. Zijn „stem” wordt gehoord in het snorren van het bootvormige stuk hout! De derde geest is Sabikangwa of Mukungambulu. Ook hij is een jongere broer van Kimbilikiti en hij schijnt de rol van boodschapper voor hem te spelen.
Geheime initiatieriten
In het zichtbare rijk wordt Kimbilikiti vertegenwoordigd door een hiërarchie van hogepriesters (de wijze Bami). Een van hen, Mukuli geheten, heeft de leiding over de besnijdenisriten. Kitumpu, een andere hogepriester, treedt op als dokter en verricht de eigenlijke besnijdenis bij de jongemannen. Een derde, Kilezi, zorgt voor de pasbesneden jongens. De rol van middelaar tussen het initiatiekamp en de gewone dorpelingen wordt gespeeld door de Bikundi, een groep reeds ingewijde mannen.
De initiatie- of inwijdingsriten (Lutende genaamd) worden diep in het woud, de zogenaamde woonplaats van Kimbilikiti, gehouden. Deze riten worden met strikte geheimhouding omhuld en ieder vrouwelijk schepsel (hetzij dier of mens) dat zich in de buurt van die plek waagt, wordt onmiddellijk gewurgd! Op de dag van de initiatie worden er in de verschillende dorpen grote feesten gegeven, waar vanaf de vroege ochtenduren zonder onderbreking wedstrijden worden gehouden en gedanst wordt. Dit heeft ten doel het uithoudingsvermogen van de jonge jongens die ingewijd zullen worden, te testen. Na afloop luisteren zij naar de geschiedenis van Kimbilikiti, compleet met alle mythen die in de loop der jaren ontwikkeld zijn. Men laat de jongens geloven dat Kimbilikiti en zijn zuster-vrouw Kabile echt bestaande personen zijn. Deze jongens wordt verteld dat zij zich op een worsteling met Kabile moeten voorbereiden, waarna zij geslachtsgemeenschap met haar zullen hebben en op bovennatuurlijke wijze zullen worden besneden. Als een van hen onder deze twee beproevingen faalt, zal Kabile boos haar beklag doen bij Kimbilikiti, die de schuldige zal verdelgen!
Maar wanneer zij eenmaal in het woud zijn, zien de jongens niets van alles wat hun verteld is. In plaats daarvan grijpen de drie hogepriesters (Mukuli, Kitumpu en Kilezi) hen één voor één en verrichten de besnijdenis. Dat, zo zeggen zij, is de worsteling met Kabile! Als een jongen niet goed genezen is vóór de vastgestelde tijd waarop hij naar het dorp moet terugkeren, wordt hij gewurgd en opgeruimd, want zo’n situatie zou fataal zijn voor de mythe van de wonderbare besnijdenis na de gemeenschap met de schone, bovennatuurlijke Kabile.
Ondanks deze hoge achting voor Kabile leren de jongens gedurende de initiatieplechtigheden smerige seksuele uitdrukkingen die zij tegen de vrouwen, ook hun eigen moeders en zusters, moeten bezigen. Wanneer de ingewijden naar hun dorpen terugkeren, worden de vrouwen gedwongen vrijwel naakt voor hen te verschijnen, op hun knieën te lopen en te dansen en zich de pasgeleerde beledigingen te laten welgevallen.
Gedurende de initiatieperiodes gaan de Bikundi (de reeds ingewijden) van dorp tot dorp om de mensen voedsel of bezittingen af te persen. Gezinnen worden gedwongen voor Kimbilikiti en degenen die zich in het initiatiekamp bevinden, te geven wat er maar gevraagd wordt. Er worden zelfs wegen geblokkeerd en de voorbijgangers zijn verplicht te betalen wat de Kimbilikiti-vereerders eisen. Op deze wijze bestaat het oorspronkelijke doel van „de stem” voort — voedsel krijgen zonder ervoor te werken.
Wat is Kimbilikiti dus in werkelijkheid? Bedrog, opgebouwd rond een stukje bamboe! Maar om het overeind te houden, is een systeem van terreur ontwikkeld dat zich van de angst voor de dood als voornaamste instrument bedient (Hebr. 2:14, 15). De andere gereedschappen zijn bijgeloof, hebzucht en ontucht. En dat geheel wordt in stand gehouden door een hiërarchie van hogepriesters. Maar wat zou dit te maken kunnen hebben met de vervolging die Jehovah’s Getuigen ondergaan?
[Illustraties op blz. 6]
Kimbilikiti-„fluitjes”
[Illustratie op blz. 7]
Getuigen die hun rechtschapenheid bewaren in het gebied van Pangi