Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w50 15/7 blz. 226-228
  • Van Nicaragua tot Panama

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Van Nicaragua tot Panama
  • De Wachttoren en Aankondiger van Jehova’s Koninkrijk 1950
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • PANAMA
  • Een bezoek aan Midden-Amerika
    De Wachttoren en Aankondiger van Jehova’s Koninkrijk 1950
  • Van Mexico naar El Salvador
    De Wachttoren en Aankondiger van Jehova’s Koninkrijk 1950
  • Van Nederlands West-Indië tot Bethel
    De Wachttoren en Aankondiger van Jehova’s Koninkrijk 1950
  • Een carrière die tot levenslange zegeningen leidt
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1972
Meer weergeven
De Wachttoren en Aankondiger van Jehova’s Koninkrijk 1950
w50 15/7 blz. 226-228

Van Nicaragua tot Panama

DE PRESIDENT van het Wachttoren Bijbel en Tractaat Genootschap, Nathan H. Knorr, vloog langs dezelfde route die enige dagen te voren zijn secretaris, Robert Morgan, had gevolgd, dwars door Midden-Amerika. Op deze vlucht zag Broeder Morgan voor de eerste maal een vulkaan die inderdaad rook uitbraakte. In Midden-Amerika zijn een aantal vulkanen die af en toe actief zijn, maar deze vulkaan gaf werkelijk blijk van zijn toorn, door een grote kolom rook en as de lucht in te werpen. Broeder Morgan was blij dat hij dit natuurverschijnsel goed kon zien. Een vrolijk groepje broeders en zusters, met inbegrip van de twaalf Gileadieten die Nicaragua als gebied hebben toegewezen gekregen, waren op het vliegveld om hem af te halen. Broeder Morgan zou ervaren dat Nicaragua inderdaad een warm land is, ook al kwam hij daar in het koele seizoen aan. Het congres dat was belegd ter gelegenheid van het bezoek van de Amerikaanse reizigers was reeds aan de gang. Op de 24ste december 1949 kwamen zes en tachtig broeders en zusters bijeen voor de zaterdagavondbijeenkomst. Er waren vertegenwoordigers uit vijf verschillende steden in Nicaragua. Zondagmorgen was er een doopdienst en zes broeders en zusters symboliseerden hun wijding aan de Heer, welke inhield dat zij de boodschap van het koninkrijk Gods in dat land zouden uitdragen. Eén zuster was 74 jaar en zij had 120 kilometer gereisd om naar het congres te komen en ten aanschouwe van de broeders en zusters haar wijding te symboliseren.

De openbare lezing zou op zondagmiddag in het Teatro Trebol worden gehouden, een ongewoon gebouw met vier muren maar zonder dak. Bijna alle theaters in Managua zijn zo gebouwd, want in dit hete land houden zij veel van luchtverversing. De broeders en zusters kondigden de lezing goed aan. Er werden veertig duizend strooibiljetten verspreid; aanplakbiljetten werden aangebracht; uitnodigingsbrieven werden verzonden; over de radio werd de lezing aangekondigd; nieuwsbladen werden voor de bekendmaking gebruikt, en grote spandoeken werden dwars over de straten gehangen. Deze zondag was het echter Kerstfeest en het merendeel der mensen vierde dit feest zoals gewoonlijk. Maar ondanks de aantrekkingskracht van het Kerstfeest met zijn feesten en herdenkingen, waren er 286 mensen op de openbare lezing. Het was de grootste openbare vergadering die tot nu toe door Jehova’s getuigen in Nicaragua was gehouden. De broeders en zusters waren ingenomen met de resultaten, in het bijzonder met het oog op het feit dat de Christenheid haar feestdag van heidense oorsprong vierde, want Christus werd in werkelijkheid niet op de 25ste december geboren.

Het is belangwekkend gade te slaan hoe de bewoners van Latijns Amerika in verschillende landen Kerstfeest vieren. In Managua kon Broeder Morgan op Kerstavond opmerken dat vele mensen die een paard en rijtuig konden krijgen voor een rijtoer door de straten, het feest met een ritje vierden. Een van de voornaamste middelen van vervoer in Managua is het rood en zwart geschilderde rijtuig, getrokken door twee kleine paarden. Er waren ook overal in de stad vele partijtjes aan de gang. Een paar dagen voor Kerstmis had Broeder Knorr, terwijl hij in Guatemala was, opgemerkt dat het de gewoonte was dat de mensen beelden van Jozef en Maria van huis tot huis door de straten droegen, in de hoop dat iemand de beelden in huis nam. De een of andere vriendelijke persoon die in een stemming was om feest te vieren, nodigde hen die Jozef en Maria droegen, dan tezamen met de paar anderen die er met hun geïmproviseerde, lawaaimakende instrumenten achteraanliepen, uit binnen te komen en allen namen aan het feest deel. Aldus begon het partijtje. In Honduras, waar Broeder Knorr een lezing hield voor de broeders en zusters, vierde de gehele stad Tegucigalpa op Kerstavond in dezelfde trant feest als de Amerikanen op de 4de juli. Tijdens de gehele lezing kon men het ontploffen van vuurwerk horen. Naarmate de avond verstreek en middernacht naderde, zwol het lawaai steeds meer aan, totdat het geluid oorverdovend was en men zich midden op het slagveld zou wanen, luisterende naar kanongebulder en granaatvuur. Welk een verschil met de tijd waarin Jezus werkelijk werd geboren! Er werd toen niet veel lawaai gemaakt, maar de engelen zongen een vreugdelied. De herders bewaakten hun kudden in het veld en alles was vredig en rustig.

Natuurlijk moest ook nog op een of andere wijze het heidense houtblok voor het Kerstvuur ten tonele verschijnen. Vele winkels, café’s en restaurants, en zeer vele van de huizen die het konden bekostigen, schaften zich takken van dennebomen aan en deze verkregen ergens een plaatsje. Elders werden dennenaalden over de vloer uitgestrooid en versieringen aangebracht. Zo heeft elke natie zijn gebruiken, welke alle door overlevering zijn overgedragen. Aan hetgeen Gods Woord zegt over Kerstdag of over de dagen die er onmiddellijk aan voorafgaan, wordt zeer weinig aandacht geschonken. De gelegenheid gebruiken om vuurwerk te laten ontploffen, zich tot een gulzigaard te maken en dronken te worden, is toegeven aan gedachten die ver verwijderd zijn van de vredesboodschap die de Redder heeft gebracht. Maar genoeg over Kerstmis in Midden-Amerika. Er is voor Jehova’s getuigen nog steeds veel werk te doen op het gebied van het prediken van „dit Evangelie des Koninkrijks”, dat vrede, troost en ware vreugde zal brengen aan die mensen der wereld die gerechtigheid en de vrede die alle verstand te boven gaat, liefhebben, en die niet bijzonder belangstellen in een uitgelaten leven van één dag.

Behalve dat Broeder Morgan op het congres sprak, sprak hij de broeders en zusters op dinsdagavond weer toe, terwijl hij ook enige tijd besteedde aan het controleren der administratie en het afhandelen van aangelegenheden in verband met het Bijkantoor. Woensdagmorgen was hij op weg naar het volgende land, Costa Rica. Diezelfde middag kwam Broeder Knorr in Nicaragua aan voor een tweedaags bezoek aan de zendelingen en de broeders en zusters van Managua. Op donderdagavond kwamen de twee eenheden van Managua in de Koninkrijkszaal bijeen, in het huis waar het Bijkantoor is ondergebracht, en daar waren 90 aanwezigen. Het was verheugend te zien dat er in deze hoofdstad zulk een prachtige organisatie was. Toen Broeder Knorr destijds in 1946 het toen pas opgerichte zendingshuis bezocht, waren er slechts zes groepsverkondigers in het land. Nu zijn er elke maand gemiddeld 136, terwijl gedurende het dienstjaar 1949 een hoogtepunt van 166 verkondigers werd bereikt. Er worden goede vorderingen gemaakt, maar er is nog zeer veel gelegenheid voor expansie. Eén Gileadiet werkt het liefst alleen, buiten onder de inboorlingen, en zij heeft veel vreugde in enkele van de kleinere steden. Broeder Knorr trof regelingen dat een groep pas aangekomen afgestudeerde leerlingen naar Diriamba zou gaan, een in de heuvels gelegen stad van ongeveer 13.500 inwoners. Er is in dit land een ware behoefte aan veel meer zendelingen, en wij hopen dat het Genootschap, nu de waarheid daar vaste voet begint te verkrijgen en de mensen van goede wil aandacht schenken aan de boodschap van het Koninkrijk, ten minste nog tien of twaalf zendelingen naar dit land zal zenden, zodat ook andere steden kunnen worden bewerkt.

De broeders en zusters, en alle anderen die op deze reis werden bereikt, zien uit naar de vergadering van 1950. Terwijl zij hoge verwachtingen koesteren dat 1950 het beste jaar zal zijn voor de prediking van het evangelie in Nicaragua, weten wij dat er in alle Middenamerikaanse landen onderbrekingen zullen zijn, doordat zovelen van de zendelingen naar de stad New York zullen terugkeren, voor die internationale vergadering van Jehova’s getuigen aldaar. Maar zij zijn van plan naar hun toewijzingen in de vreemde terug te keren en door de genade des Heren waarlijk grote dingen tot stand te brengen. Zij verwachten dat onmiddellijk na het congres, voor het dienstjaar 1951, vele nieuwe zendelingen zich bij hen zullen aansluiten. In Nicaragua, evenals in ieder Middenamerikaans land, het ’woord te prediken’, dat is hun vaste besluit.

Het scheen dat de dagen te kort waren. Het samenzijn met broeders en zusters van een „even dierbaar geloof” doet de tijd snel voorbijgaan. Op vrijdagmorgen gingen alle Gileadieten, opgepropt in twee auto’s, met Broeder Knorr naar het vliegveld om hem weg te brengen voor zijn vertrek naar Costa Rica, waar hij en Broeder Morgan bij elkaar zouden komen, en van welke plaats zij tezamen de reis zouden voltooien.

PANAMA

De twee reizigers, Broeder Knorr en Broeder Morgan, verheugden zich zeer over hun bezoek aan Costa Rica en zij hadden wel graag wat langer gebleven ten einde met de Gileadieten samen te zijn, want het leek alsof hun verblijf niet langer was dan het lange ontbijt dat zij op maandagmorgen, 2 januari, tezamen nuttigden, en gedurende welke tijd persoonlijke moeilijkheden werden besproken. Maar zij moesten doorreizen, en zich aan het programma houden. Onze DC-3 van de Pan American Airways steeg snel, ten einde over de nabijgelegen bergen in het Zuiden te kunnen heenvliegen. Het duurde niet lang of wij vlogen boven de Pacific, en een tijdje later naderden wij de vlieghaven te David, Panama. Hier werd slechts nieuwe brandstof genomen, maar tevens verlieten een paar passagiers het vliegtuig. Het was echter fijn deze stad in het noordelijke deel van Panama te zien, waar dank zij het goede werk van enige zendelingen een kleine groep is georganiseerd. Daarna ging het weer verder en werd in oostelijke richting boven de Pacific gevlogen, want het vasteland buigt hier naar het Oosten. Broeder Knorr was teleurgesteld dat hij niet te Balboa landde, waar hij op vroegere reizen was aangekomen; in de laatste drie maanden had de luchtvaartmaatschappij voor het handelsverkeer echter naar een ander vliegveld in het land moeten verhuizen, namelijk naar Aeropuerto Tocumen. Het vliegveld Balboa ligt dichtbij de stad, maar de nieuwe vlieghaven ligt ongeveer twee en dertig kilometer van de stad Panama vandaan. Maar hierdoor werd het verlangen van de broeders en zusters de reizigers af te halen, niet uitgeblust. Ter verwelkoming van de bezoekers van het Genootschap waren een aantal broeders en zusters met een paar auto’s en ook vele reizigers per bus naar het vliegveld gekomen. Er waren zoveel mensen, dat het moeilijk was alle zendelingen te zien; maar het duurde niet lang of wij kwamen bij het zendingshuis aan, gelegen aan de boulevard de 4de juli, en konden met allen spreken die de school hadden doorlopen en in het buitenland toewijzingen hadden aanvaard. Het was werkelijk een genoegen die avond tot hen te spreken en hun de laatste foto’s van het Bethelhuis en de drukkerij in Brooklyn en het terrein van de Wachttoren Bijbelschool Gilead te laten zien, hetgeen allemaal vele herinneringen in hen opriep. Zij hadden vele vragen te stellen, onder andere enige over de vergadering van 1950 die niet werden beantwoord. Maar wij hopen dat zij ter bestemder tijd en tot hun volledige bevrediging, de antwoorden zullen verkrijgen.

Broeder Knorr en Morgan logeerden bij de zestien zendelingen in het huis in de stad Panama; het is een zeer mooi huis. Er werden vier en een halve dag in Panama doorgebracht en het waren drukke dagen. Overdag waren de verkondigers in het veld bezig met de aankondiging van de openbare lezing „Vrijheid voor de gevangenen”. ’s Avonds hadden wij het druk in de vergaderzaal, een nachtclub die voor deze gelegenheid was gehuurd. Het programma, dat om 7 uur n.m. begon, moest om 9 uur n.m. afgelopen zijn, zodat de zaal voor andere doeleinden kon worden gebruikt. Op dinsdagavond waren 350 broeders en zusters aanwezig, zowel Engels- als Spaans-sprekende verkondigers en mensen van goede wil. De lezingen moesten uit het Engels in het Spaans worden vertaald. Broeder Knorr en Morgan spraken de gemeente toe.

Woensdagmorgen, 4 januari, werd een dooplezing gehouden en twaalf broeders en zusters symboliseerden hun wijding. Het aankondigen van de openbare vergadering door middel van strooibiljetten en borden, bleef voortduren. Die avond was de zaal boordevol, iedere zitplaats was ingenomen en honderden stonden. Uit de telling bleek dat er 703 mensen waren bijeengekomen, en zij luisterden met onverdeelde aandacht. Donderdag en eveneens een gedeelte van vrijdag, waren gewijd aan de zendelingen en het werk van het Bijkantoor. Er moest een reis worden gemaakt naar Colon, gelegen aan de kant van de landengte die aan de Atlantische Oceaan ligt, waar eveneens een Engelse en een Spaanse groep zijn. Er werd een bezoek gebracht aan het zendingshuis in Colon. Door middel van dit zendingshuis wordt uitstekend werk verricht. Er zijn twee goede groepen opgericht en deze broeders en zusters kwamen bijeen in hun vaste Koninkrijkszaal, welke door hen samen wordt gebruikt. De mensen bij wie zij boekstudiën leidden, werden uitgenodigd deze vergadering bij te wonen, die geheel in het Engels werd gehouden, daar de meeste Spaans-sprekende broeders en zusters ook Engels begrijpen. De Koninkrijkszaal was met 294 mensen gevuld. Dit was het eerste onderdeel van het programma van hun Engelse zonevergadering op vrijdagavond en zij werden toegesproken door Broeder Knorr en Broeder Morgan, die dienstlezingen hielden. Die avond keerden een paar broeders en zusters, tezamen met de broeders van het hoofdkantoor, na afloop van de vergadering naar de stad Panama terug, want de bezoekers moesten de volgende morgen vroeg op om naar Columbia verder te reizen.

Het werk in Panama gaat zeer goed vooruit, maar er is nog steeds gelegenheid voor expansie en daarnaar kijkt elke zendeling vol verlangen uit. Sommigen hunkeren er naar het binnenland in te trekken en zij hoopten dat een nieuw zendingshuis zou worden geopend. Zij waren er stellig van overtuigd dat zij zich uit de grotere steden konden terugtrekken, de kleinere steden konden bewerken en nieuwe groepen konden oprichten. Er werden dus regelingen getroffen om met enkelen van de Gileadieten die daar thans zijn, onmiddellijk na de vergadering van 1950 een nieuw zendingshuis te openen in het binnenland, want deze broeders en zusters willen de vergadering bijwonen en dan naar een nieuw gebied terugkeren. Nadat het werk in ogenschouw was genomen, werd er besloten dat een aantal nieuwe zendelingen naar Panama zou gaan. Waarschijnlijk zullen dus vier of zes broeders en zusters onmiddellijk na de internationale bijeenkomst van Jehova’s getuigen naar Panama worden gezonden, ten einde het werk dat daar zo goed gaat, te stimuleren. Gedurende het eerste jaar dat de zendelingen in Panama waren, toonde het bericht aan dat er gemiddeld 53 verkondigers waren. En in vijf jaar is het gemiddelde toegenomen tot 375, met een hoogtepunt van 490. Ook hier zien wij dat een aantal plaatselijke broeders en zusters in de gewone pionierdienst zijn gegaan. Vijftien verkondigers van dit land hebben bemerkt dat het mogelijk is hun volle tijd aan de dienst te besteden. Een aantal van hen is het binnenland ingegaan en zij boeken uitstekend succes. Er zijn thans elf groepen opgericht, en de broeders en zusters hebben het vertrouwen dat er in 1950 in andere steden en dorpen nog een paar zullen worden opgebouwd.

De inwoners van Panama zijn een snel opgewonden volk en zeer actief, en zoals de zendelingen hebben gezegd, ze nemen de waarheid snel aan of wensen er niets mede te doen te hebben. Hun temperament kan waarschijnlijk het best worden begrepen door gade te slaan op welke wijze hun buschauffeurs te werk gaan. Overal in de stad Panama ziet men honderden kleine, twintig-persoons bussen, en het is niets ongewoons deze kleine bussen met elkaar om het hardst te zien rijden ten einde het eerst bij de volgende stopplaats aan te komen, in de hoop de concurrent de verwachte passagiers af te snoepen. Vaak vraag jij je af hoe je chauffeur het er op de smalle straten zal afbrengen wanneer jij hem langs andere voertuigen ziet scheren. Broeder Morgan en Broeder Knorr reisden bij een zekere gelegenheid met vier Gileadieten door de stad, en zij hadden grote pret toen zij zagen dat de bestuurder van de bus naast het trottoir stilhield om iemand te vragen of hij ergens naar toe wilde gaan. Het is iets heel gewoons dat de bestuurder zaken tracht te doen en hij zal voor iedereen stoppen die er zelfs maar uitziet alsof hij er over denkt een bus te nemen. Soms zal hij midden op een kruispunt stoppen om een passagier mee te nemen.

De twee bezoekers en de Gileadieten zaten deze morgen echter in de grootste spanning en zij hadden het meeste plezier, toen de bestuurder op een heuvel stopte, achter verschillende andere bussen. Toen begaven de remmen van dit gammele vehikel zich en de pret begon. In plaats dat de bestuurder zijn voertuig een paar decimeter liet rollen en tegen de er voor staande wagen liet botsen, was hij zo dwaas de bus naar rechts te sturen en het trottoir op te rijden. De mensen stoven snel uit elkaar om niet te worden overreden door de bus die op het trottoir voortrolde. De bestuurder, die wild gesticuleerde om te laten zien dat zijn remmen niet werkten, klemde het voertuig ten slotte in tussen een andere bus en het gebouw, waardoor de ingangen van twee winkels werden versperd. Gelukkig had niemand letsel bekomen en men kon onmogelijk anders dan over de situatie lachen. De passagiers konden niet uit de bus komen, omdat de ingang tegen de muur van het gebouw was geklemd en de ramen te klein waren om er doorheen te kruipen. Er heerste grote opschudding en er werd veel gepraat, en binnen een paar minuten waren er drie politieagenten ten tonele verschenen, die er met de bestuurder van de bus over redeneerden waarom hij zoiets had gedaan. Op luide toon werden argumenten aangevoerd en door gebaren werd aan de woorden kracht bijgezet, ten einde te bewijzen dat de remmen werkelijk niet werkten. Dit scheen de politieagenten geheel te bevredigen. Het scheen dat wanneer je remmen het niet deden, dit de enige oplossing was; en wegens het feit dat er als openbaar vervoermiddel een vehikel was gebruikt dat niet in de juiste conditie verkeerde, werd geen bekeuring gegeven.

Ten slotte ging de politieagent op de bestuurder van de bus af waardoor wij tegen de muur stonden aangedrukt, en hij zei hem dat hij moest weggaan. Toen waren wij benieuwd wat er zou gaan gebeuren. Zouden wij op het trottoir verder rollen? Er stonden nu honderden mensen vlak voor de bus, die de situatie grondig bespraken, en het zou geen nut hebben hun te zeggen dat zij weg moesten gaan. Er was iets te beleven en een ieder wilde er bij zijn. De bus was gelukkig zo stevig tegen de muur aangedrukt dat hij niet heuvelafwaarts zou rollen. Nu de andere bus was weggegaan, konden de passagiers alleen nog door de nooduitgang, aan de zijkant van de bus, naar buiten komen. Broeder Morgan trachtte de deur te openen door, de klink te lichten, maar hij bemerkte dat de nooddeur, waardoor men snel naar buiten moest kunnen gaan, was dichtgespijkerd. Een der Gileadieten verklaarde de bestuurder in het Spaans dat wij de nooddeur wilden open krijgen. Hij nam daarop zijn gelukshoefijzer, en door dat bij wijze van hamer en hefboom te gebruiken, boog hij de spijkers terug, waardoor de nooddeur kon worden opengemaakt. Alle passagiers gingen er uit en wandelden een paar huizenblokken de straat af naar een andere bus, de opwinding achter zich latend. Later op de dag pakte hetzelfde groepje broeders en zusters een andere bus, die naar het zendingshuis terugreed, en, tot hun grote verbazing was de bestuurder er van dezelfde die het voertuig het trottoir had opgereden. Hij zag er even levenslustig en gelukkig uit als altijd, alleen had hij ditmaal een nieuwe bus en hij betuigde met klem dat de remmen van deze bus wel werkten. Om ons te overtuigen, reed hij met volle vaart vooruit, remde toen uit alle macht en stond op een hoek snel stil. En zo gaat het leven in de stad Panama, met de kleine bussen waarmede zo vaak wat is te beleven, voort.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen