Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w50 15/7 blz. 229
  • Brief

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Brief
  • De Wachttoren en Aankondiger van Jehova’s Koninkrijk 1950
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • „NOGMAALS OVER BLOEDTRANSFUSIE”
  • Brief
    De Wachttoren en Aankondiger van Jehova’s Koninkrijk 1950
  • Gebruik uw leven in overeenstemming met Gods wil
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1961
  • Jehovah’s Getuigen en de bloedkwestie
    Jehovah’s Getuigen en de bloedkwestie
  • Bewaring door gehoorzaamheid aan Gods wet betreffende bloed
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1961
Meer weergeven
De Wachttoren en Aankondiger van Jehova’s Koninkrijk 1950
w50 15/7 blz. 229

Brief

„NOGMAALS OVER BLOEDTRANSFUSIE”

3 februari 1950

Geachte Mevrouw,

Aan uw brief van 16 december hebben wij hier wegens drukke werkzaamheden nog niet eerder aandacht kunnen schenken.

Wij waarderen uw eerlijke verklaring over bloedtransfusie, en wegens dit standpunt zullen wij tegen u of tegen iemand anders geen enkele geestelijke actie ondernemen, doch wij moeten de grote Wetgever uw Rechter laten zijn, evenals Hij de onze is. Onze gepubliceerde verklaringen over deze aangelegenheid zijn wij verschuldigd aan hen die voor geestelijke leiding naar ons opzien, en worden niet uitgegeven om scheiding onder Jehova’s volk te veroorzaken. Herhaaldelijk wordt ons verzocht inlichtingen te verstrekken over bloedtransfusie, en vooral dit medische gebruik goed te keuren. Dit gebruik is zo algemeen, dat wij, om allen in te lichten en opdat zij ons standpunt weten, verplicht waren een verklaring over de aangelegenheid af te leggen. Onze verklaring heeft niet meer meningsverschillen over het onderwerp veroorzaakt, dan er reeds bestonden voordat wij er iets over hadden gezegd. Wij hebben ons over de aangelegenheid alleen duidelijk uitgelaten, zodat anderen die over ons standpunt in twijfel verkeerden, ons niet zullen verzoeken hun handelwijze te wettigen wanneer zij hun toevlucht nemen tot dit betwiste medische gebruik. Indien iemand vindt dat ons standpunt juist is, en dat het door de Schrift wordt ondersteund, en indien hij er door geleid wenst te worden, goed; maar indien niet, dan is hij hiervoor tegenover God verantwoordelijk. Hij kan niet beweren een zekere handelwijze te hebben gevolgd, omdat hij niet wist hoe wij volgens de Schrift over het onderwerp denken.

In 1 Korinthe 9:9, 10 zegt Paulus: „Is God misschien bezorgd voor de ossen? Of zegt hij dit wel degelijk om ons? Ja om ons werd het [de wet van Mozes] geschreven” (Belg. Prof. Bijbel). En daarom vragen wij u: Indien God het bloed van lagere dieren zo heilig beschouwde, dat hij verbood hun bloed van hun lichaam in het menselijke lichaam over te brengen, beschouwt hij het bloed van het hogere schepsel, de mens, dan minder heilig, zodat dit bloed straffeloos van het ene lichaam in het andere kan worden overgebracht? God beperkte het juiste gebruik van het bloed van dierlijke slachtoffers tot het altaar, voor het doel de zonden te verzoenen, ten einde af te beelden dat Jezus’ bloed eveneens alleen op het geestelijke altaar zou worden gebruikt om de zonden der mensheid weg te wassen; alle Christelijke Griekse Geschriften bevestigen dit feit. In dit belangrijke opzicht hebt u het derhalve geheel bij het verkeerde eind, wanneer u zegt dat „God en Christus Jezus NOOIT een gebod hebben uitgevaardigd tegen MENSELIJK bloed behalve tegen het vergieten er van door MOORD”. U zegt terecht dat Christus tot zijn discipelen heeft gezegd, dat zij zijn vlees moeten eten en zijn bloed moeten drinken, maar u werpt eveneens de vraag op: „Zou het, daar Jezus zijn bloed voor ons heeft gegeven, opdat wij het leven kunnen ontvangen — eeuwig leven, niet juist zijn dat wij, zijn navolgers, ons bloed geven aan een zieke broeder wanneer hij nabij de dood is, zodat hij kan herstellen en zijn Heer wederom kan dienen?” Wij vragen u derhalve: Heeft Jezus zijn bloed gegeven door middel van het medische gebruik van transfusie? ’Drinken zijn discipelen zijn bloed’ door middel van medische bloedtransfusie? Of geschiedde dit door geloof in zijn bloed, hetwelk, evenals het bloed van Israëlietische dierlijke slachtoffers, werd uitgestort op Gods altaar? En wanneer Jezus Gods Hogepriester is, die door Israëls hogepriester Aäron werd voorschaduwd, beperkte hij het gebruik van het bloed van zijn menselijke slachtoffer dan niet tot dat wat Gods wet er voor heeft bepaald, namelijk, tot Gods heilige altaar (Leviticus 17:11)? Hoe kan iemand derhalve aanvoeren dat het vergieten van Jezus’ bloed als offer, zijn volgelingen machtigt bloedgevers te zijn voor transfusie-doeleinden?

U zegt: Gods wetten over het gebruik van dierlijk bloed hebben geen betrekking op bloedtransfusie. Wij zeggen, dat Gods wetten over dit punt veelbetekenend en een voorbeeld zijn en dat ze er wel degelijk betrekking op hebben. Wiens standpunt is veiliger, dat van u of dat van ons? Wiens standpunt is Schriftuurlijker en loont een zorgvuldige achting voor de wetten van God?

Hetgeen u toegeeft, is zeer belangwekkend: „Ook al zal het gegeven bloed, indien het niet overeenkomt met je EIGEN groep, je doden.” Indien bloedtransfusie door God wordt goedgekeurd en Christelijk is, waarom zou dit dan zo zijn? Tot welke groep behoorde Christus’ bloed? En strekt zijn bloed slechts mensen tot voordeel met een bepaalde soort van bloed? Of strekt het allen tot voordeel? U verwijst naar de schriftuurplaats dat God „uit één bloede het ganse geslacht der mensen [heeft] gemaakt” (Hand. 17:26). Waarom dienen medische doktoren dan zo voorzichtig te zijn met de groepen en andere kenmerken van het bloed van zekere personen? Indien God, de grote Geneesheer, bloedtransfusie goedkeurt zoals die tussen mens en mens (niet lager dier en mens) wordt toegepast, waarom zou bloedtransfusie dan niet ineens tot voordeel strekken en zonder alle voorzorgsmaatregelen kunnen worden toegepast? En denk aan al het kwaad dat bloedtransfusies hebben gedaan voordat de doktoren de schadelijke uitwerkingen van dit gebruik hadden ontdekt waartegen moet worden gewaakt! Denkt u dat God al het kwaad rechtvaardigt dat aldus gedurende het stadium van onderzoek werd gedaan en dat ondanks de grootste zorg nog steeds wordt gedaan, op grond van de bewering dat de doktoren de volmaking van het gebruik trachten te verwezenlijken, hetgeen eer betere gezondheid van de gehele mensheid tot resultaat zal hebben?

U zendt ons een krantenknipsel uit de Evening Bulletin, Philadelphia, vrijdag 16 december 1949, waarin staat: „Ongewone operatie redt 14-jarig meisje” en waarin wordt verteld hoe dit meisje „door 17 bloedtransfusies was genezen” en uit het ziekenhuis werd ontslagen. Wij kunnen hierop antwoorden met een krantenknipsel uit The American Weekly, 29 januari 1950, onder het opschrift „Bescherm de BLOEDBANKEN”. Er wordt in verteld hoe aan een jong meisje Mary, dat door een auto-ongeluk was gewond en een zenuwschok had gekregen, een bloedtransfusie werd gegeven en hoe zij na twee weken weer normaal scheen te zijn; MAAR „een maand later kreeg Mary echter koorts. Haar ogen en huid namen een geelachtige tint aan. Doktoren stelden geelzucht vast die zijn oorzaak vond in een ernstige leverziekte, welke in de medische wetenschap bekendstaat als virus hepatitis. Deze kwaal wordt veroorzaakt door een besmettelijk virus. Tot nog toe is er nog geen speciaal geneesmiddel om het virus te vernietigen, . . . In het begin was de bron van Mary’s besmetting een mysterie. Een onderzoek openbaarde toen dat haar transfusie van een gever was geweest wiens bloed het virus bevatte welke hepatitis veroorzaakt. Mary’s herstel van de ziekte die zij van het bloed van haar gever had gekregen, duurde veel langer dan haar herstel van het auto-ongeluk.”

Het voorgaande is niet de een of andere sectarische opvatting van ons, waarin enige „strenge gedragsregels voor menselijke wezens”, „de opvallende kenmerken der afvallige religie”, zijn vastgelegd, doch het is de verklaring van de schrijver van het nieuwsblad of artikel van het tijdschrift. Het kan waar zijn, zoals u zegt, dat één Rooms-Katholieke paus bloedtransfusie heeft verboden; en een andere paus, die even onfeilbaar beweerde te zijn als de eerste, toch een proef nam met bloedtransfusie, wat de dood van de gevers tot gevolg had, en dat de Rooms-Katholieken tegenwoordig eveneens hun toevlucht nemen tot hetzelfde medische gebruik. Wij weten niet waarom Katholieken het verbod van een onfeilbare paus verwerpen, doch ons standpunt tegen bloedtransfusie wordt niet door het verbod van die paus voorgeschreven; wij beroepen ons op de Heilige Schrift.

De aangelegenheid van het roken die u in deze bespreking aanroert, is niet ter zake. Doch het schijnt ons toe dat u, wanneer u voor ons bewijzen aanvoert om jegens het roken onverschilligheid aan de dag te leggen, inconsequent bent, daar u wel al het goede aanhaalt wat volgens de medische geleerden door de bloedtransfusie is tot stand gebracht, terwijl u alles schijnt te negeren wat wetenschap en deugdelijke medische onderzoekingen hebben te zeggen tegen het roken als nadelig voor het menselijke lichaam. Waarom niet alles aanvaard wat de medische wetenschap beweert en daarmede in overeenstemming gehandeld?

Wij zullen de voorgaande alinea’s als antwoord op uw zeven bladzijden voldoende laten zijn, hopende dat ze ons standpunt voor u nog duidelijker zullen maken. Of u het aanneemt of verwerpt, benadeelt of hindert ons niet. U moet de gevolgen van de handelwijze die u volgt, zelf op u nemen. En wij moeten tegenover God verantwoording afleggen als degenen die zijn heilige Woord en geboden trachten te verklaren.

Hoogachtend,

WATCH TOWER BIBLE & TRACT SOCIETY

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen