Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w50 15/6 blz. 196-197
  • Van Mexico naar El Salvador

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Van Mexico naar El Salvador
  • De Wachttoren en Aankondiger van Jehova’s Koninkrijk 1950
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • EL SALVADOR
  • Een bezoek aan Midden-Amerika
    De Wachttoren en Aankondiger van Jehova’s Koninkrijk 1950
  • Van Nicaragua tot Panama
    De Wachttoren en Aankondiger van Jehova’s Koninkrijk 1950
  • Van Nederlands West-Indië tot Bethel
    De Wachttoren en Aankondiger van Jehova’s Koninkrijk 1950
  • Orkaan Fifi teistert Honduras
    Ontwaakt! 1975
Meer weergeven
De Wachttoren en Aankondiger van Jehova’s Koninkrijk 1950
w50 15/6 blz. 196-197

Van Mexico naar El Salvador

DE GETUIGEN van Jehova in Mexico hadden een zeer gezegende tijd toen R.E. Morgan, een der secretarissen van N.H. Knorr, president van het Wachttoren Genootschap, bij hen was. Zij waren niet terneergeslagen omdat Broeder Knorr niet bij hen was geweest, daar zij wisten dat zij binnen een dag of tien een tweede bezoek zouden krijgen, dit keer van de president van het Genootschap. Hoewel zijn verblijf niet even lang zou duren, betekende het toch twee bezoeken van iemand van het hoofdbureau, en hierover waren zij verheugd. De tijd ging snel voorbij en het was 17 december voor zij het wisten. Dit was de dag waarop Broeder Knorr zou aankomen. Hij vertrok op tijd uit New York, en nam afscheid van een aantal broeders die naar de vlieghaven waren gekomen om hem uitgeleide te doen. Hij volgde dezelfde route die Broeder Morgan had gereisd. Het weer was echter niet zo gunstig, want toen zij over de staten Louisiana en het Oosten van Texas reisden, kwam het vliegtuig in een zeer zware regenbui en ruw weer terecht. Ongeveer de helft van de passagiers werd ziek. Broeder Knorr, die een veteraan is in het reizen per vliegtuig, deerde het schokken niet, maar hij had erg veel medelijden met de vele ongelukkige passagiers. Hij landde in een plasregen in Houston, Texas. Alle passagiers moesten door meren van water lopen om een schuilplaats te bereiken. Het vliegtuig was aanmerkelijk laat en de reiziger vroeg zich af of het vliegtuig van de Pan American Airways dat hem naar Mexico zou brengen, op de aankomst van deze machine van de Eastern Airlines had gewacht. Na te hebben geïnformeerd vernam hij dat het vliegtuig van de Pan American Airways ook laat was en niet voor 7 uur n.m. zou vertrekken. Dat betekende twee en half uur wachten in de buurt van de vlieghaven.

Broeder Knorr, die enige broeders in Houston wilde ontmoeten, belde de groepsdienaar op, en kort daarna kwamen ongeveer vijftien broeders naar de vlieghaven en brachten daar de tijd met hem door. Er waren vele interessante dingen te bespreken, en totdat zij omstreeks 9.30 uur n.m. vertrokken, stelde hij hun gezelschap dan ook zeer zeker op prijs. Door het gepraat was de tijd omgevlogen. De Pan American Airways bleef de vlucht telkens 30 minuten uitstellen totdat het eindelijk middernacht was geworden. Een der motoren van de DC-4 liep niet goed en moest tweemaal uit elkaar worden genomen voor het defect werd gevonden. Omstreeks 12.15 uur v.m. werd de motor aangezet en toen klonk hij even goed als de andere drie. Alle passagiers waren aan boord en door een dichte mist rolden zij weg. Toen zij over de startbaan taxieden, konden zij alleen enkele lichten zien die de weg voor het vliegtuig afbakenden, maar binnen enkele minuten waren zij in de lucht, boven de wolken, en konden de sterren hemel gadeslaan. De president van het Genootschap, die moe en slaperig was, sliep de gehele weg tot de stad Mexico, waar hij ’s morgens om 4.30 uur aankwam. De Pan American Airways had de broeders die vroeger op de dag naar het vliegveld waren gekomen om Broeder Knorr af te halen bericht, dat het vliegtuig niet voor de morgen uit Houston zou vertrekken. Zij hadden het dus opgegeven en waren naar huis gegaan, met uitzondering van één broeder die later op de avond had geïnformeerd en te weten was gekomen dat het vliegtuig ’s morgens tussen 3.30 uur en 4.30 uur zou aankomen. Daarom wachtte hij tot Broeder Knorr kwam. Broeder Knorr was blij Broeder Téran, een Gileadiet en een geboren Mexicaan, te ontmoeten. De twee namen een taxi, naar het Bethelhuis, gingen zonder gehoord te worden of iemand te storen, naar binnen en sliepen een paar uur.

Zondag was een drukke dag, waarop tot Gileadieten en de Bethelfamilie werd gesproken. Er waren regelingen getroffen om de eenheden van de stad Mexico toe te spreken, twee eenheden om 7 uur n.m. en drie eenheden om 8 uur n.m. De eerste zaal was stampvol, er waren alleen nog staanplaatsen, en Broeder Pérez, de dienaar die de vergadering leidde, vertolkte wat Broeder Knorr de groep had te zeggen. Daarna werd hij met een auto snel van de ene zaal naar de andere gebracht en begon daar om 8 uur n.m. te spreken. Op de twee bijeenkomsten waren 550 personen aanwezig. Op deze twee vergaderingen werd bekendgemaakt dat het Genootschap, wegens het aantal verkondigers in de stad Mexico en de drie volle zalen die zij gebruikten, onmiddellijk regelingen zou treffen om de vijf eenheden in twaalf te splitsen, en in alle delen van de stad eenheden op te richten ten einde het voor de belangstellenden gemakkelijk te maken naar de vergaderingen te komen en om meer aandacht aan de velddienst te kunnen besteden. Deze regeling werd enthousiast aanvaard, want de broeders en zusters in Mexico zijn steeds op expansie bedacht.

Maandag was gewijd aan het bespreken van problemen met betrekking tot het bureauwerk en die welke zich gewoonlijk in het veld voordoen. Er zijn in het land Mexico negen zones. Het aantal zones zal worden vergroot zodat betere regelingen kunnen worden getroffen voor zonevergaderingen. Een zonedienaar in Mexico moet lichamelijk sterk en rijp in de waarheid zijn. Het reizen van groep tot groep in sommige afgelegen plaatsen gaat gepaard met veel lopen, reizen te paard, slapen in de open lucht, het verduren van allerlei moeilijkheden, het er nooit zeker van zijn goed drinkwater te krijgen, het strijden tegen de dreiging van malaria en andere ziekten, enz. Maar de broeders en zusters in Mexico zijn, evenals de apostel Paulus, gewillig alle dingen ter wille van Christus te verdragen. Vele kleine groepen geïsoleerde verkondigers hebben de dienst van de zonedienaar nodig, en er werden regelingen getroffen met hen in aanraking te komen en hen geregeld te bezoeken. Broeder Knorr had Mexico drie en half jaar geleden ook bezocht en in dat jaar hadden zij een gemiddelde van 3094 verkondigers. Dat aantal hebben zij thans bijna verdubbeld met een gemiddelde in 1949 van 5547, en zij bereikten gedurende het jaar een hoogtepunt van 6733. Het aantal groepen is gestegen van 223 tot 306. Al deze expansie heeft de broeders en zusters verheugd gemaakt over des Heren zegen op hun werk. Er zijn meer dan 200 pioniers die hun volle tijd aan de dienst wijden, waarvan er velen in geïsoleerde gebieden werken.

De tegenstand die het werk ondervindt, komt hoofdzakelijk van de Katholieke Kerk. Het is jarenlang in Mexico hun tactiek geweest de mensen onwetend te houden, terwijl Jehova’s getuigen thans sinds enige jaren de analfabeten helpen te leren lezen en schrijven. De regering van Mexico heeft krachtige pogingen in het werk gesteld om de mensen bij het onderricht dat zij krijgen, te helpen. Dit heeft in de ogen der Katholieken natuurlijk geen genade gevonden. Zij hebben hun grote bevolking over de gehele wereld in hun macht kunnen houden, door de mensen onwetend te houden, maar hun staat een dag van afrekening te wachten. Hoewel de Kerk uit de regering is geworpen en in staatsaangelegenheden weinig te zeggen heeft, oefent zij toch grote invloed uit op de mensen die in Katholieke gezinnen zijn geboren en niets anders dan het Katholieke stelsel kennen. De Kerk zou haar verloren macht in Mexico graag willen herwinnen, maar de tegenwoordige generatie kan zich het kwaad dat zij de natie heeft aangedaan, duidelijk herinneren. In het oog vallend zijn de overblijfselen van enkele van de kerkelijke instellingen die, wanneer zij mogen blijven waar ze zijn, de mensen altijd zullen herinneren aan de tirannie van de religieuze inquisitie die eens in Mexico heeft bestaan. Er was niets „heiligs” aan de jaren waarin de Katholieke Kerk het land regeerde. In een van de kloosters uit de zestiende eeuw, dat nog in een goede staat verkeert, vinden wij prachtige tuinen die onderaardse kerkers verbergen, waar religieuze gevangenen in het pikke donker aan ketenen werden vastgelegd. In hun duivelachtigheid bedachten de priesters een methode om gevangenen krankzinnig te maken door water op hun hoofd te druppelen. Nog steeds bewaard is de kalkput waarin de lichamen van de slachtoffers werden vernietigd. Plaatsen als deze spreken voor zich zelf wat betreft de „heilige jaren” van Katholieke heerschappij.

Het doet iemand goed te zien hoe thans Gods Woord in de huizen der mensen komt. En de Mexicanen zijn er verheugd over en maken het goede nieuws van redding bekend, waarbij zij ’God waarachtig laten zijn, hoewel ieder mens leugenachtig blijkt te zijn’. Maandag, de 19de, vertrok Broeder Knorr uit de stad Mexico om zijn werk op te nemen in Guatemala, na een zeer prettige tijd met de Mexicaanse broeders en zusters te hebben doorgebracht. In Guatemala bleef hij twee dagen en daarna zette hij zijn reis voort naar San Salvador, de route volgend die zijn secretaris had genomen.

EL SALVADOR

Toen Broeder Morgan de 12e december op de nieuwe, prachtige vlieghaven van San Salvador aankwam, zag hij een terrein en een stad in Midden-Amerika die geheel nieuw voor hem waren. Hij werd afgehaald door een groep broeders en zusters.

In geheel El Salvador zijn 207 verkondigers, maar niet meer dan 100 van hen wonen in de hoofdstad. Toch hadden de broeders en zusters op dinsdagavond, 13 december, een openbare vergadering belegd. Voor de bekendmaking van de waarheid is niets te goed, en daarom had het Bijkantoor het Teatro Nacional, het mooiste en bekendste theater in El Salvador, gehuurd. De vergadering was met strooi- en aanplakbiljetten wijd en zijd aangekondigd, en verscheidene honderden invitaties waren klaargemaakt en bezorgd. De gelegenheid was een beetje ongewoon omdat deze avond de vooravond was van de nationale viering van de eerste verjaardag van de revolutie. De regering had uitgebreide regelingen voor de viering getroffen en overal heerste een feeststemming. Orkesten, trommelkorpsen, soldaten, politie — allen waren klaar voor de grote dag die het einde kenmerkte van één jaar waarin El Salvador vrij was geweest van dictatuur. Hoe zou „Vrijheid voor de gevangenen” in zulk een stemming worden ontvangen? Wat zou de reactie zijn op een scherpe verklaring tegen de Katholieke onderdrukking? Zouden er op deze avond vele mensen naar zo’n vergadering komen?

Deze vragen werden spoedig beantwoord toen 803 personen naar het Nationale Theater kwamen. Zoiets geweldigs was Jehova’s getuigen in El Salvador nooit eerder overkomen. De lezing, die werd vertolkt, verliep goed. Halverwege de lezing werd opgemerkt dat enige politie-agenten van het land het gebouw waren binnengekomen, en één liep naar voren tot nabij het toneel. Zij deden echter geen poging de vergadering te storen en waren waarschijnlijk gekomen om te zien of de orde werd gehandhaafd. De stemming van het publiek was goed, allen luisterden aandachtig toen de religieus-politiek-commerciële verdrukking en gevangenschap werd gesteld tegenover de grote vrijheden die de nieuwe wereld de mensen zal brengen. Een spontaan applaus beantwoordde de verklaring in dit naar men veronderstelde streng Katholieke land, dat mensen die de waarheid wensten te leren kennen, zich niet op de priesters moesten verlaten, want zij zouden hun nooit de waarheid van de Bijbel leren. De vergadering was een geweldig succes, en er werd geschat dat er behalve de broeders en zusters ten minste 600 andere bezoekers aanwezig waren.

Er waren regelingen getroffen dat de dienaar van het Bijkantoor en Broeder Morgan de volgende morgen met een „stationwagon” naar Santa Ana zouden reizen, dat ongeveer 72 km van de hoofdstad verwijderd ligt. Hier zijn nog een zendingshuis en een groep van Jehova’s getuigen gevestigd, en er werd een vergadering belegd voor woensdagavond. Alle passagiers op twee na waren ingestapt en het scheen dat wij een plezierige reis zouden hebben met onze Spaans-sprekende chauffeur. Maar, helaas, de blinkend nieuwe Chevrolet begon spoedig te hoesten en te sputteren en hield op te lopen. De chauffeur gaf zijn afkeer te kennen door in het Engels te mompelen: „Oef, geen benzine!” Hij scheen verstomd en paf te staan dat hem zoiets kon overkomen; maar de benzinemeter stond op „Leeg” toen hij bij het Bijkantoor kwam om twee van zijn passagiers te halen. En zo wachtten wij geduldig een half uur terwijl hij op zoek ging naar nog wat brandstof. Toen de benzine in de tank was gedaan, sloeg de motor niet aan. Daarom verleenden wij onze ontmoedigde chauffeur bijstand door hem te helpen de wagen te duwen. Hij bereikte Santa Ana.

Die middag werden enige uren besteed aan het verspreiden van uitnodigingen. Gedurende het werk zagen de verkondigers twee lijkstoeten op weg van de kerk naar de begrafenisplaats welke duidelijk de houding van de Katholieke Kerk tegenover de mensen hier laten zien. De eerste begrafenis van een arme man, zijn lichaam werd in een eenvoudige kist door familieleden gedragen. Zij die er achter volgden, droegen haveloze kleren en sommigen hadden geen schoenen aan. Het bood werkelijk een droevige aanblik. Maar de tweede begrafenis was van een rijke man. Goedgeklede slippendragers droegen een overdadig versierde kist. Zij werden gevolgd door twee priesters in wapperende klederen. Een lange rij zwartgeklede rouwklagers volgde, en vele auto’s en bloemen trokken de aandacht. Broeder Morgan vroeg aan een winkelier waarom de priesters ook niet bij de eerste lijkstoet vooropgingen. Het antwoord toonde waar de liefde van de geestelijkheid naar uitgaat, want de arme mensen hadden geen geld genoeg om de priesters voor het leiden van hun begrafenis te betalen. Hoe prachtig dat God de armen liefheeft en hun het water der waarheid voor niets geeft! Deze mensen hebben het Koninkrijk en de zegeningen er van zeker nodig om hen van hun armoede en gevangenschap te bevrijden.

Die avond kwam een enthousiaste groep van 136 personen samen op de binnenplaats van het zendingshuis in Santa Ana om een dienstlezing te horen en te luisteren naar een verslag over de schitterende expansie van het Koninkrijkswerk in vele landen van de wereld. Deze dierbare broeders en zusters in Santa Ana waren zeker niet alleen in het prijzen van hun God, want overal en in elke taal hield Jehova’s volk het Signaal omhoog. Drie volkomen blinde verkondigers, die op de eerste rij zaten, waren even geestdriftig als al hun broeders en zusters. Zij verkopen kranten en kennen ieder plekje van de stad, en minstens één onderhoudt een gezin. Zij behoren tot de beste verkondigers van de groep in Santa Ana. Zij hebben hun eigen gebied en bewerken het; zij bezoeken elke vergadering en geven betere antwoorden uit de Informateur en De Wachttoren dan de meeste broeders en zusters die deze publicaties voor zich zelf kunnen lezen; zij zijn ingeschreven op de Theocratische school en houden oefenlezingen, en goede ook. Wat een voorbeeld geven zij de Koninkrijksverkondigers overal die ogen hebben waarmee zij kunnen zien! Het was een genoegen hen te ontmoeten en hun vreugde voor de Here te zien en voor het voorrecht dat zij hebben, de ogen van hen die verblind zijn door religieuze overleveringen, te helpen openen.

Een paar dagen nadat Broeder Morgan uit El Salvador was vertrokken, kwam Broeder Knorr aan en bracht een prettige tijd door met vele getrouwe zendelingen. Er werden extra stoelen gehaald voor de vergadering in de Koninkrijkszaal, die in het zendingshuis is. Op de avondvergadering was de zaal stampvol met 128 personen; het was de grootste bijeenkomst die de broeders en zusters ooit in San Salvador hadden gehouden. Het bezoek van minder dan twee dagen was veel te kort om op alle kleinigheden in te gaan, maar de grote problemen werden behandeld. Er werden regelingen getroffen om op 1 februari een nieuw zendingshuis te openen in San Miguel. Vier zendelingen van Santa Ana zullen naar dit huis worden overgeplaatst. Er werden ook regelingen getroffen om groepen en geïsoleerde verkondigers meer keren per jaar te bezoeken; en er zullen pogingen worden gedaan om nieuwe gebieden voor het getuigenis te gaan ontginnen. Sedert het laatste bezoek van Broeder Knorr, drie en half jaar geleden toen er 22 verkondigers waren, is er een geweldige toename geweest. In 1949 was er een gemiddelde van 177 verkondigers, met een hoogtepunt van 207. Er zijn twaalf zendelingen in het land, en zij hopen dat voor 1950 voorbij is, er nog meer zullen kunnen komen om bij het expansieprogramma te helpen. Het was fijn antwoord te geven op de vele vragen der Gileadieten over het nieuwe Bethelhuis, de veranderingen op Gilead, en hun over de toenamen in andere landen te vertellen. Te vernemen hoe hun mede-leerlingen getrouw aan hun werk blijven, brengt altijd vreugde aan hen die hard werken om in de velddienst te blijven.

Zaterdagmorgen, 17 december, zei Broeder Morgan adios tot de broeders en zusters in San Salvador en hij ging aan boord van een DC-3, voor een vlucht van 55 minuten naar Tegucigalpa, Honduras.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen