Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w50 15/8 blz. 260-262
  • Van Nederlands West-Indië tot Bethel

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Van Nederlands West-Indië tot Bethel
  • De Wachttoren en Aankondiger van Jehova’s Koninkrijk 1950
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • SURINAME
  • PUERTO RICO
  • Een bezoek aan Midden-Amerika
    De Wachttoren en Aankondiger van Jehova’s Koninkrijk 1950
  • Van Nicaragua tot Panama
    De Wachttoren en Aankondiger van Jehova’s Koninkrijk 1950
  • Van Mexico naar El Salvador
    De Wachttoren en Aankondiger van Jehova’s Koninkrijk 1950
  • Het goede nieuws zonder ophouden bekendmaken (1942–1975)
    Jehovah’s Getuigen — Verkondigers van Gods koninkrijk
Meer weergeven
De Wachttoren en Aankondiger van Jehova’s Koninkrijk 1950
w50 15/8 blz. 260-262

Van Nederlands West-Indië tot Bethel

WOENSDAGMORGEN, 18 januari, vertrokken N.H. Knorr, president van het Watch Tower Bible & Tract Society, en zijn reisgezel, R.E. Morgan, uit Caracas, Venezuela, naar het eiland Aruba in Nederlands West-Indië. In ruim een uur vloog de DC-4 van de Koninklijke Nederlandse Luchtvaartmaatschappij boven het eiland, dat van de lucht uit in zijn geheel kon worden gezien, en het duurde niet lang of de immigratie- en douane-formaliteiten waren achter de rug en de bezoekers en de broeders en zusters die hen waren komen begroeten, reden per auto naar het zendingshuis in San Nicolas. Aruba is een interessant klein eiland, netjes, schoon, winderig en warm. Op dit eiland, dat een oppervlakte van 180 vierkante kilometer heeft, wonen vrij veel Nederlands- en Engels-sprekende mensen. Bijzonder belangwekkend was de kenmerkende groeiwijze van de divi-divi-boom, daar de bladerdos er van zich van de stam af horizontaal en geheel naar één richting uitstrekt. Dit is het gevolg van de voortdurende winden uit dezelfde richting. Er is geen natuurlijke watervoorziening op het eiland; al het zoete water wordt uit zeewater gedistilleerd. Het raffineren van olie is de grondslag van het economische leven en hetzelfde geldt ook voor het nabijgelegen Curaçao. Venezuela is een grote olieproducent en veel van het ’zwarte goud’ dat dit land oplevert, wordt per schip naar Nederlands West-Indië vervoerd en daar geraffineerd. Aruba en Curaçao hebben in werkelijkheid twee raffinaderijen die tot de grootste der wereld behoren.

Jehova’s getuigen zijn actief in Aruba en de groep van San Nicolas telt nu ongeveer vijftig verkondigers, terwijl er een jaar geleden vijftien waren. Twee afgestudeerde leerlingen van de Wachttoren Bijbelschool Gilead hebben dit gebied toegewezen gekregen en zij verrichten lofwaardig werk. Het gebied is te groot voor twee personen. Op woensdagavond hielden Broeder Knorr en Morgan dienstlezingen voor zestig mensen, die in de zaal van de Suriname Club bijeenwaren, en op donderdagmiddag spraken zij de broeders en zusters in de plaatselijke groep weer toe in hun Koninkrijkszaal. De broeders en zusters hadden de lezing „Vrijheid voor de gevangenen” grotendeels aangekondigd door middel van aanplakbiljetten, bekendmakingen met behulp van een geluidswagen en strooibiljetten. Ook voor de openbare lezing was de Suriname Club gehuurd en Jehova’s getuigen behoefden alleen maar de portier en de electriciteitsrekening te betalen. Er werden extra stoelen gehuurd en het schonk voldoening te zien dat donderdagavond 332 mensen in de Suriname Club aanwezig waren; allen luisterden aandachtig en het gebouw was zo vol dat er, toen de spreker begon, nog „alleen maar staanplaatsen” waren. Het feit dat er buiten de club een Katholieke priester heen en weer wandelde, die door de open deur keek in een poging vast te stellen of er iemand van zijn parochianen bij aanwezig was, verminderde niet het enthousiasme van de toehoorders voor de boodschap die zij hoorden. Noch werden zij bevreesd toen deze priester sommigen van hen die de vergadering hadden bijgewoond, thuis bezocht, want sedert de lezing is gehouden, laten zich in de Koninkrijkszaal van Jehova’s getuigen vele nieuwe gezichten zien. De leden van de Suriname Club waren zo ingenomen met de openbare vergadering, dat zij nadien besloten elke betaling voor het gebruik van de zaal te weigeren. En zij willen gaarne dat Jehova’s getuigen daar nog meer lezingen houden. Ongetwijfeld werd aan het werk op dit eiland een nieuwe stoot voorwaarts gegeven en de twee reizigers waren blij een aandeel te hebben aan het expansieprogramma voor Aruba.

Vrijdagmiddag wensten de twee reizigers van New York, tezamen met de twee zendelingen die Aruba als gebied hebben toegewezen gekregen, de broeders en zusters vaarwel en vlogen naar het grotere eiland Curaçao, ten einde de vergadering bij te wonen die daar voor dat weekeinde was belegd. De hoofdstad Willemstad was in een feeststemming want de prins van Nederland was daar juist voor een bezoek aangekomen. Gebouwen en straten waren ’s avonds helder verlicht met gekleurde lichten; en de Nederlandse vlag was overal te zien naast een groot aantal oranje banieren ter ere van het Nederlandse Huis van Oranje. Op vele wijzen herinnerde Willemstad Broeder Knorr aan zijn bezoek aan Nederland. De stad ligt slechts ongeveer een meter boven zeeniveau en de trant waarin de gebouwen zijn opgetrokken, vertoont overeenkomst met die in het moederland. De Koningin-Emma brug, die over de St. Annabaai ligt, is een ongewone bijzonderheid van de stad. Deze tweebaans brug rust op veertien grote pontons en er kunnen zowel voertuigen als voetgangers overheen gaan. Aan de ene zijde van de brug bevindt zich een scharnierende verbinding en wanneer schepen de baai moeten binnenvaren, draait de gehele brug om deze scharnier op zij en komt evenwijdig aan de oever en vlak er bij te liggen. Terwijl de brug open is, worden de mensen met een pont kosteloos over het water gezet, maar voertuigen moeten wachten totdat de brug weer dicht is. Binnen een paar minuten wordt ze gemakkelijk gesloten en gaat het verkeer weder verder.

Niet ver van deze brug vindt men vele kleine vaartuigen aan de kade gemeerd, die tropische vruchten van Venezuela halen en die rechtstreeks van het schip aan de verbruiker verkopen. Een paar huizenblokken van deze plek vandaan ligt de markt van de stad. Een bezoeker moet zich wel vermaken wanneer hij ziet welk een eigenaardige gewoonte van roken vele inboorlingen hebben aangenomen. Hoewel zij op de gewone wijze ’opsteken’, wordt de aangestoken cigaret direct omgedraaid, zodat de gloeiende tabak zich binnenin de mond bevindt. De waarnemer ziet dus wel zoals gewoonlijk rookwolken te voorschijn komen, maar in het begin staat hij voor een raadsel, doordat hij het gedeelte van de cigaret dat uit de mond steekt, niet ziet gloeien. Waar rook is, moet echter ook vuur zijn en weldra ziet hij hoe de cigaret uit de mond van de roker wordt genomen ten einde het verwijderen van de as te vergemakkelijken. Daarna wordt het wonder duidelijk. De cigarettenfabrieken van Amerika hebben nog geen reclame gemaakt voor deze methode. Misschien kunnen ze onder het publiek de idee ingang doen vinden „vuureters” te worden in plaats van slechts schoorstenen.

De uit vijftig getuigen Jehova’s bestaande groep in Willemstad had naar dit eerste bezoek van de president van het Genootschap aan Curaçao uitgezien, en zij hadden, tezamen met de twee zendelingen die dit gebied hebben toegewezen gekregen, goede voorbereidingen getroffen. Op vrijdagavond waren er 93 mensen bijeengekomen om naar de lezingen te luisteren die door de twee broeders uit New York werden uitgesproken. Nadat een van hen had gesproken, werd er in het Papiamentoe een samenvatting van de lezing gegeven. Met het oog op het feit dat Broeder Knorr slechts één volle dag, zaterdag, in Curaçao zou zijn, was de openbare lezing voor die avond in het mooie gebouw van de openbare bibliotheek belegd. Dit is een beetje ongewoon gebouw doordat het, hoewel het geheel is afgesloten voor zover het de toegang van de straat af betreft, een grote binnenplaats in het midden heeft, speciaal bestemd voor vergaderingen en lezingen. Met de sterrenlucht als dak hoorden dus 234 mensen naar de toespraak van Broeder Knorr over de grote vrijheid die de nieuwe wereld weldra voor alle liefhebbers van gerechtigheid zal brengen. De mensen van Nederlands West-Indië luisteren vooral graag naar dit soort van lezingen, zoals ook te Aruba was gebleken, waar velen de lezing van een uur veel te kort hadden gevonden. Te Curaçao ging Broeder Knorr dus meer op bijzonderheden in en wijdde bijna anderhalf uur aan het onderwerp. Er werden vele uitdrukkingen van waardering gehoord.

Toen het Koninkrijkswerk in Nederlands West-Indië onder de loupe werd genomen, werd opgemerkt dat de belangstelling in de zes eilanden van deze groep steeds toeneemt. Aan de nieuwe Koninkrijksverkondigers moet beter aandacht worden besteed en zij moeten beter worden gediend dan van het bureau te Brooklyn uit kan geschieden. Broeder Knorr trof dus regelingen voor de oprichting van een nieuw Bijkantoor, dat op 1 maart 1950 met zijn dienst zou beginnen en bekend zou komen te staan als het Nederlands West-Indische Bijkantoor. Dit zal de broeders en zusters en groepen van Jehova’s getuigen in veel nauwer contact houden met het Genootschap en zij zullen er veel beter door worden geholpen hun bediening in het veld te verrichten. Broeder Thomas R. Yeatts, een Gileadiet die sedert het midden van 1946 in dat gebied zijn dienst verricht, werd tot Bijkantoordienaar aangesteld.

Zondagochtend vroeg, 22 januari, nam Broeder Knorr afscheid van de broeders en zusters en vertrok per vliegtuig naar Paramaribo, Suriname (Nederlands Guyana). Broeder Morgan bleef in Curaçao achter om die ochtend voor de groep Willemstad een doopdienst te leiden en ’s avonds na de gewone Wachttoren-studie sprak hij de broeders en zusters nog eens toe. Zoals bij nagenoeg alle lezingen het geval was geweest die door de twee bezoekers in Curaçao waren gehouden, gaf een plaatselijke broeder in het belang van hen die het Engels niet volledig hadden begrepen, een korte samenvatting in het Papiamentoe dialect. De broeders en zusters in Curaçao zijn vol geestdrift over de vooruitzichten op expansie van het werk in Nederlands West-Indië en zij zijn er in het bijzonder in hun schik over dat zij nu een Bijkantoor bezitten dat hen kan dienen. Bovendien waren de zendelingen die in Aruba en in Curaçao dienen, verheugd toen zij vernamen dat zij na de vergadering van 1950 hulp zouden krijgen van afgestudeerde leerlingen van de 14de klasse van Gilead.

SURINAME

Ofschoon Broeder Knorr pas verleden jaar, tijdens zijn reis naar Zuid-Amerika, in Suriname was geweest, scheen het toch raadzaam dat hij thans een speciale reis van Curaçao naar Suriname maakte. Onder de broeders en zusters hadden zich enkele moeilijkheden voorgedaan en er waren enkele problemen gerezen tot het aanpakken waarvan zij zich niet in staat gevoelden. In het belang van het werk scheen het raadzaam de reis te maken. Broeder Knorr werd zondagmiddag door de broeders en zusters op het vliegveld afgehaald, ging met een auto de stad binnen en gebruikte de maaltijd met de Gileadieten in het zendingshuis. Die avond woonden allen de Wachttoren-studie bij waarop 86 aanwezig waren. Een half uur later begon de openbare lezing. Deze was belegd in de Koninkrijkszaal en alleen de bekende mensen van goede wil waren uitgenodigd. De lezing was niet in het openbaar aangekondigd. Er waren 112 aanwezigen en zij die de lezing bijwoonden, toonden veel belangstelling. Dit was het begin van een driedaagse vergadering.

Maandag en dinsdag sprak Broeder Knorr door middel van een tolk tot ongeveer 75 van de broeders en zusters. Er werd de raad gegeven de moeilijkheden die in het verleden waren gerezen, te vergeten, en zich ernstig aan het voornaamste werk van de prediking van het evangelie te zetten. Ook al kletsen de mensen in Suriname over Jehova’s getuigen en ook al zeggen zij enkele lelijke dingen over hen, de broeders en zusters dienen zich daardoor niet in verwarring te laten brengen. „Door het leven dat gij leidt en de boodschap die gij predikt, zult gij hen die waarheid en gerechtigheid zoeken, kunnen troosten” zei Broeder Knorr hun. Ook werd er de aandacht op gevestigd dat wij geen mens of organisatie volgen maar de beginselen die in Gods Woord zijn uiteengezet, en dit moeten wij doen, ongeacht wat andere mensen hebben gedaan of in de toekomst zullen doen. Ons werk bestaat en zal blijven bestaan in het ’prediken van het woord’. Maar terwijl wij ’het woord prediken’ moet ons leven en onze dagelijkse handelwijze een weerspiegeling zijn van het feit dat wij het Woord van God geloven en in overeenstemming er mede zullen leven, evenals Christus Jezus. Hij bewandelde in zijn dagelijkse leven de juiste weg en hij predikte ook de waarheid, waardoor hij bewees dat hij het waardig was de voornaamste van alle getuigen Jehova’s te zijn. De broeders en zusters werden zeer aangemoedigd om voorwaarts te gaan. Zij zien in dat het handhaven van iemands onkreukbaarheid noodzakelijk is, ongeacht wat andere mensen doen of zeggen.

Er was een nieuwe Bijkantoordienaar aangesteld, Broeder Simmonite van Canada. Wij geloven dat hij de Nederlandse taal zeer spoedig zal leren. Zelfs nadat hij daar slechts twee maanden was geweest, kon hij zijn toespraak reeds in de Nederlandse taal voorlezen en dit werd door alle broeders en zusters zeer gewaardeerd. De zendelingen die thans in Suriname zijn, werken goed met elkaar samen en zij doen alles wat zij kunnen om de groepsorganisatie te helpen en het expansiewerk voort te zetten. De drie dagen in Paramaribo waren zeer gezegende dagen, ook al was het het einde van het regenseizoen en vielen er de gehele dag met tussenpozen zulke hevige stortbuien dat er een stroom water over de gehele breedte van de weg vloeide. Het was een vreugde weer met de broeders en zusters samen te zijn. Zij zijn allen vastbesloten getrouw in het werk te volharden, en zij zenden al hun medewerkers in de gehele wereld hun groeten.

Op woensdag, 25 januari, moest er om 5.30 uur ’s morgens worden opgestaan, want het was een lange rit naar het buiten de stad gelegen vliegveld, waar Broeder Knorr aan boord van een vliegtuig van de Pan American Airways moest stappen om de vlucht huiswaarts te maken. Om 8.45 uur nam hij afscheid van de broeders en zusters en ging hij op weg naar Trinidad. Hoewel de reis in Trinidad slechts twintig minuten werd onderbroken, waren er te voren regelingen getroffen dat de Bijkantoordienaar de president op het vliegveld zou ontmoeten, ten einde enige moeilijkheden te bespreken in verband met het werk in Brits West-Indië. Het oponthoud van twintig minuten in Trinidad leek slechts een minuut. Maar het was fijn Broeder Newton weer te zien alvorens de vlucht naar Puerto Rico te vervolgen.

PUERTO RICO

Maandagavond 23 januari, om 10 uur, vertrok Broeder Morgan uit Curaçao met bestemming San Juan, Puerto Rico, en hij kwam daar midden in de nacht aan. Broeder R.V. Franz, de Bijkantoordienaar, en nog een Gileadiet waren hem komen afhalen, en tegen 3 uur ’s morgens begaven zij zich voor een paar uren ter ruste voordat zij begonnen met de afwerking van het drukke programma dat voor dinsdag was opgesteld. Daar Broeder Knorr pas woensdagmiddag uit Suriname in Puerto Rico zou aankomen, op een doorgaande vlucht van de Pan American Airways naar New York, had het Bijkantoor van Puerto Rico regelingen getroffen dat Broeder Morgan twee vergaderingen zou bedienen. Woensdagmorgen vergezelde een groep broeders en zusters Broeder Morgan naar de stad Caguas, waar pas een nieuw zendingshuis was opgericht. Onderweg reed het groepje door een prachtige landstreek. ’s Middags kwamen 64 broeders en zusters en mensen van goede wil bijeen om naar een toespraak in het Engels en in het Spaans te luisteren, en de twee als Koninkrijkszalen gebruikte kamers in het zendingshuis waren boordevol. Laat in de namiddag keerde het groepje naar San Juan terug, en die avond kwamen 190 mensen, met inbegrip van 23 Gileadieten, in een zaal bijeen die speciaal voor die gelegenheid was gehuurd. Allen waren er verrukt over iets te vernemen over de goede vorderingen die het Koninkrijkswerk in geheel Midden-Amerika en de andere bezochte plaatsen maakt. De broeders en zusters van Puerto Rico zijn echter ook zeer verheugd over hun eigen vorderingen en de duidelijke bewijzen dat de Heer hun pogingen zegent, want gedurende december 1949 had Puerto Rico voor de eerste maal meer dan 300 Koninkrijksverkondigers.

Woensdagmorgen werd er enige tijd besteed aan het beschouwen van aangelegenheden in verband met het Bijkantoor en het in ogenschouw nemen van het huis dat het Genootschap onlangs in San Juan heeft gekocht. Vroeg in de middag vergezelde een grote groep broeders en zusters Broeder Morgan naar het vliegveld, waar hij zich voor het laatste gedeelte van de lange reis bij Broeder Knorr zou voegen. Om 3 uur ’s middags kwam Broeder Knorr per vliegtuig uit Suriname aan, en ruim veertig broeders en zusters die naar het vliegveld waren gekomen, konden een uur met hem praten. Zeven en twintig van hen waren Gileadieten. Ook kon de Bijkantoordienaar Broeder Knorr raad vragen over bepaalde aangelegenheden in verband met het werk in Puerto Rico. Om 4 uur n.m. riepen de luidsprekers alle passagiers voor New York op, aan boord te gaan van het viermotorige vliegtuig, en Broeder Knorr en Morgan vertrokken toen voor hun laatste vlucht, van Puerto Rico naar New York. Aan de passagiers werd medegedeeld dat het in New York slecht weer was en dat de nieuwe Internationale luchthaven te Idlewild, het enige vliegveld was waar kon worden geland. Toen het vliegtuig echter ongeveer de helft had afgelegd van de non-stop-vlucht die acht uur zou duren, maakte de stewardess bekend dat er op het nationale vliegveld van Washington moest worden geland, daar thans het gehele gebied waarin New York lag, in de mist was gehuld. Om 12.10 uur v.m. landde het vliegtuig te Washington, en om 1.05 v.m. stapten alle passagiers in een speciale bus die hen naar de stad New York zou brengen. Donderdagmorgen om 9 uur haalden verscheidene broeders en zusters van Bethel in Brooklyn de vermoeide reizigers af aan het eindstation van de busdienst der luchtvaartmaatschappij, in het hartje van New York.

Wanneer men een terugblik werpt op de reis die door Broeder Morgan in acht weken en door Broeder Knorr in zes weken was gemaakt, blijkt het een nuttige reis te zijn geweest. Er was veel tot stand gebracht en er waren veel plannen beraamd voor expansie. In 1946 heeft de president van het Genootschap deze zelfde dertien landen bezocht, met uitzondering van Nederlands West-Indië, en destijds stonden er 3810 verkondigers in de velddienst. Drie jaar later zien wij elke maand gemiddeld 8219 de boodschap van het Koninkrijk prediken, dat wil zeggen, dat hun aantal met 115% is toegenomen. Aan de hand van berichten die uit deze plaatsen binnenkomen over het werk dat in de respectieve landen wordt gedaan, wordt aangenomen dat er in 1950 onder de dertien Bijkantoren veel meer dan 10.000 verkondigers zullen blijken te werken. Het werk gaat dus vooruit. De broeders en zusters blijven ’het woord prediken’ en Jehova’s naam wordt geëerd. In 1950 zullen in al deze landen nieuwe gebieden worden bewerkt, en, door de genade des Heren, zullen de plannen die voor de toekomst zijn gemaakt, betekenen, dat onmiddellijk na de vergadering van 1950 in New York, veel meer zendelingen deze gebieden zullen binnentrekken. Zolang Jehova God zijn geduld toont, opdat redding tot anderen kan komen, zullen wij, zijn dienaren op aarde, evenals hij geduldig zijn, en het goede nieuws in de gehele wereld tot een getuigenis verkondigen. Wij zijn dankbaar voor de barmhartigheid die ons is betoond en voor de gelegenheid het ’woord te prediken’.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen