Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g98 8/1 blz. 5-9
  • Waardoor ontstaat informatiestress?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Waardoor ontstaat informatiestress?
  • Ontwaakt! 1998
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • De invloed van computercriminaliteit
  • De noodzaak welingelicht te zijn
  • Is meer beter?
  • Wat te zeggen van gegevensoverdracht?
  • Hebt u wel eens van technofobie gehoord?
  • Gaat de produktiviteit er werkelijk op vooruit?
  • Een overmaat aan informatie
    Ontwaakt! 1998
  • Een door computers beheerste wereld — science fiction of werkelijkheid?
    Ontwaakt! 1979
  • Hoe u tegen het informatietijdperk opgewassen kunt zijn
    Ontwaakt! 1998
  • Heeft Jantje nu echt een computer nodig?
    Ontwaakt! 1989
Meer weergeven
Ontwaakt! 1998
g98 8/1 blz. 5-9

Waardoor ontstaat informatiestress?

„INFORMATIESTRESS wordt teweeggebracht door de steeds wijder wordende kloof tussen wat wij begrijpen en wat wij denken te moeten begrijpen. Het is het zwarte gat tussen gegevens en kennis, dat ontstaat wanneer informatie ons niet zegt wat wij willen of moeten weten.” Dat schreef Richard S. Wurman in zijn boek Information Anxiety. „Lange tijd beseften mensen niet hoeveel zij niet wisten — zij wisten niet wat zij niet wisten. Maar nu weten mensen wat zij niet weten, en dat veroorzaakt stress.” Als gevolg daarvan kunnen de meesten van ons het gevoel hebben dat wij meer moeten weten dan het geval is. Uit de stroom informatie die over ons komt, pakken wij kleine beetjes gegevens op. Maar vaak weten wij helemaal niet wat wij ermee moeten doen. Terzelfder tijd veronderstellen wij misschien dat ieder ander veel meer weet en begrijpt dan wij. Dan raken wij gestresst!

David Shenk redeneert dat een teveel aan informatie een vervuiler is geworden die „datasmog” teweegbrengt. Hij zegt verder: „Datasmog wordt hinderlijk, verdringt rustige momenten en staat hoognodige overdenking in de weg. . . . Wij worden er gestresst van.”

Het is waar dat te veel informatie of een te groot aanbod van materiaal spanningen teweeg kan brengen, maar dat geldt ook als wij over onvoldoende informatie beschikken of, erger nog, onjuiste informatie. Het is te vergelijken met zich eenzaam voelen in een kamer vol mensen. John Naisbitt verwoordt het in zijn boek Megatrends zo: „We verdrinken in informatie, maar we smachten naar kennis.”

De invloed van computercriminaliteit

Nog een reden tot stress is de toename van computercriminaliteit. Dr. Frederick B. Cohen brengt in zijn boek Protection and Security on the Information Superhighway zijn bezorgdheid onder woorden: „De FBI [de Federale Recherche] schat dat er elk jaar wel $5 miljard verlies geleden wordt door computercriminaliteit. En het ongelofelijke is dat het slechts het topje van de ijsberg is. Van onvolkomenheden in informatiesystemen is ook misbruik gemaakt om de overhand te krijgen bij onderhandelingen, reputaties te ruïneren, militaire conflicten te winnen en zelfs moorden te plegen.” Daarbij komt nog de steeds groter wordende bezorgdheid over het probleem dat kinderen toegang hebben tot computerpornografie — om nog maar niet te spreken van de inbreuk op de privacy.

Beginselloze computerverslaafden brengen opzettelijk virussen in computersystemen en richten zo een ravage aan. Misdadige hackers verschaffen zich illegaal toegang tot elektronische systemen en bemachtigen vertrouwelijke inlichtingen, stelen soms zelfs geld. Zulke activiteiten kunnen rampzalige gevolgen hebben voor duizenden gebruikers van personal computers. De computercriminaliteit vormt een bedreiging voor het bedrijfsleven en de overheid.

De noodzaak welingelicht te zijn

Natuurlijk moeten wij allemaal welingelicht zijn, maar het beschikken over enorme hoeveelheden informatie draagt niet noodzakelijkerwijs in de ware zin van het woord tot onze ontwikkeling bij, want veel van wat voor informatie doorgaat, bestaat uit niets anders dan naakte feiten of onverwerkte gegevens en heeft niets te maken met onze ervaring. Sommigen suggereren zelfs dat men in plaats van de term „informatie-explosie” beter „gegevensexplosie” of, cynischer nog, „non-informatie-explosie” als aanduiding voor dit verschijnsel zou kunnen gebruiken. Zo ziet de economisch analiste Hazel Henderson het: „Informatie op zich werkt niet verhelderend. Het lukt ons niet de onjuiste, bewust-onjuiste of propagandistische informatie te onderscheiden in deze door de media gedomineerde samenleving. De concentratie op louter informatie heeft geleid tot een overdosis van steeds-minder-betekenende miljarden brokjes gefragmenteerde onverwerkte gegevens, en niet tot het streven naar zinvolle nieuwe kennispatronen.”

Joseph J. Esposito, president van de Encyclopædia Britannica Publishing Group, maakt deze openhartige evaluatie: „De meeste informatie van het Informatietijdperk is eenvoudig verspild; het is niets dan kabaal. De term Informatie-explosie is terecht; de explosie blokkeert ons vermogen om echt veel van iets te horen. Kunnen wij het niet horen, dan kunnen wij het niet weten.” Orrin E. Klapp geeft als zijn analyse: „Ik ben bang dat niemand weet hoeveel van de aanvoer van publieke communicatie pseudo-informatie is, die voorgeeft iets te zeggen maar in feite niets zegt.”

U zult u ongetwijfeld herinneren dat het bij een groot deel van uw onderwijs op school ging om het leren van feiten zodat u kon slagen voor examens. Menigmaal stampte u vlak voor de examentijd feiten in uw hersenen. Herinnert u zich dat u bij geschiedenis lange rijen jaartallen domweg uit het hoofd leerde? Hoeveel van deze gebeurtenissen en jaartallen kunt u zich nu nog herinneren? Hebben die feiten u geleerd te redeneren en logische conclusies te trekken?

Is meer beter?

Indien de toewijding aan het verwerven van meer informatie niet zorgvuldig onder controle wordt gehouden, kan ze u veel kosten in termen van tijd, slaap, gezondheid en zelfs geld. Want hoewel meer informatie u wel meer keuzes biedt, kan de zoeker er gespannen door raken, omdat hij zich afvraagt of hij alle beschikbare informatie heeft gecheckt of aangeboord. Dr. Hugh MacKay geeft de volgende waarschuwing: „In feite is informatie niet de weg naar verlichting. Informatie op zich werpt geen licht op de zin van ons leven. Informatie heeft heel weinig te maken met het verwerven van wijsheid. Informatie kan zelfs, net als andere bezittingen, wijsheid duidelijk in de weg staan. Wij kunnen te veel weten, net zoals wij te veel kunnen bezitten.”

Vaak worden mensen niet alleen overbelast door de grote hoeveelheid informatie die thans beschikbaar is, maar ook door de frustratie te trachten informatie om te zetten in iets wat begrijpelijk, zinnig en werkelijk informatief is. Er is wel geopperd dat wij veel weg kunnen hebben van „iemand die dorst heeft en ertoe veroordeeld is met een vingerhoed uit een brandkraan te drinken. Louter het volume van de beschikbare informatie en de manier waarop die vaak gebracht wordt, maken veel ervan nutteloos voor ons.” Bepaald moet dus worden wat voldoende is, niet in termen van hoeveelheid maar in termen van kwaliteit en het nut van de informatie voor ons persoonlijk.

Wat te zeggen van gegevensoverdracht?

Nog een thans veel gehoorde uitdrukking is „gegevensoverdracht”. Daarmee wordt het elektronisch doorgeven van informatie bedoeld. Hoewel dit heel waardevol is, is het geen goede communicatie in de volste zin van het woord. Waarom niet? Omdat wij het beste reageren op mensen, niet op machines. Bij gegevensoverdracht wordt geen gelaatsuitdrukking gezien, is er geen oogcontact of lichaamstaal, die zo vaak bepalend zijn voor de conversatie en die gevoelens overbrengen. Bij gesprekken van aangezicht tot aangezicht voegen deze factoren iets aan de gebruikte woorden toe en verhelderen die vaak. Geen van deze waardevolle bijdragen tot begrip is beschikbaar bij elektronische overdracht, niet eens via de steeds aan populariteit winnende mobiele telefoon. Zelfs een gesprek van aangezicht tot aangezicht brengt soms niet exact over wat de spreker bedoelt. De hoorder kan woorden op zijn eigen manier opnemen en verwerken en er de verkeerde betekenis aan toekennen. Hoeveel groter is het gevaar dat dit gebeurt wanneer de spreker niet te zien is!

Het is een betreurenswaardig maar onontkoombaar feit dat de buitensporige hoeveelheid tijd die sommigen voor computerschermen en televisietoestellen doorbrengen, gezinsleden soms tot vreemden voor elkaar in hun eigen huis maakt.

Hebt u wel eens van technofobie gehoord?

„Technofobie” betekent niets anders dan „angst voor technologie”, met inbegrip van het gebruik van computers en soortgelijke elektronische apparatuur. Sommigen geloven dat dit een van de meest voorkomende angsten van het informatietijdperk is. In een artikel in The Canberra Times, gebaseerd op een Associated Press-​bericht, stond: „Japanse leidinggevenden bang voor computers”. Over de directeur van een grote Japanse firma werd gezegd: „[Hij] bezit macht en aanzien. Maar zet hem voor een computer en hij is één bonk zenuwen.” Volgens een onderzoek bij 880 Japanse ondernemingen kon slechts 20 procent van hun directeuren de computer gebruiken.

Technofobie wordt in de hand gewerkt door rampzalige storingen als het uitvallen van het telefoonnet in de stad New York in 1991, waardoor plaatselijke luchthavens verscheidene uren lamgelegd waren. En zullen wij ons nog eens het ongeval in de kerncentrale op Three Mile Island in de Verenigde Staten in 1979 te binnen roepen? Het kostte de operators van de centrale verscheidene slopende uren voordat zij de betekenis van de door de computer aangeleverde alarmsignalen doorhadden.

Dit zijn slechts enkele voorbeelden van de spectaculaire invloed die de technologie van het informatietijdperk op de mensheid heeft. In zijn boek stelt dr. Frederick B. Cohen de volgende tot nadenken stemmende vragen: „Bent u onlangs nog naar de bank geweest? Als de computers niet werkten, zou u er dan geld kunnen halen? Hoe gaat het bij de supermarkt? Zou u daar bij de kassa kunnen afrekenen zonder hun gecomputeriseerde kasregister?”

Misschien herkent u uzelf in een of meer van deze denkbare situaties:

• Op uw nieuwe videorecorder (VCR) schijnen te veel toetsen te zitten wanneer u een programma wilt selecteren dat u graag zou opnemen. Óf u roept schaapachtig uw negenjarige neefje om de VCR voor u in te stellen, óf u besluit dat u het programma eigenlijk toch niet hoeft te zien.

• U hebt dringend geld nodig. U rijdt naar de dichtstbijzijnde geldautomaat maar herinnert u dan plotseling dat de laatste keer dat u er gebruik van maakte, u in de war raakte en de verkeerde toetsen indrukte.

• De telefoon gaat op kantoor. Het gesprek werd bij vergissing aan u doorgegeven. Het gesprek was voor uw baas één verdieping hoger. Er is een heel eenvoudige manier om het gesprek door te geven maar in uw onzekerheid besluit u in plaats daarvan de telefoniste het gesprek te laten doorgeven.

• Het dashboard in uw pasgekochte auto ziet er uit alsof het in de cockpit van een modern straalvliegtuig thuishoort. Plotseling knippert er een rood lampje en u raakt gespannen omdat u niet weet wat dat betekent. Dan moet u een gedetailleerd instructieboek raadplegen.

Dit zijn slechts enkele voorbeelden van technofobie. Wij kunnen er zeker van zijn dat de technologie geavanceerder apparatuur zal blijven ontwikkelen, die door mensen van vorige generaties ongetwijfeld als „een wonder” betiteld zou zijn. Elk nieuwe gemoderniseerde produkt dat op de markt komt, vergt grotere know-how wil het doeltreffend gebruikt worden. Handleidingen, door de experts in hun jargon geschreven,a worden op zich al angstaanjagend wanneer ervan is uitgegaan dat de gebruiker het vocabulaire begrijpt en een bepaalde kennis en zekere vaardigheden bezit.

De informatietheoreticus Paul Kaufman vat de situatie als volgt samen: „Onze samenleving heeft een beeld van informatie dat, hoewel aanlokkelijk, uiteindelijk contraproduktief is. . . . Eén reden daarvoor is dat de aandacht te veel is gericht op computers en hardware en te weinig op de mensen die informatie daadwerkelijk gebruiken om de wereld te kunnen begrijpen en nuttige dingen voor elkaar te doen. . . . Het probleem is niet dat wij computers zo hoog aanslaan maar dat wij mensen lager zijn gaan aanslaan.” Het heeft er inderdaad vaak veel van weg dat mensen zich zo in beslag laten nemen door de glorie van het produceren van verbijsterende nieuwe technologie, dat zij zich slechts afvragen wat het volgende zal zijn. Edward Mendelson zegt: „Technologische zieners onderscheiden nooit het verschil tussen het doenlijke en het wenselijke. Als er een machine gemaakt kan worden die een verbluffend gecompliceerde taak aankan, gaat de ziener ervan uit dat de taak de moeite van het verrichten waard is.”

Het is dit voorbijgaan aan het menselijke element in de technologie dat aanzienlijk tot de informatiestress heeft bijgedragen.

Gaat de produktiviteit er werkelijk op vooruit?

De columnist Paul Attewell, die in The Australian schrijft, vertelt over zijn onderzoek naar de hoeveelheid tijd en geld die de afgelopen jaren door computers is bespaard. Hier volgen enkele van zijn zinnige opmerkingen: „Ondanks jarenlange investering in computersystemen ontworpen om administratieve taken te verrichten en kosten te bestrijden, merken veel universiteiten en hogescholen dat hun administratief personeel blijft toenemen. . . . Enkele decennia lang hebben computerfabrikanten beweerd dat de technologie die zij verkochten een grote doorbraak in de produktiviteit teweeg zou brengen, zodat een gegeven hoeveelheid administratief werk door veel minder werknemers gedaan zou kunnen worden tegen veel lagere kosten. In plaats daarvan heeft de informatietechnologie, zoals wij ons gaan realiseren, tot een verschuiving van inspanningen geleid: er worden veel nieuwe dingen gedaan door een personeelsbezetting van dezelfde of grotere sterkte in plaats van het oude werk dat door minder werknemers werd gedaan. Vaak wordt er helemaal geen geld bespaard. Eén voorbeeld van deze verschuiving is dat mensen de technologie gebruiken om het aanzien van documenten te verfraaien in plaats van de papierwinkel gewoon sneller af te handelen.”

Het lijkt er nu op dat de, voor christenen potentieel gevaarlijke, elektronische snelweg zal blijven. Maar hoe kunnen wij informatiestress vermijden — op zijn minst enigermate? Wij doen enkele praktische suggesties in het volgende korte artikel.

[Voetnoten]

a Voorbeelden van computerjargon: inloggen, wat „met systeem verbinden” betekent; back-up: reservekopie; cursor: positie-aanwijzer; scroll bar: schuifbalk.

[Kader op blz. 6]

De informatie-afvalberg

„De maatschappij wordt, zoals wij allemaal uit ervaring weten, onverbiddelijk grover. Wij zijn getuige van het nieuwe bewind van waardeloze tv-programma’s, radiouitzendingen die haat kweken, choquerende programmamakers, aansprakelijkheidsprocessen, publiciteitsstunts en buitensporig felle en sarcastische retoriek. Films worden seksueel steeds onverbloemder en steeds gewelddadiger. De reclame is luidruchtiger, indringender en vaak op het randje van het onsmakelijke . . . Vloeken neemt toe en normaal fatsoen neemt af. . . . Wat anderen onze ’crisis in de gezinswaarden’ hebben genoemd, heeft meer te maken met de informatierevolutie dan met Hollywoods gebrek aan respect voor de traditionele gezinsregeling.” — Data Smog — Surviving the Information Glut, door David Shenk.

[Kader op blz. 7]

Wijsheid — Op de ouderwetse manier

„Mijn zoon, indien gij mijn woorden aanneemt en míjn geboden als een schat bij u weglegt, om met uw oor aandacht te schenken aan wijsheid, opdat gij uw hart neigt tot onderscheidingsvermogen; indien gij bovendien om het verstand zelf roept en om het onderscheidingsvermogen zelf uw stem verheft, indien gij ernaar blijft zoeken als naar zilver, en gij er als naar verborgen schatten naar blijft speuren, in dat geval zult gij de vrees voor Jehovah begrijpen, en de kennis van God zult gij vinden. Want Jehovah zelf geeft wijsheid; uit zijn mond zijn kennis en onderscheidingsvermogen afkomstig. Wanneer wijsheid haar intrede doet in uw hart en de kennis zelf aangenaam wordt voor uw zíel, zal het denkvermogen zelf de wacht over u houden, het onderscheidingsvermogen zelf zal u beveiligen.” — Spreuken 2:1-6, 10, 11.

[Illustratie op blz. 8, 9]

Iets aanvangen met het overmatige informatieaanbod is wel vergeleken met pogingen om met een vingerhoed uit een brandkraan te drinken

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen