Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g97 22/6 blz. 16-18
  • Juwelen van de rivieroever

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Juwelen van de rivieroever
  • Ontwaakt! 1997
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • De vlucht van de libel
  • Een kop vol ogen
  • Een verandering van levensstijl
  • Argument tegen evolutie
  • Vliegende draken van de lucht
    Ontwaakt! 1973
  • De vleugels van de libel
    Ontwaakt! 2010
  • Van onze lezers
    Ontwaakt! 1998
  • Fantastische insekten stellen vliegmachines in de schaduw
    Ontwaakt! 1992
Meer weergeven
Ontwaakt! 1997
g97 22/6 blz. 16-18

Juwelen van de rivieroever

Door Ontwaakt!-correspondent in Spanje

WANNEER ik langs een rivier of een plas wandel, kijk ik steevast of ik een van mijn favoriete juwelen zie, dat rood, blauw of groen kan zijn. Soms ontdek ik er een dat bewegingloos op een blad ligt, dan weer zie ik er een boven het water hangen of heen en weer schieten. Het juweel dat ik zoek is de libel — de opvallende „helikopter” van de insektenwereld.

Deze vliegende juwelen trokken vele jaren geleden voor het eerst mijn aandacht toen ik bij toeval een traag stromende beek in de bossen ontdekte. Daar flitsten verscheidene libellen het zonlicht in en uit — sommige fel metalliek blauw en andere glanzend groengeel. Een uur lang sloeg ik hun luchtdansen gade, die de open plek in het bos omtoverden in een miniatuurbalzaal. Sindsdien hebben ze me altijd geïntrigeerd.

Hoe meer ik over libellen te weten kwam, des te meer ging ik hun schoonheid en hun belang waarderen. Mijn eerste ontdekking was dat er glazenmakers en waterjuffers zijn. De glazenmakers zijn krachtige vliegers en zijn meestal groter, terwijl de waterjuffers — de naam zegt het al — tengerder zijn en veel ingetogener vliegen. Een voornaam verschil heeft te maken met de manier waarop ze hun vleugels houden. Een rustende glazenmaker houdt beide vleugelparen meestal horizontaal gespreid, terwijl een waterjuffer ze boven haar lichaam samenvouwt.a

Ik begon me af te vragen hoe libellen met zo’n ogenschijnlijk gemak muggen uit de lucht kunnen plukken. Persoonlijk lukt het me nauwelijks om een grote vlieg dood te meppen die prinsheerlijk op de keukenmuur zit. ’Wat’, zo vroeg ik me af, ’heeft een libel dat ik niet heb?’ Twee dingen: volmaakte beheersing van de vliegkunst en ogen die een nachtwaker groen van jaloezie zouden maken.

De vlucht van de libel

Een libel als helikopter betitelen — een gebruikelijke bijnaam in Spanje — is feitelijk een denigrerende vergelijking. Hun luchtacrobatiek is zo snel dat het soms onmogelijk is die met het oog te volgen. Met korte sprints kunnen sommige soorten een topsnelheid van zo’n 95 kilometer per uur bereiken. Ze kunnen ook in de lucht blijven hangen of van het ene ogenblik op het andere achterwaarts, voorwaarts of zijwaarts vliegen. Bovendien, zo hebben geleerden berekend, moet een libel wanneer ze een scherpe wending in de lucht maakt, een kracht van wel 2,5 G trotseren.

Libellen hebben twee paar flexibele, kantachtige vleugels. Hoewel deze vleugels teer lijken, kunnen ze wel veertigmaal per seconde op en neer bewegen en zullen ze, als ze klappen oplopen, slechts minimaal beschadigd raken. De bioloog Robin J. Wootton beschrijft ze als „meesterwerkjes van ingenieus ontwerp”.

„Hoe beter wij het functioneren van insektevleugels begrijpen,” vervolgt hij, „des te verfijnder en schitterender blijkt hun ontwerp te zijn. . . . Zo ze al technische parallellen hebben, zijn het er weinig.” Het behoeft ons niet te verbazen dat de vliegtechnieken van de libel momenteel bestudeerd worden door luchtvaarttechnici.

Een kop vol ogen

De vlucht van de libel mag dan bijzonder zijn, haar gezichtsvermogen doet daar niet voor onder. Twee enorme samengestelde ogen beslaan bijna de hele kop van de libel. Elk van deze ogen telt wel 30.000 hexagonale eenheden die net minuscule oogjes binnen een oog zijn, daar elk ervan een afzonderlijk beeld aan de hersenen doorgeeft. Dat wil echter niet zeggen dat een libel op een en hetzelfde moment duizenden verschillende beelden ziet. In plaats van een compleet beeld te zien, zoals wij, neemt ze bewegingen, patronen, contrasten en vormen waar.

Al die beelden moeten geanalyseerd worden. Tachtig procent van de hersenen van een libel wordt dan ook gebruikt voor het verwerken van visuele informatie. Weinig optische systemen zijn zo gevoelig — een libel kan een mug op een afstand van zo’n twintig meter ontwaren. Zelfs in het schemerdonker, wanneer het licht zo flauw is dat een menselijke waarnemer nauwelijks kleine vliegjes kan ontdekken, vangen tropische libellen ze met gemak.

De snelle, flitsende vlucht van een libel door de vegetatie aan een rivieroever vergt honderden uiterst snelle beslissingen. Ze kan deze formidabele taak aan omdat ze wel honderd verschillende beelden per seconde kan zien, ruim vijfmaal zoveel als wij. Een film, die 24 beelden per seconde projecteert, zou een libel dan ook een reeks stilstaande foto’s toeschijnen.

Een verandering van levensstijl

Wanneer het leven van een libel een aanvang neemt, wijst niets erop dat ze uiteindelijk zo’n aantrekkelijke hoogvlieger zal worden. Na het eitje verlaten te hebben, blijft de larve min of meer onbeweeglijk in een plas of een beek, klaar om elk voedsel dat binnen haar bereik komt te grijpen. Veel vervellingen later — verscheidene maanden of zelfs jaren in het geval van enkele soorten — klimt de larve op een rietstengel. Daar doet zich een buitengewone metamorfose voor.

De huid splijt langs het borststuk open, waarna er een volledig gevormde libel uit kruipt. Net als een vlinder moet de pas te voorschijn gekomen volwassen libel enkele uren wachten voordat haar vleugels stevig worden en er een nieuw leven begint. Binnen enkele dagen stelt haar instinctieve wijsheid haar in staat met succes op jacht te gaan en de fijne kneepjes van het vliegen meester te worden.

Al gauw wordt de jonge libel een expert in het vliegend vangen van vliegen en muggen. Met het dagelijks verslinden van haar eigen gewicht aan insekten is ze van onschatbaar nut. Om zich van een betrouwbare voedselaanvoer te verzekeren, bakenen veel mannelijke libellen een klein territorium af, waar ze angstvallig patrouilleren.

Sommige soorten libellen jagen op bladluizen of torren, andere vangen kikkertjes, en één tropische waterjuffer voedt zich zelfs met spinnen. Ze blijft rondhangen bij het web van een grote wielspin en grijpt de kleinere spinnetjes die het web aandoen om brokjes voedsel op te ruimen die de eigenares van het web laat liggen.

Argument tegen evolutie

Veel evolutionaire wetenschappers beschouwen libellen als de oudste vliegende insekten. Een in Frankrijk ontdekt fossiel bestaat uit de afdruk van vleugels van een libel die een vleugelwijdte had van 75 centimeter! Het is het grootste bekende insekt, ruim driemaal zo groot als enige levende libel.

’Hoe zou’, vroeg ik me af, ’een van de meest complexe vliegmechanismen die de mens kent, zo maar verschenen kunnen zijn, volkomen ontwikkeld?’ „Er zijn geen fossielen van insekten die overgangsvormen zijn tussen het vleugelloze en het gevleugelde stadium”, geeft het boek Alien Empire — An Exploration of the Lives of Insects toe. Het is duidelijk dat libellen het werk zijn van een intelligente Meesterontwerper.

Libellen hebben zich op bijna elk stukje van de aardbol een plaats weten te veroveren. Ze voelen zich thuis aan een bergmeer, in een equatoriaal moeras of zelfs bij een zwembad in een voorstad.

Ik heb zwermen libellen op een tropisch strand in Afrika gadegeslagen, maar ook eenzame keizerlibellen aanhoudend over hun favoriete Europese plas zien patrouilleren. En toen ik per kano door een begroeid ravijn op de Filippijnen trok, werd ik geëscorteerd door fonkelende waterjuffers; ze streken zelfs op mijn blote armen neer.

Libellen mogen dan tot de meest geavanceerde vliegmachines op aarde behoren, ik ben altijd meer onder de indruk geweest van hun sierlijkheid en schoonheid dan van hun vliegvermogen. Hun aanwezigheid verleent een bijzondere fonkeling aan onze plassen en rivieroevers. Het zijn de ideale juwelen — ze zijn er altijd, een lust voor het oog!

[Voetnoten]

a Af en toe buigen glazenmakers hun vleugels naar omlaag en richten dan hun lichaam opwaarts naar de zon. Dit is een houding die ze aannemen om af te koelen, daar zo het lichaamsoppervlak dat aan de zon blootgesteld is tot een minimum wordt beperkt.

[Illustraties op blz. 16, 17]

Glazenmakers, die hun vleugels horizontaal laten rusten, zijn meestal groter dan waterjuffers, die hun vleugels boven hun lichaam samenvouwen

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen