Waar kwamen zij vandaan?
„HOE noemden wij ons voordat Columbus kwam? . . . In elke afzonderlijke stam, ook nu nog, was er wanneer u het woord vertaalt dat wij voor onszelf hadden, zonder het van elkaar te weten, altijd iets wat in wezen op hetzelfde neerkwam. In onze taal [Narrangansett] is het Ninuog of het volk [in het Navaho Diné], de mensen. Zo noemden wij onszelf. Dus toen de [Europese] pelgrims hier kwamen, wisten wij wie wij waren, maar wij wisten niet wie zij waren. Dus noemden wij hen Awaunageesuck of de vreemdelingen, want zij waren het die vreemd waren, zij waren degenen die wij niet kenden, maar wij kenden elkaar. En wij waren de mensen.” — Tall Oak, van de Narragansett-stam.
Er zijn theorieën te over aangaande de herkomst van de Indianen.a Joseph Smith, de stichter van de Mormoonse Kerk, was, samen met de quaker William Penn, een van degenen die geloofden dat de Indianen Hebreeën waren, nakomelingen van de zogenoemde tien verloren stammen Israëls. De verklaring die thans door de meeste antropologen wordt aanvaard, is dat Aziatische stammen, hetzij via een landbrug of per boot, naar wat nu Alaska, Canada en de Verenigde Staten is, getrokken zijn. Zelfs DNA-tests schijnen die gedachte te bevestigen.
De Indianen — Hun herkomst en geloof
De Indiaanse redacteuren Tom Hill (Seneca) en Richard Hill sr. (Tuscarora) schrijven in hun boek Creation’s Journey — Native American Identity and Belief: „De meeste oorspronkelijke volken geloven van oudsher dat zij geschapen zijn uit de aarde zelf, uit de wateren of uit de sterren. Archeologen daarentegen hebben een theorie van een grote landbrug over de Beringstraat, waarover Aziaten naar de Amerika’s getrokken zijn; deze Aziaten, aldus de theorie, waren de voorouders van de oorspronkelijke volken van het westelijk halfrond.” Sommige Indianen staan sceptisch tegenover de Beringstraat-theorie van de blanke. Zij hechten liever geloof aan hun legenden en vertellingen. Zij bezien zich eerder als de oorspronkelijke bewoners dan als migranten uit Azië op ontdekkingsreis.
In zijn boek An Indian Winter legt Russell Freedman uit: „Volgens het geloof van de Mandan [een stam die bij de bovenloop van de rivier de Missouri woonde] was de Eerste Mens een machtige geest, een goddelijk wezen. Hij was in het verre verleden geschapen door de Heer van het Leven, de schepper van alle dingen, om als middelaar op te treden tussen gewone mensen en de talloze goden of geesten die het heelal bewoonden.” Het geloof van de Mandan bevatte zelfs een vloedlegende. „Ooit, toen de wereld geteisterd werd door een grote vloed, redde de Eerste Man de mensen door hun te leren een beschermende toren of ’ark’ te bouwen, die hoog boven de vloedwateren zou uitrijzen. Ter ere van hem had elk Mandan-dorp een miniatuurreplica van die mythische toren — een ongeveer anderhalve meter hoge paal van cederhout, omgeven door een omheining van planken.”
De Mandan hadden als godsdienstig symbool ook „een hoge paal bekleed met veren en bont en met erbovenop een afzichtelijk houten hoofd, zwart geschilderd”. Wie zou dat kunnen voorstellen? „Dit beeld stelde Ochkih-Haddä voor, een boze geest die grote invloed op mensen had maar niet zo machtig was als de Heer van het Leven of de Eerste Mens.” Voor de Prairie-Indianen „was het geloof in de geestenwereld een onbetwistbaar onderdeel van het dagelijks leven. . . . Geen belangrijke beslissing kon worden genomen, geen project ondernomen, zonder eerst de hulp en goedkeuring te zoeken van de heilige wezens die de menselijke aangelegenheden bestuurden.”
In zijn boek The Mythology of North America legt John Bierhorst uit: „Voordat er clans waren, zwierven de Osage naar verluidt van plaats naar plaats in een toestand die men ganítha (zonder wet of orde) noemt. Een traditionele zienswijze wilde dat in die vroege tijden bepaalde denkers die men Kleine Oude Mannen noemde . . . de theorie formuleerden dat een stille, scheppende kracht de hemel en de aarde vult en de sterren, de maan en de zon in volmaakte orde in beweging houdt. Zij noemden die Wakónda (mysterieuze kracht) of Eáwawonaka (veroorzaker van ons zijn).” Een soortgelijk denkbeeld wordt gedeeld door de Zuni, de Sioux, en de Lakota in het westen. Ook de Winnebago hebben een scheppingsmythe waarin de „Aardmaker” voorkomt. Het verslag luidt: „Hij wenste licht en het werd licht. . . . Toen dacht hij opnieuw en wenste de aarde, en deze aarde kwam tot bestaan.”
Voor de bijbelonderzoeker is het bijzonder interessant enkele parallellen te zien tussen het geloof van de Indianen en leerstellingen die in de bijbel staan, vooral met betrekking tot de Grote Geest, de „veroorzaker van ons zijn”, wat doet denken aan de betekenis van de goddelijke naam Jehovah, namelijk „Hij veroorzaakt te worden”. Andere parallellen zijn onder meer de Vloed en de boze geest die in de bijbel Satan wordt genoemd. — Genesis 1:1-5; 6:17; Openbaring 12:9.
Inzicht in de Indiaanse filosofieën
De Indiaanse schrijvers Tom Hill en Richard Hill verklaren vijf geschenken die de Indianen volgens hen van hun voorouders hebben ontvangen. „Het eerste geschenk . . . is onze innige gehechtheid aan het land.” En wie kan dat ontkennen, gezien hun geschiedenis voor en sinds de komst van de Europeaan? Hun land, vaak als heilig beschouwd door de Indianen, werd hun systematisch afgenomen, met geweld, door bedrog of door niet-nagekomen verdragen.
„Het tweede geschenk is de kracht en de geest die dieren met ons volk delen.” Het respect van de Indiaan voor dieren is op veel manieren getoond. Zij jaagden alleen voor voedsel, kleding en onderdak. Het zijn niet de oorspronkelijke volken geweest die de bizon praktisch hebben uitgeroeid, maar de blanke, met zijn bloeddorst en kortzichtige hebzucht.
„Als derde zijn er de geestenkrachten, die onze levende verwanten zijn en die contact met ons hebben via de beelden die wij van hen maken.” Dat is het thema dat wereldwijd zo veel godsdiensten gemeen hebben — het voortleven na de dood van een geest of ziel.b
„Het vierde is het besef wie wij zijn, dat tot uiting komt en in stand wordt gehouden door onze stamtradities.” Thans is dat zeker te bespeuren bij stamceremoniën, waar men bijeenkomt om stamaangelegenheden te bespreken, of op gezellige bijeenkomsten, waar de dansen en de muziek van de stam worden uitgevoerd. De Indiaanse kleding, het ritmisch slaan op de trommen, de dansen, de familie- en clanreünies — ze getuigen allemaal van stamtraditie.
„Het laatste geschenk is het creatieve vermogen — dat onze opvattingen tastbaar worden gemaakt door de verwerking van natuurlijke materialen tot voorwerpen van geloof en trots.” Of het nu gaat om mandenmaken, weven, het vormen en beschilderen van aardewerk, het vervaardigen van sieraden en decoraties of welke andere creatieve bezigheid ook, het houdt verband met hun eeuwenoude traditie en cultuur.
Er zijn zo veel stammen dat het heel wat boeken zou vergen om alle traditionele opvattingen en gebruiken te verklaren. Wat ons nu interesseert, is welke uitwerking de toevloed van miljoenen Europeanen, van wie er velen zogenaamd christen waren, op de Indianen heeft gehad.
[Voetnoten]
a De term „Indianen” omvat uiteraard ook de stammen die in Canada wonen. Velen geloven dat de vroege migranten uit Azië op hun weg naar het zuiden en een warmer klimaat via het noordwesten van Canada zijn getrokken.
b De bijbel bevat geen ondersteuning voor het geloof in een onsterfelijke ziel of geest die na de dood voortleeft. (Zie Genesis 2:7; Ezechiël 18:4, 20.) Zie voor uitvoeriger informatie over dit onderwerp het boek De mens op zoek naar God, blz. 52-57, 75 en 76 en de index onder „Onsterfelijke ziel, geloof in”. Dit boek is uitgegeven door de Watchtower Bible and Tract Society of New York, Inc.