Pogingen om de kinderen te redden
„Wij zijn op de Wereldtop voor Kinderen bijeengekomen om ons er gezamenlijk toe te verbinden en een dringend beroep op de hele wereld te doen, elk kind een betere toekomst te geven.” — Conferentie van de Verenigde Naties, 1990.
PRESIDENTEN en eerste ministers uit meer dan zeventig landen kwamen op 29 en 30 september 1990 in de stad New York bijeen om over het lot van de kinderen op de wereld te spreken.
Op de conferentie werd de internationale aandacht gevestigd op het betreurenswaardige lijden van kinderen, een mondiale tragedie die onder het tapijt is geveegd. Peter Teeley, de afgevaardigde van de Verenigde Naties, verzuchtte: „Zouden er dagelijks 40.000 gevlekte bosuilen sterven, dan zou de verontwaardiging algemeen zijn. Maar er sterven 40.000 kinderen en het wordt nauwelijks opgemerkt.”
De bijeengekomen regeringshoofden waren het er unaniem over eens dat er iets moest gebeuren — dringend. Zij ’verplichtten zich er plechtig toe hoge prioriteit te geven aan de rechten van kinderen, aan hun overleving en aan hun bescherming en ontwikkeling’. Welke concrete voorstellen deden zij?
Ruim 50 miljoen jonge levens op het spel
Het primaire doel was, de ruim 50 miljoen kinderen te redden die vermoedelijk in de jaren ’90 zouden sterven. Veel van deze jonge levens zouden te redden zijn wanneer de volgende gezondheidsmaatregelen werden getroffen.
• Indien alle moeders in ontwikkelingslanden ertoe overgehaald konden worden hun baby minstens vier tot zes maanden borstvoeding te geven, zouden er jaarlijks een miljoen kinderen worden gered.
• Wijdverbreide toepassing van de orale rehydratietherapie (ORT) zou het aantal sterfgevallen door diarree, waaraan jaarlijks vier miljoen kinderen overlijden, kunnen halveren.a
• Wijdverbreide vaccinatie en het gebruik van goedkope antibiotica zouden miljoenen andere sterfgevallen door ziekten als mazelen, tetanus en longontsteking kunnen voorkomen.
Is een dergelijk gezondheidsprogramma uitvoerbaar? De kosten zouden tegen het einde van dit decennium waarschijnlijk $2.500.000.000 per jaar belopen. Mondiaal gezien zou dat een uiterst gering bedrag zijn. Amerikaanse tabaksfabrikanten besteden dat bedrag jaarlijks alleen al aan reclame voor sigaretten. Elke dag verkwisten de naties van de wereld een zelfde bedrag aan militaire uitgaven. Zou dat geld niet beter besteed kunnen worden voor de gezondheid van in gevaar verkerende kinderen? In de VN-Verklaring van de Rechten van het Kind wordt duidelijk gesteld dat „de mensheid het kind het beste verschuldigd is dat ze te bieden heeft”.
Natuurlijk komt er bij ’elk kind een betere toekomst geven’ heel wat meer kijken dan hun een vroegtijdige dood besparen. Sandra Huffman, directrice van het Centrum ter Voorkoming van Ondervoeding bij Kinderen, legt in het blad Time uit dat „ORT geen diarree voorkomt, maar kinderen er slechts voor behoedt eraan te sterven. . . . Wat wij nu moeten doen,” vervolgt zij, „is ons concentreren op het voorkomen van de ziekte, niet alleen de dood.”
Om het leven van miljoenen kinderen niet alleen te redden maar ook te verbeteren, zijn er verscheidene ambitieuze programma’s op touw gezet. (Zie het kader op blz. 6.) Geen ervan zal gemakkelijk te volvoeren zijn.
Schoon water op loopafstand
Het kostte Felicia Onu dagelijks vijf uur om water voor haar gezin te halen. Het water dat zij naar huis droeg, was vaak besmet. (Zulk water brengt een jaarlijkse plaag van guineawormbesmetting teweeg en bevordert het uitbreken van diarree.) Maar in 1984 werd in haar dorp Ugwulangwu in het oosten van Nigeria een put geslagen en werd er een handpomp geïnstalleerd.
Nu hoeft zij nog maar een paar honderd meter te lopen om schoon water te halen. Haar kinderen zijn gezonder en haar leven is veel gemakkelijker geworden. Meer dan een miljard mensen zoals Felicia kregen in de jaren ’80 toegang tot schoon water. Maar miljoenen vrouwen en kinderen lopen nog elke dag vele uren emmers te torsen die minder water bevatten dan de hoeveelheid die nonchalant doorgespoeld wordt in een gemiddeld westers toilet.
Wel en wee in het onderwijs
Maximino is een intelligente elfjarige jongen die in een afgelegen streek van Colombia woont. Hoewel hij zijn vader verscheidene uren per dag moet helpen bij de zorg voor hun gewassen, doet hij het goed op school. Hij gaat naar een Escuela Nueva of Nieuwe School, die een flexibel programma heeft, bedoeld om kinderen te helpen het gemiste in te halen als zij enkele schooldagen afwezig zijn geweest — iets wat nogal eens voorkomt, vooral in de oogsttijd. Onderwijzers zijn een luxe op Maximino’s school. Leerboeken zijn schaars. De kinderen worden aangemoedigd elkaar te helpen bij wat zij niet begrijpen en zij doen zelf het meeste werk dat bij het runnen van de school komt kijken. Dit innovatieve systeem — speciaal afgestemd op de behoeften van arme plattelandsgemeenschappen — wordt ook in talrijke andere landen geprobeerd.
Duizenden kilometers van Colombia, in een grote Aziatische stad, woont nog een intelligente elfjarige, Melinda geheten. Zij is kort geleden van school gegaan om twaalf uur per dag te kunnen besteden aan het voor hergebruik verzamelen van stukjes metaal en plastic op een van de reusachtige vuilstortplaatsen van de stad. „Ik wil mijn vader helpen zodat wij elke dag iets te eten hebben”, zegt Melinda. „Als ik hem niet hielp, zouden wij misschien helemaal geen geld voor eten hebben.” Zelfs op een gunstige dag komt zij maar met een cent of 60 thuis.
Jeugdige gezondheidswerkers
Aan de rand van de Indiase stad Bombay ligt een sloppenwijk, Malvani geheten, waar lang veel ziekte heeft geheerst. Eindelijk komt daar verbetering in, dank zij energieke gezondheidswerkers als Neetu en Aziz. Zij bezoeken gezinnen om na te gaan of de kleine kinderen ingeënt zijn en of zij last hebben van diarree, schurft of bloedarmoede. Neetu en Aziz zijn nog maar elf jaar. Zij hebben zich opgegeven om mee te werken aan een programma waarbij oudere kinderen worden aangesteld om toezicht te houden op de gezondheid van kinderen onder de vijf. Dank zij de inspanningen van Neetu en Aziz — en de inspanningen van tientallen andere kinderen zoals zij — zijn bijna alle kinderen van Malvani ingeënt, weten de meeste ouders hoe orale rehydratietherapie toe te passen en is de algehele hygiëne verbeterd.
Overal ter wereld wordt reusachtige vooruitgang geboekt met het vaccineren van kleine kinderen tegen de meest voorkomende ziekten. (Zie de staafgrafiek op blz. 8.) Bangladesh heeft nu meer dan 70 procent van zijn zuigelingenpopulatie gevaccineerd en China ruim 95 procent. Als elk ontwikkelingsland de 90 procent zou kunnen bereiken, zou volgens gezondheidsdeskundigen een collectieve immuniteit het resultaat zijn. Wanneer de grote meerderheid ingeënt is, is de ziekte veel moeilijker over te dragen.
Armoede, oorlog en aids
Niettemin wil de trieste realiteit dat terwijl er vorderingen worden gemaakt op het gebied van gezondheidszorg en onderwijs, de oplossing van andere problemen nog steeds even ver te zoeken is als voorheen. Drie van de hardnekkigste zijn armoede, oorlog en aids.
De laatste jaren zijn de armen van de wereld armer geworden. Het netto inkomen in verarmde gebieden van Afrika en Latijns-Amerika is het afgelopen decennium met tien procent of meer gedaald. Ouders kunnen het zich in deze landen — waar 75 procent van het gezinsinkomen aan voedsel wordt besteed — gewoon niet veroorloven hun kinderen evenwichtige voeding te geven.
’Geef de kinderen groenten en bananen’, werd Grace in de plaatselijke gezondheidskliniek verteld. Maar Grace, een moeder van tien kinderen die in Oost-Afrika woont, heeft geen geld voor voedsel, en er is niet voldoende water om zelf die gewassen op het 0,1 hectare grote lapje grond van het gezin te verbouwen. Zij hebben geen andere keus dan zich met maïs en bonen in leven te houden en soms honger te lijden. Als de huidige tendensen zich voortzetten, zullen de vooruitzichten voor het gezin van Grace of voor miljoenen andere gezinnen zoals het hare er vermoedelijk niet beter op worden.
De kinderen van Grace, hoe arm zij ook zijn, hebben het beter dan de achtjarige Kim Seng uit Zuidoost-Azië. Zijn vader kwam om in een burgeroorlog, een broedermoord in feite, en zijn moeder stierf daarna de hongerdood. Kim Seng, die ook bijna aan ondervoeding bezweek, kreeg uiteindelijk asiel in een vluchtelingenkamp. Veel van de vijf miljoen kinderen die overal ter wereld in vluchtelingenkampen wegkwijnen, hebben soortgelijke ontberingen meegemaakt.
Bij de eeuwwisseling waren slechts vijf procent van de oorlogsslachtoffers burgers. Nu is dat cijfer in snel tempo gestegen tot tachtig procent, en de meeste van deze oorlogsslachtoffers zijn vrouwen of kinderen. Degenen die lichamelijk letsel bespaard blijft, hebben desondanks emotioneel veel te verduren. „Ik kan niet vergeten hoe mijn moeder vermoord werd”, zegt een vluchtelingetje uit een land in het zuiden van Centraal-Afrika. „Ze grepen mijn moeder en deden erge dingen met haar. Daarna bonden ze haar vast en staken ze haar dood. . . . Soms droom ik ervan.”
Daar er in het ene land na het andere gewelddadige conflicten blijven uitbarsten, lijkt het onvermijdelijk dat steeds opnieuw onschuldige kinderen het slachtoffer van oorlogsgeweld zullen zijn. Bovendien zijn internationale spanningen ook nadelig voor kinderen die niet rechtstreeks met de conflicten te maken hebben. Legers verslinden geld dat besteed zou kunnen worden aan beter onderwijs, aan betere sanitaire voorzieningen en een betere gezondheidszorg. Wat de industriële landen van de wereld aan militaire doeleinden besteden, overschrijdt het gezamenlijke jaarinkomen van de armste helft van de mensheid. Zelfs de 46 armste landen van de wereld geven evenveel aan het militaire apparaat uit als aan gezondheidszorg en onderwijs samen.
Naast armoede en oorlog besluipt nog een moordenaar de kinderen van de wereld. Toen er in de jaren ’80 opmerkelijke vooruitgang werd geboekt in de strijd tegen mazelen, tetanus en diarree, verscheen er een nieuwe gezondheidsnachtmerrie op het toneel: aids. De Wereldgezondheidsorganisatie berekent dat tegen het jaar 2000 tien miljoen kinderen besmet zullen zijn. De meesten van hen zullen geen twee jaar oud worden en bijna niemand van hen zal langer dan vijf jaar leven. „Tenzij er spoedig iets wordt gedaan, dreigt aids alle vooruitgang teniet te doen die wij de afgelopen tien jaar op het gebied van de overlevingskansen voor kinderen hebben geboekt”, verzucht dr. Reginald Boulos, een Haïtiaans kinderarts.
Uit dit korte overzicht blijkt duidelijk dat ondanks enkele prijzenswaardige successen, het doel „elk kind een betere toekomst te geven” een gigantische opgave blijft. Bestaat er nog hoop dat de droom eens werkelijkheid zal worden?
[Voetnoot]
a ORT voorziet kinderen van het vocht, het zout en de glucose die nodig zijn om het dodelijke uitdrogende effect van diarree tegen te gaan. De Wereldgezondheidsorganisatie berichtte in 1990 dat er jaarlijks reeds meer dan een miljoen levens worden gered met deze techniek. Zie voor meer bijzonderheden de Ontwaakt! van 22 september 1985, blz. 23-25.
[Kader op blz. 6]
Doelstellingen voor de jaren ’90 — De uitdaging de kinderen te redden
De landen die de Wereldtop voor Kinderen bijwoonden, deden enkele concrete toezeggingen. Dit hopen zij tegen het jaar 2000 bereikt te hebben.
Vaccinatie. De huidige vaccinatieprogramma’s redden jaarlijks drie miljoen kinderen het leven. Maar er sterven er nog steeds twee miljoen. Door minimaal negentig procent van de kinderen van de wereld tegen de meest voorkomende ziekten in te enten, zouden de meeste van deze sterfgevallen voorkomen kunnen worden.
Onderwijs. In de jaren ’80 vertoonde het aantal kinderen dat naar school ging, in veel van de armste landen van de wereld zelfs een daling. Het doel is, een keer in die tendens te brengen en ervoor te zorgen dat tegen het eind van dit decennium elk kind de kans heeft naar school te gaan.
Ondervoeding. Autoriteiten van het Kinderfonds van de Verenigde Naties geloven dat „bij een juist beleid . . . de wereld nu in staat is alle kinderen van de wereld te voeden en de ergste vormen van ondervoeding te overwinnen”. Er werden voorstellen ingediend om het aantal ondervoede kinderen in de loop van dit decennium te halveren. Zo’n prestatie zou 100 miljoen kinderen verlossen van een knagende honger.
Schoon water en sanitair. In 1987 werd in het Brundtland-rapport verklaard: „In de ontwikkelingslanden geeft het aantal waterkranen in de buurt beter weer hoe het met de gezondheid van een gemeenschap gesteld is dan het aantal ziekenhuisbedden.” Op het moment beschikken ruim een miljard mensen niet over schoon water en moeten tweemaal zoveel het zonder riolering stellen. Het doel is, iedereen de beschikking over veilig drinkwater te verschaffen en sanitaire voorzieningen voor de afvoer van menselijke uitwerpselen te treffen.
Bescherming. Het afgelopen decennium hebben oorlogen meer dan vijf miljoen slachtoffers onder kinderen geëist. Vijf miljoen andere kinderen zijn dakloos geworden. Deze vluchtelingen hebben, evenals de miljoenen straatkinderen en verrichters van kinderarbeid, dringend bescherming nodig. Het Verdrag van de Rechten van het Kind — nu door meer dan honderd landen geratificeerd — streeft ernaar al deze kinderen te beschermen tegen geweld en uitbuiting.
[Tabel op blz. 7]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
VOORNAAMSTE OORZAKEN VAN KINDERSTERFTE
(Kinderen onder de vijf)
MILJOENEN STERFGEVALLEN PER JAAR (schattingen voor 1990):
0,51 MILJOEN Kinkhoest
0,79 MILJOEN Neonatale tetanus
1,0 MILJOEN Malaria
1,52 MILJOEN Mazelen
2,2 MILJOEN Andere infecties van de ademhalingswegen
4,0 MILJOEN Diarree
4,2 MILJOEN Andere oorzaken
Bron: WHO en UNICEF
[Tabel op blz. 8]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
VORDERINGEN MET DE VACCINATIE VAN KINDEREN IN DE ONTWIKKELINGSLANDEN 1980–1988
Percentage kinderen onder de 12 maanden die ingeënt zijn
JAREN
1980 1988
DKT3* 24% 66%
POLIO 20% 66%
TUBERCULOSE 29% 72%
MAZELEN 15% 59%
* DKT3: Gecombineerde vaccinatie tegen DIFTERIE, KINKHOEST en TETANUS.
BRON: WHO en UNICEF (bij cijfers over 1980 is China niet inbegrepen)
[Illustratieverantwoording op blz. 4]
Foto: Godo-Foto