’Zij bezitten een geweldige morele kracht’
NA zo’n veertig jaar vervolging in Tsjechoslowakije konden Jehovah’s Getuigen er kringvergaderingen houden. Over een van deze vergaderingen, die in mei 1990 in Ostrava werd gehouden, werd verslag uitgebracht door Jiří Muladi in de krant Nová Svoboda (Nieuwe vrijheid). Hij schreef onder andere:
„Over mensen die volslagen menselijk zijn”
„Gedurende drie dagen vóór het evenement kwamen er zo’n negentig mensen in de Tatranhal bijeen en maakten die beter schoon dan in veertig jaar gebeurd was. Trouwens, al loop ik nu op mijn verhaal vooruit, de zaal was na de twee dagen [van de vergadering] nog net zo schoon, zonder een enkel stukje papier of sigarettepeuken op de grond. Tussen twee haakjes, Jehovah’s Getuigen roken niet.
Op de eerste dag van de kringvergadering waren er 1600 aanwezigen. . . . Zij begonnen met een lied, dat door iedereen werd meegezongen. Veel componisten zouden verbaasd zijn, zo prachtig waren die liederen. . . . Alles gebeurt zonder ophef. Geen uitgebreide aankondigingen van hoge pieten. (Daardoor weet ik niet eens wie de hoogste in rang was en ik heb het idee dat het niemand ook kan schelen.) Geen gebuig en roepen van leuzen. Nederigheid, vriendelijkheid en hartelijkheid.”
Inlichtingen over de Getuigen
„Jehovah is Gods naam. In de Tsjechische bijbel is zijn naam vertaald met (of vervangen door) de naam Hospodin [Heer]. Jehovah’s Getuigen staan erop Gods oorspronkelijke naam te gebruiken en zijn vastbesloten door hun doen en laten te getuigen van zijn bestaan en zijn daden. . . .
Het geloof van Jehovah’s Getuigen verbiedt het gebruik van wapens tegen mensen, en degenen die militaire dienst weigerden en niet in de kolenmijnen gingen werken, gingen de gevangenis in, voor vier jaar zelfs.
Daaruit alleen al blijkt duidelijk dat zij een geweldige morele kracht bezitten. Wij zouden zulke onzelfzuchtige mensen zelfs op de hoogste politieke posten kunnen gebruiken — maar wij zullen hen daar nooit krijgen. Jehovah’s Getuigen houden vol dat de heerschappij van mensen slechts tot hun eigen nadeel is geweest. Natuurlijk erkennen zij de regerende autoriteiten, maar zij geloven dat alleen Gods koninkrijk bij machte is alle menselijke problemen op te lossen. Maar pas op — het zijn geen fanatici. Het zijn mensen die een en al menslievendheid zijn. En denkt u nu maar van hen wat u wilt.
P.S. Ik behoor niet tot de getuigen van Jehovah, ook al sympathiseer ik met veel van hun denkbeelden.”
[Illustratie op blz. 25]
Bijeenkomst in de Lucernahal in Praag, Tsjechoslowakije