De zienswijze van de bijbel
De dood van een kind — Waarom laat God het toe?
VOOR veel ouders die een kind in de dood verloren hebben, is het een opluchting te weten te komen dat God hun kind niet weggenomen heeft, zoals sommige religies leren.a De nuchtere waarheid blijft echter, dat terwijl God de macht heeft de dood te voorkomen, hij toch toelaat dat de dood blijft toeslaan.
Sommige ouders roepen daarom als hun kind sterft gekweld uit: „Waarom heeft God dit toegelaten?” De dood, of die nu veroorzaakt wordt door een ongeluk, door ziekte of door geweld, lijkt bijna altijd verschrikkelijk onrechtvaardig. En dat geldt nog sterker voor de dood van een kind. Op een begraafplaats staat als opschrift op de grafsteen van een kind dit wanhopige protest: „Zo klein, zo lief, zo gauw.”
De Schepper heeft met u te doen
Hoe kan God zulk leed toelaten? Als u onlangs een kind in de dood verloren hebt, zal geen enkele verklaring, hoe redelijk die ook is, de pijn van dat verlies gewoon wegnemen. In bijbelse tijden braken zelfs mannen met een groot geloof zich het hoofd over de onrechtvaardige tragedies in het leven en vroegen God waarom hij zulke dingen toeliet. (Vergelijk Habakuk 1:1-3.) Maar de bijbel bevat antwoorden die ons mettertijd kunnen troosten.
Bedenk allereerst dat het niet Gods wil was dat uw kind stierf. God schept zelfs geen behagen in de vernietiging van de goddelozen, laat staan in de dood van een kind. (Vergelijk 2 Petrus 3:9.) Hij is ongetwijfeld diepbedroefd als er een kind sterft. Wij ervaren de dood immers alleen als een tragedie doordat wij in staat zijn lief te hebben en met de slachtoffers te doen te hebben? En dat wij in staat zijn lief te hebben, komt alleen doordat wij naar Gods beeld zijn gemaakt. Wij weerspiegelen, zij het in het gunstigste geval slechts zwak, Gods volmaakte vermogen om lief te hebben (Genesis 1:26; 1 Johannes 4:8). De bijbel geeft ons de verzekering dat God de diepste gevoelens van ons hart leest, alle haren van ons hoofd heeft geteld en het zelfs weet als er een mus uit een boom valt. Hij wordt daarom „de Vader der tedere barmhartigheden” genoemd. — 2 Korinthiërs 1:3; Mattheüs 10:29-31.
Het is dus duidelijk dat God niet wil dat ook maar één van zijn met verstand begiftigde schepselen sterft. Hij is van plan de dood teniet te doen, hem voor eeuwig te verzwelgen (Jesaja 25:8). Maar als God er zo over denkt, waarom laat hij dan ondertussen de dood wel toe, in het bijzonder in het geval van kinderen?
Wanneer de dood begon
God laat om dezelfde reden toe dat kinderen sterven als waarom hij toelaat dat volwassenen sterven. Adam heeft voor de dood gekozen, niet God. Zelfs voordat Adam en Eva in Eden tegen hun Schepper in opstand kwamen, wisten zij allebei heel goed dat God op de zonde de doodstraf had gesteld. Als zij niet hadden verkozen deloyaal aan God te worden, hadden zij nu nog in leven kunnen zijn. Maar zij waren zo dwaas het kostbaarste erfgoed te vergooien dat zij aan hun nakomelingen hadden kunnen doorgeven — het recht op volmaakt, eeuwig leven op aarde. Toen zij eenmaal hadden gezondigd, waren zij niet volmaakt meer. Het enige wat zij aan hun nakomelingen konden doorgeven, was zonde en dood. — Genesis 3:1-7; Romeinen 5:12.
Maar u vraagt u misschien af: ’Waarom liet God toe dat Adam en Eva zondigden, gezien de hoogte van de prijs? Of waarom onderdrukte hij hun opstand niet voordat zij dood en ellende aan hun kinderen — en onze kinderen — konden doorgeven?’
Er is een universele strijdvraag bij betrokken
God liet toe dat onze eerste ouders ongehoorzaam werden omdat het nooit zijn bedoeling was een wereld van robots te scheppen, wezens die God alleen maar dienen omdat zij zo geprogrammeerd zijn. God wilde, net als alle ouders, dat zijn menselijke kinderen hem niet onder dwang zouden gehoorzamen, maar uit liefde en omdat zij vertrouwen in hem hadden. Hij gaf Adam en Eva ruim voldoende redenen om hem te vertrouwen en lief te hebben, maar toch werden zij ongehoorzaam en verwierpen zij zijn heerschappij. — Genesis 1:28, 29; 2:15-17.
Waarom bracht God de opstandelingen toen niet meteen ter dood? God had zijn voornemen dat de aarde eens volledig bewoond zou zijn met de nakomelingen van Adam en Eva reeds kenbaar gemaakt. Hij laat nooit na zijn voornemens te vervullen (Jesaja 55:10, 11). Maar belangrijker was het feit dat in Eden een cruciale vraag werd opgeworpen. Heeft God het recht om over de mens te regeren, en is Zijn manier van regeren de beste of kan de mens zichzelf beter besturen?
De enig juiste manier om deze vraag eens voor altijd te beantwoorden, was de mens toe te staan zichzelf te besturen. De geschiedenis heeft een keihard antwoord op die vraag opgeleverd. De droeve gevolgen van menselijke heerschappij zijn overal om ons heen — een wereld waarin de dood van onschuldige kinderen heel gewoon is, bijna verloren gaat in een zee van andere rampen. Zesduizend jaar menselijke heerschappij heeft in ieder geval dit bewezen: Het idee dat de mensheid zichzelf zonder God kan besturen, is erger dan een betreurenswaardige verkeerde voorstelling van zaken; het is een grove leugen. Zolang de mens zonder God regeert, zal de mensheid met smart leven en sterven.
Jehovah, de liefdevolle, rechtvaardige God, heeft voor een wijzere oplossing gekozen. Ongeveer zoals een ouder toe zal staan dat een dierbaar kind in het belang van zijn toekomstige geluk en gezondheid een pijnlijke operatie ondergaat, heeft God toegelaten dat de mens in het belang van zijn eeuwige toekomst de kwelling van zelfbestuur ondergaat. En zoals de pijn van een operatie niet altijd blijft, zo zal er spoedig een eind komen aan de heerschappij van mensen met al haar onrechtvaardigheden.
Als Gods koninkrijk zonder tegenstand over deze aarde regeert, zullen miljoenen kinderen een opstanding ontvangen en bij hun terugkeer uit de doden verwelkomd worden. Vele zullen dan, net als de ouders van wie de kinderen in de eerste eeuw G.T. door Jezus werden opgewekt, „buiten zichzelf van grote verrukking” zijn (Markus 5:42; Lukas 8:56; Johannes 5:28, 29). En wanneer de hele mensheid ten slotte tot de volmaaktheid is geraakt die Adam en Eva verloren, zal er nooit meer iemand sterven — ook geen kinderen meer! — Openbaring 21:3, 4.
[Voetnoot]
a Zie „De zienswijze van de bijbel — ’Waarom nam God mijn kind tot zich?’” in Ontwaakt! van 8 februari 1991.
[Inzet op blz. 27]
Miljoenen kinderen zullen een opstanding uit de doden ontvangen