Jonge mensen vragen . . .
Hoe kan ik de neiging tot vloeken onderdrukken?
„IN EEN heel frustrerende situatie”, zegt de bekende psychologe Joyce Brothers, „heeft het tartend eruit gooien van vuile taal iets heilzaams.”
Het huidige wijdverbreide gebruik van profane taal bewijst dat velen het met deze gedachte eens zijn. Toch is het gebruik van profane taal lang niet heilzaam, maar veeleer kwetsend, destructief en vernederend.a De bijbelschrijver Jakobus verklaarde: „Een bron doet toch niet uit dezelfde opening het zoete en het bittere opborrelen?” Wat inconsequent is het dan om ’Jehovah te zegenen, ja, de Vader, en met [dezelfde tong] nochtans mensen te vervloeken [of kwaad over hen af te smeken] die „naar Gods gelijkenis” tot bestaan zijn gekomen’. Jakobus concludeerde: „Het is niet juist, mijn broeders, dat deze dingen zo blijven geschieden.” — Jakobus 3:9-11.
Het probleem is dat het gebruik van vuile taal vaak een diepgewortelde gewoonte wordt. Een jongere, Ron genaamd, zei het zo: „Deze krachttermen raken zo verankerd in je geest [dat als je dwarsgezeten wordt] je geneigd bent er een te gebruiken.” Hoe kan iemand zijn taalgebruik dan onder controle krijgen, vooral als hij onder druk staat?
Je hart beveiligen
Begin met het aanpakken van vuile taal bij de wortel. Jezus Christus zei: „Uit de overvloed des harten spreekt de mond” (Matthéüs 12:34). Wat er uit je mond komt, is dus een weerspiegeling van dat waarmee je je geest en hart hebt gevoed.
Neemt bijvoorbeeld in de boeken en tijdschriften die je leest smerige taal een belangrijke plaats in? Dan is het noodzakelijk dat je wat veranderingen in je leesgewoonten aanbrengt (Filippenzen 4:8). Heb je posters, buttons of T-shirts met twijfelachtige of zelfs obscene leuzen erop? Zulke leuzen lijken misschien grappig, maar zou het lachen om dingen die God veroordeelt — om nog maar te zwijgen over het rondbazuinen ervan door leuzen op je kleding — je pogingen om in zijn ogen rein te blijven niet ondermijnen? De bijbel veroordeelt elke vorm van „ontuchtig gescherts” als „niet welvoeglijk” voor een christen. — Efeziërs 5:4.
De invloed van muziek
Naar wat voor muziek luister je? „Je kunt letterlijk alles te weten komen als je naar liedjes luistert”, was de openhartige opmerking van een jongere die Jim heet. Hiermee doelde hij op de vele populaire liedjes die schaamteloos immorele of obscene teksten hebben. De schrijver Tipper Gore zegt: ’Veel muziekidolen die bij de jongeren populair zijn, zingen nu over verkrachting, masturbatie, incest, geweld en geslachtsgemeenschap.’
Jongeren schijnen vaak zo op te gaan in de melodie en het ritme van een lied dat de tekst hun ontgaat. Maar heeft het je wel eens veel moeite gekost om een tekst die je slechts terloops had gehoord uit je hoofd kwijt te raken? Hoe diep kunnen die woorden dan wel in je geest gegrift raken als je ze steeds weer hoort! Als je voortdurend luistert naar muziek met obscene of profane teksten, kan je geest enkel met smerige gedachten gevuld worden — die gemakkelijk je spraak kunnen besmetten.
De les? Wees selectief in het luisteren naar muziek! „Toetst niet het oor zelf woorden, zoals het gehemelte voedsel proeft?”, vroeg Job in de bijbel (Job 12:11). Net zoals je tong een voorkeur voor bepaalde soorten voedsel ontwikkelt, kan je oor getraind worden om net zo kieskeurig te zijn wat de dingen betreft waar je naar luistert.
Een andere factor die meespeelt, is de soort films en tv-shows waar je naar kijkt. Die zijn steeds schaamtelozer geworden in het gebruik van obscene taal en het onverbloemd uitbeelden van immoreel gedrag. Videocassettes hebben smerige films binnen het bereik van jongeren gebracht. Volgens het tijdschrift Time „wandelen elke dag, overal in het land [de Verenigde Staten], kinderen onder de zeventien jaar de videotheken in hun buurt binnen en huren films die zij in een bioscoop niet zouden mogen zien”.
De oplossing is gelegen in selectief zijn. Dit kan betekenen dat je films en shows vermijdt die heel populair zijn bij je medeleerlingen. Jezus zei: „Indien nu uw rechteroog u doet struikelen, ruk het uit en werp het van u weg. Want het is nuttiger voor u dat gij een van uw ledematen verliest, dan dat uw gehele lichaam in [de vernietiging] wordt geworpen.” — Matthéüs 5:29.
Wat betekenen deze frappante woorden? Dat christenen zich bereidwillig van alles moeten ontdoen wat een geestelijk struikelblok voor hen zou kunnen zijn — zelfs van dingen die zo kostbaar zijn als een „rechteroog”. ’Het uitrukken’ van een beetje ontspanning om je spraak rein te houden, zou toch zeker slechts een kleine opoffering zijn?
Let op je omgang!
In zijn boek over profaniteit noemde de schrijver Burges Johnson profane taal „besmettelijk”. Hoe dicht zou je bij iemand willen komen die een gevaarlijke, zeer besmettelijke ziekte heeft? Maar hoe bevriend ben je met medescholieren die vaak obscene taal gebruiken?
Profane taal komt alarmerend veel voor onder jongeren (en volwassenen). Sommigen denken kennelijk dat zij door het gebruik ervan volwassener lijken. En in sommige streken houden jongeren zelfs wedstrijden in het opdissen van obsceniteiten. Aangemoedigd door een publiek van leeftijdgenoten proberen zij elkaar in een smerig spel de loef af te steken met beledigingen en scheldwoorden. Ouders, familieleden — zelfs God — worden door het slijk gehaald bij deze smerige-woordenstrijd.
Spreuken 13:20 zegt: „Wie zich met de verstandelozen inlaat, zal het slecht vergaan.” Met andere woorden, houd je je op met mensen die vuile taal spreken, wees dan niet verwonderd als er vuile taal uit jouw mond begint te komen! Monique, een van Jehovah’s Getuigen, heeft daarom uitdrukkelijk gezegd dat zij geen vuile taal wil horen. Zij gaat zelfs zo ver om ’Hou je mond!’ te zeggen als een medescholier iets aanstootgevends zegt. Het is niet gemakkelijk om zo’n standpunt in te nemen. Maar zoals een andere jongere, Steve genaamd, opmerkt: „Als je niets zegt, denken ze dat ze wel zulke taal in je buurt kunnen uitkramen.”
Maar als nu het taalgebruik van een medechristen achteruitgaat? Sommigen zouden uit angst om een vriend of vriendin te verliezen, geneigd kunnen zijn het gezegde als iets onbetekenends af te doen. Ware vrienden letten echter op elkaar, zelfs als dat zou betekenen dat door het zeggen van de waarheid de gevoelens van een vriend worden gekwetst (Spreuken 27:6). Een vriendelijke, vermanende opmerking — geen „preek” — kan al genoeg zijn om de zaak te corrigeren. Als een vriend of vriendin ernstige problemen heeft met zijn of haar taalgebruik, is het natuurlijk ongetwijfeld het beste hem of haar te helpen de hulp van een geestelijk bekwame volwassene in te roepen.b — Vergelijk Galaten 6:1.
Op je hoede blijven
De psalmist noemde nog een beginsel dat iemand kan helpen zijn spraak in bedwang te houden, toen hij de vraag stelde: „Hoe zal een jonge man zijn pad reinigen?” Het antwoord? „Door op zijn hoede te blijven overeenkomstig uw woord” (Psalm 119:9). Je kunt dit onder andere doen door er een gewoonte van te maken op geregelde basis goede, heilzame taal te gebruiken. Vermijd het om zelfs als er niemand is die je hoort je toevlucht te nemen tot profane taal. Je zult daar dan ook als je onder druk staat, minder snel toe geneigd zijn.
Op je hoede blijven betekent ook „langzaam om te spreken, langzaam met betrekking tot gramschap” zijn (Jakobus 1:19). Probeer voordat je emotioneel reageert en iets zegt waar je spijt van zult krijgen, je gevoelens onder controle te krijgen. (Vergelijk Genesis 4:7.) Denk na over wat je wilt zeggen. Zal er nog meer leed en pijn door berokkend worden? Zal het anderen een verkeerde indruk van je geven? Spreekt je liefde voor Jehovah en je bezorgdheid voor anderen eruit? (Matthéüs 22:37-39) Als de verleiding om lelijke woorden te uiten nog steeds sterk is, bid dan tot God om hulp, net zoals de psalmist dit deed: „Stel toch een wacht, o Jehovah, voor mijn mond; stel toch een post bij de deur van mijn lippen.” — Psalm 141:3.
Soms zul je je nog vergissen en iets verkeerds zeggen (Jakobus 3:2). Maar blijf je best doen om je tegen het gebruik van smerige taal te verzetten. Hierdoor zul je niet de populairste jongere van de school worden. Een zekere Kinney geeft toe: „Meestal loop ik alleen op school.” Maar zijn vastberadenheid om op te passen met wie hij omging, is een bescherming gebleken. Kinney constateerde bovendien: „Mensen respecteren je. Ze vinden het moedig.” Dat vindt Jehovah God ook (Spreuken 27:11). En hij zal aandacht schenken aan je krachtsinspanningen om de neiging tot vloeken te onderdrukken.
[Voetnoten]
b Zie het artikel „Moet ik mijn vriend verklikken?” in Ontwaakt! van 8 september 1988.
[Illustratie op blz. 21]
Vermijd omgang met mensen die vloeken