Jonge mensen vragen . . .
Wat is er verkeerd aan af en toe eens te vloeken?
„Vloeken. Iedereen doet het. . . . Het begint misschien geleidelijk, enkel een paar woorden die je van de ’stoere binken’ op school hebt opgevangen, maar het groeit al snel uit tot een complete taal, die steeds moeilijker beteugeld kan worden.” — Laura, 14 jaar.
VLOEKEN. Schelden. Profane taal. Jongeren staan er voortdurend aan bloot. U.S.News & World Report merkte op: „Zowel het oog als het oor worden via bumperstickers, buttons en T-shirts door profane taal belaagd.” Obscene woorden galmen ons ook via de radio in de oren en worden stelselmatig verwerkt in tijdschriftartikelen, tv-programma’s en films. Vloekwoorden worden onbeschaamd gebezigd door politici en beroemdheden — zelfs door sommige ouders, voogden of verzorgers.
De schrijver Alfred Lubrano zegt: „Vloeken is bij veel mensen deel gaan uitmaken van het normale taalgebruik op kantoor, in restaurants en bij balspelen.” Vloeken is in feite zo gewoon geworden dat sommigen vinden dat het zijn schokkende effect verloren heeft. U vraagt u daarom misschien af of het kwaad kan als iemand zich zo nu en dan eens enkele krachttermen laat ontvallen, vooral wanneer hij geconfronteerd wordt met een frustrerende situatie.
Waarom jongeren vloeken
De psycholoog Chaytor Mason beweert: „Profane taal hoort bij de mens. Net als krabben, verlicht het spanning.” En het is interessant dat toen journalisten van het tijdschrift Children’s Express een aantal jongeren de vraag stelden: „Waarom vloeken jongeren?”, zij antwoorden kregen als: „Ik vloek omdat ik boos ben.” „Ik doe het alleen als ik nijdig word.” „Ik voel me daarna beter, het lucht op.”
Omdat wij in een bijzonder gespannen tijd leven, kan die drang om spanningen af te reageren zich tamelijk vaak voordoen. Thomas Cottle, lector in de psychiatrie aan de Harvard University, ziet de huidige „normalisering” van profane taal inderdaad als een bewijs van „een zeer grote verandering in de Amerikaanse cultuur”. Cottle zegt: „Mensen vinden hun leven ’nep’, onbevredigend, en ze zijn boos. Wij zijn bang voor reële dingen en zijn boos over zeer, zeer reële dingen. Achter deze boosheid schuilt agressiviteit.”
De veranderingen waar de heer Cottle over spreekt, hebben in werkelijkheid echter over de hele wereld plaatsgevonden. De apostel Paulus voorzei dat de mensen in onze tijd „niet ontvankelijk [zouden zijn] voor enige overeenkomst, kwaadsprekers, zonder zelfbeheersing, heftig, zonder liefde voor het goede” (2 Timótheüs 3:1, 3). Het is dan ook geen wonder dat veel jongeren tengevolge van de toenemende druk agressieve taal gaan gebruiken. Zij hebben „hun tong . . . gescherpt net als een zwaard” en hebben „hun pijl, bittere taal, . . . aangelegd”. — Psalm 64:3.
Een doeltreffende uitlaatklep?
Doch hoe doeltreffend is het spuien van profane taal nu eigenlijk om spanning af te reageren? De taalgeleerde Reinhold Ahman zegt dat vloeken een hulp is om „lucht te geven aan boosheid”. Hij beweert zelfs dat mensen zonder de emotionele uitlaatklep van het vloeken „een maagzweer, hoofdpijn, darmbloedingen” kunnen oplopen. Zijn conclusie? „Een vloek per dag houdt de dokter uit huis.”
Toegegeven, een vloek eruit flappen op momenten dat je onder zware druk staat, is ogenschijnlijk misschien een hulp om ’wat stoom af te blazen’. Toch veroordeelt de bijbel het uitdrukkelijk. Efeziërs 4:29 zegt: „Laat geen verdorven woord uit uw mond voortkomen.” De herziene Voorhoeve-uitgave geeft dit vers zo weer: „Laat geen vuil woord uit uw mond komen, maar veeleer één dat goed is tot opbouwing waar dat nodig is.” Er zijn deugdelijke redenen voor deze vermaning.
Om te beginnen maakt boze taal, in plaats van ’goed te zijn tot opbouwing waar dat nodig is’, je in de regel alleen nog maar bozer. En zoals de spreukendichter het zegt: „Hij die haastig tot toorn is, zal dwaasheid begaan” (Spreuken 14:17; 15:18). Een slechte situatie verergert hierdoor alleen nog maar, aangezien mensen zelden gunstig reageren op boze, kwetsende woorden. Spreuken 15:1 zegt: „Een zacht antwoord keert woede af, maar een woord dat smart veroorzaakt, doet toorn opkomen.” En als iemand het tot een gewoonte heeft gemaakt zich om het minste of geringste obscene woorden te laten ontvallen, kunnen de schunnige woorden er op het verkeerde moment — of tegenover de verkeerde persoon, zoals een leraar of een ouder — uit glippen.
Dus in plaats van de spanning doeltreffend te verminderen, roept schunnige taal enkel zelf spanningen op. In plaats van je problemen op te lossen, weerhoudt ze je er eenvoudig van je problemen eerlijk onder de ogen te zien.
Kleurrijk of ontaardend?
Niet alle vloeken worden in woede geuit. Het boek Exploring Language legt uit: „Tieners gebruiken vaak vieze woorden als zij schuine verhalen vertellen . . . Terwijl hun lichaam groeit en verandert, zijn zowel jongens als meisjes verwonderd en ongerust. Om niet door deze angsten overweldigd te worden, maken zij er grapjes of schunnige opmerkingen over.” Sommige jongeren vinden zelfs dat profane taal hun spraak kleurrijker maakt of hen volwassener doet lijken.
Veelal is het echter zo dat zogenoemde vieze woorden normale lichaamsfuncties en seksuele activiteiten op een ontaardende, vernederende wijze beschrijven. Met betrekking tot sommige uitdrukkingen die algemeen gebruikt worden om geslachtsgemeenschap te beschrijven, zegt Barbara Lawrence, lector in de geesteswetenschappen, dat er „in deze woorden wat hun oorsprong en de beelden die ze oproepen betreft, ontegenzeglijk iets pijnlijks, zo niet sadistisch, opgesloten ligt”.
Wat een tegenstelling met de verheven, waardige wijze waarop de bijbel seksuele aangelegenheden bespreekt! (Spreuken 5:15-23) Obscene woorden brengen een verdorven, ontaarde kijk op seks en het huwelijk over. Smerige taal is voor de mond wat pornografie is voor het oog. Op een ontaarde wijze over seks spreken, kan net als pornografie onbetamelijke gedachten in het hart opwekken. Als het zaad van verkeerde begeerten eenmaal is gezaaid, hoeft zich alleen nog maar de gelegenheid voor te doen om deze begeerten te volvoeren. — Jakobus 1:14, 15.
Bovendien maakt profane taal de spraak eerder aanstootgevend en beledigend dan kleurrijk. Een 13-jarig meisje dat door Children’s Express geïnterviewd werd, zei: „Ik heb een afkeer van vuile taal ontwikkeld. . . . Er zijn dingen waar je niet aan gewend raakt.” De wijze man Salomo ’zocht verrukkelijke woorden te vinden’ om zijn gedachten tot uitdrukking te brengen (Prediker 12:10). Ook jij kunt duidelijk maken wat je bedoelt door eenvoudig gebruik te maken van een goede woordkeuze. Je hoeft niet je toevlucht te nemen tot aanstootgevende woorden.
Tot slot: sommige obscene uitdrukkingen werpen zelfs smaad op God zelf! Dit kan beslist alleen maar zijn misnoegen tot gevolg hebben (Exodus 20:7). Met het oog op dit alles geeft de bijbel de aansporing: „Laat hoererij en allerlei onreinheid of hebzucht onder u zelfs niet ter sprake komen, zoals het heiligen past; ook geen schandelijk gedrag noch dwaas gepraat noch ontuchtig gescherts, dingen die niet welvoeglijk zijn.” — Efeziërs 5:3, 4.
Druk van leeftijdgenoten
Nog een reden waarom sommige jongeren smerige taal gaan gebruiken, is de druk van leeftijdgenoten. Zoals een christelijke jongere het zei: „De meeste jonge mensen willen niet als een doetje of een slome bezien worden. Zij willen geen buitenbeentje zijn. Dus als er van je verwacht wordt dat je vloekt, doe je dat.”
De druk van leeftijdgenoten kan vooral sterk zijn bij sportactiviteiten. Dan wordt profane taal soms bewust door trainers gestimuleerd. Een jongere genaamd Kinney verklaart dan ook dat er in de kleedkamer vóór een basketballwedstrijd veel profane taal gebezigd wordt omdat „het iemand oppept, hem oplaadt voor de explosie”.
Maar wat is vaak het gevolg wanneer men emoties op deze manier tot het kookpunt laat oplopen? Dan is de sport niet langer een spel maar een oefening in vijandigheid en felle wedijver. Ruzies en verwondingen komen algemeen voor. En een jongere genaamd Tyrone geeft toe: „Als iedereen helemaal opgaat in de wedstrijd en iemand tegen wie een overtreding wordt begaan buiten zichzelf raakt van woede en zijn tegenspeler of de scheidsrechter uitvloekt, kun je dat gaan overnemen.”
Het is evenwel duidelijk dat het gebruik van profane taal een slechte gewoonte is om ’over te nemen’. De bijbel zegt: „Heel zijn geest laat een verstandeloze de vrije loop, maar wie wijs is, houdt die tot het laatst toe kalm” (Spreuken 29:11). Hoe kun je echter ’een muilband als wacht voor je mond leggen’ wanneer je de drang voelt om te vloeken? (Psalm 39:1) Dit zal in een volgend artikel besproken worden.
[Illustratie op blz. 23]
Iemand die de gewoonte heeft obscene taal te uiten, zal dit wellicht ook in het openbaar doen