De toekomst van de religie gezien haar verleden
Deel 17: Vanaf 1530 — Het protestantisme — Een hervorming?
„Een vernieuwing is geen hervorming.” — Edmund Burke, 18de-eeuws lid van het Britse parlement
PROTESTANTSE geschiedschrijvers zijn van mening dat de protestantse Reformatie of Hervorming het ware christendom heeft hersteld. Katholieke bijbelgeleerden daarentegen zeggen dat ze tot theologische dwaling heeft geleid. Wat onthult een terugblik in de kerkgeschiedenis echter? Was de protestantse Reformatie echt een hervorming, of was ze gewoon een vernieuwing, waarbij de ene foutieve vorm van aanbidding door de andere werd vervangen?
Gods Woord een speciale plaats toegekend
De protestantse hervormers beklemtoonden de belangrijkheid van de Schrift. Zij wezen overleveringen af, hoewel Martin Marty, hoofdredacteur van het tijdschrift The Christian Century, zegt dat gedurende de afgelopen eeuw „steeds meer protestanten bereid zijn geweest een verband te zien tussen bijbel en overlevering”. Dit was met hun „vaderen in het geloof” echter niet het geval. Voor hen „nam de bijbel een speciale plaats in, en overlevering of pauselijk gezag konden die nooit evenaren”.
Deze houding wakkerde de belangstelling voor het vertalen, verspreiden en bestuderen van de bijbel sterk aan. In het midden van de vijftiende eeuw — ruim een halve eeuw voordat de Reformatie op gang werd gebracht — gaf Luthers landgenoot Johannes Gutenberg het opkomende protestantisme een nuttig werktuig in handen. Nadat Gutenberg een methode had ontwikkeld om te drukken met losse letters, vervaardigde hij de eerste gedrukte bijbel. Luther zag grote mogelijkheden in deze uitvinding en noemde het drukken „Gods jongste en beste werk om de ware religie over de hele wereld te verbreiden”.
Meer mensen konden nu hun eigen bijbel bezitten, een ontwikkeling die de Katholieke Kerk niet zinde. In 1559 verordende paus Paulus IV dat er geen bijbel in de volkstaal gedrukt mocht worden zonder kerkelijke toestemming, en de kerk weigerde die te geven. Paus Pius IV beweerde in 1564 zelfs: „De ervaring heeft geleerd dat als het lezen van de bijbel in de volkstaal zonder onderscheid wordt toegestaan, er . . . meer kwaad dan goed uit voortkomt.”
De Reformatie bracht een nieuw soort „christendom” voort. Ze verving het gezag van het pausdom door de individuele vrije keuze. De katholieke mis werd vervangen door de protestantse liturgie, en ontzagwekkende katholieke kathedralen maakten plaats voor in de regel minder opzichtige protestantse kerken.
Onverwachte voordelen
De geschiedenis leert ons dat bewegingen die oorspronkelijk godsdienstig van aard zijn, vaak een sociale en politieke ondertoon krijgen. Dit bleek ook het geval te zijn met de protestantse Reformatie. Eugene F. Rice jr., hoogleraar in de geschiedenis aan de Columbia University, weidt hierover uit: „In de middeleeuwen was de westerse kerk een Europese aangelegenheid. Gedurende de eerste helft van de zestiende eeuw viel ze uiteen in een groot aantal landskerken . . . [waarin] wereldlijke heersers grote bevoegdheden hadden.” Hierdoor bereikte „de lange middeleeuwse strijd tussen wereldlijk en kerkelijk gezag een hoogtepunt. . . . De weegschaal van de macht sloeg onmiskenbaar en definitief van kerk naar staat en van priester naar leek door.”
Voor het individu betekende dit een grotere religieuze en burgerlijke vrijheid. In tegenstelling tot het katholicisme had het protestantisme geen centraal orgaan om toezicht te houden op de leer en de gebruiken, zodat een breed spectrum van religieuze meningen kon ontstaan. Dit werkte op zijn beurt geleidelijk een religieuze verdraagzaamheid en vrijzinnige houding in de hand die ten tijde van de Reformatie nog ondenkbaar was.
Door de grotere vrijheid kwamen voorheen niet benutte krachten vrij. Dat was volgens sommigen de prikkel die nodig was om de sociale, politieke en technologische ontwikkelingen op gang te brengen die verantwoordelijk zijn voor de samenleving zoals wij die nu kennen. De protestantse werkethiek „had haar weerslag op zowel de regering als het dagelijks leven”, schrijft de onlangs overleden auteur Theodore White. Hij definieert deze werkethiek als „het credo dat de mens rechtstreeks aan God verantwoording verschuldigd is voor zijn geweten en zijn daden, zonder tussenkomst of voorspraak van priesters. . . . Als een man hard werkte, diep ploegde, laks noch lui was en goed voor zijn vrouw en kinderen zorgde, zou òf het lot òf God zijn krachtsinspanningen belonen.”
Mogen deze kennelijk positieve aspecten van het protestantisme ons blind maken voor de tekortkomingen die eraan kleven? De protestantse Reformatie was ook „de aanleiding tot afschuwelijk kwaad”, aldus de Encyclopædia of Religion and Ethics, die eraan toevoegt: „Aan het tijdperk van de jezuïeten en de inquisitie was een einde gekomen . . . maar het werd gevolgd door iets nog lagers. Was er in de middeleeuwen veel eerlijke onwetendheid, nu is er veel georganiseerd bedrog.”
„Georganiseerd bedrog” — In welk opzicht?
Het was „georganiseerd bedrog” omdat het protestantisme leerstellige hervormingen beloofde maar ze niet bracht. Dikwijls was het niet de onjuistheid van de leer, maar het kerkelijk beleid dat de woede van de hervormers wekte. Voor het merendeel handhaafde het protestantisme de door het heidendom bezoedelde katholieke opvattingen en praktijken. Hoe? Een treffend voorbeeld is de Drieëenheidsleer, de voornaamste basis voor toetreding tot de protestantse Wereldraad van Kerken. Men houdt zeer krachtig vast aan deze leer, hoewel The Encyclopedia of Religion toegeeft dat ’exegeten en theologen het er thans over eens zijn dat het leerstuk nergens in de bijbel uitdrukkelijk geleerd wordt’.
Heeft het protestantisme een verdorven vorm van kerkbestuur hervormd? Nee. In plaats daarvan „nam [het] de gezagspatronen van het middeleeuwse katholicisme over”, aldus Martin Marty, en „scheidde [het] zich eenvoudig van de rooms-katholieke kerkorde af om protestantse versies daarvan te creëren”.
Het protestantisme beloofde ook „de eenheid in het geloof” te herstellen. Deze bijbelse belofte ging echter niet in vervulling, want er ontstonden veel verdeeldheid zaaiende protestantse sekten. — Efeziërs 4:13.
Georganiseerde verwarring — Waarom?
Thans, in 1989, is het protestantisme in zo veel sekten en groeperingen verbrokkeld dat het onmogelijk is het totale aantal vast te stellen. Voordat iemand klaar zou zijn met tellen, zouden er nieuwe groepen gevormd of andere verdwenen zijn.
Toch doet de World Christian Encyclopedia het „onmogelijke” door de christenheid (anno 1980) te verdelen in „20.780 onderscheiden christelijke denominaties”, waarvan het grootste deel protestants is.a Hiertoe behoren 7889 traditionele protestantse groeperingen, 10.065 overwegend protestantse niet-blanke inheemse religies, 225 anglicaanse denominaties en 1345 groeperingen die zich aan de rand van het protestantisme bevinden.
In een poging te verklaren hoe deze verwarrende verscheidenheid, zowel „een teken van gezondheid als van ziekte” genoemd, ontstaan is, vermeldt het boek Protestant Christianity dat ze „mogelijk een gevolg van menselijke creativiteit en menselijke beperking is; aannemelijker is echter dat de oorzaak ligt bij trotse mensen die een te hoge dunk van hun eigen levensvisie hebben”.
Hoe waar! Zonder voldoende acht te slaan op goddelijke waarheid komen trotse mannen met nieuwe wegen om redding, bevrijding of voldoening te vinden. Religieus pluralisme vindt geen ondersteuning in de bijbel.
Door religieus pluralisme te bevorderen, schijnt het protestantisme te laten doorschemeren dat God geen vaste richtlijnen heeft volgens welke hij aanbeden moet worden. Strookt zo’n georganiseerde verwarring met een God van waarheid, die volgens de bijbel „geen God van wanorde, maar van vrede” is? Verschilt de vaak gehoorde protestantse ’het maakt niet uit naar welke kerk je gaat’-mentaliteit in enig opzicht van de onafhankelijke denkwijze die Adam en Eva op het verkeerde spoor bracht, met alle ellende van dien? — 1 Korinthiërs 14:33; zie Genesis 2:9; 3:17-19.
De speciale plaats van de bijbel genegeerd
Ondanks de speciale plaats die vroege hervormers aan de bijbel hadden toegekend, kwamen protestantse theologen later met de hogere kritiek en „behandelden de tekst van de bijbel”, aldus Marty, „derhalve net zoals zij elke andere oude literaire tekst behandeld zouden hebben”. Zij kenden „aan de inspiratie van bijbelschrijvers geen speciale waarde” toe.
Door de goddelijke inspiratie van de bijbel in twijfel te trekken, ondermijnden protestantse theologen derhalve het geloof in wat de hervormers nu juist als de grondslag van het protestantisme beschouwden. Dit maakte de weg vrij voor scepticisme, vrijdenkerij en rationalisme. Niet zonder reden bezien veel geleerden de Reformatie als een belangrijke oorzaak van de huidige secularisatie.
Verwikkeld in de politiek
De bovengenoemde vruchten vormen een duidelijk bewijs dat het protestantisme, ondanks de mogelijk goede bedoelingen van afzonderlijke hervormers en hun volgelingen, het ware christendom niet heeft hersteld. In plaats van vrede te bevorderen door christelijke neutraliteit, raakte het verwikkeld in nationalisme.
Dit trad aan het licht zodra de verdeling van de christenheid in katholieke en protestantse naties een feit werd. Katholieke en protestantse strijdkrachten richtten op het Europese continent in een groot aantal oorlogen een waar bloedbad aan. The New Encyclopædia Britannica noemt ze „de godsdienstoorlogen die werden ontketend door de Duitse en Zwitserse Reformatie van de jaren ’20 van de 16de eeuw”. De beruchtste hiervan was de Dertigjarige Oorlog (1618-1648), waarin zowel politieke als religieuze verschillen tussen Duitse protestanten en katholieken een rol speelden.
Ook in Engeland vloeide er bloed. Tussen 1642 en 1649 voerde koning Karel I oorlog tegen het parlement. Omdat de meeste tegenstanders van de koning tot de puriteinse vleugel van de Anglicaanse Kerk behoorden, wordt de oorlog soms de Puriteinse Revolutie genoemd. Ze eindigde met de terechtstelling van de koning en het uitroepen van een puriteinse republiek, die van korte duur zou zijn, onder Oliver Cromwell. Hoewel deze Engelse burgeroorlog niet in de eerste plaats een godsdienststrijd was, zijn geschiedschrijvers het erover eens dat religie een beslissende factor was bij het partijkiezen.
Tijdens deze oorlog ontstond de religieuze groepering die als het Genootschap der Vrienden of quakers bekendstaat. De groep kreeg hevige tegenstand van haar protestantse „broeders” te verduren. Honderden leden stierven in de gevangenis en duizenden ondergingen vernederingen. Maar de beweging breidde zich uit, zelfs tot de Britse kolonies in Amerika, waar Karel II in 1681 aan William Penn een charter verleende voor de stichting van een quaker-kolonie, die later de staat Pennsylvania werd.
De quakers waren niet de enigen die in het buitenland bekeerlingen trachtten te maken; andere religies hadden dat al eerder gedaan. Nu, na de protestantse „vernieuwing”, begonnen de katholieken, alsook een groot aantal protestantse groeperingen, echter hun krachtsinspanningen om Christus’ boodschap van waarheid en vrede aan „ongelovigen” te brengen, te vergroten. Maar wat een ironie! Als „gelovigen” konden katholieken en protestanten het niet eens worden over een gemeenschappelijke definitie van goddelijke waarheid. En zij legden beslist geen broederlijke vrede en eenheid aan de dag. Wat viel er met het oog op deze situatie te verwachten „Toen ’christenen’ en ’heidenen’ met elkaar in contact kwamen”? Lees aflevering 18 in onze volgende uitgave.
[Voetnoten]
a Volgens dit naslagwerk, uitgegeven in 1982, zouden het er tegen 1985 naar schatting 22.190 zijn: „De nettogroei is momenteel 270 nieuwe denominaties per jaar (5 per week).”
[Kader op blz. 26]
Vroege kinderen van de Reformatie
DE ANGLICAANSE KERKGEMEENSCHAP: 25 autonome kerken en 6 andere organen die leer, bestuursvorm en liturgie gemeen hebben met de Church of England en het titulaire leiderschap van de aartsbisschop van Canterbury erkennen. Volgens The Encyclopedia of Religion heeft het anglicanisme „aan het geloof in de apostolische successie van bisschoppen vastgehouden en veel gebruiken van vóór de Reformatie gehandhaafd”. Centraal in de aanbidding staat The Book of Common Prayer, „de enige in de landstaal gestelde liturgie uit de reformatieperiode die nog in gebruik is”. Anglicanen in de Verenigde Staten, die in 1789 met de Church of England braken en de Protestant Episcopal Church vormden, braken in februari 1989 nogmaals met de traditie door de eerste vrouwelijke bisschop in de geschiedenis van de Anglicaanse Kerk te benoemen.
BAPTISTENKERKEN: 369 denominaties (1970) voortgekomen uit de zestiende-eeuwse anabaptisten, die de nadruk legden op de doop van volwassenen door onderdompeling. The Encyclopedia of Religion zegt dat baptisten „het moeilijk [hebben] gevonden organisatorisch of theologisch de eenheid te bewaren” en voegt eraan toe dat „de baptistenfamilie in de Verenigde Staten groot is, . . . maar dat, zoals in menige andere grote familie, sommige leden niet met andere leden willen spreken”.
LUTHERSE KERKEN: 240 denominaties (1970), erop bogend van alle protestantse groeperingen het grootste aantal leden te hebben. Ze zijn „nog steeds enigszins verdeeld volgens etnische grenzen (Duits, Zweeds, enz.)”, aldus The World Almanac and Book of Facts 1988, die er echter aan toevoegt dat de „belangrijkste verschillen die tussen fundamentalisten en vrijzinnigen zijn”. Dat de lutheranen verdeeld zijn in nationalistische kampen bleek heel duidelijk tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen volgens E. W. Gritsch van het Luthers Theologisch Seminarie in de Verenigde Staten „een kleine minderheid van lutherse predikanten en gemeenten [in Duitsland] Hitler weerstond, maar de overgrote meerderheid der lutheranen zweeg dan wel actief met het nazi-regime samenwerkte”.
METHODISTISCHE KERKEN: 188 denominaties (1970) ontsproten aan een beweging binnen de Anglicaanse Kerk waarvan John Wesley in 1738 de grondlegger was. Na zijn dood vormde ze een afgescheiden groepering; Wesley definieerde een methodist als „iemand die volgens de in de bijbel verordende methode leeft”.
GEREFORMEERDE, HERVORMDE EN PRESBYTERIAANSE KERKEN: Gereformeerde en hervormde kerken (354 denominaties anno 1970) zijn qua leer eerder calvinistisch dan luthers en bezien zichzelf als de „Katholieke Kerk, gereformeerd”. „Presbyteriaans” duidt op een kerkbestuur door ouderlingen (presbyters); alle presbyteriaanse kerken zijn gereformeerde kerken, maar niet alle gereformeerde of hervormde kerken hebben een presbyteriaanse bestuursvorm.
[Illustratie op blz. 23]
Een prachtig geïllustreerde bladzijde van de Gutenberg-bijbel in het Latijn
[Verantwoording]
Met toestemming van The British Library
[Illustraties op blz. 24]
Gutenberg en zijn met losse drukletters werkende pers
[Illustratie op blz. 25]
John Wesley, de stichter van de Methodistische Kerk (1738)