Van onze lezers
Bedwateren
Ik zou graag een voorstel voor een onderwerp in Ontwaakt! doen. Tot mijn veertiende heb ik problemen met bedwateren gehad. Als iemand wilde dat ik ervan afkwam dan was ik het wel en toch werd ik als lui, ongehoorzaam en onverschillig beschouwd. Er werden verschillende vormen van straf geprobeerd — ik moest onder andere aan mijn natte lakens zuigen. Daardoor voelde ik me beschaamd, gekwetst, bitter tegenover mijn ouders en geïsoleerd van het gezin. Naar mijn mening zou nuttige informatie over dit onderwerp zeer op prijs worden gesteld.
G. T., Verenigde Staten
Ongetwijfeld heeft G. T. intussen het materiaal over dit onderwerp aangetroffen in onze uitgave van 22 februari 1988. — Red.
Hartelijk dank voor het artikel over bedwateren. Het is een hele geruststelling te weten dat het probleem in andere gezinnen zo veel voorkomt. Mijn zoontje is drie en een half en plast nog in bed. Voordat ik besefte dat het echt een probleem was en hij niet gewoon te lui was om zijn bed uit te gaan, gaf ik hem flink op de billen (wat dan nog lang te zien was). Ik gebruikte ook harde woorden en liet hem zelfs door mijn dochtertje uitschelden. Nu vertelt hij me dat hij helemaal niet in bed wìl plassen. Toen ik dat de eerste keer hoorde, kreeg ik een brok in mijn keel. Ik voel me echt schuldig dat ik mijn zoontje lichamelijk maar het meest nog mentaal mishandeld heb.
Schuldbewuste vader, Verenigde Staten
Wat blij moeten jongeren zijn dat Ontwaakt! zich om hun eventuele problemen bekommert. Een mogelijke oorzaak die niet algemeen bekend is, is dat als een kind zwaar droomt totdat hij in zijn droom plast, hij in bed plast omdat hij vergeet dat hij slaapt. Maar als hij de aandrang snel merkt, kan hij opstaan en er iets aan doen. Wat mij hielp met bedwateren op te houden, was niet te blijven dromen totdat ik in mijn droom plaste. Als jongeren die dit probleem hebben dit weten, zou dat een hulp voor hen kunnen zijn. De ouders zouden het kind ook kunnen helpen dit in gedachte te houden.
T. O., Nigeria
Striptekenares
Het artikel „Een striptekenares op zoek naar geluk” in de uitgave van 22 februari 1988 kwam voor mij bijzonder op tijd. Totdat ik dat artikel gelezen had, was ik van plan om naast mijn bediening in mijn onderhoud te voorzien als striptekenares. Dan zou ik mijn eigen uren kunnen kiezen. En op mijn sollicitatie bij een firma die nieuwe striptekenaars vroeg, kreeg ik gunstige reacties.
Wat was ik naïef! In plaats van mijn eigen tijd te kunnen indelen, zou het werk al mijn tijd opgeëist hebben. Ook besefte ik dat ik mijn ogen stevig sloot voor de mogelijkheid verkeerde ideeën in de geest van duizenden jonge meisjes te bevorderen.
M. S., Japan
Hartelijk dank voor de publikatie van dit artikel. Ik was een van die „dromerige meisjes” waar de schrijfster over spreekt. Toen ik naar de middelbare school ging, bevond ik mij in het stadium waarin de belangstelling voor de andere sekse plotseling over je komt. Terwijl je verlangt naar een eigen romantische liefde, kun je je door het lezen van stripverhalen vereenzelvigen met de hoofdpersonen en alles meebeleven. Ik kocht dikke stripboeken en raakte in extase door de ’fantastische verhalen’ steeds weer te lezen. Ik was verslaafd aan stripverhalen en kon er niet buiten. Daarmee ontvluchtte ik de werkelijkheid. De denkwijze van jonge mensen wordt door stripboeken uitgehold. Dat weet ik omdat het mij is overkomen.
Anoniem, Japan