Jonge mensen vragen . . .
Is van huis weglopen de oplossing?
IN DE roman Tom Sawyer vertelt de schrijver Mark Twain van de keer dat Tom met zijn twee beste vrienden, Joe Harper en Huckleberry Finn, van huis wegliep. De drie jongens glipten om middernacht weg en voeren op een vlot naar een eiland bij de andere oever van de rivier. Daar brachten zij het grootste deel van een week door, leefden van voedsel dat zij hadden meegenomen en van de vis die zij vingen. Al spoedig waren zij er ooggetuigen van hoe de mannen uit de stad de rivier afzochten naar hun „verdronken” lichamen. Ten slotte gingen Tom, Joe en Huck heimelijk terug naar de stad, verborgen zich in de zuilengalerij van de kerk en waren toeschouwers bij hun eigen begrafenisdienst. De episode eindigt met hun gelukkige hereniging met familie en vrienden, waarbij het gekus en de dankzeggingen niet van de lucht waren.
Voor Tom, Joe en Huck was dat weglopen een spannend avontuur met een gelukkig slot. Het was leuk. Maar dat is bij de meeste jongeren die tegenwoordig van huis weglopen niet het geval. „Voor veel weglopers is ’een en al narigheid’ een treffende beschrijving van het zwerversleven”, zegt Margaret O. Hyde in haar boek My Friend Wants to Run Away. „Een enkele wegloper vindt echt een baan en redt het alleen. Maar voor de meesten van hen is het leven erger dan voordat zij van huis weggingen.”
Misschien denk je dat jij de uitzondering op de regel zult zijn. Dat het altijd beter zal zijn dan de situatie thuis. Dat dacht Amy ook. Zij liep weg toen zij 14 jaar was omdat zij geen nauwe band met haar ouders had en niet met hen kon praten. „Ik had het idee dat er niemand was die me wilde begrijpen”, zegt zij. „Ik dacht dat het beter zou zijn als ik bij mijn ouders weg was en naar het huis van een ’vriend’ zou gaan. Ik wist zeker dat mijn ’vriend’ naar me zou luisteren.”
Sandi, in de steek gelaten door haar moeder en lastig gevallen door de opa bij wie zij in huis was gekomen, liep weg toen zij 12 jaar was. Peggy ging uit huis toen zij 16 was. „Ik had het thuis erg moeilijk”, zegt zij. „Mijn moeder schreeuwde vaak tegen me en schold me uit voor van alles en nog wat.” Haar moeder gaf haar het gevoel ongewenst en onbemind te zijn, „alsof ze wou dat ik niet geboren was of zo”. Niet in staat met haar moeder te praten zonder ruzie te krijgen en voortdurend gekleineerd en uitgelachen, liep zij weg om elders het geluk te zoeken.
Julie ging weg omdat zij thuis verscheidene jaren seksueel misbruikt was. Danny liep twee keer weg. De eerste keer om een stiefmoeder te ontvluchten die lelijke dingen over hem zei. Hij besefte al gauw hoe moeilijk het in de buitenwereld was als je geen middelen van bestaan had en dus ging hij naar huis terug — met als enig resultaat dat hij hevige ruzie kreeg en ook door zijn vader verstoten werd. Zowel Julie als Danny waren pas 12 jaar.
Ja, voor veel weglopers lijkt het leven thuis ondraaglijk. Zij willen eruit. Zij willen vrij zijn. „Maar tieners vinden op straat geen vrijheid”, merkt het tijdschrift ’Teen op. „In plaats daarvan vinden zij andere weglopers of verstotenen — net als zij — die in verlaten gebouwen wonen, waar niets hen tegen verkrachters of berovers beschermt. Ook vinden zij heel wat mensen die zo gemeen zijn jonge mensen uit te buiten, en weggelopen tieners zijn een gemakkelijke prooi.”
Wat er gewoonlijk gebeurt
Amy’s „vriend” bijvoorbeeld, een 22-jarige man, liet haar voor haar verblijf betalen „door met hem en negen van zijn vrienden seks te bedrijven”. Ook „raakte zij aan de drank en gebruikte veel drugs”. Sandi werd prostituée, woonde op straat en sliep op de banken in een park of waar maar ook. Zij zijn typerend voor veel weglopers. Hoe komt het dat het zo gaat?
„Als een kind pas weggelopen is, heeft hij misschien nog wat geld op zak, misschien heeft hij zelfs wel wat geld gespaard, maar als het eenmaal op is, blijven hem weinig mogelijkheden over”, verklaart brigadier Jose Elique, voormalig hoofd van het politieteam dat zich bezighoudt met de weglopers in het havengebied van New York. „Als de kinderen honger krijgen, moeten zij eten, en als zij het koud krijgen, moeten zij onderdak zien te vinden, dus zij hebben echt niet zo veel alternatieven. Als iemand hen toevallig benadert als zij echt honger hebben en aan de grond zitten, en hun vraagt voor geld of drugs iets te doen — en dat kunnen o zo veel illegale of immorele dingen zijn die een mens verlagen — dan zal dit kind daar veel meer voor openstaan, ongeacht hoe hij voordien over seks en drugs gedacht mag hebben.”
De meeste weglopers hebben weinig bekwaamheden die geld opleveren. Zij bemerken dat de hedendaagse maatschappij gewoon te hard en te gecompliceerd is. Bovendien hebben zij meestal geen van de noodzakelijke papieren om aangenomen te worden, geen identiteitspapieren en geen permanent adres. „Ik heb moeten stelen, moeten bedelen,” zegt een jongen, „maar vooral moeten stelen, omdat niemand je ook maar een cent geeft.” Zo’n 60 procent van de weglopers wordt gevormd door meisjes. „Wat kan een 13-jarig meisje anders doen dan haar lichaam vertonen?” vroeg een meisje. Haar werd grof geld geboden voor naakt poseren. Hoogstwaarschijnlijk zullen die foto’s later gebruikt worden als chantagemiddel om haar tot meer te bewegen.
Pornografen, drugdealers en souteneurs staan regelmatig bij de busstations op de uitkijk naar weglopers die zij kunnen uitbuiten. Het zijn meesters in het manipuleren. Zij bieden bange jongeren een slaapplaats en voedsel aan. Zij geven hun wat zij thuis misten — een gevoel dat zij meetellen en bemind worden. Zij worden voorgesteld aan andere jongeren die reeds ingeburgerd zijn, die hen welkom heten en hun het gevoel geven geaccepteerd te worden. Langzaam worden zij ingepalmd. De souteneur regelt het soms zelfs zo dat iemand een meisje verkracht en belooft dan haar te beschermen zodat het niet weer gebeurt. Of hij laat de tiener kennis maken met drugs, zorgt dat zij eraan verslaafd raakt en staat er dan op dat zij voortaan voor hem werkt als zij haar dosis wil blijven krijgen. Sommigen gebruiken slaag of bruut geweld om gedaan te krijgen wat zij willen. Je kunt je dus wel voorstellen dat veel weglopers ernstig letsel oplopen of zelfs omkomen.
Welke andere mogelijkheden zijn er?
Een tiener die overweegt van huis weg te lopen, denkt misschien dat er weinig andere mogelijkheden zijn, vooral als hij of zij thuis ongewenst en niet welkom is. Zij worden de verworpenen of verstotenen genoemd. Ook weten de meeste jongeren die op de vlucht zijn dat als zij door de politie worden gepakt, er contact zal worden gezocht met hun ouders, en dat zij hoogstwaarschijnlijk naar huis gestuurd zullen worden. En als de situatie thuis niet veranderd is, zullen zij weer weglopen. Maar hoe jonger zij zijn en hoe langer zij van huis wegblijven, hoe groter de kans is op narigheid. Er moet dus een oplossing worden gevonden.
Probeer eerst thuis tot een oplossing te komen. Doe al het mogelijke — en dat betekent meer dan eenmaal — om met je ouders te praten. Laat hen weten hoe je je voelt en wat er aan de hand is. Lukt dat niet, praat dan met iemand anders die kan helpen. Sommige jongeren hebben gepraat met hun schooldecaan, een maatschappelijk werker of een inspecteur bij een bureau voor jongerenhulp. Anderen hebben gebruik gemaakt van de kosteloze alarmtelefoons die in sommige landen zijn ingesteld om zowel ouders als kinderen te helpen. Christelijke jongeren hebben echter het voordeel dat zij zich tot de ouderlingen in hun gemeente kunnen wenden, die hun liefdevolle, persoonlijke hulp en op de Schrift gebaseerde raad zullen geven. Maar denk aan het sleutelwoord: PRAAT. Dat is het wat zowel jou als je ouders zal helpen. „Plannen zijn tot mislukking gedoemd waar geen vertrouwelijk gesprek is,” zegt de bijbel, „maar in de veelheid van raadgevers komt iets tot stand.” — Spreuken 15:22.
Misschien komt er een beter gezinsleven door tot stand dat je hoop geeft voor de toekomst. Praten kan oude wonden helen en een gevoel van vertrouwen, liefde en geluk teweegbrengen. Je zult beseffen dat je meetelt. Houd in gedachte dat zelfs als het leven thuis niet ideaal is, er ergere dingen kunnen gebeuren als je van huis wegloopt.
Hoe je situatie ook is, bedenk dat er altijd Iemand is die zich om je bekommert en die je graag zal helpen. Wie zich tot God wenden, kunnen zeker zijn van zijn hulp en bescherming. — Spreuken 18:10.
[Illustratie op blz. 15]
Iemand zal je misschien voedsel, onderdak en een vrolijk leventje aanbieden. Maar wat wil hij ervoor terug?