De zienswijze van de bijbel
Jehovah’s Getuigen — anders dan andere religies
„HOOR eens, ik heb het druk, en daarbij, ik praat nooit met Jehovah’s Getuigen.” Zo reageerde de huisbewoner toen een getuige van Jehovah op de deur klopte.
De bezoeker antwoordde vriendelijk: „Ik heb u horen zeggen dat u het druk hebt, maar mag ik u althans vragen waarom u zegt dat u niet met ons praat?” De redenen bleken slechts misverstanden betreffende de dingen die Jehovah’s Getuigen geloven en praktizeren. Toen deze eenmaal waren opgehelderd, volgde er een voortreffelijk gesprek.
Weet u wat Jehovah’s Getuigen geloven? Weet u wat hen anders doet zijn dan andere religies en weet u hoe belangrijk dit voor u is?
Hun geloofsovertuigingen
Hun geloofsovertuigingen — niet vermengd met tradities, heidense ideeën of nationalistische idealen — baseren zij geheel op de bijbel, welk boek naar zij geloven het onfeilbare Woord van God is. Dit is de oorzaak van enkele belangrijke verschillen in grondleerstellingen.
Gebruik van de goddelijke naam: De naam JEHOVAH, voor sommigen Jahweh, kan velen vreemd klinken, maar dat die naam meer dan 7000 maal in de bijbel wordt gebruikt, pleit ervoor dat Gods aanbidders zijn persoonlijke naam niet alleen moeten kennen maar ook moeten gebruiken (Psalm 83:18). Aangezien christenen „een volk voor zijn naam” zijn, gebruikte Jezus de naam als hij zijn discipelen onderwees (Handelingen 15:14; Johannes 17:26). Men kan Jehovah’s Getuigen vreemd vinden vanwege hun gebruik van de naam, maar zou het niet juister zijn om te vragen waarom andere religies de naam niet consequent gebruiken? — Maleachi 3:16.
Gods koninkrijk: Een werkelijke regering — al is ze dan hemels — met Christus Jezus als koning, die heerschappij zal voeren over de aarde. Het is niet alleen maar ’iets in het hart’. „De regering zal op zijn [Christus’] schouder zijn” (Jesaja 9:6, 7, Revised Standard Version). Dit koninkrijk zal de rechtmatige soevereiniteit van God rechtvaardigen. Hij ’zal een koninkrijk oprichten dat . . . aan al deze [menselijke] koninkrijken een eind zal maken’, voor altijd eenheid en wereldvrede herstellend. — Daniël 2:44.
De menselijke ziel: Niet iets onstoffelijks en onsterfelijks dat op de een of andere manier na de dood van het lichaam voortbestaat, maar in plaats daarvan de persoon zelf of het leven dat hij geniet. Bij zijn schepping ’werd de mens een levende ziel’ (Genesis 2:7; 1 Korinthiërs 15:45). „Onsterfelijkheid van de ziel is een Griekse gedachte die ontstond in de oude mysteriegodsdiensten en verder werd uitgewerkt door de filosoof Plato” (Presbyterian Life, 1 mei 1970). De doden ondergaan dus niet ergens lijden. Zij slapen (Prediker 9:5, 10). De hoop voor een toekomstig leven voor de doden berust op de rol van Christus Jezus als loskoopoffer, en is afhankelijk van de gunst van God die de persoon een opstanding geeft. — Johannes 5:28, 29; Handelingen 17:31; 24:15; 1 Korinthiërs 15:13, 14.
De toekomst van de aarde: De aarde wordt geen levenloze uitgebrande sintel, hetzij door Gods hand of door een nucleaire holocaust. God heeft „haar niet louter voor niets . . . geschapen”. Hij heeft „haar geformeerd . . . om ook bewoond te worden” (Jesaja 45:18; Prediker 1:4). Gods koninkrijk zal ervoor zorgen dat zijn wil zal geschieden, „gelijk in de hemel, zo ook op aarde” (Matthéüs 6:10). Dan ’zullen de rechtvaardigen de aarde bezitten en zij zullen er eeuwig op verblijven’. — Psalm 37:29.
Degenen die dergelijke geloofsovertuigingen aannemen, komen anders tegenover God, het leven en hun naasten te staan. Het leven heeft een doel, het heeft betekenis. — Romeinen 8:19-21.
Hun praktijken
Deze zijn eveneens op de bijbel gebaseerd. Hoewel men sommige ervan vreemd kan vinden, vormen juist deze praktijken belangrijke identificerende kenmerken van de ware aanbidding.
Openbare bediening: Velen noemen dit punt als een heel groot verschil in activiteit en organisatie. Toch gehoorzamen Jehovah’s Getuigen in dit werk Jezus’ gebod om te ’gaan en discipelen te maken’. In navolging van het apostolische voorbeeld kunnen allen die ervoor in aanmerking komen bedienaren te zijn, „in het openbaar en van huis tot huis” onderwijzen (Matthéüs 28:19, 20; Handelingen 20:20). Sommige kerken hebben de traditionele verdeling in geestelijkheid en leken, maar „er bestaat niet de minste rechtvaardiging . . . voor dat onderscheid in geledingen”, aldus Theology Today. Veeleer is de situatie zoals de Encyclopedia Canadiana opmerkt: „Het werk van Jehovah’s Getuigen is de herleving en het herstel van het alleroudste christendom zoals dat door Jezus en zijn discipelen gedurende de eerste en de tweede eeuw werd gepraktizeerd. . . . Allen zijn broeders.”
Christelijke neutraliteit: Hoewel Jehovah’s Getuigen op dit punt door weinigen begrepen worden, blijven zij neutraal ten aanzien van de politiek en elke vorm van conflict waarbij men zijn medemens moet haten (Johannes 18:36; Jesaja 2:2-4). Over vroege christenen zegt de historicus Edward Gibbon: „Zij weigerden een actief aandeel te hebben aan het burgerlijk bestuur of de militaire verdediging van het rijk.” Wat dus op het eerste oog een radicaal standpunt kan lijken, is in werkelijkheid de vredige rol van degenen die „geen deel van de wereld” moeten zijn. — Johannes 17:16.
Racisme: „Rassendiscriminatie — in sommige kerken nog steeds een strijdpunt — vormt voor Getuigen geen probleem”, schreef een krant in het zuiden van de Verenigde Staten. Een oprechte liefde voor hun christelijke broeders verenigt hen in een wereldwijde broederschap. Hoewel zij onvolmaakt zijn als ieder ander, streven zij ernaar om onder elkaar de leer van Jezus toe te passen: „Hieraan zullen allen weten dat gij mijn discipelen zijt, indien gij liefde onder elkaar hebt.” — Johannes 13:35.
Leer hen beter kennen
Natuurlijk zijn niet alle dingen waarin Jehovah’s Getuigen op een heilzame wijze anders zijn, hier besproken. Waarom probeert u niet deze christenen wat beter te leren kennen? Uw vooruitzichten voor een gelukkig leven nu en in de toekomst hangen samen met het nauwkeurig identificeren van de religie die anders moet zijn, wil ze aan Gods maatstaven beantwoorden. — Matthéüs 7:21.