Kruiswoordpuzzel
Horizontaal
1. Een deel van de dag waarop er toch nog volop licht zou moeten zijn (Deuteronomium 28:29)
6. Nachtelijke bezoeker die zijn komst niet aankondigt (2 Petrus 3:10)
9. Deze vloeistof werd aangewend tegen kwetsuren (Psalm 23:5)
10. Jehovah’s overwinning in een universele oorlog wordt erin bezongen (Psalm 98:1)
12. Het tegendeel van ruim (2 Korinthiërs 6:12)
14. Reinigingsmiddel (Maleachi 3:2)
16. Uit dit materiaal kan allerlei fraais worden gemaakt, maar zo iets is toch geen gòd? (Jesaja 44:13)
18. Zo weinigen slechts hadden Gods geduld benut (1 Petrus 3:20)
19. Het majestueuze en bijna moeiteloze zweven van deze vogel mag met recht wonderlijk heten (Spreuken 30:19)
20. Zijn zoon werd met verachting bejegend (1 Samuël 25:10)
21. Deze mocht niet het slachtoffer worden van rechtsverkrachting (Exodus 23:6)
22. Kleding voor wie treurt (Psalm 69:11)
24. Het huwelijk, dat man en vrouw samenbindt, wordt hiermee vergeleken (2 Korinthiërs 6:14)
25. Uit de mond van kleine kinderen en zuigelingen (Matthéüs 21:16)
27. Een van de mannen die hun buitenlandse vrouw wegzonden (Ezra 10:30)
30. Berg waarop een altaar werd gebouwd (Jozua 8:30)
31. Deze stad had een wijs man als stadsschrijver (Handelingen 19:35-41)
33. Een zintuiglijke waarneming met totaal verschillende uitwerkingen (2 Korinthiërs 2:15, 16)
34. Schaapherder betreffende wiens gaven God getuigenis aflegde (Genesis 4:2)
35. Bergland waar Esau ging wonen (Genesis 36:8)
37. Dit gold als het beste deel van het offerdier, dat terecht Jehovah toekwam (1 Samuël 15:22; Leviticus 3:17)
38. Hemellicht voor het vaststellen van tijdperken (Psalm 104:19)
40. Elke zal zich buigen (Romeinen 14:11)
41. Een hap eten die beslist heel opmerkzaam met de ogen is gevolgd (Johannes 13:26)
42. Van de rest van het verhaal klopt niet veel, maar Paulus’ nationaliteit is juist (Handelingen 23:27; vergelijk Handelingen 22:24-29)
Verticaal
2. Grootvader van een profeet (Zacharia 1:1)
3. Nieuw dient dit te zijn, zonder restant van het oude (1 Korinthiërs 5:7)
4. Aanvoerder van een indrukwekkende krijgsmacht (Ezechiël 38:3-6)
5. Dit is Gods Woord voor zijn dienstknechten (Psalm 119:105)
7. Zwarte vloeistof om mee te schrijven (2 Korinthiërs 3:3)
8. Plaats niet ver van Bethel (Genesis 12:8)
10. Zo’n stem noopte tot een onderzoek van de opgeworpen vraag (Openbaring 5:2)
11. Een profeet die zou terugkomen? (Maleachi 4:5)
13. Was dit een dynastieke naam of wellicht een titel van de Kanaänitische koningen van Hazor? (Jozua 11:1; Rechters 4:2)
15. Davids grootvader (Ruth 4:17)
17. De overste van de Kehathieten toen deze levieten de ark in Jeruzalem brachten (1 Kronieken 15:5)
18. Zijn kleinzoon werd op achtjarige leeftijd koning; hij is de derde grootvader in deze puzzel (2 Koningen 22:1)
21. Stuk grond dat wordt bebouwd (1 Korinthiërs 3:9)
23. Een van de twee verspieders met een positief bericht (Numeri 13:30)
26. Dit zouden allen voortaan doen met de krijgsbuit, zij die hadden gestreden en zij die bij de legertros waren gebleven (1 Samuël 30:24)
28. Hier viel niet naar te luisteren, vonden zij (Johannes 6:60)
29. Buiten Egypte was het er gewoon niet meer (Genesis 42:1)
32. Nakomeling van Aäron (Ezra 7:1-5)
33. Bij het horen van een goed bericht is in de ogen dit te zien (Spreuken 15:30)
34. Iemand anders neme dat waarvan hij is afgeweken (Handelingen 1:20)
35. Hier verwijst dit woord kennelijk naar de hele natie (Psalm 74:2)
36. Opa nummer vier; de grootvader van Ammihud (1 Kronieken 9:4)
37. Het tegengestelde van dichtbij (Deuteronomium 30:11)
39. Reeds
OPLOSSING OP BLZ. 27
Oplossing horizontaal
1. MIDDAG
6. DIEF
9. OLIE
10. LIED
12. ENG
14. LOOG
16. HOUT
18. ACHT
19. AREND
20. ISAÏ
21. ARME
22. ZAK
24. JUK
25. LOF
27. ADNA
30. EBAL
31. EFEZE
33. GEUR
34. ABEL
35. SEÏR
37. VET
38. MAAN
40. KNIE
41. BETE
42. ROMEIN
Oplossing verticaal
2. IDDO
3. DEEG
4. GOG
5. LICHT
7. INKT
8. AI
10. LUIDE
11. ELIA
13. JABIN
15. OBED
17. URIËL
18. ADAJA
21. AKKER
23. KALEB
26. DELEN
28. REDE
29. GRAAN
32. EZRA
33. GLANS
34. AMBT
35. STAM
36. IMRI
37. VER
39. AL