Jonge mensen vragen . . .
Wat valt er te zeggen over het lidmaatschap van schoolclubs?
„SOFTBALL is leuk. Wij trainden elke dag van drie tot zes. Ik vond het heerlijk wanneer ik aan het softballen was.” Cathy, een tweedeklasser van een Newyorkse middelbare school, vloeide over van enthousiasme en vertelde met glanzende ogen over — die buiten het lesrooster vallende — schoolactiviteiten.
Er zijn verschillende redenen waarom jongeren zich bij schoolclubs aansluiten. Sommigen willen later in de profsport verder gaan. Anderen willen eenvoudig vrienden maken of nieuwe hobby’s leren. „Ik zat in zowat elke club die er bestond”, herinnert een jongen uit Baltimore zich. „Ik vond het fijn om te kunnen werken met dingen waar ik van houd. Ik was lid van een autoclub omdat ik graag aan auto’s sleutel. Ik houd van computers, en daarom werd ik lid van die club. Ik houd van audio, dus ging ik op die club.”
Ja, veel jongeren vinden dat hun activiteiten in schoolclubs hun het gevoel geven iets te presteren. Vooral leerlingen die willen gaan studeren, worden aangemoedigd deel te nemen aan buitenschoolse, buiten het verplichte lesprogramma vallende, activiteiten. De Los Angeles Times bericht: „Sommige colleges en universiteiten gaan bij het toelaten van eerstejaars ook al af op indicatoren zoals de wijze waarop leerlingen meedraaien in activiteiten buiten het directe schoolprogramma.”
Als deze en andere redenen om je aan te sluiten bij schoolclubs en -teams je redelijk lijken, dan vraag je je misschien af: „Zou ik er ook aan mee moeten doen?”
Activiteiten na de lesuren en je cijfers
Het rapport High School & Beyond Tabulationa geeft te zien dat 88,47 procent van de geënquêteerde leerlingen uit de bovenbouw van het middelbaar onderwijs deelnam aan een of andere vorm van activiteit die buiten het lesrooster viel. Maar alles heeft zijn prijs.
De Onderwijsraad van Los Angeles stelde bijvoorbeeld als regel dat leerlingen die aan buitenschoolse activiteiten wilden meedoen, met hun cijfers gemiddeld op een acht moesten staan en geen onvoldoendes mochten hebben. Het resultaat? Twintig procent van de leerlingen kwam later niet voor deelname in aanmerking. In Texas werd een soortgelijke „geen voldoendes, geen spelletjes”-bepaling van kracht. Ja, heel wat plaatselijke schoolbesturen stellen strengere eisen aan deelname aan deze vanuit de school georganiseerde extra activiteiten. Leren moet op de eerste plaats komen, is het argument. Waarom die tendens?
Een federale regeringsfunctionaris — zelf een gewezen leraar — vertelde Ontwaakt!: „Waarschijnlijk besteden de leerlingen meer tijd aan buitenschoolse activiteiten dan aan hun huiswerk, waardoor het moeilijk wordt hun cijfers op peil te houden.”
Ja, het is niet eenvoudig je evenwicht te bewaren in schoolclub-activiteiten. De eerder genoemde Cathy zit dit jaar niet in het softballteam. Toen haar werd gevraagd waarom niet, antwoordde zij: „Na het trainen was ik te moe om nog iets anders te doen. Mijn schoolwerk leed eronder. Daarom heb ik mij dit jaar niet aangemeld.”
Denk hier eens over na: Hoe laat kom je van school? Tel daar nu de tijd eens bij op die je aan je huiswerk moet besteden. Tel daarbij nog een uur op voor de maaltijd. Kun je werkelijk je huiswerk maken, deelnemen aan club-activiteiten en dan nog voldoende tijd over hebben voor slaap en ontspanning?
Het Family Handbook of Adolescence merkt op: „Een serieuze inzet voor de training die noodzakelijk is voor succes [in schoolsporten], zou het opdoen van andere ervaringen en het leveren van andere prestaties kunnen buitensluiten.” Wanneer je hierover nadenkt, is het goed jezelf af te vragen: Zal ik na de training te moe zijn om ook maar iets anders te doen? Hoe zal het schema voor zulke buiten de lesuren vallende extra activiteiten van invloed zijn op de tijd die ik samen met ons gezin doorbreng en aan andere doeleinden besteed? Wat vinden mijn ouders ervan?
De wijze koning Salomo gaf de raad: „Eet niet meer honing dan goed voor je is; anders krijg je er genoeg van en geeft je maag het terug” (Spreuken 25:16, GNB). Evenals het eten van te veel honing misselijkheid zal veroorzaken, kan overdaad van elke aangename activiteit een nadelige uitwerking hebben.
Geestelijke gevaren
Misschien merk je pas dat jouw buitenschoolse activiteiten uit de hand zijn gelopen wanneer het te laat is. En wanneer dit gebeurt, zou er meer onder te lijden kunnen hebben dan alleen je cijfers! Een christelijke man die op zijn tienerjaren terugkeek, zei: „Ik dacht dat ik drie bezigheden met elkaar kon verenigen: huiswerk, training met de atletiekclub en geestelijke activiteiten. Maar het was wel steeds het geestelijke aspect van mijn leven dat werd opgeofferd wanneer de drie in conflict kwamen.”
De jonge Themon, die lid was van twee schoolsportclubs, stemt hiermee in: „Ik kon de vergaderingen in de [Koninkrijks]zaal [voor geestelijk onderricht] niet bijwonen omdat wij dinsdag de stad uit waren, donderdag de stad uit waren, zaterdag de stad uit waren en gewoonlijk niet eerder terugkwamen dan twee uur ’s nachts.”
Beide jonge mannen betreuren het dat zij de belangrijkheid van geestelijk onderricht hadden veronachtzaamd. Hoewel lichamelijke oefening enig nut heeft, is het van het grootste belang te bedenken dat ’godvruchtige toewijding nuttig is voor alle dingen’ (1 Timótheüs 4:8). Door de beperkte voordelen van lichamelijke oefening en de superieure voordelen van godvruchtige toewijding in gedachte te houden, zul je worden geholpen om ten aanzien van buitenschoolse activiteiten evenwichtige beslissingen te nemen. Dit beginsel geldt ook voor clubs waarvan de activiteiten op het intellectuele vlak liggen. Niets kan de voordelen van godvruchtige toewijding overtreffen.
Het geestelijke gevaar blijft niet beperkt tot de hoeveelheid tijd die de extra activiteiten kosten. Denk ook eens aan de morele gevaren. Biedt het je gezonde omgang met vrienden die in moreel opzicht een goede invloed op je uitoefenen? Over welke onderwerpen zouden de gesprekken gaan? Zou de invloed van teamgenoten of clubleden een ongunstige uitwerking op je kunnen hebben?
Een eetlepel azijn, die niet veel zou veranderen aan de smaak van een emmer water, kan wel de smaak van een glas water veranderen. Hetzelfde zou kunnen gelden voor de invloed van leerlingen met een twijfelachtige moraal. Hoewel hun invloed wellicht niet voelbaar is wanneer je samen op dezelfde school of in dezelfde klas zit, zal hun invloed sterker zijn in een atletiekploeg of een club waar het aantal metgezellen beperkt is en waar je op sociale basis met hen omgaat.
Denk aan Samuël in het oude Israël. Hij had het voorrecht in de tabernakel te dienen. In de tabernakel verrichtten ook de beruchte zonen van Eli, de hogepriester, dienst. Samuël had zich bij hen kunnen aansluiten en zijn tijd waarin hij vrij van dienst was, kunnen misbruiken. Maar de bijbel verklaart, na het wangedrag van Eli’s zonen en hun bedienden te hebben vermeld: „En Samuël diende voor het aangezicht van Jehovah.” Klaarblijkelijk mengde hij zich na het werk niet in de activiteiten van Eli’s zonen. Dit had als resultaat dat Samuël „steeds groter en steeds meer geliefd [werd], zowel van Jehovah’s standpunt als van dat der mensen uit bezien”. — 1 Samuël 2:12-18, 21, 26.
Net als Samuël kun je een goed gebruik maken van je tijd. Hoe denk je erover je tijd te gebruiken om anderen geestelijk te helpen? Het is interessant dat sommige jonge getuigen van Jehovah in Japan de bediening tot hun carrière maken terwijl zij nog op school zijn. Zij kopen hun tijd voor en na de lesuren uit om anderen te helpen de Schepper te leren kennen (Kolossenzen 4:5). Je zult beslist niet de vreugde en zegeningen willen missen die voortvloeien uit zulke buiten het lesrooster vallende activiteiten.
[Voetnoten]
a Longitudinal Studies Branch Center for Statistics (VS).
[Illustraties op blz. 17]
Het evenwicht bewaren tussen buitenschoolse activiteiten en je huiswerk is niet eenvoudig