Een zeer ongewoon kunstenaar
Met bollende zeilen ploegt de vijfmaster door een zee vol witte schuimkoppen. U ruikt haast de zilte zeelucht en voelt bijna de frisse tinteling van de vochtige bries — alsof u zelf op de voorplecht van het schip staat. Maar u kijkt naar een schilderij. De kunstenaar heeft niet alleen de schoonheid van The Majestic Maiden weten te treffen, maar ook wat u zou ervaren wanneer u haar in werkelijkheid over de golven zag glijden.
Deze schilder heeft in heel Noord-Amerika naam gemaakt met de meer dan 2500 landschappen en zeegezichten die hij in de afgelopen 27 jaar heeft vervaardigd. Een grote Canadese bankinstelling koos zijn schilderij „Next Stop Japan” voor haar kalender van 1981, die klanten over de hele wereld kregen toegezonden. Bovendien is hij docent in kunstschilderen met olieverftechnieken in Vancouver, waar hij elke zaterdag aan 15 tot 25 leerlingen les geeft.
Wat is hier zo opmerkelijk aan? De kunstenaar is beneden de hals verlamd — hij kan zijn armen en benen niet bewegen!
TOEN ik negentien was, werd ik getroffen door polio en raakte voor 95 procent verlamd. De volgende 21 jaar was het Pearson-ziekenhuis in Vancouver mijn thuis. Het was echter niet als in een gewoon ziekenhuis. De staf en de patiënten vormden als het ware één grote familie. Deze mentale en emotionele steun heeft mij erg geholpen tijdens de eerste maanden van gedwongen nietsdoen.
Gedurende deze begintijd was mijn kijk op het leven nogal cynisch. Ik zou gewoon van de ene dag op de andere dag leven totdat de dood overal een eind aan maakte, zo redeneerde ik. Ik zag geen andere hoop. Zo maakte ik mij de slechte gewoonte eigen mijn zorgen en frustraties te verdrinken.
Niettemin vond ik het fijn te werken. De arbeidstherapeuten trachtten mij voor een verscheidenheid van activiteiten te interesseren, zoals mandenvlechten en typen met een mondstok. Mijn belangstelling voor deze dingen verflauwde snel. Toen zette één therapeut mij aan het werk aan een schilderij waarin ik de genummerde vlakken moest inkleuren. Ik was zo opgewonden over wat ik bereikt had, hoe primitief ook, dat ik onmiddellijk aan een volgend schilderij begon!
Mijn therapeut rustte mij uit met een 45 centimeter lange mondhouder voor mijn penselen en houtskool, en zorgde dat ik gemakkelijk bij het palet, de schoonmaakdoekjes en de terpentijn kon. Tegen december 1957 had ik een oude log (een instrument om de vaart van een schip te bepalen) geschilderd die door mijn moeder prompt herkend werd!
Een arts van het ziekenhuis die zelf een talentvol schilder was, leerde mij de fijne kneepjes van het schetsen, de kleurencombinaties, compositie en andere technieken die nodig zijn om een prachtig doek te creëren. Er waren echter problemen. Om bijvoorbeeld met het penseel of paletmes dat ik in mijn mond vasthield, bij de bovenkant van een groot doek te kunnen komen, moest het doek ondersteboven worden gekeerd! Het duurde niet lang of het werd heel gewoon een schilderij op zijn kop af te maken.
Voor er een jaar om was had ik enkele van mijn schilderijen verkocht. Doch veel van het geld ging op om mijn hunkering naar tabak en alcohol te kunnen bevredigen. Niettemin was ik spoedig in staat mijn eigen ziekenhuiskosten te betalen, wat mij een gevoel van onafhankelijkheid gaf.
De aankoop van een elektrische rolstoel (met mondbesturing) en vervolgens een busje dat aangepast was om mijn stoel en de benodigde ademhalingsapparatuur te vervoeren, waren allemaal mijlpalen in het terugwinnen van mijn mobiliteit. Om deze nog te vergroten, ontwierp ik een draagbaar schommelbed dat door vrienden voor mij werd gebouwd, wat mij in staat stelde een nacht of wat buiten het ziekenhuis door te brengen. Dit alles was voor mij een bewijs dat iemand vrijwel alles kan als hij zijn geest er maar op zet.
Iets nieuws komt in mijn leven
In 1958 werd mijn moeder een van Jehovah’s Getuigen. Hoewel de dingen die zij mij vertelde geen blijvende indruk maakten, aanvaardde ik een bijbelstudie van een vriendelijke, gemoedelijke man. ’Nog weer iets om mijn tijd mee te vullen’, dacht ik. Maar dit bleek het beste te zijn wat mij ooit is overkomen.
Geleidelijk aan werden veel van mijn vragen over de zin van het leven en de problemen waartegenover de mensheid zich gesteld ziet, beantwoord. De waarheden die ik uit de bijbel leerde, begonnen zich samen te voegen als de penseelstreken van een kunstenaar die een prachtig schilderij schildert. Toen ik vernam dat er eens geen droefheid, lijden, ziekte en dood meer zouden zijn, begon ik de toekomst werkelijk hoopvol tegemoet te zien (Openbaring 21:3, 4). Wat mij aansprak, was het feit dat de dingen die ik uit mijn bijbellessen leerde zo redelijk, verstandig en logisch waren.
Toen begon ik veranderingen aan te brengen — ik brak met mijn slechte rook- en drinkgewoonten en met het gebruik van slechte taal. Mijn vrienden in het ziekenhuis merkten de verandering in mijn persoonlijkheid op, evenals mijn nieuwe vrienden onder de Getuigen. Een van dezen, Pat, een moeder van vijf lieve kinderen die weduwe was geworden, werd mij zeer dierbaar. Zo kwam er een andere grote verandering in mijn leven.
Meer dan 300 personen waren in 1976 aanwezig bij ons huwelijk. Natuurlijk betekende het huwelijksleven voor Pat en mij vele nieuwe aanpassingen. Pat is een voorbeeld in werkelijke moed en liefde gebleken; ik heb voortdurend verzorging nodig. Maar het toepassen van bijbelse beginselen is beslist de grondslag geweest voor het geluk in ons huwelijk.
Samen bouwden Pat en ik een zaakje op, zodat wij binnen vijf jaar geen gebruik meer hoefden te maken van de staatsuitkering voor gezinnen van gehandicapten. Wij verkopen ook reprodukties van enkele van mijn schilderijen. Dit had tot gevolg dat ik in 1985 een krachtiger mondbestuurde elektrische rolstoel kon kopen. Hierdoor kan ik meer aan de prediking van het „goede nieuws” van huis tot huis deelnemen.
Wij allen hebben onze beperkingen. Daarom zal iemand van zijn eigen situatie het beste moeten blijven maken, uitgaande van de vermogens die hij bezit. Deze instelling, gepaard aan de wonderbaarlijke hoop die ik uit de bijbel heb geleerd, heeft mij geholpen een gevuld en lonend leven te leiden. — Zoals verteld door David Young.
[Illustratie op blz. 27]
David Young aan het werk in zijn atelier