Kruiswoordpuzzel
Horizontaal
1. Verraadster in het stroomdal van de Sorek (Rechters 16:4, 5)
4. Twaalfde maand (Esther 3:7)
9. Er was daar een straat die de Rechte werd genoemd (Handelingen 9:10, 11)
10. Feest van de veertiende Nisan
12. Vier rivieren ontsproten er
13. Wat gaf Jezus níet aan Judas Iskáriot? (Matthéüs 26:27, 28)
14. Hij liet er wel een achter, maar verwachtte er een met werkelijke fundamenten (Hebreeën 11:8-10)
17. Daar is zo’n steen beslist geen sieraad (Lukas 17:2)
18. Stad die in een kwade reuk stond (Genesis 18:20)
21. Een discipel van de Heer op weg naar het huis van Judas (Handelingen 9:10, 11)
23. Profeet uit Tekóa; een naamgenoot van hem was een voorvader van Jezus (Lukas 3:23-38)
26. Geen mocht er gebroken worden (Exodus 12:46) en geen werd er gebroken (Johannes 19:33, 36)
27. Het zijn echt niet altijd veel dingen waarvan dit gezegd mag worden (Lukas 10:42)
28. Wat gaf Jezus wél aan Judas Iskáriot? (Johannes 13:26, 27)
31. Laten wij elkaar dan zó liefhebben (1 Petrus 1:22)
32. Hij had geen geld dat hem tot bescherming had kunnen zijn (Lukas 16:20)
33. Te verkiezen boven overvloedige rijkdom (Spreuken 22:1)
34. Een van degenen aan wie koning Josafat een belangrijke toewijzing gaf (2 Kronieken 17:7-9)
Verticaal
1. God doet ze opstijgen van de aarde (Jeremia 10:13)
2. Een welgevallen, werkelijk een behagen (Psalm 1:2)
3. God zal die nooit vertellen (Numeri 23:19)
5. Door een droom bijvoorbeeld kan God een mens ervan afwenden (Job 33:17)
6. Door Jehovah verwekte bevrijders
7. Gifslang op het eiland Malta
8. Toen het weer kon, werd hij het (Genesis 9:20)
11. Waaruit werd een steen gehouwen, en tot wat werd die? (Daniël 2:35, 45)
15. De rechtvaardigheid die van God komt op . . . van geloof (Filippenzen 3:9)
16. Met deze zoon van Lot als stamvader waren ze feitelijk familie van de Israëlieten (Deuteronomium 2:19)
19. Geen letterlijke paarden, dit volk van sprinkhanen, maar ze hadden er het aanzien van (Joël 2:4)
20. Toevertrouwd zilvergeld (Matthéüs 25:14-30)
22. Bejegening die een valse god koud laat (1 Koningen 18:27; 2 Kronieken 36:16)
23. Bestuursdistrict van Lysánias (Lukas 3:1)
24. Een profeet als reislectuur (Handelingen 8:28)
25. Zeventig man op pad, zonder voedselzak en zonder wat? (Lukas 10:4)
29. Weduwe van 84 (Lukas 2:36, 37)
30. Een van de 13 priestersteden (Jozua 21:9-19)
Oplossing op bladzijde 24
Oplossing horizontaal
1. DELILA
4. ADAR
9. DAMASKUS
10. PASCHA
12. EDEN
13. BEKER
14. STAD
17. HALS
18. GOMORRA
21. ANANIAS
23. AMOS
26. BEEN
27. NODIG
28. BETE
31. INTENS
32. BEDELAAR
33. NAAM
34. SEMAJA
Oplossing verticaal
1. DAMPEN
2. LUST
3. LEUGENS
5. DAAD
6. RECHTERS
7. ADDER
8. LANDMAN
11. BERG
15. BASIS
16. AMMON
19. AANBLIK
20. TALENTEN
22. SPOT
23. ABILENE
24. JESAJA
25. BEURS
29. ANNA
30. GEBA