Hoe surfers hun sport bezien
Zoals verteld aan Ontwaakt!-correspondent in Australië
HOE is het om aan een prachtig, zonovergoten strand moeiteloos over de golven te scheren? Duizenden mensen overal ter wereld ervaren die sensatie regelmatig. Het zijn surfers, en surfen is voor hen een heel apart genoegen. Ik nodigde drie Australische vrienden uit om die speciale aantrekkingskracht van het surfen toe te lichten. In hun verhalen zult u ook wat nuttige raad aantreffen. Ik zal John Gittins als eerste zijn relaas laten vertellen.
„Ik werd gewekt door het donderende lawaai van reusachtige golven die neerbeukten op de vulkanische rotsen daar beneden mij. Het geluid maakte me opgewonden en tegelijkertijd ook een beetje bang. Waarom? Omdat ik weldra mijn reactievermogen en mijn kracht zou beproeven op die monstergolven.
Nog maar half wakker tastte ik in het donker van mijn kleine kampeerauto naar mijn surfkleding. Toen ik de autodeuren opende, werden mijn stoutste dromen bewaarheid. Volmaakte, drie tot drie en een halve meter hoge golven kwamen een voor een de prachtige Honolua Baai van het eiland Maui (Hawaii) binnenrollen. Wat ik zag, was de droom van iedere surfer.
Ik had gesurft op enkele van de beste plekken van Australië, Zuid-Afrika en Europa. Nu, in Hawaii, was ik in het Mekka van de surfsport. Voor mijn ogen ontrolden zich de grootste, krachtigste en best gevormde golven die ik ooit had gezien. Met mijn surfplank onder de arm haastte ik mij over het paadje tussen de wilde cactussen omlaag, de zee tegemoet. Een snelle maar zorgvuldige inspectie van de aanrollende golven onthulde dat er een interval was dat me juist genoeg tijd bood voor het laatste sprintje naar de rots van waar ik het water in kon springen, en toen zat ik er middenin — de prachtige, koele, heldere Hawaiiaanse branding.
Ik peddelde een eindje de baai in en stuurde mijn plank toen, precies op het juiste moment, tegen een van de grote golven in. De ongelooflijke vaart waarmee de golf mij naar de kust begon te voeren, en de snelle rimpelloze afdaling langs de voorkant van de golf liggen mij nog vers in het geheugen. Onderaan kerend, kerfde ik weer omhoog in die lange groene muur, sneller over de voorkant van de golf racend dan ik ooit eerder had gedaan. Het gebulder van de met donderend geraas brekende golf ging dwars door mij heen. Eén moment dacht ik dat het allemaal voorbij was toen de overbuigende golfkam mij omsloot. Maar uiteindelijk kwam ik uit de holte te voorschijn en liet ik me van de rug van de nu uitgebluste golf de baai in glijden. Wat een sensatie was dat geweest!
Nu hoeft surfen helemaal niet iets voor u te zijn, maar de meeste mensen vinden het wel leuk om ernaar te staan kijken. De fotoliefhebbers met hun zoomlenzen vinden het prachtig. En overal waar grote golven zijn, zullen naar alle waarschijnlijkheid ook surfers zijn. Velen reizen de hele wereld rond op zoek naar goede golven. Surfen is zelfs een beroepssport geworden met een eigen puntenstelsel en steeds hogere geldprijzen.
Is surfen eentonig?
Sommige mensen vragen: ’Is surfen niet eentonig — in het water op een geschikte golf wachten en steeds maar weer hetzelfde doen?’ Helemaal niet. Iedere deining van de zee is weer anders. Op elke zandbank, elk rif breken de golven anders. Iedere golf is een andere ervaring, niet alleen anders in grootte en kracht, maar ook in snelheid, karakter en de snelheid waarmee ze breekt. Het is absoluut niet eentonig!
Hoe het met de kosten staat? En of het een dure zaak is om met surfen te beginnen? Eigenlijk niet. Een van de aantrekkelijke kanten ervan voor jonge mensen is juist dat het hun veel biedt zonder dat zij er veel geld in hoeven steken. Om te beginnen is de oceaan gratis. Natuurlijk moet je er wel eerst komen. Dan is alles wat je moet kopen een surfplank, en een surfpak als het water koud is. Anders is elke zwemkleding goed genoeg.”
Zijn er ook negatieve aspecten?
Voor een antwoord op deze vraag wendde ik mij tot mijn tweede zegsman, Rob McTavish, die in de surfwereld bekendheid geniet als ontwerper van surfplanken.
„Ik ben de hele wereld rondgereisd om te surfen en ik heb de veranderingen gezien die zich de afgelopen twee decennia heel geleidelijk hebben voorgedaan. Niet alle waren een verbetering.
Tegen het begin van de jaren zestig ontwikkelde zich rond de sport een complete levensstijl, een verzet tegen de materialistische maatschappij waarin je ten koste van alles moest slagen. Veel surfers zagen af van een mogelijke carrière in de maatschappij en legden hun geld bijeen om de benzine te kunnen betalen voor hun wereldwijde speurtocht naar de echt goede golven. Aan geld werd niet zo heel veel belangrijkheid toegekend. Het kwam erop neer dat surfers toen eenvoudig wilden genieten van wat de natuur hun schonk — zon en branding.
Naarmate de jaren zestig voortschreden, raakten veel surfers in de ban van de tegencultuur, de hippiebeweging, en natuurlijk van de drugs die daarbij hoorden. Ik heb vele eens toegewijde en gezonde surfers door ontaarding en verslaving tot wrakken zien worden.
Andere negatieve aspecten zijn de toegenomen wedijver en commercialisering en het steeds sterkere professionalisme. Deze ontwikkelingen zijn duidelijker geworden sinds de invoering van de nieuwe korte surfplank in 1967. Die kleinere plank bracht totaal nieuwe opwindende mogelijkheden om een golf te berijden. Er zijn krachtiger golven nodig om de plank de daarvoor benodigde vaart te geven, en dat betekent reizen naar plaatsen als Hawaii en Indonesië voor de sterke midden-oceanische deining waaruit de golven van werkelijk goede kwaliteit voortkomen.
Naarmate er meer gesurft wordt, is er een agressieve geest binnengeslopen. Waar veel surfers zijn, is het een gedrang en geruzie om de beste golven. Dit worden vaak vechtpartijen, of men stoot elkaar weg.
Misschien vraagt u zich af wat er gebeurt als een surfer ouder wordt en de strijd om de golven moeilijker gaat vinden. Velen zien zich voor een dilemma geplaatst. Zij hebben wellicht al hun tijd, vanaf hun tienerjaren, besteed aan de jacht op golven, en nu zijn zij de dertig gepasseerd en hebben een vrouw en kinderen maar zijn niet al te best toegerust om in hun levensonderhoud te voorzien. Anderen hebben zich een bestaan opgebouwd door de handel in drugs en zijn ten slotte deel gaan uitmaken van de nieuwe ’gevestigde orde’, die in niets verschilt van die waar zij in de jaren zestig zo tegen gekant waren.”
Hoe veilig is surfen?
Ik was daar benieuwd naar en dus besloot ik ex-surfer John Wright naar zijn mening te vragen. U zult ontdekken dat hij de aangewezen man is om deze vraag te beantwoorden.
„Reeds op elfjarige leeftijd surfte ik aan de Australische kust. Toen een groep surfers uit Californië in de zomer van 1956 Sydney bezocht, sloeg de surfkoorts eerst werkelijk toe. Die Californiërs hun stunts te zien uithalen werkte bijzonder inspirerend op ons jongeren — het leek hun allemaal zo gemakkelijk af te gaan!
Naarmate ik ouder werd, verlangde ik steeds sterker naar de grote golven van Californië en Hawaii. Op eenentwintigjarige leeftijd gaf ik mijn studie eraan en begon ik te werken om geld te sparen voor mijn eerste reis naar de VS. Toen ik er eindelijk was, zag ik dat de levensstijl van de surfers niet veel verschilde van die welke onder surfers in Australië gewoon was — drinkgelagen, ruzies, een losse moraal en drugmisbruik. Gevechten over golven waren gewoon.
Maar u vroeg ernaar hoe veilig surfen is? Het is duidelijk dat surfen nogal wat valpartijen oplevert, maar je valt gewoonlijk in water. Dus zolang je goed kunt zwemmen, is er gewoonlijk geen echt gevaar. Maar er zijn altijd onvoorziene gebeurtenissen die iedereen te allen tijde kunnen overkomen. Neem nu bijvoorbeeld mijn geval.
Op een dag in 1975, was ik in een plaatselijke inham een nieuwe surfplank aan het beproeven, en stuurde ik mijn plank opnieuw tegen een nog geen anderhalve meter hoge golf op. De golf liep over een ondiepe zandbank en de golfkam wierp mij met mijn hoofd naar voren in het zand. Het hele gewicht van mijn lichaam kwam op mijn nek terecht. Ik sprong overeind en zakte prompt ineen en lag toen met mijn gezicht omlaag in zo’n dertig centimeter water. Terwijl ik daar lag, vroeg ik me af waarom ik me niet kon bewegen.
Juist toen ik zo ongeveer zonder adem was, zag een medesurfer, die de golf vóór mij genomen had, mij daar drijven en kwam mij te hulp. Hij rolde me op mijn rug en bracht me drijvend naar de kust. Tegen die tijd had zich op het strand een kleine groep mensen verzameld. Het leek uren te duren voor de ambulance kwam. Dat is de laatste keer geweest dat ik heb gesurft. Ik had mijn nek gebroken. Sindsdien ben ik aan beide armen en benen verlamd.
De gedachte aan een rolstoel gekluisterd te zijn, drukte zwaar op mijn geest. Geleidelijk aan heb ik met behulp van fysiotherapie het gebruik van mijn armen en handen voor een groot deel herwonnen, zodat ik mij met behulp van krukken wel weet te redden, ook dank zij de voortdurende aanmoediging van mijn liefhebbende vrouw, met wie ik in januari 1980 ben getrouwd.
Hoewel ik niet kan surfen, kan ik gelukkig wel zwemmen, wat me helpt fit te blijven, en ik kijk nog steeds met genoegen naar de branding en de vele bedreven surfers bij ons huis dat uitziet over de oceaan aan de oostkust van Australië.
Valt er een les te leren uit mijn ongelukkige ervaring? Als gevolg van onvoorziene omstandigheden kunnen in iedere sport ongelukken gebeuren. Als ik die zandbank met mijn handen zou hebben geraakt in plaats van met mijn hoofd, zou het verhaal anders zijn geweest. Het is duidelijk dat je niet kunt spotten met de blinde krachten der natuur. Een golf, die tonnen water in zich draagt, kan een enorme kracht ontwikkelen. Dat is de reden waarom een surfer zich harmonieus moet kunnen voegen naar de loop en het ritme van de golf. Het is ook nuttig te weten hoe de zeebodem onder de golven is, en voorbereid te zijn op noodmaatregelen wanneer er iets misgaat.
Wanneer ik terugkijk op de dagen dat ik nog surfte, schieten mij veel gelukkige en opwindende momenten te binnen. Het gaf vreugde om in harmonie te zijn met de altijd wisselende bewegingen van de golven. Maar er waren ook de negatieve aspecten van een levensstijl die drugverslaving en een losse moraal omvatte. En daarbij komt nog de agressiviteit en wedijver.
Ik moet toch ook stilstaan bij een ander aspect van het surfen. Elke sport wordt verondersteld een ontspanning te zijn, een tijdverdrijf, een verandering van activiteit ten opzichte van het normale levenstempo. Natuurlijk ligt dat bij beroepssport anders. Maar ik moet bekennen dat surfen voor mij meer was. Het was een bezigheid die al mijn tijd en energie opeiste. Hele dagen werden doorgebracht met surfen, wachtend op de werkelijk volmaakte golf. Ik kan nu begrijpen hoe gemakkelijk het een volslagen egocentrische activiteit werd, waarin nauwelijks plaats was voor een gedachte aan enig ander mens. En wat had het aan het eind van de week of de maand opgeleverd? Natuurlijk is surfen als vorm van ontspanning en besteding van vrije tijd even goed als elke andere sport. Maar nu ik een actief christen ben, wil ik wel zeggen dat het niet zo beoefend mag worden dat er geen plaats meer is voor andere mensen en verantwoordelijkheden.”
Surfen met een betere levensstijl
„In de tijd dat ik nog surfte, en aan de drugs was, werd ik geplaagd door vragen over de geestelijke zijde van het leven. Ik wilde een antwoord op vragen als: Waarom zijn wij hier? Is er leven na de dood? Als wij bestemd zijn om in harmonie met de natuur en God te leven, waarom is de mensheid dan zo sterk op vernielen gericht? Mijn speurtocht naar een antwoord bracht mij ertoe verscheidene oosterse filosofieën te onderzoeken, maar ze stelden me niet tevreden. Toen begonnen een paar surfers met wie ik samenwerkte, met Jehovah’s Getuigen de bijbel te bestuderen. Ik was spoedig onder de indruk van hun veranderde houding. Zij werden minder agressief en schenen een oprechte bezorgdheid te ontwikkelen voor hun naaste — in dit geval voor mij!
Op een dag waren wij de wereldtoestanden aan het bespreken, toen een van de mannen mij een schriftplaats in 2 Timótheüs hoofdstuk 3 liet zien, waar gesproken wordt over de ’laatste dagen’ en waar beschreven staat hoe de houding van mensen zou zijn. Dit maakte werkelijk indruk op mij omdat ik dit met onze tijdsperiode in verband kon brengen. Naarmate mijn begrip van de bijbel toenam, leerde ik meer over deze liefdevolle God, Jehovah, die van plan is handelend te gaan optreden om degenen ’te verderven die de aarde verderven’ (Openb. 11:18). Ik kon dus begrijpen dat het voor mensen noodzakelijk was hun leven in overeenstemming te brengen met Gods voornemen. Dat betekende dat ik veranderingen in mijn levensstijl moest aanbrengen. Ik hield ermee op een immoreel leven te leiden en gaf het gebruik van drugs op. In 1974, vóór mijn ongeval, werd ik gedoopt als een opgedragen dienstknecht van God, een van Jehovah’s Getuigen.
Natuurlijk verminderde mijn liefde voor surfen niet, en ik ging dan ook surfen wanneer ik maar kon. Maar het beheerste niet langer mijn leven, zoals voorheen, en ik kon de vreugde ervan in verband brengen met de Schepper en zijn grootse werken, waaronder ook de oceanen.
Mijn ongeval is niet van invloed geweest op mijn geloof in God en zijn beloften deze aarde onder de rechtvaardige regering van zijn koninkrijk onder Christus te veranderen. Daar ieders gezondheid in Gods toekomstige nieuwe ordening hersteld zal worden, zie ik ernaar uit opnieuw de sensaties van de golven te genieten. Ondertussen doen mijn vrouw en ik alles wat wij kunnen om anderen, inclusief surfers, te helpen de ware God, Jehovah, en zijn Zoon, Christus Jezus, door wie redding uit dit corrupte samenstel van dingen mogelijk is, te leren kennen.”
[Illustratie op blz. 15]
Hoewel het niet vaak zal gebeuren, kan de surfsport door onvoorziene omstandigheden invaliditeit veroorzaken