Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g82 8/6 blz. 7-9
  • Hoe zal ze zich verder ontwikkelen?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Hoe zal ze zich verder ontwikkelen?
  • Ontwaakt! 1982
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Wat werkelijk gebeurde
  • „En onze ervaring dan?”
  • Wat is de charismatische vernieuwing?
    Ontwaakt! 1982
  • Een nauwkeuriger beschouwing
    Ontwaakt! 1982
  • Is „spreken in talen” voor hedendaagse christenen?
    Ontwaakt! 1978
  • Wie spreken in tongen?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1981
Meer weergeven
Ontwaakt! 1982
g82 8/6 blz. 7-9

Hoe zal ze zich verder ontwikkelen?

„WIJ zien de vernieuwing vertragen en/of versplinteren”, schreef een leider van de Katholieke Charismatische Vernieuwing in de Verenigde Staten in een rapport aan die groep. Het rapport voegde eraan toe: „Die versplintering heeft ook een verwatering van Gods Woord gebracht.

„Het bovengenoemde rapport werd aangehaald in het evangelische vernieuwingstijdschrift Vision (mei-juni 1980) in een artikel „Wat is er toch met de Vernieuwing gaande?” De schrijver van dat artikel, zelf charismaticus, vertelt daarin hoe hij op een grote charismatische bijeenkomst heeft gesproken en het bij die gelegenheid heeft gehad over „de dood van de charismatische vernieuwing”.

De voorzitter van de Internationale Lutherse Charismatische Conferentie heeft in een analyse van de versplintering „zeven stromingen” opgesomd die alleen al in de VS zijn ontstaan. Zo onderscheidt hij groepen rond belangrijke leiders, protestantse en katholieke groepen die de vernieuwing binnen hun parochie werkzaam willen laten zijn, en zogenoemde „gezondheid en rijkdom”-groepen die de nadruk leggen op genezing en financieel succes als tekenen van Gods goedkeuring.

Leiders en waarnemers maken zich zorgen over een verlies van aandrijvende kracht, en zij vrezen dat „de beweging niet eeuwig zal duren” zoals één charismaticus zei (U.S. Catholic, febr. 1980). De ontwikkeling lijkt te gaan in de richting van hetzij een verlies van enthousiasme of het ontstaan van nieuwe sekten van charismatische pinkstergelovigen rond verschillende leiders.

De bovengeschetste ontwikkeling is niet zonder grond. De Encyclopaedia Britannica zegt van de pinkstergelovigen die generaties eerder op het religieuze toneel verschenen: „Aanvankelijk hadden zij niet de bedoeling om uit hun eigen kerken weg te gaan ten einde een nieuwe denominatie te vormen. Zij wilden slechts bewerkers van hervorming en godsdienstige opleving zijn en eraan meehelpen hun kerken te bevrijden van formalisme in aanbidding, modernisme in geloof, wereldsgezindheid in handelen. Zij wilden ervoor ijveren hun kerken te veranderen in vitale, van geest vervulde gemeenschappen zoals die welke in het Nieuwtestamentische bijbelboek Handelingen beschreven staan.” Maar mettertijd werd een aparte pinksterdenominatie opgericht. Later vonden talrijke afscheidingen plaats, en tegenwoordig zijn er meer dan 30 soorten pinkstergroepen.

De recente geschiedenis van de ’nieuwe charismatici’ vertoont hier een treffende overeenkomst mee. Maar dat is niet zo verrassend wanneer u nagaat wat de aanleiding voor de moderne beweging was.

Wat werkelijk gebeurde

De verhalen zoals ze vaak verteld worden, zouden u doen concluderen dat het spreken in tongen en de vernieuwing plotseling, vanzelf begonnen — een spontane werking van de heilige geest. Maar in de oorspronkelijke ontwikkeling onder de protestanten in Californië valt op dat twee lidmaten van de Episkopale Kerk in 1959 „de doop van de Heilige Geest ontvingen door het getuigenis van vrienden uit de pinksterbeweging”. Van hen werd de „ervaring” overgedragen op ongeveer een dozijn andere leden. Hun eigen predikant legde contact met weer anderen en verbreidde de „ervaring” onder vele protestantse kerken.

Evenzo was ook de katholieke ontwikkeling niet echt spontaan. Zelfs al vóór de gebeurtenissen op de Duquesne University ’waren er individuele katholieken die de pinksterervaring hadden ontvangen — vaak door de invloed van vrienden onder pinkstergelovigen’, zegt The New Charismatics.

Hoe staat het met degenen die betrokken waren bij wat er in Duquesne gebeurde, het voorval dat de snelle verbreiding van de pinksterervaring onder katholieken schijnt te hebben veroorzaakt? In augustus 1966 waren leden van de faculteit door verschillende vrienden attent gemaakt op verschillende publikaties die de pinkstergedachte propageerden. „Uiteindelijk besloot de groep persoonlijk bekend te raken met plaatselijke christenen die de pinksterervaring hadden”, zegt een schrijver. Deze ontmoeting leidde tot het zo betekenisvolle weekeinde in Duquesne.

Wat er dus gebeurde, is dat reeds bestaande pinkstergedachten en ervaringen enkele gevestigde kerken binnendrongen. De meeste ontvangers waren hetzij op zoek naar een meer „dynamische”, opwindende, vreugdevolle manier van aanbidden of werden beïnvloed door degenen die de ervaring hadden ontvangen.

Gezien deze inspanningen vormen de nu zichtbare resultaten echter geen argument voor een werkelijke, spontane vernieuwing door heilige geest. Wat wij in plaats daarvan hebben gezien, is de introductie van geloofsovertuigingen en praktijken van een bepaalde groep bij een aantal anderen terwijl er niemand is die de resultaten richting kan geven of kan concentreren op waardevolle doeleinden.

„En onze ervaring dan?”

In weerwil van deze steeds duidelijker bewijzen vinden sommigen misschien dat zij toch niet met een gerust geweten kunnen ontkennen wat zij hebben ervaren. Hebben zij niet de kracht in zich gevoeld? Hebben zij niet genezing gezien of gevoeld? Zijn er niet woorden uit hun mond gevloeid in een taal die hun onbekend was?

Toch is het belangrijk in gedachte te houden dat de bijbel waarschuwt voor bedrieglijke, demonische geesten (1 Joh. 4:1). Ze worden beschreven als ’wonderen werkend’, en zelfs machtige heersers misleidend (Openb. 16:14, Vertaling door prof. Brouwer). Ze kunnen gebruik maken van mensen en hen krachtige werken laten voortbrengen, maar de waarneembare uitwerkingen bewijzen niet dat ze van God afkomstig zijn. ’Maar als het dan toch werd gedaan in de naam van de Heer Jezus?’ zou iemand kunnen vragen. Jezus zelf heeft gezegd: „Op de dag van het oordeel zullen velen tegen mij zeggen: ’Heer, Heer, in uw naam hebben wij de boodschap van God verkondigd, in uw naam hebben we duivelse geesten uitgedreven en veel wonderen gedaan.’ En dan zal ik hun openlijk zeggen: ’Ik heb u nooit gekend.’” — Matth. 7:22, 23, NTO.

Ook reeds in de oudere pinksterbeweging maakte men zich zorgen over demonische invloed. W. J. Seymour, een bekende pinkstervoorganger in het begin van de 20ste eeuw, drong er eens bij zijn leraar op aan naar Los Angeles te komen om hem te helpen omdat op zijn bijeenkomsten „hypnotische krachten en vleselijke contorsies [heftige onwillekeurige bewegingen]” waren uitgebroken. Hij was van mening dat hij hulp nodig had om „te onderscheiden tussen wat echt en wat vals was, en wat niet van God was, uit te wieden”.

Over deze kwestie dat Satan zich als een bedrieglijke engel des lichts voordoet (2 Kor. 11:14), zegt een hedendaagse in tongentaal sprekende jezuïtische priester: „Tongentaal zou een hysterische ervaring kunnen zijn of, volgens sommigen, een duivelse.” En een episkopale rector die in tongen spreekt, zegt: „De duivel heeft vele manieren om ons te bewerken. Wanneer wij de doop van de Heilige Geest ontvangen, valt hij werkelijk aan.”

Beschouw ook dit: Als deze speciale gaven zoals tongen, genezing en profeteren thans zo gewichtig zijn, waarom schreef de apostel Paulus dan: „Profetische boodschappen zullen verdwijnen, het spreken in vreemde talen zal verstommen”? (1 Kor. 13:8, NTO) Het bewijsmateriaal toont aan dat met het sterven van de apostelen en degenen wie zij ’de handen hadden opgelegd’, ook de wonderbaarlijke gaven van de heilige geest verdwenen. — Hand. 8:17; 14:3.

In deze tijd is er iets veel belangrijkers dat christenen aan de dag moeten leggen als een aanwijzing dat God door hen werkt. Het is iets dat al Gods dienstknechten moeten bezitten. De bijbel zegt: „Intussen blijven deze drie bestaan: geloof, hoop en liefde. Maar daarvan is de liefde de grootste” (1 Kor. 13:13, NTO). Aangezien dit het geval is, moet men verder kijken dan zaken als tongentaal om deugdelijke bewijzen te vinden van het werk van de heilige geest in onze tijd.

Wel, wat zijn dan precies de dingen waaraan men ware christenen kan identificeren die werkelijk deze bijzonder belangrijke liefde ten toon spreiden? Kan men de vruchten van Gods geest bij hen zien, als aanwijzing dat zij net als de eerste-eeuwse christenen zijn? Laat ons de bewijzen daarvoor onderzoeken.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen