Een nauwkeuriger beschouwing
IS DE heilige geest werkzaam geweest in de charismatische beweging? Charismatische gelovigen moeten kunnen begrijpen dat iemand daar echt zeker van wil zijn, vooral omdat christenen in Gods Woord de aanwijzing vinden: „Mijn geliefde vrienden, gelooft niet allen die beweren de Geest te hebben, maar beproeft hen om te ontdekken of de geest die zij hebben, van God komt.” — 1 Joh. 4:1, Today’s English Version.
Natuurlijk zijn oprechte charismatici van mening dat wat zij ervaren, een getuigenis is van de werkzaamheid van de heilige geest onder gelovigen, en dat dit een herhaling is van wat de geest onder christenen in de eerste eeuw bewerkte. Anderzijds zullen buitenstaanders verwachten in de charismatische beweging ook andere blijken van de werkzaamheid van de heilige geest in de eerste eeuw herhaald te zien.
Werkelijke eenheid?
Hoe staat het bijvoorbeeld met de bereikte eenheid? Hoe echt is ze? Gewoonlijk zijn charismatische christenen namelijk lid gebleven van de kerk waartoe zij vóór hun ’pinksterervaring’ behoorden. Maar voor waarnemers werpt dit serieuze vragen op.
Om dit punt te illustreren: Gelooft een vrome pinkstergelovige werkelijk dat een charismatische presbyteriaan die tabak gebruikt, echt gered is? Gelooft een charismatische baptist stellig dat een vroegere katholieke of episkopale besprenkeling nu plotseling een geldige christelijke doop vormt omdat de persoon in kwestie een charismaticus is geworden? Zal een charismatische lutheraan het nu met een charismatische katholiek eens zijn dat de katholieke priester werkelijk brood en wijn in het lichaam en het bloed van Christus verandert wanneer hij de mis opdraagt? De lijst van zulke verschillen zou nog veel langer gemaakt kunnen worden.
Maakt het dan iets uit dat deze verdeeldheid zaaiende barrières bestaan? Voor de eerste-eeuwse christenen was dat beslist het geval. De apostel Paulus schreef onder inspiratie van de heilige geest: „Wees allen eensgezind en vermijd partijvorming; leef in harmonie door hetzelfde te denken en te voelen” (1 Kor. 1:10, Het Nieuwe Testament in de omgangstaal). Onenigheid kwam niet te pas voor die ware christenen. Dat was niet de manier waarop de heilige geest destijds werkte. In plaats daarvan verenigde hij christenen door vroegere verschillen te overwinnen. Zij bezaten een vaste eenheid van leerstellingen, praktijk en organisatie en niet slechts een lossige samenhang gebaseerd op een gemeenschappelijke emotionele belevenis.
Sommigen binnen de charismatische beweging geven deze verdeeldheid toe. Christianity Today berichtte: „Sommige leiders zeiden dat de eenheid van de charismatische christenen tot dusver op emotioneel niveau heeft gelegen. Er bestaan ernstige leerstellige verschillen en men is daar te gemakkelijk aan voorbijgegaan, waardoor ze een bedreiging zijn gebleven voor toekomstige pogingen tot eenwording.”
Crisis in leiderschap
Sommige leiders in de charismatische vernieuwingsbeweging verkregen grote bekendheid. Maar mettertijd ontstonden door hun verschillende achtergronden verschillende opinies over de manier waarop allerlei aangelegenheden bestuurd moesten worden. Zij raakten verdeeld over bestuur en leiderschap.
Beseffend dat deze verdeeldheid een ernstige bedreiging vormde voor de charismatische vernieuwing, vroegen sommigen uit bezorgdheid om een soort topvergadering van leiders. Deze vond in 1980 in Dallas in de Amerikaanse staat Texas plaats. De spreker die de bijeenkomst opende, zei openlijk: „Wij zijn hier om het schandaal van onze verdeeldheid toe te geven.”
Maar vond er een genezing plaats? Neen. Eén groepering bepleitte een ontwikkeling door middel van groepen onder een ouderling of leraar die zorg draagt voor zijn volgelingen. Tegenstanders beweerden dat „de ouderlingen een onschriftuurlijke controle over het leven van anderen gaan uitoefenen, zo ver zelfs dat zij zich Christus’ autoriteit aanmatigen”. Eén leider beschuldigde een ander van „schapendiefstal”, waaraan hij toevoegde: „Het is niet zo dat zondaars door hen tot discipelen van Christus worden gemaakt, maar leden van andere kerken worden tot discipelen van henzelf gemaakt.” Kennelijk is de verdeeldheid er nog steeds. — Christianity Today, 4 april 1980.
Het ontbreken van eenheid moet een oorzaak hebben. Die oorzaak is terug te voeren op het verwerpen van de autoriteit van de bijbel.
Verwerping van het Boek van eenheid
Als u een charismatisch gelovige bent, denkt u wellicht in alle oprechtheid dat de charismatische leiders nooit de bijbel zouden verwerpen. Maar bedenk dat een van de „gaven” waarop binnen de beweging aanspraak gemaakt wordt, die der profetie is. Men gelooft dat het geschreven woord „altijd ondergeschikt moet zijn aan het gezag van het levende, ’dynamische’ woord dat bij profeteren wordt bekendgemaakt”, bericht het boek The New Charismatics. Eén charismaticus zei het als volgt: „Net als de levende God beweegt de Geest zich door en buiten het opgetekende bericht van het voorbije getuigenis.”
De apostel Paulus zei echter: „Ook al zouden wij of een engel uit de hemel u iets als goed nieuws bekendmaken buiten [„dat afwijkt van” (NTO)] hetgeen wij u als goed nieuws hebben bekendgemaakt, hij zij vervloekt” (Gal. 1:8). Wel, als een apostel of een engel niet buiten het goede nieuws mag gaan dat in de bijbel is opgetekend, is dan een charismatische persoonlijkheid in deze tijd gemachtigd dat wel te doen?
De tot de charismatische beweging behorende schrijfster Catherine Marshall zegt dat „niet al de waarheid en al het onderricht dat Christus ons te geven heeft, vervat is in de canon van het Oude en het Nieuwe Testament”. Maar de bijbel zelf zegt: „Elk van God ingegeven schriftwoord is ook nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid, opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust” (2 Tim. 3:16, 17, Nieuwe Vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap). Aangezien dit de rol van de bijbel is, past het toch niet zijn inhoud te kleineren?
Aanvankelijk lijkt het misschien onschuldig genoeg om de eigen persoonlijke ervaring vóór de bijbel te plaatsen. Maar beseft u waartoe dat kan leiden? Herinner u de tragedie in Jonestown (Guyana) waar de leider van die groep mensen de bijbel terzijde schoof en zijn volgelingen op het hart drukte naar hem te luisteren, naar zijn ’openbaringen van God’. Hij had hen ervan overtuigd dat zij sterker op hun „ervaringen” met hem moesten vertrouwen dan op Gods geschreven Woord. Ziet u het gevaar dat uit zo’n standpunt volgt — hoe kwetsbaar het iemand maakt? Als de bijbel niet als gids fungeert, welke bescherming bestaat er dan tegen de invloed van massahysterie en volksmisleiding?
Terwijl enerzijds profeteren niet met verachting behandeld mag worden, krijgen wij anderzijds ook de aanwijzing ’ons te vergewissen van alles en vast te houden aan wat voortreffelijk is’ (1 Thess. 5:20, 21). Daarom luidt de opdracht in 1 Johannes 4:1 dan ook ’te onderzoeken of de geesten uit God zijn’ (Petrus-Canisiusvertaling). Diezelfde tekst geeft de raad: „Geliefden, gelooft niet iedere geest.” Kennelijk zijn ze niet alle van God. Sommige zijn afkomstig van Satan de Duivel.
Hoe kan iemand nu onderscheid maken tussen de ene geest en de andere? Iemands eigen ervaring is niet voldoende om ’zich ervan te vergewissen’. En stellig zal geen hedendaagse openbaring van Gods geest de openbaringen tegenspreken die diezelfde geest Jezus, zijn volgelingen en de bijbelschrijvers heeft geschonken.
Charismatici hopen dat hun geschillen uiteindelijk opgelost zullen worden. Maar een leidsman gaf toe: „De charismatische beweging als geheel is op leerstellig gebied onvoorspelbaar.” De duidelijke reden voor de nog steeds aanwezige verdeeldheid is dat vele charismatische gelovigen de bijbel niet erkennen als de hoogste leerstellige autoriteit. Daarom betekent het vooropstellen van de persoonlijke ervaring dat de ware eenheid nooit bereikt zal worden.
Nadenkende personen binnen en buiten de beweging zullen nu vragen: Weerspiegelt de charismatische beweging werkelijk de werkzaamheid van Gods heilige geest? En hoe gaat deze beweging zich verder ontwikkelen?
[Inzet op blz. 5]
Aanvankelijk lijkt het misschien onschuldig genoeg om de eigen persoonlijke ervaring vóór de bijbel te plaatsen. Maar beseft u waartoe dat kan leiden?
[Inzet op blz. 6]
Hoe kan iemand nu onderscheid maken tussen de ene geest en de andere? Iemands eigen ervaring is niet voldoende om ’zich ervan te vergewissen’