Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g77 8/11 blz. 20-23
  • Reuzen van het Afrikaanse woud

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Reuzen van het Afrikaanse woud
  • Ontwaakt! 1977
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • De opmerkelijke slurf
  • Enorme tanden
  • Opgroeien
  • Dood van de reuzen
  • De slurf van de olifant
    Is het ontworpen?
  • De slurf van de olifant
    Ontwaakt! 2012
  • „Een van de meesterstukken der natuur”
    Ontwaakt! 1988
  • Hoe train je een olifant?
    Ontwaakt! 2009
Meer weergeven
Ontwaakt! 1977
g77 8/11 blz. 20-23

Reuzen van het Afrikaanse woud

DOOR ONTWAAKT!-CORRESPONDENT IN KENYA

ALS een ondeugende kleine jongen zwierf het kleine olifantekalfje weg van de kudde en begon rond te snuffelen aan de rand van een Afrikaans waterkanaal. Zonder acht te slaan op het waarschuwende getrompetter van een volwassen olifant in de buurt, ging het kleine kalfje verder en gleed plotseling in het diepe water! Vier angstig bezorgde olifantekoeien snelden toe om het te redden. Twee ervan waadden het water in en slaagden erin de paniekerige baby met hun slurfen boven water te houden tot de andere twee op de oever hem in veiligheid konden trekken.

Toen haar kleine eenmaal veilig op de wal stond, onderzocht moeder het huiverende, water-blazende olifantje met haar slurf, en nadat ze had vastgesteld dat het niets was overkomen, gaf ze het met die zelfde slurf meteen een fikse tuchtiging. Elke menselijke moeder zou bij het gadeslaan van dit tafereeltje ongetwijfeld een bepaalde lotsverbondenheid hebben gevoeld met deze dikhuid-moeder, die daarna haar kleine deugniet wegjoeg van het water en luid haar moederlijke bezorgdheid uittrompetterde.

Net als een menselijk kind leert een baby-olifant van dergelijke ervaringen en ouderlijk onderricht. Een jong olifantje is namelijk minstens tien jaar afhankelijk van ouderlijke leiding, hetgeen in de dierenwereld een ongewoon lange tijd is. Ongetwijfeld moet dit worden toegeschreven aan het feit dat een olifant net als een mensenbaby wordt geboren met een hersenvolume dat nog maar een derde bedraagt van de hoeveelheid in het volgroeide stadium. Tal van gedragingen moeten daarom tijdens de groei worden aangeleerd en zijn niet, zoals bij de meeste dieren, hoofdzakelijk terug te voeren op het instinct.

Olifanten hebben in de regel een „verkering” en „huwelijk” van enkele maanden. Maar als het vrouwtje ten slotte zwanger wordt, verliest ze haar belangstelling voor haar partner en in het latere stadium van haar zwangerschap zoekt ze het gezelschap van een andere koe, die met haar naar een verborgen plek trekt en beschermend toezicht houdt op de geboorte van het jong. De zwangerschap heeft dan tweeëntwintig maanden geduurd. En begrijpelijk! Want de baby die geboren wordt, is al 1 meter hoog en weegt ongeveer 90 kilo!

De opmerkelijke slurf

Het grootste deel van het eerste jaar van zijn leven heeft het kalf nodig om zijn waardevolste instrument — zijn slurf — te leren gebruiken. Het is soms een erg humoristisch en vertederend gezicht een onhandige baby over zijn lange neusuitsteeksel te zien struikelen of er op vreemde manieren mee te zien zwaaien en kronkelen.

Een baby-olifant drinkt bij zijn moeder niet met zijn slurf, maar met zijn bek, waarbij zijn slurf achterover over zijn kop ligt. Maar na drie of vier jaar, wanneer moeder niet meer gediend is van de harde stoten van de uitgroeiende stoottanden, gaat ze ertoe over het dorstige jong op hardhandige manier te spenen. En opnieuw kan er zich dan een humoristisch moment voordoen wanneer de grote baby in opperste wanhoop, als een duimzuigende kleuter op zijn eigen slurf gaat sabbelen. En naarmate de kleine ouder wordt, kan het ook gebeuren dat hij zijn slurf onderzoekend in de bek van een volwassene steekt om te besnuffelen wat voor voedsel daar gekauwd wordt.

Hoewel de slurf van een volwassen olifant wel een gewicht van 135 kilo kan bereiken, maken de duizenden spieren in dit 2 meter lange neusuitsteeksel met de gevoelige „vingers” aan het uiteinde, het tot een veelzijdig en beweeglijk apparaat, dat bovendien een bijzonder gevoelig reukorgaan herbergt, en vanwege het beperkte gezichts- en gehoorvermogen van deze reuzen altijd als een gevoelige antenne in beweging is om geur, temperatuur en vormen in de omgeving vast te stellen. Een uitgestrekte slurf schijnt onder olifanten een typisch groetgebaar te zijn en een bepaalde mate van genegenheid te weerspiegelen. Ook wanneer mensen hun gunst winnen, is een uitgestrekte slurf op te vatten als een teken van wederzijds vertrouwen.

Maar deze gecombineerde neus en bovenlip doet echt niet alleen dienst voor fijnzinnige aangelegenheden. Het is ook een machtig werktuig voor het wegschrapen van zand dat door de slagtanden en poten is losgewoeld wanneer de olifant op zoek is naar water, voor het afplukken van gras en het uitslaan van zand uit de wortels, om vruchten uit bomen te plukken, bast los te trekken van bomen, het lichaam te verkoelen met een water- of modderdouche en, samen met de stoottanden, voor het oplichten van voorwerpen soms zo zwaar als een ton. En af en toe wordt hij ook gebruikt als snorkel wanneer de olifant door diep water waadt.

Met zijn slurf kan hij ook in één keer 6 liter water opzuigen om zichzelf mee te besproeien of om op te drinken. Bij het drinken spuit hij eenvoudig zijn bek vol water, en dat hoort men daarna klokkend buikwaarts lopen. Op die manier is hij in staat wel 200 liter water per dag te verzwelgen, te zamen met zo’n 200 tot 300 kilo voedsel dat ook door de veelzijdige slurf in de bek wordt gestouwd. De slurf is dus erg belangrijk en het is te begrijpen dat wanneer dit orgaan beschadigd raakt, misschien omdat het terecht is gekomen in de val van een stroper, het voor de reus een groot probleem wordt om in leven te blijven. Men heeft olifanten met een geblesseerde slurf wel eens op hun knieën gras zien eten.

Enorme tanden

Het kauwen van deze immense hoeveelheden voedsel vereist een bijzonder soort tanden. Vreemd genoeg is in de boven- en onderkaak aan beide kanten slechts één tand — dus vier in totaal — in gebruik. Maar wat voor tanden! Ze kunnen wel vier kilo per stuk wegen en zijn minstens 30 centimeter lang. In één olifanteleven worden zes stel van deze grote maalkiezen opgebruikt, de eerste melkkiezen niet meegerekend.

Als op een transportbaan bewegen de grote kiezen zich langzaam naar voren, waarbij de nieuwe kiezen de versleten stompen wegduwen. Het laatste stel komt in gebruik wanneer een olifant ongeveer veertig jaar oud is. En wanneer die ten slotte zijn opgebruikt verliest dit grote schepsel zijn kauwvermogen en sterft uiteindelijk op de leeftijd van zestig of zeventig jaar aan een soort van ondervoeding.

Olifanten zijn echter het meest bekend om hun andere, meer zichtbare „tanden”. Men zou kunnen zeggen dat ze de meest vooruitstekende tanden ter wereld hebben, want hun stoottanden zijn de uitgegroeide voortanden van hun bovenkaak. Het zijn de langste en zwaarste tanden in het dierenrijk. En aangezien ze tijdens het gehele leven van de olifant blijven groeien, schat men dat ze bij een vrouwtje wel 5 meter en bij een mannetje wel 6 meter lang kunnen worden.

Deze uitstekende „tanden” hebben echter heel wat te verduren bij het omploegen van de grond — tijdens het zoeken naar zout of voedsel en water — en bij het opheffen van zware gewichten, of wanneer ze worden gebruikt bij de strijd om de aandacht van een bevallige koe. Altijd draagt één tand dan ook de tekenen van grotere slijtage en is soms zelfs — door afschilfering of breuk — korter dan de ander. We kunnen daaraan een rechts- of links-„handige” olifant herkennen.

Toen Achmed, de grootste bekende olifantestier van Kenya in 1974 op de leeftijd van vijfenvijftig jaar stierf, had hij stoottanden die elk 67 kilo wogen en op de ivoormarkt wel 250.000 gulden waard waren. Het is dan ook duidelijk waarom hij krachtens een speciaal decreet door de president van Kenya werd beschermd.

Opgroeien

Naarmate jonge mannetjesolifanten ouder worden, werpen ze zich niet op als de onbevreesde beschermers van de kudde, zoals u wellicht geneigd was te denken. Neen, de jonge stieren blijven slechts in de kudde tot ze op de een of andere luidruchtige manier gaan tonen dat ze zich bewust worden van hun „mannelijkheid”. Zodra dat gebeurt, gewoonlijk tussen hun tiende of dertiende jaar, gaan de vrouwtjes ertoe over de jeugdige oproerkraaiers op krachtdadige wijze uit de kudde te verwijderen. Daarna treedt er voor de jonge stieren een soort van vrijgezellenbestaan in, waarbij ze zich soms in kleine stierenkudden verenigen. Contacten met koeien komen slechts tot stand wanneer er van beide kanten „amoureuze” bedoelingen bestaan.

Zoals u al zult hebben geraden, vormen de grote kudden dus voornamelijk een matriarchale maatschappij die gewoonlijk onder leiding staat van een vrouwtje dat op de een of andere wijze als moeder, zuster of tante in familieverhouding tot alle andere leden van de kudde staat. De sterke band tussen de koeien smeedt de kudde hecht aaneen en vormt een garantie voor het voortbestaan van de jongen.

Wanneer een Afrikaanse olifant eenmaal de volle wasdom heeft bereikt, vormt hij zonder twijfel een bijzonder indrukwekkend schepsel, het grootste landdier ter wereld. Afrikaanse stieren bereiken een schouderhoogte van gemiddeld drie een een halve meter en wegen ongeveer zeven ton. In 1955 werd een Afrikaanse olifantestier gedood die vier meter hoog was en naar verluidt wel elf ton woog — een werkelijke reus!

Dood van de reuzen

Berusten de verhalen over zogenaamde „olifantenkerkhoven” op enige waarheid? Wel, het enige wat men in dit verband weet is dat olifanten belangstelling tonen voor de beenderen en tanden van een overleden kameraad. Om dit vreemde gedrag te onderzoeken, legde men enkele karkassen in de buurt van een grazende kudde. Toen de dieren de lucht van de karkassen roken, naderden ze met groot enthousiasme en onderzochten de overblijfselen zorgvuldig met hun slurf.

Sommige waarnemers zagen zelfs hoe olifanten pogingen deden om de slagtanden van een karkas te verwijderen en anderen berichten dat ze olifanten wel een kilometer lang met de beenderen van een karkas hebben zien slepen. Maar over „olifantenkerkhoven”, waar oude dieren in het geheim zouden sterven, zijn in recente tijd geen bevestigingen binnengekomen. Het hierbovenstaande zou zelfs op het tegendeel wijzen — een verspreiding van beenderen en tanden, in plaats van een opeenhoping op één plaats.

In één droevig geval, enige tijd geleden, was een pasgeboren kalfje gestorven. Een wildwachter zag de moeder drie dagen lang met het lichaampje op haar tanden rondzwerven, de slurf over het hangende lijfje om het op de plaats te houden. Later zag men de moeder alleen bij een boom staan, niet etend en iedereen wegjagend die bij haar in de buurt kwam. Toen ze die plek ten slotte na enkele dagen verliet, ontdekte de wildwachter dat de koe onder die boom een klein graf had gedolven en daar het lichaampje had begraven.

De intelligentie van deze prachtige schepselen schijnt thans mede een bedreiging te vormen voor hun bestaan. De olifanten zijn er namelijk achter gekomen dat de nationale parken van Afrika hun een bepaalde bescherming bieden tegen de geweren en giftige pijlen van illegale ivoorjagers en tegen de boeren die grote stukken olifantenland in bezit hebben genomen. Het resultaat van deze door de mens teweeggebrachte verstoring van de natuur is dat de olifanten nu niet meer rondzwerven over terreinen van honderden vierkante kilometers maar zijn opgepropt in beperkte wildparkgebieden. Vernietiging van de plantengroei is dan vaak het resultaat, bomen sterven en grote gebieden veranderen in grassteppen, die ongeschikt zijn voor het leven van de olifant.

Het is tragisch dat het voortbestaan van zulke prachtige schepselen die op zo’n grootse wijze getuigen van de wijsheid en macht van Degene die ze heeft geschapen, nu wordt bedreigd. Hun fascinerende aanwezigheid vormt slechts een van de vele blijken van Gods edelmoedige voorzieningen voor de mens, voor wie het een genoegen is deze dieren en hun gewoonten gade te slaan. Wij kunnen er dankbaar voor zijn dat de Schepper, de Eigenaar van „al het wild gedierte van het woud” en „de beesten op duizend bergen”, deze schepselen voor het eeuwige genoegen en welzijn van de mens heeft geschapen. — Ps. 50:10.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen