Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g88 22/12 blz. 26-27
  • „Een van de meesterstukken der natuur”

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • „Een van de meesterstukken der natuur”
  • Ontwaakt! 1988
  • Vergelijkbare artikelen
  • De slurf van de olifant
    Is het ontworpen?
  • De slurf van de olifant
    Ontwaakt! 2012
  • Reuzen van het Afrikaanse woud
    Ontwaakt! 1977
  • Hoe train je een olifant?
    Ontwaakt! 2009
Meer weergeven
Ontwaakt! 1988
g88 22/12 blz. 26-27

„Een van de meesterstukken der natuur”

ZO BESCHRIJFT een Zuidafrikaanse geleerde de slurf van een olifant. Deze sterk verlengde, beenloze, gespierde snuit stelt de olifant in staat vier liter water op te zuigen en die dan in zijn bek te spuiten. Zonder dit vermogen zou het kolossale dier gedwongen zijn voor elke dronk neer te knielen, een heel karwei! De slurf stelt hem ook in staat zo’n 230 kilo planten per dag te eten. Olifanten lopen dan ook het gevaar van honger om te komen als dit essentiële orgaan ernstig gewond raakt.

De slurf wordt op talrijke andere manieren gebruikt, bijvoorbeeld om alarm te blazen, een kalf te liefkozen of een baby een klap te geven als hij stout is. Ze wordt vaak gebruikt om de eigenaar ervan met water of modder te besproeien. Waarom met modder? Waarschijnlijk om de huid te beschermen tegen de hitte en insekten. Waarom steekt een olifant soms zijn slurf omhoog als een periscoop? Om de windrichting te bepalen en de geur van een indringer op te vangen. Ja, dit veelzijdige orgaan is niet alleen een gevoelig tastorgaan maar ook een verlenging van de neus. Wijlen Jim Williams beschrijft in zijn boek Elephant Bill enkele interessante manieren waarop olifanten hun slurf gebruiken:

„Als hij met zijn slurf niet bij een deel van zijn lichaam kan waar het hem jeukt, schuurt hij daarmee niet altijd tegen een boom; soms pakt hij in plaats daarvan een lange stok op en krabt zich er eens flink mee. Is een stok te kort, dan zoekt hij een andere die wel lang genoeg is.

Als hij wat gras uittrekt en er zit een kluit aarde aan de wortels, zal hij het tegen zijn voet slaan totdat alle aarde eraf geschud is of, als er water voorhanden is, het schoonwassen voordat hij het in zijn bek steekt.”

Ruim twintig jaar heeft Williams als dierenarts olifanten verzorgd die getraind waren om in de Birmaanse teakbossen hout te vervoeren. Soms lukte het hem echter niet medicijnen in het voedsel van een zieke olifant te verbergen. Met zijn slurf, zo legt Williams uit, „zal hij een pilletje (ter grootte van een aspirientje) uit een tamarindevrucht zo groot als een cricketbal halen waarin je het verstopt hebt, met een air van: ’Mij houd je niet voor de gek.’”

„Olifanten”, zo vervolgt hij, „kunnen ook een klimplant, zoals een klimop, die zich stevig aan een boom gehecht heeft, veel vakkundiger losmaken dan een man die met twee handen werkt. Dit komt door hun gevoeliger tastzin.”

Doe de volgende keer dat u een olifant in een wildpark of dierentuin ziet, eens wat dr. Gerrie de Graaff voorstelt in Custos, een Afrikaans tijdschrift over dieren in het wild: „Bekijk het dier met het ontzag en het respect dat hem toekomt en gun uzelf wat tijd om een van de meesterstukken der natuur in actie gade te slaan en te bewonderen — de slurf van een olifant.” Vraag u dan af: ’Wie komt de eer toe voor zo’n opmerkelijk veelzijdig orgaan?’ Het bijbelse antwoord op die vraag luidt dat Jehovah God „al het zich bewegende gedierte van de aardbodem naar zijn soort” maakte en dat hij „alles [zag] wat hij gemaakt had en zie! het was zeer goed”. — Genesis 1:25, 31.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen