De vooruitgang van de bijbelse waarheid in de „Bible Belt”
DE BAPTISTISCHE kerkhistoricus Dr. H. L. McManus van de Mercer-universiteit in Macon (Georgia), wees onlangs op het enige waarneembare teken van geestelijke gezondheid in de „Bible Belt” (en elders in de wereld). Hij noemde Jehovah’s getuigen als een groep die op weg was een ’grote denominatie’ te worden en vestigde de aandacht op hun ’fenomenale groei’.
De onderstaande cijfers, die betrekking hebben op het aantal getuigen van Jehovah in vijftien traditionele „Bible Belt”-staten, geven inderdaad weer dat de Getuigen, zoals Dr. McManus opmerkte, een ’fenomenale groei’ hebben doorgemaakt.
Jaar: 1961 1971 1972
Aantal Getuigen: 70.926 115.730 120.425
Wat is de oorzaak van deze geweldige groei? Beschouw voor het antwoord hierop, eens de verklaring die een andere baptistische geestelijke, C. E. Cooper van de Riverside Baptist Church in Jacksonvile (Florida), in zijn preek gaf:
„De Getuigen geloven de bijbel . . . van begin tot eind, ’niet een gedeelte ervan, maar helemaal’. Als u [baptisten] evenzeer in uw religie zou geloven als zij in de hunne doen, als u net zo bleef vasthouden aan het verstandelijke realisme van uw religie als zij doen, als de tien miljoen Southern-baptisten in dit land op dezelfde wijze in hun religie zouden geloven als de Jehovah’s Getuigen in hun religie geloven, zouden deze Southern-baptisten Noord-Amerika ondersteboven keren, op zijn kant zetten — maar we doen het niet.”
Duizenden mensen hebben ontdekt dat ’de Getuigen de bijbel geloven’ en hebben daarom hun fundamentalistische kerken, waar aan Gods Woord vaak niet meer dan lippendienst wordt geschonken, de rug toegekeerd. Hoewel veel mensen ernstig het verlangen koesterden de bijbel te begrijpen en hem als een gids in hun leven te gebruiken, bleef hij voor hen een gesloten boek tot zij in contact kwamen met Jehovah’s getuigen.
Zo vergeleek bijvoorbeeld een man in Columbia, in de staat Zuid-Carolina, datgene wat hij gedurende vijftig jaar in „Bible Belt”-kerken had geleerd met de kennis die hij door studie met de Getuigen had opgedaan: „Toen ik met Jehovah’s getuigen studeerde, begon het tot mij door te dringen dat op de zondagsschool (van mijn vroegere kerk) wel de presentielijst werd bijgehouden en dat er twee collecteschalen rondgingen, maar dat de bijbel nooit openging of werd gebruikt. Ik zat alleen maar te luisteren en leerde nooit iets uit de bijbel. Toen ik daarentegen de Koninkrijkszaal van Jehovah’s getuigen bezocht, hoorde ik een geweldige bijbellezing, zocht ik vele schriftplaatsen op en kreeg ik van het besprokene een nauwkeurige kennis en een goed begrip.”
Deze man ontdekte natuurlijk niet alleen dat Jehovah’s getuigen uit de bijbel leren, maar er ook werkelijk in geloven en ernaar leven. Zo laten zij bijvoorbeeld geen „collecteschalen” rondgaan en leggen zij de leden van de gemeente ook geen financiële lasten op. Zij volgen in plaats daarvan het schriftuurlijke beginsel van het vrijwillig geven, zoals dat staat in 2 Korinthiërs 9:7: „Laat een ieder doen zoals hij in zijn hart heeft besloten, niet met tegenzin of onder dwang, want God heeft een blijmoedige gever lief.”
De waarheid over de doden trekt velen aan
Honderden mensen die lid zijn geweest van een van de kerken van het Zuiden en in de bijbel wensten te geloven, hebben vaak verbijsterd gestaan over de leer van het „hellevuur”. Zo vertelde bijvoorbeeld een vrouw in Houma, in de staat Louisiana, hoe gefrustreerd zij zich eens wegens de leer van het „hellevuur” heeft gevoeld: „Er was mij geleerd dat God een God van liefde was, zoals staat in Johannes 3:16, en toch leerde de kerk over een brandende hel. Dit leek mij niet logisch voor een God van liefde. Ik had pas een geliefd familielid in de dood verloren en ik maakte mij zorgen over de toestand waarin deze persoon verkeerde. Wat was het opwindend voor mij om uit de bijbel te leren wat de toestand van de doden is en te vernemen over de wonderbaarlijke hoop van de opstanding.” Ja, de eenvoudige bijbelse waarheid in Prediker 9:5 dat ’de doden zich van helemaal niets bewust zijn’ en in de dood slapen, in afwachting van een opstanding of terugkeer tot het leven, spreekt rechtgeaarde mensen, zoals deze vrouw, aan. Zij weet nu dat een liefdevolle God mensen niet eeuwig in een „hellevuur” pijnigt.
Een andere vrouw, in Daraville (Georgia), had haar moeder in de dood verloren. Zij vroeg haar baptistenpredikant of haar moeder (die geen lid van de kerk van de predikant was geweest) in de „hel” was. Haar verhaal over het antwoord dat de predikant had pogen te geven, besloot zij met de woorden: „Wel, toen ik al z’n ’misschiens’ en ’mogelijks’ had gehoord, was het voor mij bekeken. Ik besefte plotseling dat de man in feite niets van Gods Woord de bijbel af wist, zodat ik besloot met de hele boel te breken, met de predikant, de kerk, met alles.”
Enige tijd later kwamen Jehovah’s getuigen bij haar aan de deur. Niet alleen haar vragen over de toestand van de doden werden beantwoord, maar zij leerde ook welke hulp de bijbel verschaft voor de levenden. Zij zegt: „Nu leer ik de christelijke levenswijze. Jehovah’s getuigen beschouwen God werkelijk als de hoogste autoriteit op elk gebied, hoe groot of klein het probleem ook is. Alle antwoorden staan in de bijbel; nu ontdek ik ze, terwijl ik hoop eens mensen zoals ik, die nog niet hun vragen uit Gods Woord beantwoord hebben gekregen, te kunnen helpen.”
Bijbelse moraal trekt aan
De ware, ongehuichelde bijbelse moraal die door de organisatie van Jehovah’s getuigen wordt hooggehouden, heeft op honderden mensen een grote aantrekkingskracht uitgeoefend.
Zo herinnert een man, die lid is geweest van de kerkeraad van een baptistenkerk in Louisiana, zich: „Op een kerkeraadsvergadering kregen wij van de hulppredikant instructies hoe wij tienerjongens les moesten geven in het bedrijven van hoererij met meisjes zonder deze zwanger te maken.” Hij verliet de kerk.
Wat gebeurde er daarna? Hij verhaalt: „Mijn vrouw begon met de Getuigen te studeren. Zij kwam onder de indruk van hun morele reinheid. Ik werd uitgenodigd op de vergaderingen te komen. Onmiddellijk merkte ik de vriendelijke geest op die in de gemeente heerste. Ik leerde toen ook dat de gemeente overtreders van Gods wetten uitsluit. Op dat moment stond het bij mij vast dat hier de organisatie was met hoge morele maatstaven.” Deze man heeft de bijbelse morele maatstaven aanvaard en is nu een van Jehovah’s getuigen.
Bijbelprofetieën trekken de belangstelling van velen
Andere mensen vinden het opwindend kennis te verkrijgen van de profetieën uit de bijbel. De christelijke apostel Petrus maakt duidelijk dat christenen er goed aan doen ’acht te geven op het profetische woord’. — 2 Petr. 1:19.
Maar in de meeste „Bible Belt”-kerken worden profetieën grotendeels genegeerd. Eén „Church of Christ”-predikant is zelfs van mening dat profetieën ’vatbaar zijn voor elke subjectieve speculatie’.
De huidige toestanden in de wereld, die hun weerga in de geschiedenis niet hebben, zijn echter alleen duidelijk te begrijpen in het licht van bijbelprofetieën. (Zie Matthéüs hoofdstuk 24, Markus hoofdstuk 13 en Lukas hoofdstuk 21.) Het zijn bovendien de profetieën die christenen bekendmaken met de wonderbare Nieuwe Ordening van rechtvaardigheid, waar Gods wil zowel in de hemel als op aarde gedaan zal worden (Matth. 6:9; Openb. 21:1-4). Veel mensen bemerken dat de christelijke getuigen van Jehovah krachtig aan deze hoop vasthouden omdat zij het hele Woord van God geloven. En na zich deze hoop eigen te hebben gemaakt, worden ook zij Getuigen.
Zoals deze enkele voorbeelden duidelijk maken, verbreidt de door Jehovah’s getuigen onderwezen waarheid uit Gods Woord zich met grote snelheid door de „Bible Belt”, evenals elders in de wereld. Terwijl andere kerken lijdzaam moeten toezien hoe het aantal namen op hun ledenlijsten voortdurend minder wordt, groeien de Getuigen — niet alleen numeriek, maar bovendien, wat veel belangrijker is, in geestelijk opzicht, in begrip van Gods Woord. Waarom zou u niet persoonlijk een onderzoek instellen naar de oorzaak van deze groei? Waar u ook woont, neem contact op met Jehovah’s getuigen en leer de Waarheid van de mensen die hun geloof en leven werkelijk naar de bijbel hebben gevormd.