Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w71 15/12 blz. 739-742
  • Bezorgdheid onder baptisten over de problemen in de Kerk

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Bezorgdheid onder baptisten over de problemen in de Kerk
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1971
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • HET PROBLEEM VAN EENHEID VAN GELOOF
  • BEZORGDHEID OVER JUISTE GEESTELIJKE LEIDING
  • BEZORGDHEID OVER GEBREK AAN CHRISTELIJK GEDRAG
  • WAS HET IN DE VROEGE KERK ANDERS?
  • Zij vonden een oplossing
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1971
  • Onbekendheid met de bijbel leidt tot grotere verliezen
    Ontwaakt! 1973
  • De vooruitgang van de bijbelse waarheid in de „Bible Belt”
    Ontwaakt! 1973
  • Het kenteken van de geest
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1960
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1971
w71 15/12 blz. 739-742

Bezorgdheid onder baptisten over de problemen in de Kerk

HET aantal baptisten loopt heden ten dage in de miljoenen. Bijna ieder land heeft wel een kleine baptistengemeenschap. Maar ongeveer negen van de tien baptisten, meer dan 26.000.000, wonen in de Verenigde Staten.

Meer dan een derde van deze baptisten behoort tot kerken die zijn aangesloten bij de Southern Baptist Convention. Deze grootste baptistenunie heeft volgens de uitgave van 1971 van The World Almanac zendelingen die in negenenzestig landen dienen.

Waarschijnlijk kent u wel enkele baptisten. Misschien bent u zelf baptist en behoort u tot een van de gemeenten die of bij de Southern Baptist Convention of bij een van de twintig of meer andere erkende unies van baptisten is aangesloten. Als dit zo is, hebt u dan bemerkt dat er bezorgdheid over enige van de volgende problemen bestaat?

HET PROBLEEM VAN EENHEID VAN GELOOF

In Truths We Hold, een traktaat dat door het bestuur van de zondagsschool van de Southern Baptist Convention is uitgegeven, wordt duidelijk gemaakt dat „het kerkgezag wordt uitgeoefend door de gemeenteleden, niet door bisschoppen of machthebbers, . . . iedere gemeente is onafhankelijk in haar optreden onder de heerschappij van Jezus Christus”.

Daarom bestaat er, zoals u misschien zult weten, onder de verschillende gemeenten die bij de Southern Baptist Convention aangesloten zijn, in meerdere of mindere mate een verschil in wat er geleerd wordt. Geeft dit problemen?

Sommige baptistische zegslieden vinden van wel. Een voormalige predikant van de baptisten te Athens, in de Amerikaanse staat Georgia, merkte op: „De mensen die tot mijn gemeente behoorden, zeiden dat zij de leerstellingen van de baptisten geloofden. Maar toen ik de Drieëenheid begon te leren op de manier waarop deze leerstelling geleerd moest worden, wilden zij die niet aanvaarden.”

De leden van de gemeente echter zullen zich waarschijnlijk als baptisten in hun recht gevoeld hebben om ’onafhankelijk’ te zijn en hun ’bij de leden berustende gezag’ tot uitdrukking te brengen.

Maar een bestuurslid van de commissie van onderwijs, die verbonden is met een toonaangevende baptistengemeente te Charleston, in de Amerikaanse staat Zuid-Carolina, uitte de mening dat ’het verschil in lering en geloof te wijten is aan een verdraaiing van de Schrift om deze met de persoonlijke mening van iemand te laten overeenkomen’. Toen hem werd gevraagd of dit verschil in geloof geen problemen schiep voor baptisten die naar andere plaatsen verhuizen, gaf hij toe dat dit zo was, maar hij voegde eraan toe: ’Het is niet zozeer een probleem dat tussen de verschillende baptistengemeenten bestaat, maar het is een probleem voor iedere gemeente afzonderlijk. Hier in onze gemeente hebben wij drie bestaande groeperingen.’

Terwijl dus sommige baptisten het verschil in geloof binnen de gelederen van hun plaatselijke gemeente (of tussen hun groep en andere gemeenten van hetzelfde geloof) als vanzelfsprekend aanvaarden, zijn andere baptisten verontrust. Is hun bezorgdheid gerechtvaardigd? Misschien vindt u van wel, vooral met het oog op de woorden van de apostel Paulus aan de gemeente te Korinthe:

„Maar ik bid u, broeders, door den Naam van onzen Here Jezus Christus, dat gij allen hetzelfde spreekt, en dat onder u geen scheuringen zijn, maar dat gij samengevoegd zijt in eenzelfden zin, en in een zelfde gevoelen.” — 1 Kor. 1:10, SV.

BEZORGDHEID OVER JUISTE GEESTELIJKE LEIDING

Ook menen sommigen dat veel baptistenpredikanten door deze situatie in een zodanige positie worden geplaatst dat zij moeten schipperen. In Clarkston, in de Amerikaanse staat Georgia, merkte een nauwe verwant van een baptistenpredikant op: „Een predikant oefent zijn bediening in een bepaalde gemeente uit naar de wensen van de plaatselijke macht in de gemeente. Gods waarheden moeten worden omgevormd om overeen te komen met de overheersende meningen en vooroordelen van degenen die in de plaatselijke gemeente de zeggenschap hebben.”

Wordt het beeld soms overtrokken? Sommige leiders van de kerk zijn kennelijk van mening dat dit niet zo is. Een paar jaar geleden verklaarde Dr. S. Southard, van het Southern Baptist Theologische Seminarie te Louisville, in de staat Kentucky: „Wij hebben onze boodschap veranderd om onze rijkdom en ons ledental te behouden.” Dr. K.O. White, een predikant van de Southern Baptist Convention, merkte op: „Wij hebben het beoefenen van het schriftuurlijke christendom de rug toegekeerd.”

Er wordt ernstige bezorgdheid uitgesproken over de hedendaagse kerkdiensten en wat daar gebracht wordt. U hebt misschien, net als andere baptisten, opgemerkt dat de preken wereldser worden en de aansporing bevatten menselijke pogingen te ondersteunen ten einde de verslechterende politieke, sociale en economische problemen van de moderne samenleving op te lossen. Sommigen vinden dat er meer aandacht geschonken zou moeten worden aan de geestelijke leiding die door de bijbel wordt verschaft en dat het geloof moet worden opgebouwd in de hoop die daarin uiteengezet wordt, in plaats dat de nadruk op menselijke werkzaamheden en plannen wordt gelegd. Zij hebben misschien de woorden van Jezus over zijn ware volgelingen in gedachte: „Zij zijn niet uit de wereld, gelijk ik niet uit de wereld ben.” — Joh. 17:14, NBG.

Ongetwijfeld is deze bezorgdheid gedeeltelijk ontstaan door het toetreden van nieuwe leden tot de rijen van baptistische baptistenpredikanten, mannen die hun studie aan het seminarie pas in de afgelopen jaren hebben beëindigd. In vele niet-baptistische, protestantse denominaties is het bijna algemeen bekend dat leringen die verband houden met de evolutie, twijfels over het bestaan van een persoonlijke God en terughoudendheid om de hele bijbel als door God geïnspireerd te aanvaarden, meer en meer gewoon worden onder de nieuwe bedienaren van het Woord. Maar decaan R. Brong van het Lexington Baptist College laat deze, voor sommigen misschien verrassende, waarschuwing horen: „Baptistengemeenten worden overspoeld en hun getuigenis wordt vernietigd door een vloedgolf van ongelovigen, vermomd als predikanten, die worden afgeleverd door de modernistische colleges en seminaries — ongelovige predikers die de bijbel loochenen en zichzelf in plaats van Christus dienen.”

Waarschijnlijk aanvaardt u de bijbelse verslagen over de schepping en de vloed als waar. Zoals verwacht mag worden, laat de bijbel zien dat Jezus en zijn apostelen deze verslagen aanvaardden als de door God geïnspireerde waarheid (Matth. 19:3-6; 24:37-39; 1 Tim. 2:12-14; 1 Petr. 3:20). Het is voor u misschien wat vreemd uw predikant te vragen of hij deze verslagen aanvaardt. Maar heden ten dage hebben dergelijke vragen vaak verrassende antwoorden ten gevolge.

BEZORGDHEID OVER GEBREK AAN CHRISTELIJK GEDRAG

Het traktaat Truths We Hold zegt dat de baptisten „een volk van het Boek” genoemd kunnen worden, dat wil zeggen van de bijbel. Evenals de mensen in veel andere protestantse denominaties zijn sommige baptisten echter van mening dat hun medegelovigen dat Boek in hun dagelijkse leven maar al te vaak niet serieus genoeg nemen. Een recent overzicht door Ladies’ Home Journal maakte duidelijk dat, zowel onder katholieke als protestantse kerkgangsters, één op de vier bedroefd was vanwege „het gevoel dat velen van mijn medeaanbidders huichelaars zijn”. Het artikel ging als volgt verder: „Onder baptisten neemt het aantal mensen dat het gevoel heeft met huichelaars op één bank te zitten, schrikbarend toe; één op de drie zegt dat zij dat gevoel hebben.”

Net als bij zoveel andere protestantse groeperingen zou men hier de vraag kunnen stellen: Verschilt iemand als hij baptist is werkelijk van andere mensen? Onderscheiden baptisten zich van anderen wat hun dagelijks leven, hun waardebepaling en hun moraal betreft?

Een huisvrouw in Macon, in de staat Georgia, die sprak over de tijd dat zij met een baptistengemeente verbonden was geweest, zei dat zij door haar werk definitief te weten was gekomen dat „de ’pilaren van de kerk’ even immoreel waren en net zulke onwettige dingen bedreven als buitenstaanders”. Zij raakte gedesillusioneerd en verloor een tijdlang haar belangstelling voor de bijbel. Niet allen raken zo overstuur. Maar omdat er staat dat „een weinig zuurdeeg . . . het gehele deeg zuur [maakt]”, vragen veel oprechte personen zich toch af: Wat moet er gedaan worden met kerkleden die in spreken en gedrag bijbelse beginselen overtreden? — Gal. 5:9, NBG.

WAS HET IN DE VROEGE KERK ANDERS?

Natuurlijk zal iedereen erkennen dat de eerste-eeuwse christenen ook hun problemen hadden. Baptisten kunnen op destijds bestaande onenigheden over leerstellige aangelegenheden wijzen en dit als reden aanvoeren dat wij ook nu niet verontrust hoeven te zijn als er verschil in geloofsovertuiging bestaat.

Het is waar dat er bij bepaalde gelegenheden onder de vroege christenen geredetwist ontstond over leerstellige punten. Het gebeurde dat bepaalde personen uit hun midden niet het juiste gedrag handhaafden. Ook bleken er valse leraren in de gemeenten te zijn. Maar wat deden de eerste-eeuwse christenen aan deze problemen? Besloot iedere gemeente voor zichzelf wat er gedaan moest worden?

Tijdens het verblijf van de apostel Paulus in Antiochië rees er een geschilpunt over de vraag of niet-joodse bekeerlingen besneden moesten worden. De gemeente te Antiochië nam het niet in eigen hand om hierover te beslissen, noch werd er toegelaten dat dit geschil verdeeldheid veroorzaakte. Er werd een afvaardiging naar Jeruzalem gezonden om de vraag aan de apostelen en oudere mannen aldaar voor te leggen. Er werd door Petrus, Barnabas en Paulus getuigenis afgelegd. De apostelen en andere oudere mannen onderzochten nauwkeurig wat de Schrift over deze zaak te zeggen had. Met behulp van de ’Heilige Geest’ of Gods geest, werd er algemene overeenstemming bereikt. In Handelingen hoofdstuk 15 kunt u hierover lezen.

Merk op dat de beslissingen die door de apostelen en oudere mannen te Jeruzalem waren genomen, niet alleen tot nut van de gemeente te Antiochië, maar ook van alle andere gemeenten waren. Handelingen 16:4, 5 vertelt ons: „En toen zij [Paulus en Silas] de steden langs reisden, gaven zij hun de beslissingen, die door de apostelen en de oudsten te Jeruzalem genomen waren, om die te onderhouden. De gemeenten dan werden bevestigd in het geloof.” — NBG.

Hoewel de apostelen nu niet meer bij ons zijn, zijn wij wel in het bezit van hun geschriften. Is het daarom niet redelijk te verwachten dat ware christenen zich in eenheid van geloof zullen verheugen omdat zij getrouw vasthouden aan het Woord van God? Het baptistische traktaat Truths We Hold verklaart: „Baptisten geloven dat de bijbel de enige veilige en zekere gids is voor een christelijk geloof en een christelijke levenswijze. Dit Boek — en geen enkel concilie noch enige door mensen gemaakte geloofsbelijdenis — vormt de bron waaruit de baptisten hun grondleerstellingen hebben geformuleerd.”

Hierdoor rijst de vraag: Als de bijbel christenen zegt ’hetzelfde te spreken’, waarom is het dan voor een baptist die naar een andere plaats verhuist zo moeilijk een andere baptistengemeente te vinden waar dezelfde leer wordt onderwezen als in de gemeente van zijn vroegere woonplaats? Is dit er misschien een aanwijzing voor dat er in werkelijkheid niet naar de bijbel als een „veilige en zekere gids” wordt opgezien?

In de gemeenten van de eerste-eeuwse christenen werden personen die er een gewoonte van maakten te stelen, hoereerders, overspelers, dronkaards, en nog meer van dergelijke personen, niet geduld. De apostel Paulus schreef aan de gemeente te Korinthe: „Nu evenwel schrijf ik u, dat gij niet moet omgaan met iemand, die, al heet hij een broeder, een hoereerder, geldgierige, afgodendienaar, lasteraar, dronkaard, of oplichter is; met zo iemand moet gij zelfs niet samen eten. . . . Doet, wie niet deugt, uit uw midden weg” (1 Kor. 5:11-13, NBG). Geeft de kerk waar u lid van bent gehoor aan deze bijbelse waarschuwing? Of worden mensen van wie men weet dat zij overtreders zijn van Gods rechtvaardige geboden, in aanzien gehouden?

In de eerste eeuw werden er definitieve stappen ondernomen tegen personen die beweerden christenen te zijn maar een valse leer brachten. De apostel Paulus instrueerde Titus: „Een mens, die scheuring maakt, moet gij, na hem een en andermaal terechtgewezen te hebben, afwijzen” (Tit. 3:10, NBG). Als dit op het ogenblik door de baptistengemeenten zou worden gedaan, zou dan een decaan van een baptistische school voor hoger onderwijs nog kunnen zeggen dat deze gemeenten „worden overspoeld en hun getuigenis wordt vernietigd door een vloedgolf van ongelovigen”?

Het is duidelijk dat er een groot verschil bestaat tussen de situatie van de eerste-eeuwse christenen en de toestand die nu onder de leden van de baptistengemeenten heerst. Hoewel de eerste-eeuwse christenen met problemen te kampen hadden, wisten zij wat zij moesten doen om de eenheid van geloof te behouden en de gemeenten rein te houden. En zij deden er iets aan. Hun krachtsinspanningen hadden tot resultaat dat in alle gemeenten de eenheid van geloof gehandhaafd bleef.

Als men in uw kerk een dergelijke eenheid niet ziet, vormt dit er dan geen aanwijzing voor dat u tot positieve daden dient over te gaan? En zou het niet verstandiger zijn om te onderzoeken of er op het ogenblik een groep van christenen bestaat die net als de eerste-eeuwse christenen de eenheid tracht te bewaren?

Denk eraan dat de Heer Jezus Christus personen wil die oprecht zijn toegewijd aan dat wat juist is. (Zie Openbaring 3:16.) U zult beslist niet verbonden willen zijn met een kerk die het gevaar loopt door Christus verworpen te worden omdat hij haar werken ’niet vol bevonden heeft voor zijn God’ (Openb. 3:2, NBG). Zou het daarom niet van ware wijsheid getuigen als u zich om Gods zienswijze bekommert in plaats van u zorgen te maken over de mening van bekenden, vrienden of de gemeenschap?

[Kader op blz. 741]

In deze tijd van religieuze gisting spreken oprechte baptisten hun bezorgdheid uit over problemen zoals:

● Geen eenheid van geloof.

● Het feit dat de bijbel in de Kerk door wereldse aangelegenheden wordt overschaduwd.

● Modernistische predikanten.

● Het nalaten van zovelen om de bijbel in hun dagelijks leven van toepassing te brengen.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen