De majestueuze monumenten van Australië
Door Ontwaakt!-correspondent in Australië
IN HET midden van Australië ligt een merkwaardig en wonderlijk gebied. En niets is daar verbazingwekkender dan de ongelooflijke gebergte- en rotsformaties. Er bevindt zich hier bijvoorbeeld een uniek wonder — de grootste, alleenstaande steen ter wereld. Plotseling, als een eiland, rijst hij op uit de vlakte. De Ayers Rock, zoals hij wordt genoemd, verheft zich meer dan 335 meter boven de omliggende vlakte, en dat over een lengte van ongeveer drie kilometer. Deze massieve zandstenen koepel beslaat een gebied van 485 hectare en meet rond zijn basis meer dan acht kilometer!
Men krijgt enigszins een idee van de immense grootte van deze alleenstaande steen door in gedachten naast de rots de beroemde brug over de haven van Sydney te plaatsen (gemeten van het wateroppervlak tot de top van de boog) en daar nog eens bovenop een gebouw van tien of twaalf verdiepingen. De bovenkant van dit gebouw zou niet eens de top van de rots halen. U kunt zich ook één enkele steen voorstellen die, als hij naast de Eiffeltoren zou worden geplaatst, daar nog 10 meter bovenuit zou steken.
Overdag vertoont het ruwe zandstenen oppervlak van de rots een treffende, steeds wisselende kleurenpracht. En tijdens de zonsopgangen en zonsondergangen gloeit de rots van diep paars tot helder oranje.
Schilderachtige cañons, kloven en ravijnen
Ongeveer dertig kilometer ten westen van de Ayers Rock bevindt zich het Olga-gebergte. In tegenstelling tot de Ayers Rock bestaat dit gebergte uit een groep van enorme alleenstaande zuilen van steen. Deze hoge, vreemde rotsvormen beslaan een gebied van vijfenzestig vierkante kilometer en ze zijn van elkaar gescheiden door diepe, nauwe cañons. De hoogste top, Mount Olga, is hoger dan de Ayers Rock, namelijk bijna 550 meter. En tegen het vuurrode gesteente en de koele, paarse schaduwen tekenen zich de grillige en prachtige vormen af van de witte gombomen.
Andere majestueuze monumenten in Midden-Australië zijn de rotsketens van de Macdonnell Ranges. Na een reis van duizenden kilometers door uitgestrekte vlakten komt men plotseling oog in oog te staan met deze hoge barrière. De eerste indruk is dat men voor een onbeklimbare muur staat die zich zover het oog reikt in oostelijke en westelijke richting uitstrekt. De lengte is in werkelijkheid ongeveer 400 kilometer! Van het ene naar het andere einde wekken deze rotsketens alleen maar verbazing. Hoe dat zo? Onder andere wegens het feit dat deze ketens doorsneden worden door diepe kloven, waardoor zo nu en dan water stroomt. Sommige van deze kloven zijn op hun breedste punt slechts zes à negen meter breed, terwijl de rotsmuren aan beide zijden wel een hoogte van 120 tot 150 meter kunnen hebben.
De ketens van dit gebergte bestaan uit indrukwekkend rood gesteente en ze zijn bedekt met groen spinifex-gras. De rotsen zijn van een vreemdsoortige schoonheid en hebben allerlei ongebruikelijke vormen; sommige lijken op een schildpad, andere op een omgekeerd bord of op opgestapelde kubussen. Een enthousiaste bewonderaar heeft eens de volgende beschrijving gegeven van de aanblik die deze ketens vanuit de lucht bieden: „Zover de horizon reikte, zag ik bergkammen en pieken, alleenstaande rotsgevaarten, ronde koepels, spleten, scheuren en uitgeholde diepten, aan alle kanten omgeven door rode heuvels . . . een ongelooflijke doolhof van bolle, holle en geschulpte vormen en van rechte en overhangende steile rotsen, waardoorheen de in diepe ravijnen gelegen waterstroompjes op de een of andere wijze hun weg hadden geslepen.” — I saw a Strange Land, door Arthur Groom.
Een van de schilderachtige cañons die overal in deze ketens te vinden zijn, is de King’s Canyon. De wanden van deze cañon zijn meer dan 270 meter hoog en zijn lengte bedraagt meer dan anderhalve kilometer. Ook adembenemend is de aanblik van de Stanley-kloof. De 75 meter hoge wanden van deze opmerkelijke kloof bevinden zich slechts vijf en een halve meter uit elkaar. En de rode rots is in deze kloof zo hard dat men er met een hamer nauwelijks een splinter af krijgt.
Dit reusachtige kant-en-klare toneel wordt met het draaien van de zon voortdurend in brand gezet! Op plekken waar het ene moment alles nog dood en levenloos lijkt, verschijnen plotseling allerlei kleuren; en zo, met het verstrijken van de uren, wisselen de taferelen zich af, in een nimmer eindigende variatie. Bij het aanbreken van de dag krijgen de crèmekleurige, roze en rode rotsen een blauwachtige waas, en wanneer de zon ondergaat verandert het hele gebied in gesmolten goud.
In West-Australië staat nog een van deze vreemde, majestueuze rotsmonumenten. Ik denk aan de beroemde „Golfrots” in de buurt van Hyden, ongeveer 380 kilometer ten oosten van Perth. Deze granietrots heeft ten gevolge van de winderosie de vorm gekregen van een meer dan vijftien meter hoge golf die op het punt staat te „breken”.
De grootte en het ongebruikelijke aanzien van al deze markatiepunten in het Australische landschap maken indruk op allen die ze aanschouwen. Eén bezoeker zei eens het volgende: ’Ik geloof dat niemand naar de vreemde toppen van de Macdonnells, naar de steile rotsen van het Olga-gebergte of de alleenstaande Ayerssteen kan kijken zonder tot in het diepst van zijn ziel geroerd te worden, of zonder dat hij zich bij zijn terugkeer naar huis een stuk beter voelt.’ Bij de persoon die zijn hart op God heeft gericht, brengt de aanblik van zulke spectaculaire manifestaties van Gods scheppingsmacht een overweldigend gevoel van verwondering en ontzag teweeg.