„Uw woord is waarheid”
De wijze waarop geesten de mensheid beïnvloeden
EEN jongeman in de stad New York, lid van een familie van spiritisten, werd door geestenstemmen naar het dak geleid van de vier verdiepingen hoge flat waarin hij woonde. Daar spoorden zij hem ertoe aan zichzelf op straat te werpen. Hij deed dit en liet daarmee zijn jonge vrouw en kinderen achter. De familie van de spiritist zei tegen de jonge weduwe dat haar man nu bedroefd en eenzaam was en huilde; daarom dacht zij erover om ook zelfmoord te plegen ten einde bij hem te zijn. Zij veranderde echter van gedachten toen zij van Jehovah’s getuigen de waarheid vernam over geestenstemmen.
Wat is er nu precies over deze boze geesten waar?
De enige bron voor een betrouwbaar antwoord op deze vraag is de bijbel. De bijbel maakt duidelijk dat boze, onzichtbare, met verstand begiftigde geesten werkelijk bestaan. Een van deze geesten, Satan de Duivel, verzocht Jezus, de zoon van God. Dat er behalve hem nog vele anderen zijn, blijkt uit het feit dat Satan „Beëlzebul, de heerser der demonen”, wordt genoemd en dat hij „en zijn engelen” streden tegen Michaël en zijn engelen. — Matth. 4:1-10; 12:24-27; Openb. 12:7-9.
Heeft God de Duivel en zijn demonen geschapen? Neen, want al Gods werken zijn volmaakt (Deut. 32:4). In werkelijkheid liet een van Gods volmaakte geestelijke schepselen toe dat trots en eerzucht hem ertoe brachten een opstandeling en een tegenstander van God te worden; om deze reden wordt er in de bijbel naar hem verwezen als naar „de grote draak, de oorspronkelijke slang, die Duivel en Satan wordt genoemd”. — 1 Tim. 3:6; Openb. 12:9.
Andere engelen sloten zich bij de Duivel in zijn opstand aan, waardoor zij zichzelf tot demonen maakten, iets wat, zoals de bijbel aantoont, vóór de vloed in Noachs dagen gebeurde. Bepaalde engelen verlieten hun hemelse woonplaats en namen een menselijke gedaante aan ten einde te kunnen genieten van de omgang met menselijke vrouwen. Deze demonen en hun nageslacht waren verantwoordelijk voor de goddeloosheid en gewelddaad die de wereld vóór de vloed kenmerkten. — Gen. 6:1-5; 1 Petr. 3:19, 20; 2 Petr. 2:4.
Waar wij bijzonder in geïnteresseerd zijn, is de vraag op welke wijze deze boze geesten de mensheid hebben beïnvloed en nog beïnvloeden. Eén manier waarop zij dit hebben gedaan is door bezit te nemen van mensen; hiervan worden in de christelijke Griekse Geschriften veel voorbeelden gegeven. Zij zijn er de oorzaak van geweest dat mensen blind en doofstom werden, stuiptrekkingen kregen, zich als krankzinnigen gedroegen en bovenmenselijke kracht bezaten. — Matth. 9:32; 12:22; Luk. 8:26-35; 9:38-42; Hand. 19:16.
Een andere manier waarop zij mensen beïnvloeden, is door hen tot een zelfzuchtige en verkeerde handelwijze aan te sporen. Dit deed de Duivel voor het eerst met Eva (Gen. 3:1-5). Zo lezen wij ook dat ’Satan in Judas voer’ en Judas ertoe aanzette zijn Meester, Jezus, te verraden (Luk. 22:3). Op dezelfde wijze beïnvloedde Satan Ananías en zijn vrouw om een huichelachtige handelwijze te volgen. — Hand. 5:3-9.
In de hedendaagse tijd ging een erg zieke vrouw op Okinawa voor hulp naar een geestenmedium, die in dat land bekendstond als een Uta. De Uta vertelde haar dat haar overleden voorouders een paar eeuwen geleden een vloek over haar hadden gebracht waardoor zij nu ziek was. De vrouw kon deze vervloeking wijzigen als zij offers en geld bracht aan de Uta, het geestenmedium. Zij deed dit twee jaar lang heel getrouw, maar in plaats dat haar gezondheid verbeterde, werd deze slechter. Toen kwam zij op zekere dag in contact met Jehovah’s getuigen, die haar de waarheid uit Gods Woord lieten zien. Op het ogenblik aanbidt zij alleen Jehovah als God, en haar gezondheid is nu zo dat zij al haar tijd aan de prediking kan besteden.
Een beroepsdanseres uit Senegal, die verwikkeld was in het spiritisme, bezocht bijna dagelijks een tovenaar. Toen zij voor het eerst de bijbel met Jehovah’s getuigen begon te bestuderen, vermeed zij het rechtstreeks in de ogen van haar christelijke onderwijzer te kijken en bijna mechanisch las zij de antwoorden voor uit het boek. Het was duidelijk dat er iets was dat haar tegenhield, want zij was een goed ontwikkelde vrouw. Toen onderging zij binnen één week een opmerkelijke en bijna ongelooflijke verandering. Zij begon de vragen spontaan en goed te beantwoorden en toonde daarbij grote vreugde en enthousiasme. Wat had deze verandering teweeggebracht? Zij verklaarde:
„Na gebed en nadat ik er ernstig over had nagedacht, besloot ik voorgoed met het spiritisme te breken. Ik wierp al mijn fetisjen, geneesmiddelen en amuletten weg en reinigde op die wijze mijn huis van elke demonische invloed. En voor de eerste keer in mijn leven voelde ik mij vrij, ja, werkelijk vrij, gelukkig en veilig.”
Er zijn nog andere manieren waarop demonen heden ten dage mensen beïnvloeden. Te oordelen naar de wanorde die er in de wereld heerst, kan er weinig twijfel over bestaan dat ongeziene krachten de edele pogingen van goed-bedoelende mensen om de zaken te verbeteren, in de war sturen. Dit is precies wat de bijbel hierover zegt. Zo lezen wij dat Satan de Duivel degene is die „thans werkzaam is in de zonen der ongehoorzaamheid”, dat „de gehele wereld . . . in de macht van de goddeloze”, Satan de Duivel, ligt en dat hij „de gehele bewoonde aarde misleidt” en grote toorn heeft. — Ef. 2:2; 1 Joh. 5:19; Openb. 12:9.
Wegens dit vermogen van Satan en zijn demonen om mensen te beïnvloeden, ontvangen christenen de volgende waarschuwing: „Doet de volledige wapenrusting van God aan, opdat gij pal kunt staan tegen de kuiperijen van de Duivel; want wij hebben geen strijd tegen bloed en vlees, maar tegen . . . de wereldheersers van deze duisternis, tegen de goddeloze geestenkrachten.” — Ef. 6:11, 12.
Hoe staat het echter met de goede engelengeesten? Oefenen ook dezen invloed uit op mensen? Ja, en, zoals de bijbel laat zien, ten goede. Betreffende de hulp die deze geesten aan Gods dienstknechten geven, verklaarde de geïnspireerde apostel Paulus: „Zijn zij niet allen geesten voor openbare dienst, uitgezonden om te dienen ten behoeve van hen die redding zullen beërven?” — Hebr. 1:14; Ps. 34:7.
Daar het echter heden ten dage niet Gods wil is dat geesten rechtstreeks contact onderhouden met mensen, en nog minder dat zij zich voordoen als overleden voorouders, is er enige mate van geloof voor nodig om de wijze waarop zij invloed uitoefenen op mensen volledig te beseffen. Zo hebben bijvoorbeeld in de loop van de tijd steeds weer opnieuw mensen die de waarheid liefhadden en God in gebed om hulp vroegen bij het begrijpen van zijn Woord, ervaren dat hun gebed binnen enkele minuten, uren of een paar dagen werd verhoord doordat een van Gods christelijke Getuigen hen bezocht. En ook deze Getuigen merkten gewoonlijk iets vreemds op wanneer zij een bepaald huis gingen bezoeken; iets scheen hen daar als het ware toe te dwingen, terwijl zij het niet van plan waren. De bijbel laat in Openbaring 14:9-11, Matthéüs 25:31, 32 en op andere plaatsen zien dat de engelen beslist een aandeel hebben aan dit werk van het verbreiden van het goede nieuws. Zulk een invloed van engelen werkt echter niet om buiten Gods Woord, zijn heilige geest en het menselijke kanaal dat hij gebruikt. — Matth. 24:45-47.
Ja, er bestaan gegronde redenen om het bijbelse getuigenis betreffende de wijze waarop zowel goede als boze geesten de mensheid kunnen beïnvloeden, en ook hebben beïnvloed, te aanvaarden. Hoe belangrijk is het daarom voor allen die willen doen wat juist is, om op hun hoede te zijn voor boze geesten en zichzelf door gebed, studie van Gods Woord en omgang met Gods volk open te stellen voor de invloed van goede geesten.