Ouderdom geen hinderpaal om de bijbelse waarheid te leren kennen
VAAK uiten personen van gevorderde leeftijd de gedachte dat zij te oud zijn om nieuwe dingen te leren. Toch hebben zelfs mensen van tachtig jaar en ouder veranderingen aangebracht in het belangrijkste aspect van hun leven: hun aanbidding van God. Hun ouderdom en ook andere beletselen konden hen niet tegenhouden de bijbelse waarheid te leren kennen zoals die door Jehovah’s christelijke getuigen wordt onderwezen.
Zo woonde bijvoorbeeld in Oostenrijk een oudere Joegoslavische vrouw. Zij sprak heel gebroken Duits en kon deze taal nauwelijks lezen. Haar huis was gevuld met afbeeldingen van allerlei „heiligen”. Zij was echter heel oprecht en stemde erin toe met een van Jehovah’s getuigen de bijbel te gaan bestuderen. In het begin kostte het wel een half uur om één paragraaf te bespreken uit de publikatie die als basis voor de studie werd gebruikt; zij had namelijk nog nooit Duits leren lezen.
Hoewel er gedurende elke studie niet veel materiaal werd behandeld, trok deze oudere vrouw er toch voordeel van. Haar belangstelling werd voldoende gewekt om haar ertoe te bewegen de vergaderingen van Jehovah’s getuigen te gaan bezoeken. Dit vereiste van haar zijde geen geringe inspanning. Zij moest anderhalf uur lopen naar de dichtstbijzijnde bushalte en vandaar was het ongeveer acht kilometer rijden naar de Koninkrijkszaal. Dat wat deze bejaarde vrouw uit de bijbel leerde bracht haar ertoe alle „heiligen” uit haar huis te verwijderen en haar politieke banden en alle bindingen die zij had met de Rooms-Katholieke Kerk te verbreken, terwijl zij ook ophield met roken. Hoewel zij nu tweeëntachtig jaar is, heeft zij het vaste besluit genomen om de bijbelse waarheid met anderen te gaan delen en zich te laten dopen.
In Bolivia kwam de vrouw van een van de reizende bedienaren van Jehovah’s getuigen aan de deur bij een vrouw van eenentachtig jaar die in haar katholieke bijbel aan het lezen was. Toen haar werd gevraagd of zij graag de bijbel zou willen begrijpen, antwoordde deze bejaarde vrouw: ’Graag. Al jaren lees ik de bijbel, maar ik voel me net een papegaai. Ik zou nu ook graag begrijpen wat ik lees.’
Er werd een huisbijbelstudie met haar begonnen, en gedurende drie dagen leidde de vrouw van de reizende bedienaar enkele studies bij haar. Nadat zij met haar man naar een andere plaats was gegaan, zette iemand anders de studie voort. Precies acht dagen later verbrandde de bejaarde vrouw al haar religieuze afbeeldingen, vernietigde haar beelden, en berichtte de plaatselijke priester dat zij nu een van Jehovah’s getuigen was en niet langer als katholiek bekend wenste te staan. Zij heeft er nu een begin mee gemaakt anderen over de dingen te vertellen die zij heeft geleerd en zij bezoekt nu alle vergaderingen van Jehovah’s getuigen.
In Frankrijk maakte een vrouw van eenentachtig jaar overeenkomstige snelle vorderingen. Reeds in de eerste maand dat zij de bijbel met Jehovah’s getuigen bestudeerde, verbrandde zij een doos met boeken over occulte praktijken. Zij vernietigde ook vierendertig religieuze medailles, enige beelden, haar rozenkrans en haar crucifix, die zij voordien elke nacht op haar lichaam had gelegd om zich te beschermen tegen kwade betoveringen. Vijf maanden na de eerste studie begon zij alle vergaderingen van Jehovah’s getuigen te bezoeken. Daarna nam zij deel aan de van-huis-tot-huisbediening, en later werd zij gedoopt.
In een Centraalamerikaans land maakte een Getuige met een vrouw van vierentachtig jaar een afspraak voor een bijbelstudie. Hij dacht bij zichzelf: Wat moet dit worden? Zij kan niet lezen en haar schoonzoon is erop tegen. Bij de tweede studie echter waren er nog drie personen aanwezig en later kwamen er zelfs veertien. Wegens de tegenstand van haar schoonzoon huurde de vrouw een kamer voor zichzelf en vertelde de Getuige: ’Mijn schoonzoon kan nu zo boos worden als hij wil, hij zal niet de studie bij mij thuis kunnen verhinderen.’ Toen haar werd gevraagd hoe het kwam dat er zoveel personen aan de studie deelnamen, antwoordde zij: ’Wel, wat wij leren is zo goed, dat ik, om het niet te vergeten, onmiddellijk nadat u bent weggegaan, naar mijn buren ga en hun vertel wat ik heb geleerd.’
Vanaf de derde studie begon deze bejaarde vrouw geregeld de vergaderingen van Jehovah’s getuigen te bezoeken, en altijd nam zij geïnteresseerde personen met zich mee. Hoewel zij zelf in haar onderhoud moet voorzien, is zij een ijverige bekendmaakster van de bijbelse boodschap. Nu, als een gedoopte getuige van Jehovah, zegt zij op de leeftijd van zesentachtig jaar: ’Ik ben nu lezen en schrijven aan het leren. Mijn grootste wens is zelf Gods Woord te kunnen lezen ten einde de mensen nog meer over onze Vader, Jehovah, te kunnen vertellen.’
Hoe waar zijn Jezus’ woorden: „Mijn schapen luisteren naar mijn stem”! (Joh. 10:27) En ouderdom vormt voor rechtgeaarde personen beslist geen hinderpaal om als reactie op de waarheid die in de bijbel wordt uiteengezet, positieve stappen te ondernemen.