Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g71 8/9 blz. 21-24
  • Berlijn — tien jaar later

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Berlijn — tien jaar later
  • Ontwaakt! 1971
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Vier sectors — vier vliegvelden
  • Een uniek politiek verslag
  • Van ruïnes en vluchtelingen tot huidige welvaart
  • De bevolking huisvesten
  • Veranderingen in vervoermiddelen
  • Berlijn — Een afspiegeling van onze wereld?
    Ontwaakt! 1990
  • De uitdagingen van een verenigd Duitsland
    Ontwaakt! 2001
  • Jehovah zorgde voor ons onder verbodsbepalingen — Deel 2
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1992
  • Jehovah zorgde voor ons onder verbodsbepalingen — Deel 1
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1992
Meer weergeven
Ontwaakt! 1971
g71 8/9 blz. 21-24

Berlijn — tien jaar later

Door Ontwaakt!-correspondent in Duitsland

TOEN ons straalvliegtuig overhelde zodat wij een doolhof van lichten als een panorama voor ons zagen, drukte Karin haar gezicht tegen het vensterglas en riep uit: „Daar is het; daar ligt Berlijn!”

Wij begonnen te dalen, en Karins aandacht viel op een enkele rij lichtende schijnwerpers die door de wereldstad kronkelde. „Dat moet de muur zijn!” Zij deed geen poging haar emotie te verbergen.

Het vliegtuig stond op het punt op het centrale vliegveld Tempelhof, de enige Europese luchthaven die in het centrum van een stad is gevestigd, neer te strijken. Ik was ook opgewonden. Dit was mijn eerste bezoek aan deze verdeelde stad, die meer dan vijfentwintig jaar lang voorpaginanieuws had verschaft. Karin verlangde er bovendien naar, het tegenwoordige Berlijn te vergelijken met de stad zoals zij die van tien jaar terug kende.

Vier sectors — vier vliegvelden

„Er is hier helemaal niet veel veranderd”, verklaarde Karin terwijl wij op het vliegveld aankwamen, „en kijk! Dat is de plaats waar wij wachtten tot onze naam zou worden afgeroepen.” Tien jaar geleden was Karin een van de anderhalf miljoen vluchtelingen die uit Oost-Duitsland naar West-Berlijn waren gekomen. De meesten van hen waren daarna op een „plaats beschikbaar”-basis naar West-Duitsland gevlogen.

Tempelhof, het drukste vliegveld van Berlijn, verzorgt de pendeldienst via de drie 32 kilometer brede luchtcorridors: noordwestelijk naar Hamburg, westwaarts naar Hannover en zuidwestelijk naar Frankfort.

Het vliegveld Tegel, in de Franse sector in het noorden van de stad gelegen, werd tijdens de blokkade van Berlijn in tweeënnegentig dagen gebouwd. Het bevindt zich op een terrein dat oorspronkelijk door Wernher von Braun voor de eerste raketexperimenten werd gebruikt. Aangezien Tegel thans is uitgebreid, wordt het voor internationaal reizigersverkeer ingeschakeld, alsmede voor tal van snelle „alles inbegrepen”-vakantievluchten voor Berlijners naar het zonnige zuiden.

Het vliegveld Gatow in de Britse sector wordt uitsluitend voor militaire doeleinden gebruikt. In de Russische sector kan men, over het algemeen tegen lagere prijzen dan met westerse luchtvaartlijnen, van Schönefeld opstijgen naar Oosteuropese en Aziatische centra.

„Laten we naar buiten gaan en het Luchtbruggedenkteken bekijken”, opperde Karin. Dit is een reusachtig stenen monument vóór het vliegveld. Het werd op 12 mei 1959 opgericht ter herdenking van de achtenzeventig personen die tijdens de Berlijnse blokkade van 24 juni 1948 tot 12 mei 1949 hun leven verloren. Gedurende die elf maanden werd door middel van meer dan 200.000 vluchten ongeveer twee miljoen ton voedingsmiddelen, steenkool en andere levensbehoeften naar de Westberlijners overgebracht. Op de 300ste dag van de blokkade waren er niet minder dan 927 opstijgingen en landingen.

Karin, die uit een stadje even buiten Berlijn afkomstig is, herinnerde zich: „In die tijd was er nergens veel te eten, noch binnen noch buiten Berlijn.” Wat een contrast merkten wij op toen wij op een caféterrasje een haastige avondmaaltijd gebruikten terwijl wij plannen bespraken voor de rondreis door de stad die wij de volgende dag zouden maken!

Een uniek politiek verslag

De warme ochtendzon betekende voor ons een uitnodiging om de beroemde boulevard, Strasse des 17. Juni, te bezoeken. „Die 17de juni 1953 staat me even helder voor de geest alsof het gisteren was”, herinnerde Karin zich. „We waren op een schoolreisje toen als gevolg van de relletjes in veel steden, en vooral hier op deze plaats waar wij nu staan, de staat van beleg in Oost-Duitsland werd afgekondigd.” Ter herinnering aan die demonstratie van de ontevredenheid van het volk werd de naam van de straat veranderd.

In deze parkachtige wijk, die als Tiergarten bekendstaat, bevinden zich een aantal toeristische attracties die een goede afbeelding zijn van de verscheidene politieke kostuums die Berlijn in de afgelopen eeuw heeft gedragen. Ze schijnen net zo vaak te zijn veranderd als de mode zelf.

De 67 meter hoge Siegessäule halverwege de boulevard herinnert aan de overwinning over de Fransen in 1871 en aan het tijdperk van de kaisers.

De herbouwde Reichstag staat hier dichtbij; het diende niet alleen gedurende de monarchie, maar ook tijdens de Weimar-republiek als parlementsgebouw. In 1933 staken de nazi’s dit gebouw in brand, terwijl zij de communisten er de schuld van gaven. Als gevolg hiervan zag Hitler kans een wet te laten aannemen waardoor individuele rechten werden beknot.

Het Russische gedenkteken, een voorstelling van zware tanks en een reusachtig standbeeld van een soldaat, dat nog altijd door Sovjet-schildwachten wordt bewaakt, toont nadrukkelijk aan, welk leger in 1945 in werkelijkheid Berlijn innam.

Wat de Brandenburger Tor, het internationale symbool van Berlijn, betreft, deze is door de huidige politieke situatie afgesloten voor het toeristische verkeer. Hij ligt net binnen Oost-Berlijn. Voordat de communisten de muur bouwden, was de Brandenburger Tor de voornaamste doorgang voor het verkeer tussen oost en west.

Al deze verschillende regeringsvormen, vanaf de monarchie van de kaisers, de Weimar-republiek en Hitlers ’Dritte Reich’, tot en met de huidige situatie van een verdeelde stad in een verdeeld land in een verdeelde wereld, kunnen duidelijk onder één noemer worden gebracht: ze zijn alle onbevredigend gebleken.

„Toen we nog hier waren”, bracht Karin zich te binnen, „was de stad in vier sectors verdeeld, maar het was helemaal geen probleem om van de ene sector naar de andere te gaan; vaak werden de identiteitspapieren niet eens gecontroleerd. De sectors waren zelfs door de ondergrondse en de luchtspoorweg met elkaar verbonden. De mensen ontvluchtten als volgt het communistische regime: ze kwamen eenvoudig van Oost-Duitsland de oostelijke sector van Berlijn binnen, liepen of reden de stad door naar een van de geallieerde sectors en lieten zich dan in het vluchtelingenkamp Marienfelde inschrijven. Vervolgens werden ze naar een ander kamp of een andere school overgeschreven en ten slotte per vliegtuig de stad uit vervoerd.”

Op zondagmorgen 13 augustus 1961 bracht de Oostduitse politie een prikkeldraadversperring aan ten einde de voortdurend groeiende vluchtelingenstroom tegen te houden. Aan het druppelsgewijs overlopen van vluchtelingen dat hiervan het gevolg was, werd geleidelijk een eind gemaakt door een massief betonnen muur van 3 tot 3,60 meter hoog, alsmede een stelsel van bewakers, torens, waakhonden en mijnen. Ongeveer 60.000 Oostberlijners en Oostduitsers werden ook van hun werk in de drie westelijke sectors afgesneden.

Thans loopt de Berlijnse Muur over een lengte van ongeveer vijftig kilometer zigzag door de stad en wordt door ongeveer 115 kilometer muur en prikkeldraadversperring langs de Oostduitse grens aangevuld. Er zijn voor buitenlanders zeven doorgangen naar Oost-Berlijn, waarvan het controlepunt Charlie het bekendst is. Voor Westduitsers zijn er twee andere doorgangen, en er zijn er nog vier voor Westberlijners die een speciale vergunning hebben. Langs de grens bevinden zich doorgangen die naar drie hoofdverkeerswegen leiden welke ruwweg in dezelfde richting lopen als de luchtcorridors naar de 170 kilometer verderop gelegen Bondsrepubliek.

Van ruïnes en vluchtelingen tot huidige welvaart

„Laten we naar het vluchtelingenkamp gaan waar we werden ingekwartierd”, stelde Karin vervolgens voor. „Het moet ergens in de buurt van de muur zijn; ik herinner me nog dat mijn moeder zich bezorgd maakte dat mijn broers bij ongeluk in de oostelijke sector zouden terechtkomen.”

Karin herkende onmiddellijk het reusachtige fabrieksgebouw aan de Flottenstrasse, maar was verbaasd toen zij hoorde wie de huidige bewoners zijn. Dit gebouw wordt nu gebruikt om buitenlanders te huisvesten die naar Berlijn zijn gekomen om werk te zoeken. De aanwezigheid van zoveel Turken, Grieken, Joegoslaven en Italianen onderstreept de positie van de huidige Berlijnse en Duitse economie, die de afgelopen tien jaar met sprongen vooruit is gegaan. Karin gaf als commentaar: „En dan te bedenken dat Duitsland volgens zeggen de oorlog verloren heeft.”

Van de „tachtig miljoen kubieke meter puin” waarvan Duitse historici in hun beschrijving van het naoorlogse Berlijn melding maken, troffen wij niet zo heel veel aan. Het meest bekend zijn in feite de ruïnes aan de hoofdstraat van Berlijn. De Kaiser-Wilhelm-Gedächtniskirche levert met haar bouwwerk van blauw glas een moderne aanblik naast de bombardementsruïnes van de oude toren, die men als een grimmige herinnering aan de oorlog heeft laten staan.

Tegenover de kerk staat het beroemde Europacentrum, een stad op zichzelf, met meer dan anderhalve kilometer etalage en waarin van alles, van een Engelse kroeg tot een openluchtschaatsbaan die het hele jaar geopend is, is ondergebracht. Van dit centrum uit begint de beroemdste straat van West-Berlijn, de Kurfürstendamm, met het ene verwarmde caféterras na het andere, afgewisseld door etalages waarin allerlei weeldeartikelen uitgestald liggen. De vele nachtclubs, bars en bezienswaardige plaatsen getuigen van de welvaart die er thans onder de mensen heerst en verraadt tevens hun liefde voor amusement.

„Maar laat je niet door dat vernisje bedriegen”, waarschuwde Karin. „Laten we ’es kijken of ze ook maar iets gedaan hebben om de huizen achter deze grote zakengebouwen te verbeteren.” Dit was één gedeelte van Berlijn waaraan de laatste tien jaar niets was veranderd.

De bevolking huisvesten

Op deze tocht door Berlijn lichtte Karin mij verder in over de geschiedenis van de stad. Op 22 april 1930 besloot men zeven steden, negenenvijftig plattelandsgemeenten en zevenentwintig landgoederen tot een „nieuwe gemeente Berlijn” te combineren. Dit bracht natuurlijk veel verscheidenheid. Vóór de oorlog was het aantal inwoners van Berlijn tot vier en een half miljoen gestegen. Zij woonden verspreid over 880 vierkante kilometer, een oppervlakte die nog aanzienlijk groter is dan die van München, Stuttgart en Frankfort te zamen.

Thans heeft West-Berlijn een bevolking van twee en een kwart miljoen op een oppervlakte die iets meer is dan de helft van het oorspronkelijke gebied, waardoor er per vierkante kilometer meer dan 4600 personen dicht opeengepakt wonen, vergeleken met 230 per vierkante kilometer in West-Duitsland.

De behuizing in Berlijn is verschillend. In oudere wijken, zoals Wedding, staan de oude flatgebouwen dicht opeen, soms wel vijf achter elkaar (van de straat af gerekend), met slechts een kleine binnenplaats ertussen. De ruime villa’s van Zehlendorf, verspreid in de bossen langs de Havel gelegen, bieden een verkwikkend contrast. Noordwaarts verder langs de rivier gaan deze landhuizen in kleine villaatjes over, zoals die welke men in Heiligensee, tussen de Tegelersee en de Havel genesteld, aantreft.

Aangezien de enige richting waarin West-Berlijn zich kan uitbreiden hemelwaarts is, heeft men reusachtige bouwprogramma’s opgezet. De meest befaamde is Märkisches Viertel, waar men uiteindelijk meer dan 50.000 mensen wil huisvesten. Ongeveer twintig architecten uit verschillende landen ontvingen de taak aan dit project te werken. Het resultaat: bijna 32 kilometer nieuwe straten, met aan weerszijden zeer ongewone flatgebouwen in vrolijke kleuren, elk tussen de drie en achttien verdiepingen hoog, te zamen met een winkelcentrum, scholen en recreatieterreinen.

West-Berlijn is echter niet alleen maar huizen en zakengebouwen. Bijna 17 percent van het gebied bestaat uit bossen, 7 percent wordt door parken in beslag genomen en, hoe vreemd het ook mag schijnen, op nog eens 17 percent wordt de een of andere vorm van landbouw uitgeoefend. Karin en ik gingen zelfs paardrijden en zagen waar de Berlijners ’s winters gaan skiën.

Veranderingen in vervoermiddelen

„Wat zou je denken van een boottocht?” opperde Karin. „Vroeger namen we vaak de veerboot om naar Berlijn te gaan.”

De vier meren van West-Berlijn vloeien samen met de Havel en de Spree en een aantal kanalen, waardoor boten wel 114 kilometer waterweg tot hun beschikking hebben. De watersport is in Berlijn zo populair geworden dat sommigen hebben beweerd dat het mogelijk is de Havel over te steken door van de ene boot op de andere te stappen.

Berlijn voorziet in een voortreffelijk netwerk van openbaar vervoer, met inbegrip van ondergrondse, elektrische luchtspoorweg en bussen. Trams zijn uit de straten van West-Berlijn verdwenen, hoewel ze in het oostelijk deel van de stad nog steeds een belangrijke taak vervullen. De 96 kilometer lange ondergrondse spoorlijnen die thans in de westelijke sectors in gebruik zijn, jagen voor veertig pfennig (ongeveer vijfendertig cent) per rit meer dan 600.000 personen per dag door de stad. Twee van deze ondergrondse spoorlijnen gaan door de oostelijke sector, maar alle oostelijke stations langs de route zijn gesloten, met uitzondering van één station, dat onder controle staat van de Russische sector en als toegangspoort tot deze sector dienst doet. De luchtspoorweg, die zelfs in de westelijke sectors nog steeds door de Russen wordt geëxploiteerd, zorgt tot in de verre uithoeken van de stad voor een aanvulling op de ondergrondse spoorlijnen.

Wij gingen ook nog enige Berlijnse museums en oude kastelen bekijken; bovendien werden wij door de 13.500 dieren van Europa’s grootste dierentuin hartelijk verwelkomd, hoewel het leek of de zwijgende bewoners van het grootste aquarium in dit werelddeel in het geheel geen aandacht aan ons schonken. Met een vergezicht over de stad vanaf de bijna 150 meter hoge radiotoren besloten wij onze toer. Terwijl zij haar blik op de televisietoren in de oostelijke sector gevestigd hield, vroeg Karin zich af wie er daarginds misschien wel naar haar keek.

West-Duitsland steekt handenvol geld in de geallieerde sectors van Berlijn om zijn bewering te onderstrepen dat West-Berlijn de elfde staat van de Bondsrepubliek is. Intussen beweren de communisten dat West-Berlijn een onafhankelijke politieke eenheid is, terwijl zij Oost-Berlijn als de hoofdstad van de Duitse Democratische Republiek bestempelen. De viermogendhedenconferenties schijnen eindeloos voort te duren, en wanneer er ook maar een belangrijk onderwerp in Europa besproken wordt, is het „Berlijnse vraagstuk” er gewoonlijk bij inbegrepen. Het is een vraagstuk waarvoor de natiën geen wederzijds aanvaardbare oplossing hebben gevonden.

Veel te gauw stegen wij alweer in ons vliegtuig op om Berlijn te verlaten. Wij hadden echter veel gezien om over te praten. In Karins ogen hadden zich in tien jaar inderdaad een aantal veranderingen voltrokken, en voor mij was het interessant te horen hoe zij het heden met het verleden vergeleek.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen