Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w92 1/5 blz. 26-29
  • Jehovah zorgde voor ons onder verbodsbepalingen — Deel 2

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Jehovah zorgde voor ons onder verbodsbepalingen — Deel 2
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1992
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Verantwoordelijkheid opnemen
  • Voorbereiding op een isolement
  • Een ondergrondse school
  • Voordelen van de school
  • Actief in de bediening
  • De autoriteiten zaten ons nog steeds op de hielen
  • Berlijn — Een afspiegeling van onze wereld?
    Ontwaakt! 1990
  • Jehovah zorgde voor ons onder verbodsbepalingen — Deel 1
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1992
  • Berlijn — tien jaar later
    Ontwaakt! 1971
  • Jehovah zorgde voor ons onder verbodsbepalingen — Deel 3
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1992
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1992
w92 1/5 blz. 26-29

Jehovah zorgde voor ons onder verbodsbepalingen — Deel 2

TIJDENS de Tweede Wereldoorlog stond er op de gesp van de koppelriem van mijn uniform als nazi-soldaat de inscriptie „God is met ons”. Voor mij was dat slechts een van de vele voorbeelden van de betrokkenheid van kerken bij oorlog en bloedvergieten. Ik had er een afkeer van gekregen. Dus toen twee getuigen van Jehovah in Limbach-Oberfrohna (Oost-Duitsland) een gesprek met mij begonnen, walgde ik van religie en was ik inmiddels atheïst en evolutionist geworden.

„U moet niet denken dat ik een christen word”, zei ik tegen de Getuigen die aan de deur kwamen. Maar hun argumenten overtuigden mij ervan dat er een God is. Nieuwsgierig geworden kocht ik een bijbel en na verloop van tijd begon ik die met hen te bestuderen. Dat was in de lente van 1953, toen de activiteiten van de Getuigen in Oost-Duitsland al bijna drie jaar onder verbodsbepalingen van de communisten stonden.

The Watchtower van 15 augustus 1953 beschreef de situatie van Jehovah’s Getuigen in die tijd met de woorden: „Hoewel Jehovah’s dienstknechten in Oost-Duitsland voortdurend bespioneerd en bedreigd worden, hoewel zij elkaar niet kunnen bezoeken zonder zich er eerst van te vergewissen dat zij niet gevolgd worden, hoewel het, als ontdekt wordt dat zij lectuur van het Wachttorengenootschap in hun bezit hebben, twee of drie jaar gevangenisstraf betekent wegens het ’verspreiden van opruiende lectuur’, en hoewel honderden van de rijpere broeders, degenen die de leiding hadden, in de gevangenis zitten, blijven zij toch prediken.”

In 1955 woonden mijn vrouw Regina en ik het internationale congres van Jehovah’s Getuigen in Neurenberg (West-Duitsland) bij, en het jaar daarna werden wij beiden in West-Berlijn gedoopt. Dat gebeurde uiteraard voordat in 1961 de Berlijnse muur werd gebouwd, waardoor Oost-Duitsland van West-Berlijn werd afgesneden. Maar zelfs nog voordat ik mij liet dopen, werd mijn loyaliteit jegens Jehovah God op de proef gesteld.

Verantwoordelijkheid opnemen

De gemeente van Jehovah’s Getuigen in Limbach-Oberfrohna die wij waren begonnen te bezoeken, had iemand nodig die bijbelse lectuur in West-Berlijn kon ophalen. Wij hadden een bedrijfje en twee kleine kinderen, maar het dienen van Jehovah was reeds het middelpunt van ons leven geworden. Wij veranderden iets aan onze oude auto, waardoor wij zestig boeken konden verbergen. Het was een gevaarlijke taak om koerier te zijn, maar ik leerde daardoor op Jehovah te vertrouwen.

Het was niet gemakkelijk met de auto van Oost-Berlijn naar de westelijke sector over te steken, en ik heb mij vaak afgevraagd hoe het ons ooit is gelukt. Als wij eenmaal in de vrije sector waren, ontvingen wij de lectuur en verborgen de boeken in de auto voordat wij de grens met Oost-Duitsland weer overstaken.

Op een keer waren wij net klaar met het verbergen van de boeken toen er een vreemdeling uit een flatgebouw kwam. „Jullie daar”, schreeuwde hij. Mijn hart sloeg over. Had hij naar ons staan kijken? „Jullie kunnen de volgende keer beter ergens anders heen gaan. De Oostduitse politie heeft op die hoek een mobilofoonwagen staan, en zij zouden jullie in de gaten kunnen krijgen.” Ik slaakte een zucht van verlichting. Wij kwamen de grens goed over, en tijdens de hele reis naar huis zaten wij met ons vieren in de auto te zingen.

Voorbereiding op een isolement

In de jaren vijftig waren de broeders in Oost-Duitsland voor lectuur en leiding afhankelijk van de broeders in het Westen. Maar in 1960 werden er wijzigingen aangebracht waardoor iedere Getuige in Oost-Duitsland geholpen werd nauwer in contact te blijven met mede-Getuigen in het gebied waar hij woonde. Toen werd in juni 1961 in Berlijn de eerste klas van de Koninkrijksbedieningsschool voor ouderlingen gehouden. Ik woonde deze eerste cursus van vier weken bij. Nauwelijks zes weken later werden wij plotseling van het Westen afgesneden toen de Berlijnse muur werd opgetrokken. Ons werk was nu niet alleen ondergronds maar ook geïsoleerd.

Sommigen waren bang dat de activiteiten van Jehovah’s Getuigen in Oost-Duitsland langzaam tot stilstand zouden komen. Maar de organisatorische wijzigingen die nog geen jaar daarvoor waren ingevoerd, hielpen ons om geestelijke eenheid en kracht te behouden. Bovendien waren de ouderlingen die de eerste klas van de Koninkrijksbedieningsschool hadden bijgewoond, door deze opleiding toegerust om weer andere ouderlingen op te leiden. Jehovah had ons dus op ons isolement voorbereid, net zoals hij ons met de districtscongressen van 1949 op de verbodsbepaling van 1950 had voorbereid.

Toen wij van het Westen afgesneden waren, was het duidelijk dat wij het initiatief moesten nemen om de organisatie gaande te houden. Wij schreven naar onze christelijke broeders in West-Berlijn en stelden voor hen te ontmoeten op een grote weg in het Oosten die voor reizigers uit het Westen toegankelijk was. Wij deden op de afgesproken plaats alsof wij autopech hadden. Een paar minuten later kwamen de broeders aanrijden en zij brachten bijbelse lectuur voor ons mee. Gelukkig hadden zij ook mijn leerboek van de Koninkrijksbedieningsschool meegenomen, de aantekeningen die ik had gemaakt en de bijbel die ik om veiligheidsredenen in Berlijn had achtergelaten. Wat was het geweldig om ze terug te krijgen! Ik besefte nog niet hoezeer ik deze dingen de volgende paar jaar nodig zou hebben.

Een ondergrondse school

Een paar dagen later kregen wij de opdracht regelingen te treffen voor klassen van de Koninkrijksbedieningsschool in alle delen van Oost-Duitsland. Er werden vier leraren aangesteld, onder wie ikzelf. Maar het leek mij een onmogelijke taak alle ouderlingen op te leiden terwijl ons werk verboden was. Als dekmantel voor wat wij deden, besloot ik de klassen als een kampeervakantie te organiseren.

Elke klas bestond uit vier studenten en mij als leraar, en een zesde broeder die als kok werkte. De vrouwen en kinderen waren er ook bij. Wij waren dus meestal met een groep van vijftien tot twintig personen. Een normaal kampeerterrein leek uitgesloten, en daarom ging ik met mijn gezin op zoek naar een geschikte locatie.

Toen wij op een keer door een dorp kwamen, zagen wij een landweggetje dat naar een groep bomen leidde die ver van de hoofdweg lag. Het leek ideaal en daarom benaderde ik de burgemeester. „Wij zijn op zoek naar een plek waar wij een aantal weken met een paar andere gezinnen kunnen kamperen”, legde ik uit. „Wij willen op onszelf zijn zodat de kinderen er kunnen ravotten. Zouden wij dat bos daar kunnen gebruiken?” Hij gaf toestemming, en dus gingen wij alles regelen.

Op het terrein zetten wij de tenten en mijn caravan zo neer dat er in het midden een binnenplaats ontstond die aan de buitenkant niet te zien was. De caravan deed dienst als ons klaslokaal. Wij vergaderden daar acht uur per dag, veertien dagen lang, voor intensieve studie. In de ingesloten ruimte stonden stoelen en een tafel, die wij neergezet hadden voor het geval dat wij onverwachte bezoekers zouden krijgen. En die kregen wij! Op zulke momenten hadden wij veel waardering voor de liefdevolle steun van onze gezinsleden.

Terwijl wij met de lessen bezig waren, stonden onze gezinsleden op wacht. Bij deze specifieke gelegenheid zagen zij dat de burgemeester, die ook de plaatselijke secretaris van de communistische partij was, de landweg naar ons bos opkwam. De wacht drukte op een schakelaar die met een snoer verbonden was aan een alarm in de caravan. Onmiddellijk sprongen wij uit de caravan, gingen op van tevoren afgesproken plaatsen rond de tafel zitten en begonnen te kaarten. Er stond zelfs een fles schnaps om het tafereel echt te laten lijken. De burgemeester bracht ons een vriendelijk bezoek en ging weer naar huis zonder enig vermoeden van wat er in werkelijkheid gaande was.

Er werden van de lente van 1962 tot eind 1965 in het hele land klassen van de Koninkrijksbedieningsschool gehouden. Door de intensieve opleiding die ouderlingen daar kregen, die ook inlichtingen omvatte over de manier waarop zij het hoofd konden bieden aan onze specifieke omstandigheden in Oost-Duitsland, werden zij toegerust voor het opzicht over het predikingswerk. Om de lessen bij te wonen, offerden de ouderlingen niet alleen hun vakantie op, maar namen zij ook het risico gevangengezet te worden.

Voordelen van de school

De autoriteiten sloegen onze activiteiten zorgvuldig gade, en tegen het einde van 1965, nadat de meeste ouderlingen de school doorlopen hadden, probeerden zij onze organisatie de genadeslag te geven. Zij arresteerden vijftien Getuigen die beschouwd werden als degenen die de leiding in het werk namen. Het was een goed voorbereide actie, die het hele land bestreek. Weer dachten velen dat de Getuigen zouden ophouden te functioneren. Maar met Jehovah’s hulp pasten wij ons aan de situatie aan en gingen net als vroeger verder met ons werk.

Dit was vooral mogelijk door de opleiding die de ouderlingen op de Koninkrijksbedieningsschool hadden ontvangen en de vertrouwensbanden die waren gesmeed door de omgang die zij tijdens deze cursus hadden genoten. Zo toonde de organisatie haar kracht. Wat was het belangrijk dat wij de organisatorische instructies gehoorzaam en nauwgezet opgevolgd hadden! — Jesaja 48:17.

Het werd in de maanden daarna duidelijk dat de grootscheepse beperkende maatregelen van de regeringsautoriteiten weinig nadelige gevolgen voor onze activiteit hadden gehad. Na korte tijd konden wij opnieuw beginnen met klassen van de Koninkrijksbedieningsschool. Toen de autoriteiten ons herstellingsvermogen opmerkten, werden zij gedwongen hun tactiek te veranderen. Wat een overwinning voor Jehovah!

Actief in de bediening

In die tijd bestonden onze gemeenteboekstudiegroepen uit ongeveer vijf personen. Wij allen ontvingen onze bijbelse lectuur via deze boekstudieregeling, en het predikingswerk werd vanuit deze kleine studiegroepen gecoördineerd. Vanaf het begin zegende Jehovah Regina en mij met veel personen die de bijbel wilden bestuderen.

De van-huis-tot-huisbediening was iets aangepast om te voorkomen dat wij ontdekt en gearresteerd werden. Wij belden altijd bij één adres aan en sloegen dan een paar huizen over voordat wij bij een andere deur aanbelden. Bij één huis nodigde een vrouw Regina en mij binnen. Wij bespraken een schriftuurlijk onderwerp met haar toen haar zoon de kamer binnenkwam. Hij sprak op de man af.

„Hebt u uw God ooit gezien?”, vroeg hij. „Het is maar dat u het weet, ik geloof alleen wat ik zie. Al het andere is nonsens.”

„Dat kan ik niet geloven”, antwoordde ik. „Heb je ooit je hersenen gezien? Uit alles wat je doet, blijkt dat je hersenen hebt.”

Regina en ik haalden voorbeelden aan van andere dingen die wij aannemen zonder ze te zien, zoals elektriciteit. De jongeman luisterde aandachtig, en er werd met hem en zijn moeder een huisbijbelstudie begonnen. Zij werden allebei Getuigen. In totaal werden veertien personen met wie mijn vrouw en ik studeerden Getuigen. Met de helft van dat aantal kwamen wij tijdens onze van-huis-tot-huisbezoeken in contact, en de andere helft ontmoetten wij voor het eerst tijdens het geven van informeel getuigenis.

Pas als een huisbijbelstudie geregeld geleid werd en wij vonden dat die persoon betrouwbaar was, nodigden wij hem uit voor onze vergaderingen. De belangrijkste overweging was echter of de student de veiligheid van Gods volk in gevaar zou kunnen brengen. Daarom duurde het soms wel een jaar voordat wij een bijbelstudent voor een vergadering uitnodigden, en soms duurde dat nog veel langer. Ik herinner mij een man die een bepaalde mate van bekendheid genoot; hij tutoyeerde topfunctionarissen van de communistische partij. Hij had al negen jaar bijbelstudie voordat hij vergaderingen mocht bijwonen! Nu is deze man onze christelijke broeder.

De autoriteiten zaten ons nog steeds op de hielen

Na 1965 hebben wij geen massa-arrestaties meer meegemaakt, maar wij werden ook niet met rust gelaten. De autoriteiten hielden ons nog steeds nauwlettend in de gaten. Rond die tijd raakte ik nauw betrokken bij het functioneren van onze organisatie, dus ik ontving speciale belangstelling van de gezagdragers. Talloze keren pakten zij mij voor ondervraging op, waarbij zij mij naar het politiebureau brachten en mij een verhoor afnamen. „Je kunt je vrijheid nu wel vaarwel zeggen”, zeiden zij dan. „Je gaat naar de gevangenis.” Maar uiteindelijk lieten zij mij altijd gaan.

In 1972 brachten twee gezagdragers mij een bezoek en gaven onze organisatie ongewild een mooi compliment. Zij hadden onze gemeentelijke Wachttoren-studie afgeluisterd. „Wij vonden het artikel erg beledigend”, zeiden zij verwijtend. Zij waren er duidelijk bezorgd over wat anderen van de communistische ideologie zouden kunnen denken als zij het artikel dat besproken was, zouden lezen. „Tenslotte”, zeiden zij, „heeft De Wachttoren een oplage van vijf of zes miljoen, en hij wordt in ontwikkelingslanden gelezen. Het is niet gewoon een goedkoop blaadje.” Ik dacht bij mijzelf: ’En of je gelijk hebt!’

In 1972 was ons werk al 22 jaar verboden, en Jehovah had ons op een liefdevolle en wijze manier leiding gegeven. Wij hadden zijn instructies zorgvuldig opgevolgd, maar het zou nog eens 18 jaar duren voordat de Getuigen in Oost-Duitsland wettelijke erkenning zouden ontvangen. Wat zijn wij dankbaar voor de schitterende vrijheden waarin wij ons nu verheugen om onze God, Jehovah, te dienen! — Zoals verteld door Helmut Martin.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen