De verzorging van uw „woonkamertuintje”
Door Ontwaakt!-correspondent in Nieuw-Zeeland
DE SCHOONHEID van een goed verzorgde tuin met zijn schitterende kleuren en koele groene contrasten wordt overal ter wereld gewaardeerd. Voor de miljoenen stadsbewoners van thans is de vreugde van het kweken van bloemen en planten waarschijnlijk echter tot kamerplanten beperkt. Zelfs vele tuiniers beginnen, als de kilte van de herfst in aantocht is, in hun huis rond te kijken en plannen te maken voor een „woonkamertuintje” om de grauwe wintermaanden op te vrolijken.
„Maar welke planten zullen in mijn huis het beste groeien?” zult u misschien vragen. Nu, dat hangt hoofdzakelijk af van de atmosferische omstandigheden — licht, temperatuur en vochtigheidsgraad — die uw huis biedt. Goede aarde, voldoende water en geschikt voedsel zijn eveneens belangrijk, doch deze kunt u aanpassen aan de planten die u kiest. Ook frisse lucht is belangrijk, hoewel de meeste planten, om te kunnen gedijen, behoed moeten worden voor koude tocht.
De oorsprong van elke plant zal u veel vertellen over de wijze waarop ze behandeld moet worden. Varens groeien bijvoorbeeld in koele, schaduwrijke bossen. Ze kunnen het in huis dus goed doen ook al is er weinig zon. Cactussen gedijen in hete, dorre woestijnen en zullen dus niet doodgaan ook al stijgt de temperatuur en wordt de lucht in huis erg droog.
Lichtvereisten
De gezondheid van planten is afhankelijk van de juiste hoeveelheid licht. Een algemene regel is dat bloeiende planten meer licht nodig hebben dan bladplanten. Door onvoldoende licht zullen de planten hoog opschieten en zullen ze zwakke stengels, bleke bladeren en weinig of geen bloemen krijgen.
Hebt u voor uw planten een raam op het noorden op het oog? Op zulke plaatsen waar een minimum aan licht is, zou u kunnen overwegen klimop of peperomia te kweken. Voor wat kleur zou u er een of twee Kaapse viooltjes tussen kunnen zetten, maar past u ervoor op dat de blaadjes niet in aanraking komen met het koude raam.
Tot andere bladplanten die niet veel licht nodig hebben, behoren: Bromelia’s, aglaonema, ficus elastica, sansevieria, hertshoornvaren en elk van de bijna 250 philodendron-variëteiten. Op een lichte, hoewel niet noodzakelijkerwijs zonnige plaats zullen één of twee potten begonia’s of impatiens (Vlijtig Liesje) tussen uw bladplanten een aangename afwisseling van kleuren geven.
Hebt u daarentegen ruim voldoende zon, dan breidt uw keus zich tot bijna alle bloeiende potplanten uit. Op een zonnig plekje zijn siernetels en andere bladplanten werkelijk een lust voor het oog!
Voldoende water en voedsel van het grootste belang
Hoe vaak u een plant water moet geven, en hoeveel, hangt van vele factoren af, zoals de grootte en de soort van plant, de aarde en de temperatuur en vochtigheidsgraad in de kamer. Zelfs de soort van pot waarin de plant groeit, is een factor. Vaak geven mensen hun planten te veel water. Hierdoor kunnen ze net zo zeker doodgaan als door te weinig water.
De eenvoudigste en betrouwbaarste manier om te weten of uw planten water moeten hebben, is door uw vinger ongeveer een centimeter in de bovenaarde te steken. Als de grond droog aanvoelt, geef dan ruim water, maar laat de pot niet in het overtollige water staan. Wacht met begieten echter niet totdat de bladeren slap gaan hangen, aangezien de plant dan reeds verzwakt is.
Een goede waterafvoer zal het gevaar van te veel water geringer maken. Om de waterafvoer te vergemakkelijken, dient op de bodem van de potten een laagje kiezel of kleine steentjes te liggen, of er dienen voldoende afvoergaten in te zitten. Als dit niet het geval is, wordt de aarde van water verzadigd, rotten de wortels en gaan de planten dood. Overtuig u er dus van dat de planten een goede afvoer hebben en begiet ze alleen als ze het nodig blijken te hebben.
Hier volgen enkele algemene wenken: Planten die in bloei staan of in hun volle groei zijn, hebben vaker water nodig dan planten die in rust zijn. Planten met dunne bladeren moeten over het algemeen vaker water hebben dan die met taaie leerachtige bladeren. Planten die in een erg warme, droge kamer staan, zullen meer water nodig hebben dan planten die in een koele kamer staan. Ook droogt zandgrond sneller uit, en planten die daarin staan, moeten gewoonlijk dus vaker water hebben dan planten die in kleigrond of humusrijke aarde staan. Het is een goede gewoonte de grond bovenop regelmatig los te maken om er lucht in te laten binnendringen.
Uw planten hebben niet alleen water maar ook voedsel nodig. In een volledige kunstmest die voor de meeste kamerplanten geschikt is, zit stikstof, fosfor en kalium. Kamerplantenmest die u kant en klaar kunt kopen, bevat deze elementen in een bepaalde verhouding. Bloeiende planten dienen kunstmest te krijgen als ze beginnen te bloeien en zowel planten die in bloei staan als bladplanten doen het over het algemeen goed als ze twee maal per maand mest krijgen. De bemesting dient evenwel op te houden als de planten in hun rustperiode komen. En denkt u er altijd aan de planten, voordat ze mest krijgen, eerst water te geven om te voorkomen dat de kleine voedingsworteltjes verbranden.
Juiste temperatuur en vochtigheidsgraad
Een kamertemperatuur waar u zich prettig bij voelt, zal ook voor de meeste kamerplanten geschikt zijn. Enkele planten moeten wat koeler staan dan over het algemeen de temperatuur is die in onze moderne verwarmde huizen heerst, doch hiervan dient u zich te vergewissen voordat u uw planten koopt. De vochtigheidsgraad kan echter een probleem vormen, vooral tijdens de wintermaanden, als de atmosfeer in verwarmde kamers op die van een woestijn gaat lijken. Zowel bloeiende planten als bladplanten doen het het beste als de vochtigheid omstreeks 50 percent of hoger is. Planten vertonen de neiging hun bladeren te verliezen als de lucht niet vochtig genoeg is.
Om voor het vocht te zorgen dat uw plant zo nodig heeft, kunt u een ondiep bord vullen met kiezelsteentjes, er water bij doen en uw potten dan in het bord boven op de kiezels zetten. De extra vochtigheid die dit in verwarmde kamers zal geven, zal niet alleen gezond zijn voor uw planten, doch ongetwijfeld ook u en uw gezin ten goede komen. Ook door uw planten wekelijks met lauw water te besproeien, zal de vochtigheidsgraad hoger worden en bovendien zullen de bladeren dan schoon blijven.
Het voorkómen van ziekten
Voorkomen is uw eerste verdedigingslinie tegen planteziekten en ongedierte. Het schoonhouden van de bladeren kan planteziekte helpen voorkomen.
Hoewel de meeste kamerplantinsekten te klein zijn om gezien te kunnen worden, wordt men hun aanwezigheid gewaar door de schade die ze aanrichten. Door bladluis en mijt worden de bladeren misvormd of krijgen ze gele plekken aan de bovenkant. Mocht dit gebeuren, isoleer de zieke planten dan totdat u er zeker van bent dat het probleem niet meer bestaat.
Als u vermoedt dat uw gladbladige planten last van insekten hebben, zullen zowel de volwassen insekten als de eieren vaak al door een goede wasbeurt verdwijnen. U kunt zo’n plant op een gemakkelijke en doeltreffende manier wassen door de aarde bovenop met papier te bedekken, dit met uitgespreide vingers om de stengel heen vast te drukken om te voorkomen dat er aarde uit de pot valt, de plant dan om te keren en door lauw water te slaan. Spoel de plant af en zet haar op een donkere plaats totdat de bladeren droog zijn.
In gevorderde infectiegevallen is er wellicht een verstuivingsmiddel nodig dat in de handel is. Een bestrijdingsmiddel in een spuitbus is gemakkelijk te gebruiken, maar vergeet u vooral niet de gebruiksaanwijzing goed te lezen en de voorschriften nauwkeurig op te volgen. Men kan het beste buitenshuis verstuiven. Het voornaamste is echter ziekte te voorkomen door uw planten gezond te houden.
Verpotten
Naarmate uw planten groeien en gedijen, zal de tijd aanbreken waarop het waarschijnlijk nodig is aan verpotten te denken. Bloemplanten bloeien in werkelijkheid het beste als de wortels zich niet al te goed kunnen ontwikkelen. Als de wortels uit de bodem van de pot zijn gaan groeien en een vaste kluit hebben gevormd, is het echter tijd de plant te verpotten. Grote, goed ontwikkelde planten moeten wellicht om de twee jaar worden verpot, terwijl snelgroeiende jonge planten vaker gecontroleerd dienen te worden.
Kies een pot die slechts een of twee maten groter is dan de oude. Zowel aarden als plastic potten zijn geschikt. Ingeval u een pot opnieuw wilt gebruiken, was hem dan vooral eerst. Door de pot stevig met heet zeepsopwater af te boenen, zullen oude aarde en algen die misschien ziekten bevatten, verwijderd worden.
Wat de te gebruiken grond betreft, de toestand of gesteldheid van de potaarde is doorgaans belangrijker dan de vruchtbaarheid of de voedende bestanddelen ervan. De juiste samenstelling van de grond die aan de behoefte van de meeste kamerplanten zal voldoen, bestaat uit een mengsel van half leem, een vierde zand en een vierde veenmos of teelaarde. De aarde uit uw tuin is over het algemeen te zwaar voor kamerplanten.
U kunt de plant het beste verpotten als de aarde vochtig is, ten einde te voorkomen dat u de wortels beschadigt. U kunt de plant goed uit de pot halen door uw hand op de aarde te houden, met de stengel van de plant tussen uw vingers. Keer dan de pot om en geef een flinke tik tegen de bodem. Als de aarde vochtig is, zal het hele wortelstelsel er gemakkelijk uitkomen.
Een goede verpottingsmethode is de volgende: Bedek eerst de bodem van de nieuwe pot met een paar grote potscherven of met kiezels. Hierdoor krijgt men een goede afwatering. Leg hierop een laagje potaarde. Plaats vervolgens de wortelkluit op dit laagje en vul de pot rondom op met aarde. Druk de aarde goed aan en geef de plant dan ruim water zodat de aarde zich om de wortels vastzet.
Als u een pas verpotte plant water geeft, doet u er goed aan de pot tot aan de rand in een emmer water te dompelen. Het water zal door het afvoergaatje in de bodem dringen en door de grond heen worden opgezogen. Als de aarde bovenop vochtig is, kunt u er zeker van zijn dat de plant voldoende water heeft. Zet de pas verpotte plant een dag of twee, drie op een schaduwrijke plekje voordat u ze in uw „woonkamertuintje” terugzet.
Het kweken van nieuwe planten
Er zijn vele manieren om nieuwe planten te kweken, zoals door stekken, scheuren, marcotteren, en natuurlijk door zaad. De beste tijd om te stekken is wanneer de plant hard groeit. Snijd van de top van de plant een stek van acht tot dertien centimeter af, verwijder vervolgens de twee of drie onderste blaadjes van de stek en zet hem dan in wat teelaarde.
Stekken van philodendrons, begonia’s, siernetels en vele andere zachtstengelige planten hebben al genoeg aan wat water om wortels te vormen. In de meeste gevallen vormen ze echter beter wortels in wat veenmos of zand, of een mengsel van beide. Ook perliet en vermiculiet vormen een uitstekend milieu om stekken tot wortelvorming te brengen, daar ze het water goed vasthouden en ziektevrij zijn, als er telkens maar een nieuwe hoeveelheid wordt gebruikt.
Stekken van planten met houtige stengels hebben vaak een beetje aanmoediging nodig om wortels te vormen en deze kan verschaft worden door een groeihormoon. Doop uw stek in water, vervolgens in de hormoonpoeder en schud de overtollige poeder er dan voorzichtig af. Boor met uw vinger vervolgens een gaatje in het stekbed, om te voorkomen dat bij het plaatsen van de stek de poeder erafschuift. Zet de pot ten slotte op een lichte plaats, maar niet in de volle zon. Ten einde het vormen van wortels te versnellen, zou u kunnen proberen de stek, met pot en al, onder een plastic hoes te zetten. De bedoeling is, het vocht binnen te houden en zo dicht mogelijk een broeikastoestand te benaderen.
Op de volgende manier kunnen bladstekken van de zomerbloeiende begonia en gloxinia worden gemaakt: Breng in de bladnerven op drie of vier plaatsen gleuven of sneden aan. Leg het blad vervolgens op vochtig zand, met de snede naar onderen. Houd het blad dan met houten prikkertjes of met steentjes plat op het zand en druk de bladsteel erin. Uit de plaatsen waar de sneden zijn aangebracht, zullen dan nieuwe planten opschieten.
Men kan met veel succes planten zoals sansevieria’s, bromelia’s en Kaapse viooltjes kweken door wat het scheuren van planten wordt genoemd. Dit is een methode waarbij toppen of zijplantjes van de moederplant worden gescheiden. Dit kan men doen door voorzichtig een scherp mes tussen de moederplant en het zijplantje te steken en dan dit dochterplantje er naar beneden toe, met het bijbehorende wortelstelsel, af te snijden. Pot dit nieuwe plantje dan in goede aarde, geef het ruim water en zet het enkele dagen op een schaduwrijk plekje voordat u het bij de andere planten in uw „woonkamertuintje” zet.
Weer een andere methode, marcotteren genoemd, is zeer bruikbaar voor het voortbrengen van nieuwe planten uit sommige sterke planten zoals de ficus, die de neiging hebben hun onderste bladeren te verliezen en er uit de kracht gegroeid en onaantrekkelijk uitzien. U kunt het volgende doen:
Maak een inkeping in de stengel en steun de verzwakte stengel met een houten spalk. Wikkel vervolgens het ingesneden gedeelte van de stengel in mos dat in water is gedrenkt en uitgeknepen is om overtollig vocht te verwijderen. Pak nu de hele prop mos in een stuk plastic en bind dit van boven en van onderen, bijvoorbeeld met een elastiekje of met dun draad, dicht. Na verloop van tijd zullen zich in het mos wortels vormen die u door het plastic heen zult zien. Als het mos vol wortels zit, snijd de plant dan precies onder het nieuwe wortelstelsel af en zet ze in een pot. Men dient te bedenken dat alle planten die pas wortels hebben gevormd, vertroeteld dienen te worden en extra water, minder licht en een hogere vochtigheidsgraad nodig hebben totdat ze aangeslagen zijn.
Kamerplanten kunnen op vele manieren voldoening schenken. Zo is daar iedere keer weer het schouwspel van ontluikende bloemknoppen, zich ontvouwende bladeren en opschietende nieuwe planten. Maar of u nu weinig of veel planten hebt, het succes van uw „woonkamertuintje” hangt in niet geringe mate af van de zorg die u eraan besteedt.