Afgestudeerden van Gilead — „Aanbevelingsbrieven”
OP ZONDAGOCHTEND 4 maart kwamen 1995 personen bijeen in de Congreshal van Jehovah’s Getuigen in de wijk Queens van de stad New York. Het was graduatiedag voor de veertig studenten van de 76ste klas van de Wachttoren-Bijbelschool Gilead. Voorafgaand aan de graduatiedag, op vrijdag, hadden 1040 personen, bijeengekomen op de boerderij van het Wachttorengenootschap zo’n 150 kilometer ten noorden van de stad New York, bij wijze van voorvertoning een gedeelte van het graduatieprogramma te zien gekregen. Ook hoorden zij lezingen door Leo Greenlees en Theodore Jaracz, beiden lid van het Besturende Lichaam.
Zwaaiend met een witte staf opende Karl Klein op zondag het graduatieprogramma door de zaal te dirigeren bij het zingen van lied 155 uit de nieuwe liederenbundel van het Wachttorengenootschap. (Ook de overige liederen waren uit de nieuwe bundel en er werd van genoten.) Na het gebed door Daniel Sydlik haalde de voorzitter, Carey Barber, Petrus’ vraag aan Jezus aan: „Wij hebben alles verlaten en zijn u gevolgd; wat zullen wij dan eigenlijk krijgen?” Hij bracht Jezus’ antwoord van toepassing op de zendelingen: „Een ieder die ter wille van mijn naam huizen of broers of zusters of vader of moeder of kinderen of landerijen heeft verlaten, zal vele malen meer ontvangen en eeuwig leven beërven.” — Matthéüs 19:27, 29.
Lloyd Barry, die vroeger zendeling is geweest in Japan, moedigde de studenten aan zich toe te leggen op het leren van een nieuwe taal. „In het begin”, zo zei hij, „zullen de nieuwe woorden in je hoofd ronddobberen, goeroegoeroe (rond en rond) zoals de Japanners zeggen, terwijl je de taal botsoebotsoe (beetje bij beetje) aan het leren bent. Maar het kan zijn dat je ogen beginnen te pikapika (stralen) als je in het begin de eerste zinnetjes kunt zeggen en de taal ten slotte perapera (vloeiend) kunt spreken.”
Milton G. Henschel onthulde het „ware geheim van succes” en van groter geluk. „Het is heel eenvoudig”, zei hij. „Ga het goede nieuws met iemand delen. Dan volg je Jezus’ raad op dat het ’gelukkiger is te geven dan te ontvangen’.” Vervolgens spoorde Charles Woody de zendelingen aan om weerbarstig gebied te beschouwen „als een uitdaging voor je bekwaamheid”.
Aangezien een gedeelte van hun zendelingenopleiding inhield dat zij vrijwel iedere middag, van maandag tot en met vrijdag, twee en een half uur moesten werken, bedankte Vernon Wisegarver hen voor het werk dat zij in veertien kantoren of afdelingen van het Genootschap hadden verricht en moedigde hen aan te blijven „vasthouden aan het patroon van gezonde woorden”.
De twee docenten van Gilead, Jack Redford en Ulysses Glass, spraken de studenten ook toe. Broeder Redford, een voormalig zendeling in Vietnam, herinnerde de zendelingen aan het belang van wijsheid. Hij vroeg hun: „Zul je op een goede manier met je kennis werken? Wees vastbesloten je hele leven te blijven leren; leer door de dingen die onwaardig zijn in het leven waardig te dragen.” Toen zei broeder Glass, terwijl hij een imitatie van een goudstaaf uit een bruine papieren zak haalde: „De beproefde hoedanigheid van ons geloof kan van grotere waarde zijn dan goud. Hoewel ons vlees, net als een papieren zak, versleten kan raken door gebruik, ouderdom en ziekte, kan het toch het goud — ons geloof — blijven meedragen.”
De slotlezing van de ochtend werd gehouden door iemand die al meer dan 63 jaar lid van de Bethelfamilie is — Frederick W. Franz, de president van de Wachttoren-Bijbelschool Gilead. Hij herinnerde de zendelingen eraan dat hun autoriteit om het goede nieuws te prediken door de geestelijkheid zal worden aangevochten. „Jezus Christus’ autoriteit werd aangevochten”, zei hij. „Die van de apostel Paulus ook. Paulus wees op degenen die hij onderwees en die discipelen van Christus werden als zijn levende aanbevelingsbrieven.” De spreker zei dat de zendelingen op soortgelijke brieven kunnen wijzen en dat „Jehovah jullie brieven graag voor het hele universum tentoon zal stellen en ze Jehovah’s aanbevelingsbrief bij de uit de dood opgestane personen zal laten zijn”.
De ochtend werd bekroond met de uitreiking van de diploma’s. De afgestudeerden gaan onder meer naar toewijzingen in Afrika, Midden- en Zuid-Amerika en de eilanden in de wereldzeeën — naar in totaal zestien landen.
’s Middags, na de Wachttoren-studie onder leiding van David Olson, brachten de studenten een muzikale show die allen hielp iets van het zendelingenleven te proeven. Toen werd een drama opgevoerd waarin de aandacht werd gevestigd op de noodzaak naar bijzondere voorrechten op het terrein van heilige dienst te streven.
Het programma besloot met een vurig gebed door John Booth om Gods rijke zegen op het zendingswerk van elk van de afgestudeerden.