Vragen van lezers
◼ Waarom weigeren Jehovah’s Getuigen hun bijbelse studiehulpmiddelen te ruilen voor de religieuze lectuur van mensen die zij ontmoeten?
Jehovah’s Getuigen verrichten hun openbare bediening in gehoorzaamheid aan goddelijke instructies. Jezus heeft gezegd dat in dit „besluit van het samenstel van dingen” ’het goede nieuws van het koninkrijk op de gehele bewoonde aarde moest worden gepredikt tot een getuigenis voor alle natiën, en dat dan het einde zou komen’ (Matthéüs 24:3, 14). De Getuigen komen dus niet bij de mensen aan de deur om waarheid of geestelijke verlichting te zoeken. Integendeel, zij hebben er reeds talloze uren aan besteed om de waarheid uit Gods Woord te leren kennen, en nadat zij zich het „goede nieuws” hebben eigen gemaakt, trekken zij er gehoorzaam op uit om het met anderen te delen.
Veel mensen die geloven dat ’er in alle religies iets goeds is’, zullen het misschien kleingeestig vinden om er anders over te denken. (Vergelijk Jezus’ standpunt dat in Matthéüs 7:13, 14, 21-23 staat opgetekend.) De Griekse filosofen in het oude Athene moedigden zo’n „onbekrompen” houding aan en hielden zich graag bezig met „het vertellen van of het luisteren naar iets nieuws” (Handelingen 17:18-21). Maar toen de apostel Paulus voor hen verscheen, deed hij dit niet om filosofieën of ideeën uit te wisselen. Hij gebruikte die gelegenheid om datgene te vertellen waarvan hij wist dat het de waarheid was, of men hem nu kleingeestig vond of niet. Hoewel sommigen van die Atheners hem bespotten, reageerden verscheidenen gunstig en werden gelovigen. — Handelingen 17:32-34; 2 Korinthiërs 6:14-18.
Paulus was ongetwijfeld van enkele Griekse leerstellingen op de hoogte, en hij gebruikte deze kennis om een zeer doeltreffend getuigenis te geven (Handelingen 17:28). Evenzo zijn Jehovah’s Getuigen niet onbekend met de geloofsovertuiging van anderen. Zij hebben een aanzienlijke fundamentele kennis opgedaan over de leerstellige opvattingen van de religies die in de streek waar zij wonen veel voorkomen. Zulke leerstellingen zijn beschouwd in het boek Wat heeft de religie voor de mensheid gedaan? alsook in talloze artikelen in De Wachttoren en Ontwaakt! Dergelijke inlichtingen over allerlei religies worden verschaft in het kader van een vergelijking met nauwkeurige bijbelse leerstellingen.
Gods Woord waarschuwt christenen dat „Satan zelf . . . zich [blijft] veranderen in een engel des lichts. Het is daarom niets groots indien ook zijn dienaren zich blijven veranderen in dienaren van rechtvaardigheid. Maar hun einde zal zijn overeenkomstig hun werken” (2 Korinthiërs 11:14, 15). Satan heeft zich zo succesvol als „een engel des lichts” voorgedaan, dat hij zelfs een volmaakt mens, Eva, kon verleiden (1 Timótheüs 2:14). Het zou derhalve roekeloos zijn, alsook een verspilling van waardevolle tijd, wanneer Jehovah’s Getuigen vals-religieuze lectuur die bedoeld is om te misleiden, zouden aanvaarden en zich eraan zouden blootstellen. Zij willen niet tot de droevige handelwijze vervallen van de joden, over wie Paulus zei dat zij ’de waarheid van God hadden verruild voor de leugen’. — Romeinen 1:25, NW; Willibrordvertaling.
Bovendien zijn sommige van de religieuze geschriften die men Jehovah’s Getuigen misschien per se wil laten lezen, geschreven door personen die afvallig zijn geworden, of bevatten ze hun gedachten. Ware christenen hebben het gebod ontvangen zulke afvalligen te mijden (2 Johannes 9-11; Titus 3:10, 11). In De Wachttoren van 15 september 1983 werd dan ook terecht de raad gegeven:
„In de eerste eeuw werden Hymenéüs en Filétus afvallig en probeerden zij het geloof van anderen te ondermijnen. Gods maatstaf was: ’Mijd dergelijke holle klanken waardoor wat heilig is geweld wordt aangedaan’ (2 Tim. 2:16-19). Christenen die zich aan die maatstaf hielden, zouden er geen belangstelling voor hebben om naar afvalligen te luisteren of om verderfelijke geschriften in hun bezit te krijgen die deze personen ’ter wille van oneerlijke winst’ zouden verspreiden. Waarom zouden zij hun goddeloosheid financieren door hun lectuur te kopen? (Tit. 1:11) Laten wij als loyale christenen vasthouden aan Gods maatstaven, onze geest voeden met wat waar en rechtvaardig is en loyaal en met waardering vasthouden aan het kanaal waardoor de bijbelse waarheid oorspronkelijk tot ons is gekomen. — Vergelijk 1 Timótheüs 4:16.” — Bladzijde 15.
Het getuigt derhalve van wijsheid en respect voor Gods raad dat Jehovah’s Getuigen er geen gewoonte van maken waardevolle bijbelse studiehulpmiddelen die schriftuurlijke waarheid bevatten te ruilen voor religieuze lectuur waarin een dwaling of afvallige zienswijzen worden verbreid.