Werk dat verkwikt
HET bord op het bouwterrein in Dunwoody, een voorstad van Atlanta in de Amerikaanse staat Georgia, kondigde de bouwdatum voor de Koninkrijkszaal aan: „23 en 24.” Deze dubbele datum gaf aanleiding tot de opmerking: „Kunnen ze niet beslissen of ze op de 23ste of op de 24ste zullen beginnen?” De mensen konden gewoon niet begrijpen dat het bord betekende: De bouw van de Koninkrijkszaal begint op de 23ste en is de 24ste klaar. Toch vinden deze tweedaagse wonderen, zoals ze wel zijn genoemd, ongeveer eens in de maand overal in de Verenigde Staten plaats.
Op zaterdag werden in Dunwoody heel vroeg in de morgen stapels bouwmaterialen op strategisch gelegen punten op de van tevoren gestorte betonvloer van 470 m2 gedeponeerd. Ben Kelley, die het toezicht had gehad bij het storten van die vloer, wees erop dat de materialen precies daar waren neergelegd waar men ze direct bij de hand zou hebben als ze nodig waren. „Kijk maar eens naar de gipsplaten”, zei hij. „Die liggen opgestapeld precies in het midden van waar straks de zaal komt. Wij bouwen eromheen en eroverheen, maar als het zover is, liggen ze precies daar waar de mensen die de gipsplaten aanbrengen, ze moeten hebben.”
Terwijl hij aan het woord was, reikte de veldkeuken het ontbijt uit aan driehonderd vrijwillige werkers. Het was toen 6 uur ’s ochtends.
Muren in minuten overeind
Om vijf voor zeven begon het werk. Alle arbeiders schaarden zich rondom het betonnen fundament als één hechte ploeg van allemaal murenbouwers. Daar begonnen de hamers te daveren. Vooraf op maat gezaagde segmenten voegden zich aaneen tot muren. Binnen enkele minuten stond de eerste muur overeind. Vervolgens de tweede, toen de derde, en de vierde. De omtrekken van de zaal waren in een tijd van minuten verrezen, en de segmenten van 60 cm bij 1,80 m waren weldra bekleed met panelen van triplex en zwarte isolatieplaten. Het gedreun van de hamers verminderde naarmate groepjes arbeiders zich van de muren terugtrokken om zich opnieuw te formeren tot kleinere ploegen — elektriciens, timmerlieden, loodgieters, metselaars, hoveniers en anderen. Iedere ploeg stond onder leiding van een voorman, die zijn instructies ontving via een walkie-talkie op zijn heup.
Een ploeg ’isoleerders’, voornamelijk vrouwen, bracht dotten glaswol aan als isolatie voor de binnenmuren. Gespierde mannen sjouwden dakspanten naar één kant. Tussenwanden verrezen. Foyer, toiletten, bibliotheek, lectuurafdelingen, podium en de grote half-ovale zaal zelf — alles begon gestalte te krijgen. Op een of andere manier dwarrelden de diverse ploegen dooreen bij het uitvoeren van hun werkzaamheden, waarbij niemand het werk van de anderen ernstig belemmerde.
„Hiermee komen we aan de reden waarom dit systeem werkt”, verklaarde Stanley Peck. Peck, aannemer en een bedienaar van Jehovah’s Getuigen, had deze methode ontwikkeld met behulp van een groep aannemers uit het midwesten van de VS, die eveneens Getuigen zijn. „In de eerste plaats”, zo zei hij, „profiteert het systeem van het feit dat wij volop vrijwillige hulp hebben en over voldoende bekwame vaklieden en leidinggevende mensen beschikken om deze onbeperkte hulp te benutten.” Maar hoe coördineer je driehonderd arbeiders op één enkel bouwterrein? „Daar vragen de mensen altijd weer naar”, antwoordde Peck. „Een bijenvolk krijgt het misschien voor elkaar. Of een mierenkolonie. Maar mensen? Alleen opgedragen werkers van Jehovah lukt het. Echte vakmensen staan aan het hoofd van elke ploeg, en elke ploeg krijgt zijn instructies van een opzichter. Het is net als in de christelijke gemeente, waar God sommigen toerust met ’bekwaamheden om leiding te geven, en anderen tot diensten voor hulpbetoon’.” — 1 Kor. 12:28.
Daar moet nog aan worden toegevoegd dat het zo snel bouwen van een vergaderzaal niet zomaar overal mogelijk is. Zoals te begrijpen is, komt er meer voor kijken dan gewillige handen. Het vereist dat er vaardige vaklieden beschikbaar zijn die ervaring hebben in het soort planning, voorbereiding en coördinatie die nodig is om een dergelijk gebouw gestalte te geven. Ook is een goede medewerking van gemeentelijke autoriteiten en opzichters van bouwtoezicht noodzakelijk.
„Het lijkt wel een krioelende mierenhoop!”
Het geraamte van de zaal verrees zo snel op het terrein van bijna een hectare, dat verblufte voorbijgangers halverwege de ochtend begonnen te begrijpen wat die tweedaagse bouwdatum te betekenen had. Metselaars waren steigers aan het opzetten; opperlieden zetten stenen en specie klaar. Timmerlieden en dakdekkers zwermden overal om hen heen. De metselaars werkten onverstoorbaar om hen heen en onder hen door en soms zelfs tussen de benen door van degenen die de overhangende gedeelten van het dak afwerkten. Intussen waren de werkers aan de air-conditioning bezig midden tussen alle andere ploegen door elektrische leidingen te trekken. Bijna honderd werkers waren op het dak bezig de rollen waterdichte dakbedekking af te rollen en vast te kitten, zware bundels dakspanen te sjouwen en op hun plaats te bevestigen.
Op de grond scharrelden zelfs nog meer mensen rond. Sommigen droegen bouwmaterialen naar de plek waar ze nodig waren. Er waren ploegen bezig met de omheining. Hoveniers veranderden het terrein in gazons van graszoden, plantten heesters en legden bloemperken aan. Groepjes jongeren en ouderen waren constant in de weer om ieder stukje afval op te rapen — kromme spijkers, lege verpakkingen, losse stukjes hout. Niets mocht blijven slingeren of iemand hinderen bij zijn werk. En van het begin af aan liep een mobiele afdeling verfrissingen — meisjes en jongens telkens twee aan twee — het hele project langs met hapjes en koude dranken. Een toeschouwer merkte op: „Het lijkt wel een krioelende mierenhoop!”
De eerste dag wordt als geslaagd beschouwd wanneer aan het eind van de dag degenen die de gipsplaten aanbrengen, aan de slag kunnen. Deze arbeiders moeten wachten tot de muren van panelen voorzien en geïsoleerd zijn, en de plafondtengels zijn aangebracht. Dan werken zij tot in de avond door om de zware gipsplaten vast te spijkeren. Deze oppervlakken moeten vóór de volgende middag met een snel verhardende pasta worden behandeld, geschuurd, en geschilderd of behangen worden. Dan wordt al het werk neergelegd en houdt de gemeente haar eerste vergadering in de nieuwe Koninkrijkszaal. In Dunwoody was de vloerbedekking nog niet gelegd, dus zaten driehonderd mensen op de betonnen vloer en zochten tweehonderd anderen een plaatsje buiten het gebouw om de wekelijkse Wachttoren-studie bij te wonen.
„Wij hebben bezoekers uit Virginia en Florida”, vertelde Charles Leibensperger, secretaris van het bouwcomité. „Sommigen van hen zijn van plan in de toekomst een zaal te bouwen. Zij willen zien hoe het in zijn werk gaat. Nu Stan Peck gekomen is en onze organisatie op poten heeft gezet, kunnen wij beginnen met de plannen om hen te helpen.” Peck lichtte toe: „We hebben het zo geregeld dat iemand die ervaring heeft, hun plannen en personeelsvoorbereiding bekijkt. Dan worden er regelingen getroffen om twee of meer veteranen in dit soort karweien samen te laten werken met hun bouwcomité ten einde alles te organiseren en de lijst met bouwmaterialen na te lopen; en een of meer van ons treffen regelingen om gedurende de twee bouwdagen aanwezig te zijn.” Niemand wordt voor dit werk betaald.
Toen de tweede dag in Dunwoody ten einde liep en een groep mensen buiten naar de zaal stond te kijken waar de vorige dag in alle vroegte nog helemaal geen zaal stond, merkte een van de Getuigen op: „Zo is nu Jehovah’s geest werkzaam om een karwei als dit geklaard te krijgen. Het is heel eenvoudig. Zijn volk laat zich leiden door zijn geest. Zij werken samen aan een gemeenschappelijke zaak. Zij doen dit alles niet om persoonlijk gewin maar uit liefde voor hun broeder en hun God. En zijn dat niet de twee grote geboden uit Markus 12:28-31: ’Jehovah, uw God, lief te hebben met geheel uw hart, verstand, ziel en kracht’, en ’uw naaste als uzelf’?”
[Illustratie op blz. 9]
Met zo’n groep mensen kan een Koninkrijkszaal in twee dagen worden gebouwd