’Geloof waarover in de gehele wereld wordt gesproken’
— ten toon gespreid op de „Gods zonen der bevrijding”-vergaderingen
HET geloof dat toegewijde dienstknechten van Jehovah in deze tijd, evenals in het verleden, aan de dag leggen, is beslist een goed onderwerp voor een opbouwende beschouwing. Het is voor andere dienstknechten van God een aansporing om te onderzoeken hoe zulk een sterk geloof verkregen kan worden. Het brengt hen ertoe hun eigen opvattingen en denkwijzen te onderzoeken ten einde alles eruit te verwijderen wat de groei van het geloof in de weg staat. Als zij de lessen die zij eruit leren, toepassen, zeggen deze hedendaagse volgelingen van Christus eigenlijk hetzelfde als de discipelen van de eerste eeuw tot de Meester zeiden, namelijk: „Geef ons meer geloof.” — Luk. 17:5.
De dingen die op de serie internationale „Gods zonen der bevrijding”-vergaderingen van 1966–1967 werden geleerd en de ervaringen die er werden verteld, verschaffen in dit opzicht veel stof tot nadenken. Jehovah’s getuigen uit het noordelijk halfrond hadden de gelegenheid Mexico, Midden- en Zuid-Amerika en de eilanden in de Caraïbische zee te bezoeken en uit de eerste hand te zien tegen welke achtergrond in deze zuidelijke landen een geweldige veldtocht van bijbels onderwijs wordt doorgevoerd. Zij waren ontroerd door wat zij zagen en hoorden en zij meenden net zo te kunnen reageren als de apostel Paulus toen hij de gemeente van christenen te Rome meedeelde: „Er [wordt] in de gehele wereld over uw geloof . . . gesproken.” — Rom. 1:8.
HET BIJWONEN VAN VERGADERINGEN
Hebt u bijvoorbeeld ooit wegens enkele schijnbaar onoverkomelijke hinderpalen geaarzeld een kring- of districtsvergadering van Jehovah’s getuigen bij te wonen die ten behoeve van u werd georganiseerd? Jezus leerde dat geloof hindernissen kan overwinnen (Matth. 17:20). En dat is ten aanzien van vele getuigen van Jehovah in Latijns-Amerika ook waar gebleken. Een onderwijzeres die op ongeveer 320 km afstand van Montevideo in Uruguay woont, wilde naar de vergadering gaan, doch haar man, die een tegenstander was, maakte het haar zelfs al moeilijk om de plaatselijke vergaderingen bij te wonen. Was zij ontmoedigd? Bracht het haar geloof aan het wankelen? Neen, zij ging ermee door, voorbereidingen te treffen in het vertrouwen dat, indien het de wil van de Heer was, zij er zou komen. Wat zij niet verwacht had, gebeurde. Een regeringsdepartement dat haar pensioenaanvrage in behandeling had, riep haar, precies op de tijd waarop de vergadering aan de gang zou zijn, voor een bespreking naar de hoofdstad. Zij was dus een van de gelukkige deelneemsters.
Een groep Getuigen van de kust van Honduras vertrok per trein naar de vergadering in Tegucigalpa. Zij konden niet verder omdat de spoorbrug door hoog water onberijdbaar was geworden. Gaven zij het op? Neen! Zij gingen naar huis en probeerden het de volgende dag weer; nu konden zij wèl verder en arriveerden ten slotte één dag nadat de vergadering was begonnen. Hindernissen konden hun vurige ijver om het geestelijke feest dat hun bereid was bij te wonen, niet doven.
Jehovah’s getuigen uit Manaus, in het stroomgebied van de Amazone, voeren vier dagen op die machtige rivier voordat zij Belém aan de kust bereikten, en reisden toen nog vijf dagen per bus om naar de Braziliaanse vergadering in São Paulo te komen. Het vooruitzicht en de risico’s van een twintigdaagse terugreis kon hun vaste voornemen de vergadering bij te wonen niet aan het wankelen brengen.
Zevenendertig gedelegeerden uit Nuevo Paraíso, Colombia, werden niet door de riskante reis in een grote motorkano afgeschrikt. De boot sloeg ook inderdaad om en allen verloren hun extra kleren en geld. Zij verschenen echter onverschrokken op de vergadering in Barranquilla, gelukkig als zij waren dat zij er het leven hadden afgebracht zodat zij aan de geestelijke gaven van de tafel des Heren konden deelnemen.
Vele Getuigen moesten vindingrijk zijn ten einde de reis naar de vergaderplaats te maken. Een Getuige uit Uruguay begon vroeg in de maand juli was aan te nemen zodat zij in januari genoeg geld voor de reis zou hebben. Een andere Getuige die verscheidene kinderen heeft en een man die een tegenstander is, maakte en verkocht ijs om haar reiskosten te verdienen.
VOORUITSTREVEND GELOOF
Hoe beziet u de mogelijkheid grotere voorrechten en verantwoordelijkheden in de Koninkrijksdienst op u te nemen? Zij die het geloof bezitten om naar zulke gelegenheden te streven en ze aan te grijpen worden, zoals blijkt uit ervaringen die op de „Gods zonen der bevrijding”-vergaderingen werden verteld, door Jehovah werkelijk gezegend. Een Getuige uit een vissersplaats in Peru kreeg de mededeling dat hij pas voor speciale pionier in aanmerking kon komen als hij had leren lezen en schrijven. Dat deed hij. Hij begon meteen te studeren, maakte in slechts enkele maanden uitstekende vorderingen en heeft nu zijn aanstelling als speciale pionier in zijn eigen stad. Uit zijn gebied kwamen tweehonderd personen naar de vergadering in Lima.
Hoe buitengewoon gezegend was een Uruguayaanse Getuige die, ondanks een zwakke gezondheid, naar het voorrecht van de pioniersdienst streefde! Zij is zo’n negentig personen behulpzaam geweest om in de organisatie van Jehovah’s getuigen te komen, en tachtig van hen zijn er al gedoopt. Wat een beloning was het voor haar een groot aantal van deze mensen op de vergadering in Montevideo het podium te zien opgaan om getuigenis af te leggen van haar vurige en ijverige bediening!
Bezoekers uit het noorden op al deze vergaderingen ontmoetten en spraken ook met zendelingen die jaren geleden naar dienstvoorrechten hadden gestreefd. Zij hadden de uitnodiging aanvaard om op de Wachttoren Bijbelschool Gilead te worden opgeleid en waren naar buitenlandse toewijzingen gezonden. Bezaten zij echter het geloof om in hun toewijzing te blijven? Beslist. Denk u eens in! Acht afgestudeerden van de eerste klas van de Gileadschool in 1943 dienen nog steeds getrouw in Mexico en anderen zijn in verschillende Midden- en Zuidamerikaanse landen te vinden. Hun geloof is stellig als dat van Abraham!
EEN GETROUW GEDRAG MAAKT INDRUK
„Een voortreffelijk getuigenis . . . van de mensen buiten” de christelijke gemeente is in feite het bewijs van het geloof van Gods dienstknechten (1 Tim. 3:7). Laten wij nooit over het hoofd zien welke uitwerking een goed gedrag op mensen heeft die Jehovah’s getuigen onder verschillende omstandigheden gadeslaan. Zij merken het werkelijk op en spreken erover, zoals afgevaardigden op hun tournee naar de Midden- en Zuidamerikaanse vergaderingen te weten kwamen. Een kelner in een Panamees restaurant kwam naar enkele Getuigen toe en vroeg: „Wie bent u toch? U lijkt allemaal zo gelukkig en er heerst geen discriminatie onder u — hoe is dat mogelijk?” Toen hem werd verteld dat de Getuigen dezelfde mensen waren die het boek Van het verloren naar het herwonnen paradijs verspreiden, het boek dat hij reeds had, verklaarde hij dat hij het voor de dag zou halen en zou gaan bestuderen.
De inspecteur van een busonderneming in San Juan in Puerto Rico zei tot zijn personeel, nadat hij met de congresorganisatie had onderhandeld: „Wij moeten tot het uiterste met deze mensen samenwerken; het zijn de best georganiseerde mensen waar wij ooit mee te maken hebben gehad.” En een gerant van een hotel in Mexico City verklaarde: „U, Getuigen, bent hier altijd welkom. Hoeveel kamers wilt u hebben?” Een gerant van een ander hotel, ditmaal in Kingston op Jamaïca, zei: „Hoewel ik niet een van Jehovah’s getuigen ben, zou ik graag alleen Getuigen in dienst willen nemen, want met zulk personeel zouden wij een hotel kunnen exploiteren waar geen moeilijkheden voorkomen.”
Een regeringsambtenaar in Ecuador zei over de congresorganisatie: „Zij hebben elk onderdeel tot in de kleinste bijzonderheden met mathematische nauwkeurigheid uitgedacht. Wij kunnen niet veel voor hen doen wat zij al niet zelf hebben gedaan.” Een directeur van een luchtvaartmaatschappij verklaarde: „U hebt een prachtig staaltje van organisatie te zien gegeven. Hadden wij maar mensen zoals u in onze firma.” De gerant van een hotel in een Zuidamerikaanse stad maakte over de bekwaamheid van de Getuigen de volgende opmerking: „Als u het land zou besturen, zou ik het niet erg vinden belasting te betalen, want ik weet dat ik dan waar voor mijn geld zou krijgen.”
Het personeel van de Palacio Peñarol te Montevideo in Uruguay was diep onder de indruk. Eerst rookten zij, maar toen zij met de Getuigen begonnen om te gaan en samen te werken, was het opmerkelijk dat niemand van hen meer rookte, en zij spraken elke Getuige met Hermano of „broeder” aan. Een van hen verklaarde: „Dit is de eerste keer dat het Palacio fris ruikt, niet naar tabak of andere luchtjes.” Iemand anders zei: „Dit is de eerste keer dat de directie van het Palacio het hele gebouw, met inbegrip van de kamers en privé-kantoren, aan iemand heeft overgedragen, en het schijnt hun niets te kunnen schelen hoe het gebouw behandeld wordt.”
Telkens weer hoorden de congresgangers op die vergaderingen dat de Indianen en armere inheemse bevolking in afgelegen gebieden van die zuidelijke landen bovenal onder de indruk waren van de bereidwilligheid waarmee zendelingen en andere Getuigen in hun nederige woningen kwamen en zelfs met hen aten. Zij krijgen snel vertrouwen in dit soort van onderwijzers, onderwijzers van de bijbel die bereid zijn de voortreffelijke beginselen ervan in hun eigen leven van toepassing te brengen.
VERTROUW, NA ALLES GEDAAN TE HEBBEN, OP JEHOVAH
Het gebeurt dikwijls dat dienaren van God hun uiterste best hebben gedaan zijn wil ten uitvoer te brengen en toch op het punt komen dat zij voor uitkomst op Jehovah moeten vertrouwen omdat iets wellicht buiten hun macht ligt. Zij hebben geloof in God nodig om aan zulke situaties het hoofd te bieden. Denk bijvoorbeeld eens aan de positie waarin de Wachttoren-congresdienaar te Managua in Nicaragua verkeerde toen hij hoorde dat de pachter die de zaal had verhuurd, zijn pachtcontract was kwijtgeraakt en dat het met hem gesloten contract niet langer geldig was. Het was nog maar enkele dagen voor de opening van het congres en vanuit heel Nicaragua waren afgevaardigden onderweg, om nog maar niet te spreken over de vele buitenlandse afgevaardigden. Maar alles kwam ten slotte op zijn pootjes terecht. De zaaleigenaar stemde erin toe op het laatste moment een contract te sluiten.
Normaal wordt 1 januari gekenmerkt door het begin van Ecuadors regenseizoen en dit gaat met hele horden krekels en muskieten gepaard. In voorgaande jaren moesten de krekels met hopen uit de stadswijken geveegd worden, terwijl de muskieten iedereen het leven ondraaglijk maakten. Ook dit jaar begon het prompt op 1 januari te regenen, op dezelfde dag dat er vier vliegtuigen met Getuigen uit Panama arriveerden. Er werd evenwel een geslaagde vergadering in het overdekte Colosseum van Guayaquil gehouden. En de krekels? Zij kwamen een uur nadat de vergadering was afgelopen, met duizenden opzetten en drongen in elke hoek van het Colosseum door. Met betrekking tot de met sprinkhanen te vergelijken grondigheid van de organisatie der Getuigen maakte iemand de opmerking: „De sprinkhanen gingen eruit en de krekels kwamen erin.”
De Getuigen in Santiago in Chili hadden, vanaf het ogenblik dat er sprake was van een internationaal congres in hun stad, het oog laten vallen op de reusachtige Velodroom, op het terrein van het Nationaal Stadion. Maar de Velodroom was nog altijd niet gereed en zelfs de wielerbond waarvoor hij was gebouwd, had nog in de maand december zonder succes getracht hem in gebruik te kunnen nemen. Niettemin werd dit nieuwe gebouw door geduldige en voortdurende besprekingen met de ene groep van autoriteiten na de andere, ten slotte voor Jehovah’s getuigen geopend en de „Gods zonen der bevrijding”-vergadering was de eerste gebeurtenis die erin plaatsvond. Wielersportenthousiastelingen werden er door een verslaggever toe aangespoord de vergaderingen van de Getuigen bij te wonen om een eerste blik op de voltooide Velodroom te kunnen werpen.
In Uruguay scheen het dat een staking waardoor alle bus- en taxivervoer werd lamgelegd, het bezoek van de vergadering nadelig zou beïnvloeden. Ook deze hindernis werd echter overwonnen. Hoe? Vele afgevaardigden liepen bij aankomst eenvoudig naar hun slaapplaats, sommigen straten ver. Er werden allerlei transportmiddelen in gebruik genomen, met inbegrip van een bus van een brandweerafdeling en een grote vuilniswagen. Maar de bezoekers kwamen in hun hotel en op hun kamer en zij slaagden er ook in de onvergetelijke congreszittingen in de Palacio Peñarol bij te wonen.
CONGRESSEN IN DE KRANTENKOPPEN
De in 1966–67 gehouden serie congressen leverde, niet één vergadering uitgezonderd, de meeste gunstige publieke belangstelling op die Jehovah’s getuigen in Midden- en Zuid-Amerika ooit hadden gekregen. Maar dit resultaat werd niet behaald dan met hard werken en geloof in Jehovah voor het welslagen ervan. De kranten in Jamaïca gaven een ongekende kolomlengte van 18,5 meter aan verslagen over de activiteiten in het Nationaal Stadion van Kingston. Een vooraanstaande krant vulde een hele pagina met foto’s over de werkzaamheden in de cafetaria, en gaf gunstig commentaar op de reinheid die onder de Getuigen viel waar te nemen.
In Guatemala verleende het radiostation van de regering drie uur gratis zendtijd voor interviews en andere verslagen over het congres, terwijl de Guatemalaanse kranten ruim 10 meter kolomlengte publiceerden, met inbegrip van foto’s over de bijeenkomst van de Getuigen. In San Juan in Puerto Rico waren vijf spandoeken waarop de openbare lezing werd aangekondigd, op strategische punten over de straat gespannen. In Brazilië was uitstekend werk verricht om de vergadering onder de aandacht van de pers te brengen, met het gevolg dat de kolomlengte ten slotte meer dan 108 meter bedroeg.
Het geïllustreerde tijdschrift Flash van Santiago in Chili plaatste als hoofdpunt de doop op de omslag, terwijl de vier volgende bladzijden foto’s met verklarende tekst bevatten onder het opschrift: „Zwembad van Nationaal Stadion in doopvont veranderd.” Onder een geheel ander thema verscheen er in dezelfde stad een artikel in het communistische dagblad El Siglo (De Eeuw), waarvan de kop luidde: „Jehovah’s getuigen veranderen Nationaal Stadion in tempel van anti-communisme.” Andere plaatselijke kranten verklaarden echter waarheidsgetrouw dat de Getuigen geheel neutraal met betrekking tot politieke vraagstukken zijn en exclusief zijn toegewijd aan het prediken en onderwijzen van de bijbelse boodschap voor onze tijd.
Puerto Rico’s geïllustreerde tijdschrift Bohemia bevatte in de uitgave van 26 februari 1967 een zes bladzijden lang verhaal over het congres, met inbegrip van twaalf foto’s die de aandacht vestigden op de doop en de bijbelse toneelstukken. Het artikel besloot als volgt: „Met de oprechtheid die uit de woorden van Jehovah’s [getuigen] spreekt, zijn talloze boricuas [Portoricanen] er diep van overtuigd dat zij het tijdperk van ’Het millennium voor de mensheid onder Gods koninkrijk’ zullen halen.”
Alle nationale kranten van Costa Rica plaatsten berichten over het congres in San José, bij elkaar 1.78 meter kolomlengte. Ook hier werd een interview in het Spaans met F.W. Franz, de vice-president van het Wachttorengenootschap, in een programma over het hele land uitgezonden. Via radio, televisie en gedrukte bladzijden werd dus in vele delen van dit westelijk halfrond het nieuws over het geloof van Jehovah’s volk verbreid en besproken.
ZENDELINGEN VERTELLEN HUN GESCHIEDENIS
Getuigen die Mexico en andere landen in het zuiden bezochten, zullen nooit de verslagen vergeten die zij uit de eerste hand van ware zendelingen te horen kregen over hun beproevingen en vreugden in buitenlandse toewijzingen. Op elk congres kreeg men op speciale zittingen die in het Engels werden gehouden, de gelegenheid kennis te maken met deze zendelingen, die vele jaren geleden hun huis, familie, gerieflijkheden en elke luxe achter zich hadden gelaten om te gaan dienen in gebieden waar de behoefte aan de Koninkrijksprediking bijzonder groot was. Ook genoten de president en bestuursleden van het Wachttorengenootschap in ieder Bethelhuis van een speciale samenkomst met deze zendelingen met inbegrip van een voortreffelijke maaltijd. Hoe wonderbaarlijk was het, met getrouwe bedienaren van het evangelie te spreken die gedurende een periode van twintig jaar of langer ijverig in hun zendingstoewijzing zijn geweest!
Eén zendeling vertelde hoe drie geïnteresseerde gezinnen in een kleine Peruaanse stad samenkwamen en in een huis vergaderingen gingen houden. Al gauw waren er dertig personen aanwezig. Eén Getuige bood zijn garage aan en verkreeg enige stoelen om het groeiende aantal vergaderingbezoekers plaats te kunnen bieden. Uit deze zelfde stad kwamen tweeëndertig afgevaardigden naar de „Gods zonen der bevrijding”-vergadering. Een andere zendeling die twee jaar geleden aan Colombia was toegewezen, vertelde dat hij zich in al die tijd maar één deur kon herinneren die voor zijn neus werd dichtgeslagen.
Die zendelingen hebben het voorrecht gehad getuige te zijn van een schitterende groei in de Koninkrijksbelangen. Eén zendeling merkte in verband met de prediking in Colombia op: „Wat vergaderplaatsen betreft, wij hebben alles doorlopen van achtertuintjes tot stadions toe.” En die getrouwe zendelingen beschouwen hun toewijzing als hun „thuis”. Zij vertellen hoe familieleden van tijd tot tijd schrijven en er bij hen op aandringen naar huis te komen, naar het comfort van een modern land. Maar zij hebben het standpunt ingenomen dat de eenvoud van het leven in een buitenlandse toewijzing hen in staat stelt veel beter voor de Koninkrijksbelangen te zorgen, zonder door afleidende factoren te worden gehinderd. Bovendien zijn zij, als zij voor een korte vakantie naar het noorden terugkeren, verlangend naar deze beminnelijke mensen, die hun kinderen in het geloof zijn geworden, terug te gaan. Zij voelen zich als een vis op het droge als zij ergens anders dan in hun toewijzing zijn.
De buitenlandse afgevaardigden kregen bij een aantal gelegenheden van N.H. Knorr, de president van het Wachttorengenootschap, het dringende verzoek te horen hun Medegetuigen bij hun thuiskomst te vertellen welk een groot en vruchtbaar gebied deze landen in het zuiden zijn voor hen die een echte zendingsgeest bezitten. Er zijn nog vele plaatsen waarheen hele gezinnen zouden kunnen verhuizen om te dienen waar de behoefte groter is. Jonge, getrouwde mensen en vrije jongens en meisjes dienen te informeren hoe zij in aanmerking kunnen komen voor een Gileadopleiding en kunnen worden toegerust voor een levenslange loopbaan als zendeling. De geest van Jesaja is nodig, de „Hier ben ik, zend mij”-houding (Jes. 6:8). Sta hier eens bij stil! Er is op dit moment in dit uitgestrekte gebied in die zuidelijke landen een schreeuwende behoefte aan nog minstens duizend zendelingen!
CONGRESHOOGTEPUNTEN
Bij de dooplezingen op de „Gods zonen der bevrijding”-vergaderingen werd het geloof van een groot aantal nieuwe Getuigen ten toon gespreid. Deze groepen, bestaande uit alle leeftijden tussen de tiener- en zeventigerjaren, namen deze stap, waarbij zij verklaarden gereed te zijn zich als een openbaar bewijs van het feit dat zij hun leven aan God hadden opgedragen, aan de waterdoop te onderwerpen, niet lichtvaardig, doch na rijp beraad en vele maanden bijbelstudie. Alles bij elkaar werden er tijdens de hele serie vergaderingen 6131 personen gedoopt.
De bijbelse toneelstukken die het programma bood, werden door de Getuigen toegejuicht als een zeer doeltreffend middel om jong en oud de voortreffelijke bijbelse beginselen in te prenten. Na de duidelijke raad te hebben gezien die werd uitgebeeld in het onderdeel: „Verlaat u op de bijbel als onze gids in het leven”, zei één ouder uit Ecuador, die maanden had gespaard om met zijn gezin naar de vergadering te komen: „Alleen al het zien van die ene demonstratie maakte voor mijn kinderen elke sucre die ik heb gespendeerd de moeite waard. Geen van ons zal de raad vergeten die op zulk een treffende wijze werd gegeven.” Een andere afgevaardigde maakte de opmerking: „Nog nooit heeft de bijbel zoveel kracht gehad. Als ik nu de bijbel lees, ga ik proberen mij de dingen die ik lees voor te stellen, zodat ik ze kan onthouden.”
De openbare lezing over het thema „Het millennium voor de mensheid onder Gods koninkrijk” trok ongekende menigten, zodat in totaal meer dan 175.000 personen op de eenentwintig vergaderingen de toespraak hoorden. Het was zeer duidelijk dat de mensen belangstelling hebben voor de toekomst die Gods Woord voor de aarde en de gehoorzame mensen erop, te zien geeft.
Zulke cijfers spreken een duidelijke taal ten aanzien van de toename van actieve Getuigen in al deze landen in de afgelopen twintig jaar. Ze onthullen ook iets van de omvang van het gebied waar nog steeds behoefte is aan hen die streven naar grotere voorrechten in de Koninkrijksdienst. Tallozen in die landen willen graag leren hoe zij de bijbel moeten bestuderen en God op aanvaardbare wijze moeten dienen. Zij hebben onderwijzers nodig die hun dat duidelijk willen maken. Als wij het gehele westelijk halfrond ten zuiden van de oorspronkelijke dertien staten van de Verenigde Staten nagaan, merken wij op dat er slechts één Getuige op iedere 1600 inwoners is. Hoe dringend is de behoefte aan bekwame zendelingen en anderen die hun aangelegenheden zo kunnen regelen dat zij, in de enkele jaren die er voor dit samenstel van dingen nog resten, meer van hun tijd kunnen besteden aan het verbreiden van het goede nieuws aan de tallozen die er nog op zitten te wachten!
Over het geloof van de zendelingen die reeds actief hier en in andere delen van de akker, die de wereld is, bezig zijn, wordt in de gehele wereld, overal waar zich Jehovah’s getuigen bevinden, gesproken. Zij hebben werkelijk de spits afgebeten van een groots werk dat erin bestaat bevolkingsgroepen uit vele natiën te verlichten. Hebt ook u zulk een geloof, en zal het u ertoe bewegen vrijwillig uw diensten aan te bieden?
[Tabel op blz. 459]
Getuigen Getuigen
Plaats van de werkzaam werkzaam Hoogtepunt Gedoopt
vergadering in 1947 in jan. ’67 congresbezoekers
Mexico City, Mexico 4.125 33.257 36.556 1.082
Stad Guatemala, 75 1.446 2.950 102
Guatemala
San Salvador, 80 1.026 4.989 105
El Salvador
Belize, Brits Honduras 38 370 755 10
Tegucigalpa, Honduras 45 837 1.422 60
Managua, Nicaragua 36 824 1.654 71
San José, Costa Rica 449 2.677 2.974 73
Stad Panama, Panama 175 1.413 2.110 60
Barranquilla, 29 4.203 5.777 179
Colombia
Kingston, Jamaïca 1.185 5.162 9.458 189
Guayaquil, Ecuador 14 1.616 2.723 172
Lima, Peru 22 2.484 6.925 265
Santiago, Chili 137 3.888 7.693 441
La Paz, Bolivia 16 562 1.150 66
Asunción, Paraguay 34 535 489 37
Buenos Aires, 679 12.331 15.238 692
Argentinië
(incl. Córdoba)
Montevideo, Uruguay 175 2.264 3.958 212
São Paulo, Brazilië 648 38.109 46.151 1.723
Caracas, Venezuela 29 4.171 10.463 195
San Juan, Puerto Rico 87 3.488 8.604 225
Santo Domingo, 59 2.312 5.154 172
Dom. Rep.
8.137 122.945 177.193 6.131