Congressen spreiden ’vruchten van de geest’ ten toon
„HET is geweldig! Ik heb nog nooit zo iets gezien; ze zijn allemaal zo gelukkig, en wat zie ik veel jonge mensen!” Dat zei een dagbladredacteur te Alberni in de Canadese provincie Brits-Columbia toen hij het gedrag en de houding opmerkte van hen die in 1964 de „Vrucht van de geest”-vergadering aldaar bezochten. Dit congres was een van de honderden congressen die vorig jaar onder dat thema, „Vrucht van de geest”, werden gehouden. De manier waarop deze nieuwsbladredacteur reageerde, gaf heel goed weer wat er aan de hand was, want de mensen die vorig jaar deze reeks van congressen bezochten, weerspiegelden de christelijke hoedanigheden waaruit de vrucht van Gods geest bestaat.
De Getuigen ontleenden hun thema aan de bijbel, namelijk aan Galáten 5:22, 23 (NW), en de congressen belichtten speciaal de negen christelijke hoedanigheden die in deze schriftplaatsen worden vermeld: „De vrucht van de geest . . . is liefde, vreugde, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtaardigheid, zelfbeheersing.” Dat dit verheven thema niet louter theorie was, bleek wel uit het gedrag van de vele congresgangers. Tijdens het congres te Rønne in Denemarken wandelde een gezin dat nog nooit eerder met Jehovah’s getuigen in aanraking was geweest, over het congresterrein en kwam zo onder de indruk van de vriendelijkheid van de congresgangers, dat het hele gezin alle vier dagen het congres bijwoonden en dankbaar in een huisbijbelstudie toestemde. Het was de praktische toepassing van de vrucht van de geest die hoofdzakelijk indruk op hen had gemaakt.
Broederlijke liefde droeg ertoe bij dat de congresgangers opvielen door hun ordelijkheid, samenwerking en warme belangstelling voor anderen ongeacht rasverschillen. Een verpleegster die het congres in Suriname bezocht, merkte op: „Hoe bestaat het, zelfs bosnegers worden hartelijk verwelkomd en naar hun zitplaatsen gebracht!” Toen verbaasde overheidspersonen uit Alessandria in Italië zagen, hoe liefde wanneer ze in actie komt, tot een soepel werkende organisatie leidt, gaven zij het volgende commentaar: „Verbazend! Uw organisatie is heel erg goed! Wij hadden nooit gedacht dat u zo goed georganiseerd was. Wij hebben heel veel waardering voor u. Indien u in de toekomst weer eens congressen in onze stad wenst te beleggen, licht u ons dan alstublieft in, en wij zullen u heel graag helpen.” De directeur van de Convention and Visitor’s Bureau (een soort van V.V.V., speciaal ten behoeve van congresbezoekers) te Syracuse in de Amerikaanse staat New York, schreef over het congres dat in die plaats was gehouden: „Dit was onmiskenbaar het best georganiseerde en soepelst lopende congres van deze omvang dat ik ooit heb meegemaakt. . . . Van het bestuur van de State Fairground (het congresterrein) tot de hotels en motels toe hebben wij niets dan woorden van de grootste waardering gehoord.” Zonder echte christelijke liefde zou zulk een soepel lopende organisatie, samenwerking en attente houding ten aanzien van andermans bezittingen, door zulke menigten mensen, niet mogelijk zijn geweest.
Met groot enthousiasme kwamen Jehovah’s getuigen in plaatsen bijeen die in veel gevallen nog nooit tevoren een districtsvergadering van Jehovah’s volk hadden meegemaakt. De geweldige indruk die zulke congressen op deze burgerlijke gemeenten maakten wegens de vruchten van de geest die door de congresgangers werden ten toon gespreid, bleek een groots getuigenis te vormen dat ertoe heeft bijgedragen dat plaatselijk de houding jegens hen heel wat is veranderd. Na een van de congressen in Puerto Rico ondervond de plaatselijke gemeente van 20 Getuigen een toename van 25 percent in het aantal huisbijbelstudies, terwijl het aantal bezoekers in de Koninkrijkszaal bijna 200 percent omhoogschoot. De inwoners van de stad Old Harbour op Jamaïca, verwachtten slechts 800 congresbezoekers en werden er door de geestelijkheid toe aangemoedigd de Getuigen koel te bejegenen. Maar toen zij 3000 ordelijke congresgangers te zien kregen en opmerkten welk een vreugde zij hadden, begonnen zij hun mening over hen te herzien. Sinds dit congres heeft men meer respect voor Jehovah’s getuigen en dezen zijn nu vaker in staat hun korte toespraakjes aan de deuren te houden dan vóór het congres.
Een vreemdeling in Finland zei: „Ik heb nooit eerder zulke goede raad aan jonge mensen horen geven. Ik ben nog nooit op uw bijeenkomsten geweest, maar van nu af aan ga ik ze bijwonen.” Een inwoner van een dorp op de Leeward-eilanden, die tijdens het congres te Antigua aldaar naar de lezingen luisterde, merkte op: „Geen enkele andere organisatie zou zo tot haar leden kunnen spreken als de organisatie van Jehovah’s getuigen dat doet. Het is maar al te erg dat andere organisaties niet evenveel belangstelling voor mensen hebben als jullie organisatie.”
Hoe essentieel christelijk blijkt het met het oog op bovenstaande reacties te zijn, dat ware christenen de vruchten van de geest ten toon spreiden, namelijk ’liefde, vreugde, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtaardigheid en zelfbeheersing’. Praktisch christendom blijkt al negentienhonderd jaar bijzonder overtuigend te zijn.