De daklozen — Een wereldprobleem
HET probleem van het huizentekort en de daklozen kent echter geen nationale grenzen; het is geenszins beperkt tot de arme ontwikkelingslanden. Ook de grote hoofdsteden en metropolen van de geïndustrialiseerde wereld hebben bijna zonder uitzondering hun achterbuurten en sloppenwijken. Naast de glanzende wolkenkrabbers en moderne flatgebouwen zijn er de getto’s en de in verval gerakende binnensteden. Hoe ziet het leven er op zulke plaatsen uit?
In een commentaar op een in Chicago gehouden onderzoek meldt het tijdschrift Science dat de daklozen daar worden „gekenmerkt door diepe armoede en een extreem isolement en een hoog percentage van slecht maatschappelijk functioneren. Vier op de vijf hebben in de gevangenis gezeten of zijn opgenomen geweest in psychiatrische inrichtingen of afkickcentra.”
De meeste Amerikaanse steden hebben enkele openbare opvangcentra voor daklozen. De stad New York bijvoorbeeld brengt alleenstaande daklozen onder in openbare nachtverblijven en gezinnen in hotels van de sociale dienst. Men verwachtte dat bij het aanbreken van de winter 12.200 alleenstaanden en 20.500 leden van gezinnen hulp zouden zoeken, en de autoriteiten hoopten dat er op een of andere manier genoeg ruimte zou zijn om hen te huisvesten.
Hoe het leven er in zulke noodverblijven uit ziet, is een heel andere kwestie. De openbare nachtverblijven in New York zijn gewoonlijk aangepaste gymzalen of opslagplaatsen van het leger. Honderden mensen slapen in rijen bedden in één grote ruimte. Sommige zwervers weigeren naar deze onderkomens toe te gaan. „De nachtverblijven zijn niet veilig en ze hebben er vaak bedwantsen en luizen”, zei één ongelukkige. „Je moet er slapen met je ogen open.” Vooral kinderen hebben het moeilijk. „In de op barakken lijkende onderkomens en stampvolle hotels waar de stad de kinderen uiteindelijk heen stuurt, staan zij bloot aan een meedogenloze reeks problemen — ziekten, psychosociale stoornissen, drugs, misdaad en wanhoop”, bericht de Newyorkse Daily News. „Deze kinderen lopen gevaar een verloren generatie te worden.”
Door het zwervende bestaan dat de daklozen leiden, zijn nauwkeurige cijfers vaak moeilijk vast te stellen. De Amerikaanse Nationale Bond voor de Daklozen zegt dat het aantal daklozen in de Verenigde Staten tussen de twee en drie miljoen ligt. Het Amerikaanse Ministerie van Volkshuisvesting en Stedelijke Ontwikkeling daarentegen meldt dat „naar zich uit alle beschikbare gegevens laat vaststellen, het betrouwbaarste cijfer voor het aantal daklozen 250.000 à 350.000 bedraagt”. Hoeveel daklozen er in werkelijkheid ook zijn, iedereen is het erover eens dat hun aantal groeit.
„Een gesel van onze tijd”
Landen in de Europese Gemeenschap kampen eveneens met ernstige woningnood. De Londense Times bericht dat in Groot-Brittannië „het aantal mensen dat gebruik maakt van nachtverblijven tussen 1979 en 1984 is toegenomen van 49.000 tot 160.000, dat er 1 1/4 miljoen mensen bij de gemeenten staan ingeschreven voor een woning en één miljoen woningen officieel ongeschikt zijn verklaard voor menselijke bewoning”.
Aan de andere kant van het Kanaal, „in Parijs, zeggen particuliere groepen dat op zijn minst 10.000 mensen op straat leven”, aldus een artikel in The New York Times met als titel „De daklozen van Europa: Een gesel van onze tijd”. De Italiaanse regering schat dat 20 procent van de pasgetrouwden „geen andere keus heeft dan bij familie te gaan inwonen, zelfs tot na de geboorte van hun eerste kind”. Onder de naar schatting 20.000 dakloze Denen „is het aantal dat jonger is dan 30 jaar sinds 1980 drastisch toegenomen”.
Het ironische van de zaak is, zo zegt Peter Sutherland, commissaris van Sociale Zaken bij de Commissie van de Europese Gemeenschap, dat dit alles juist plaatsvindt nu deze landen „begonnen te geloven dat [ze] op het punt stonden voorgoed een eind te maken aan de gesels van de armoede en het daklozenprobleem”.
Een alarmerende tendens
In de afgelopen jaren hebben instanties die zich met de daklozen bezighouden echter een nieuwe tendens opgemerkt. In The New York Times werden van een lid van de Bond voor de Daklozen in Chicago de woorden aangehaald: „Wij bemerken dat er een dramatische verschuiving optreedt in het soort mensen dat in nood komt te verkeren: van gewoon ’de armen’ naar ’de plotseling armen uit de middenstand’. Zij raken hun baan, hun credit-cards en hun hypotheek kwijt. Het is beslist niet langer de stereotiepe dronkelap in de steeg.”
In gelijksoortige bewoordingen merkte de directeur van een instantie van de sociale dienst in Connecticut op: „Helaas bestaat er een misvatting over wie de daklozen zijn. Het is niet de man of vrouw die met zijn of haar hele bezit in een draagtas van de ene stad naar de andere trekt. Het zijn in werkelijkheid gezinnen die niet langer de huur kunnen opbrengen door de hoge huren, de banenschaarste, echtscheidingen.” Volgens een vorig jaar mei door de Amerikaanse Conferentie van Burgemeesters uitgebracht rapport bleek uit een in 29 grote steden ingesteld onderzoek dat gezinnen met kinderen meer dan een derde uitmaakten van de daklozen, wat een stijging betekende van 31 procent over het jaar ervoor.
Verbijsterende vragen
Hoewel de ernst van de woningnood en het daklozenprobleem van land tot land en van plaats tot plaats verschilt, kan veilig worden gezegd dat er thans weinig mensen zijn die er volkomen onwetend van zijn of er in geen enkel opzicht door geraakt worden. Het meest verbijsterende is nog dat ondanks de krachtsinspanningen van de regeringen en het geld dat ze hebben uitgegeven, niets erop wijst dat het probleem minder ernstig wordt. Hoe komt dat? Waar komen al die daklozen vandaan? En bovenal, wat zijn de vooruitzichten op een oplossing voor de woningnood?