De opstandige aartsbisschop
DE FRANSE journalist sprong in Rome in een taxi en gaf als bestemming het Palazzo Rospigliosi-Pallavicini op. De taxichauffeur wisselde een blik van verstandhouding met hem en zei „Si”, hij zou hem naar „il vescovo ribelle!” (de opstandige bisschop) brengen.
Al enkele dagen verkeerde iedereen die in Rome iets te betekenen had in een staat van opwinding. Tot grote verontwaardiging van de Vaticaanse autoriteiten had prinses Elvina Pallavicini, een lid van een vooraanstaande patriciërsfamilie in Rome, toegezegd de Franse dissidente katholieke aartsbisschop Marcel Lefebvre te zullen helpen om zijn zienswijzen in Rome te verkondigen en zij had daartoe zelfs honderden uitnodigingen verstuurd voor een officieuze persconferentie. Zij had Lefebvre het familiepaleis ter beschikking gesteld, waarin een paus en zeven kardinalen uit haar voorvaderlijke familie hadden gewoond. Wat de zaak nog erger maakte, was dat zij hem toestond zijn persconferentie in de troonzaal te houden, onder het enorme baldakijn van paus Clemens IX.
Ondanks de grote druk die door Vaticaanse hoogwaardigheidsbekleders op haar werd uitgeoefend, hield de prinses voet bij stuk. De media in Rome brachten uitvoerig verslag uit over deze bijeenkomst, die beschouwd werd als een „provocatie” pal „voor de deur van het Vaticaan”. De taxichauffeur was klaarblijkelijk goed op de hoogte van het plaatselijke nieuws!
De kerk ’is niet langer katholiek’
Prinses Pallavicini rechtvaardigde haar beslissing door te verklaren dat de Katholieke Kerk verdeeld is en dat zulke „ernstige problemen niet kunnen worden opgelost door een tweeslachtig zwijgen maar slechts door moedige openheid”. Door aartsbisschop Lefebvre de gelegenheid te bieden zijn zienswijzen te uiten, hoopte zij de „vrede en rust binnen de katholieke wereld” te bevorderen. De prelaat dankte zijn gastvrouw en zegende haar en haar gezin, hen gelukkig prijzend omdat zij „aan het traditionele geloof hadden vastgehouden”.
Ongeveer duizend personen woonden de bijeenkomst bij, merendeels traditionalistische katholieken uit verschillende landen, en ook veel vertegenwoordigers van de pers en tv-journalisten. De aartsbisschop gaf uiting aan zijn diepe onvrede met het officiële kerkbeleid sinds het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965). Het Franse dagblad Le Monde gaf als commentaar: „Bijna twee uur lang gaf [aartsbisschop Lefebvre] lucht aan grieven tegen de nieuwe kerk, ’die niet langer katholiek is’. Hij spaarde niets: de catechismus, de seminaries, de mis, de oecumene, om nog maar te zwijgen van de ’collectivisering van de sacramenten’ en ’communistisch georiënteerde kardinalen’.”
Aartsbisschop Lefebvre concludeerde: „De situatie is tragisch. De kerk begeeft zich in een richting die niet katholiek is en die fnuikend is voor onze religie. Moet ik volgzaam zijn of moet ik katholiek, rooms-katholiek, katholiek voor het leven blijven? Ik heb mijn keus voor God gemaakt. Ik wil niet als protestant sterven.”
Kardinaal Poletti, onder Paulus VI vicaris in het bisdom Rome, verklaarde dat door deze conferentie in Rome te organiseren „monseigneur Lefebvre het geloof, de Katholieke Kerk en haar goddelijke Heer Jezus te schande heeft gemaakt [en] de paus persoonlijk heeft beledigd door misbruik te maken van zijn geduld en te trachten moeilijkheden te veroorzaken binnen zijn apostolische stoel”.
Hoe de opstand begon
Die conferentie werd gehouden op 6 juni 1977. Maar reeds in 1965, voordat het Tweede Vaticaans Concilie was geëindigd, was er sprake van een „schisma” binnen de Katholieke Kerk. Veel conservatieve katholieken vonden dat door het Vaticanum II hervormingen werden ingevoerd die neerkwamen op verraad aan het traditionele katholicisme.
Aartsbisschop Lefebvre, voorheen aartsbisschop van Dakar (Senegal) en bisschop van Tulle in het zuiden van Midden-Frankrijk, had aan het Tweede Vaticaans Concilie deelgenomen. In 1962 was hij gekozen tot algemeen overste van de „Paters van de Heilige Geest” in Frankrijk, maar groeiende onvrede met de beginselen van het Vaticanum II die binnen de Katholieke Kerk werden doorgevoerd, leidde ertoe dat hij die functie in 1968 neerlegde.
In 1969 gaf een Zwitserse katholieke bisschop de dissidente aartsbisschop toestemming in het bisdom Fribourg (Zwitserland) een traditionalistisch seminarie te stichten. Het jaar daarop richtte aartsbisschop Lefebvre de „Broederschap van Priesters van Sint-Pius X” op en stichtte in Ecône, in het Zwitserse kanton Valais, een seminarie. Dit deed hij met de goedkeuring van de katholieke bisschop van Sion.
Aanvankelijk was deze priesterschool slechts gematigd andersdenkend. De priesterstudenten droegen — uiteraard — een zwarte soutane en kregen een puur traditionalistische opleiding. De mis werd gelezen in het Latijn, terwijl paus Paulus VI had verordend dat er een herziene mis in de landstaal moest worden gehouden. Maar het seminarie werd door de officiële kerkelijke autoriteiten gedoogd omdat aartsbisschop Lefebvre destijds niet van plan was de toekomstige priesters op te leiden tot aan hun ordinatie. Hij had gehoopt dat zij hun opleiding zouden kunnen voltooien aan wat hij als de laatste twee bolwerken van het traditionele katholicisme beschouwde, de Lateraanse Pontificale Universiteit in Rome en de Universiteit van Fribourg in Zwitserland.
De moeilijkheden begonnen pas goed toen aartsbisschop Lefebvre tot de conclusie kwam dat men er zelfs niet meer op mocht rekenen dat deze twee katholieke universiteiten toekomstige priesters zouden opleiden in wat volgens hem de ware katholieke traditie was. Hij besloot zelf de toekomstige priesters te ordineren die op het seminarie van Ecône hun opleiding hadden ontvangen. Tot overmaat van ramp publiceerde hij in 1974 een manifest waarin hij fel van leer trok tegen de meeste hervormingen van het Tweede Vaticaans Concilie. Tegen die tijd waren er in Ecône meer dan honderd priesterstudenten, die werden opgeleid door een groep traditionalistische docenten.
In 1975 trok het Vaticaan via de plaatselijke Zwitserse bisschop de toestemming voor het seminarie in Ecône in. Zonder zich hieraan te storen, bleef aartsbisschop Lefebvre nieuwe priesters ordineren als zij hun studie voltooiden. Hiervoor schorste paus Paulus VI hem uit alle priesterlijke functies, met inbegrip van het opdragen van de mis, het celebreren van eerste communies, het toedienen van de sacramenten en, als bisschop, de ordinatie van priesters. Daar men op Ecône onverdroten doorging, ontstond de paradoxale situatie dat een ultrakatholieke priesteropleiding tientallen ultratraditionalistische katholieke priesters voortbracht die waren geordineerd door een van zijn ambt ontheven bisschop die katholieker beweerde te zijn dan de paus!
De reikwijdte van de opstand
De opstand van deze Franse aartsbisschop zou niet vermeldenswaard zijn als ze beperkt was gebleven tot een aan de voet van de Zwitserse Alpen verscholen seminarie. Maar aartsbisschop Lefebvre werd snel het middelpunt van een invloedrijk deel van het katholicisme over de hele wereld. In zijn boek L’Église Catholique 1962-1986 — Crise et renouveau (De Katholieke Kerk 1962-1986 — Crisis en vernieuwing) schreef de auteur Gérard Leclerc: „De traditionalistische controverse weerspiegelt niet de gedachtengang van een kleine minderheid. Het is een uiting van de gevoelens van een groot deel van de gelovigen.”
Aartsbisschop Lefebvre heeft financiële ondersteuning gekregen van veel conservatieve katholieken over de hele wereld. Dit heeft hem in staat gesteld veel te reizen, vaak op uitnodiging van groepen traditionalistische katholieken. Hij heeft voor grote aantallen toehoorders in veel landen kritiek uitgeoefend op het Vaticanum II en de mis opgedragen volgens de Latijnse liturgie van het 16de-eeuwse Concilie van Trente, die de tridentijnse liturgie of liturgie van Pius V wordt genoemd. Deze bijeenkomsten van traditionalisten werden soms op de meest ongewone plaatsen gehouden, zoals in een leegstaande supermarkt ten noorden van Londen.
Deze financiële ondersteuning uit brede kring heeft de opstandige aartsbisschop in staat gesteld nog meer seminaries te openen om traditionalistische katholieke priesters op te leiden, en wel in Frankrijk, Duitsland, Italië, Argentinië en de Verenigde Staten. In februari 1987 berichtte het Franse dagblad Le Figaro dat in deze instellingen op dat moment 260 seminaristen werden opgeleid. Aartsbisschop Lefebvre heeft jaarlijks tussen de 40 en 50 priesters uit vele delen der wereld, waaronder Afrika, geordineerd.
Veel van deze traditionalistische priesters werken vanuit de 75 „priorijen” die door aartsbisschop Lefebvres „Broederschap” in 18 landen in Noord- en Zuid-Amerika, Europa en Afrika zijn gesticht. Deze priesters celebreren de mis in het Latijn voor conservatieve katholieken in die landen.
Vaak worden traditionalistische diensten gehouden in speciaal gebouwde kerken. Maar steeds meer rechtse katholieken voeren strijd tegen de orthodoxe katholieke hiërarchie om het recht te verwerven de normale katholieke kerkgebouwen voor hun diensten te gebruiken. Dit heeft aanleiding gegeven tot situaties die veel oprechte katholieken ernstig hebben verontrust.
Strijd om kerkgebouwen
Al sedert 1969, toen paus Paulus VI de nieuwe mis in de landstaal en andere hervormingen invoerde, hebben traditionalistische katholieken in besloten kring missen georganiseerd waarbij de oudere Latijnse misliturgie werd gehandhaafd. In Parijs kwamen honderden van hen samen in de Salle Wagram, dicht bij de Arc de Triomphe. Aangezien de nieuwe liturgie destijds verplicht was, weigerde de plaatselijke katholieke aartsbisschop zijn toestemming te geven om daarvoor een kerk te gebruiken.
Ten slotte namen de traditionalisten op 27 februari 1977 de zaak zelf in handen en bezetten onder leiding van een conservatieve priester met geweld de Saint-Nicolas-du-Chardonnet in het Quartier Latin. De priesters en parochianen die er eerst kwamen, waren dus uit hun eigen kerk verdreven. Toen zij een paar dagen later trachtten de mis in de kerk te houden, brak er een gevecht uit. Eén priester moest naar het ziekenhuis worden gebracht en de anderen zochten een goed heenkomen in de nabijgelegen pastorie.
Momenteel, tien jaar later, is de Saint-Nicolas-du-Chardonnet nog steeds bezet door traditionalistische katholieken, in weerwil van twee gerechtelijke bevelen om de kerk te ontruimen. Ongeveer 5000 personen wonen de vijf Latijnse missen bij die daar elke zondag worden opgedragen. De diensten worden gehouden door een priester die in Ecône is geordineerd door aartsbisschop Lefebvre, en de „opstandige prelaat” komt regelmatig naar deze kerk om traditionalistisch katholieke kinderen het vormsel toe te dienen.
Enkele maanden nadat de Saint-Nicolas-du-Chardonnet door de traditionalisten was bezet, hielden enkele honderden progressieve katholieken een bijeenkomst om te protesteren tegen de gewelddadige bezetting van deze kerk. Verscheidene priesters en katholieke hoogleraren van de Sorbonne en het Institut Catholique de Paris namen eraan deel. Plotseling drong een groep traditionalistisch katholieke jongeren met geweld de zaal binnen om de bijeenkomst op te breken, daarbij gebruik makend van ijzeren staven en een rookbom. Verscheidene mensen raakten gewond en één katholieke hoogleraar moest naar het ziekenhuis worden gebracht.
De katholieke bisschop van Straatsburg in het oosten van Frankrijk werd door traditionalistische katholieken aangevallen toen hij een kerk trachtte binnen te gaan die zij hadden bezet om de mis in het Latijn te houden. In Parijs drongen uit traditionalistische katholieken bestaande „commando’s” katholieke kerken binnen om de diensten te verstoren. Zij deden dit omdat tijdens de mis een vrouw uit het evangelie mocht voorlezen of omdat er protestantse en orthodoxe geestelijken aanwezig waren voor een oecumenische dienst.
In maart 1987 raakten traditionalisten en gewone katholieken bijna slaags in Port-Marly, even ten westen van Parijs, en moesten door de politie worden gescheiden. De ruzie betrof de vraag wie de katholieke kerk van Saint-Louis mocht gebruiken. De maand daarop bedienden traditionalistische katholieken zich van een stormram om een dichtgemetselde deur open te breken en zich zo toegang te verschaffen tot de kerk om de mis van Palmzondag in het Latijn te celebreren. De Londense Times berichtte hierover onder de kop „Slag om St.-Louis — Franse katholieke rebellen terug in omstreden kerk”. De Latijnse mis werd voor hen opgedragen door een priester die geordineerd was door de opstandige aartsbisschop Lefebvre.
Een wond in de flank van de kerk
De katholieke auteur Gérard Leclerc schrijft: „Meer dan 20 jaar na het [Vaticaans] Concilie is de afwijkende mening van de traditionalisten nog altijd een open wond in de flank van de Kerk.” En in hun boek Voyage à l’intérieur de l’Église catholique (Reis binnen de Katholieke Kerk) verklaren Jean Puyo en Patrice Van Eersel: „Als Rome zo ontzet is over de activiteiten van monseigneur Lefebvre, is dat omdat hij enkele fundamentele dingen aan de orde stelt. Bisschop Mamie van Fribourg en Genève, die zich genoodzaakt zag de activiteiten van zijn opstandige collega te veroordelen, vertelde ons openlijk: ’De onvrede van diegenen onder de gelovigen die hem zijn gevolgd, is niet ongefundeerd. De duizend jaar oude leer van de Kerk verkeert in dodelijk gevaar.’”
Veel oprechte katholieken, zowel in de luxueuze patriciërspaleizen in Rome als in miljoenen nederige woningen over de hele wereld, zijn derhalve verbijsterd. Zij vragen zich af: „Waarom is mijn kerk verdeeld?” Op de reden daarvoor en wat sommige katholieken ermee doen, gaat het nu volgende artikel in.
[Illustratie op blz. 6]
Aartsbisschop Marcel Lefebvre
[Verantwoording]
UPI/Bettmann Newsphotos
[Illustratie op blz. 7]
Ecône, het traditionalistische seminarie van de opstandige aartsbisschop in de Zwitserse Alpen
[Illustratie op blz. 9]
De Saint-Nicolas-du-Chardonnet in Parijs, reeds tien jaar illegaal bezet door traditionalistische katholieken