Het getuigenis van moeder Smith
De Mormonenkerk in Utah heeft onlangs de ontdekking bekendgemaakt van een belangrijk historisch document — een blijkbaar door Lucy Mack Smith, de moeder van Joseph Smith Jr., geschreven brief.
De op 23 januari 1829 gedateerde brief was ongeveer een jaar voordat Joseph Smith het Boek van Mormon publiceerde, geschreven. Lucy Mack Smith schreef aan haar schoonzuster: „Ik heb het genoegen je in te lichten over een groot werk dat de Heer in onze familie heeft gewrocht, want hij heeft zijn wegen in dromen aan Joseph bekendgemaakt, en het heeft God behaagd hem te tonen waar een oud, op platen van puur goud gegraveerd verslag begraven lag, en hij is in staat om dit te vertalen.”
Volgens de kerkhistoricus Dean Jessee toont de brief aan „dat de Smiths in het begin, als in 1829 voor de kerk het doek opgaat, dezelfde dingen spreken en zeggen als die zij later in hun geschriften verwoorden”. En dat „pleit voor de geloofwaardigheid van de geschiedenis van Joseph Smith en van zijn moeder”, aldus Jessee.
Hoewel de brief de theorie van sommige critici dat Smith het boek eerst als roman schreef en pas later beweerde dat het geïnspireerd was, wellicht op losse schroeven zet, draagt hij er in feite weinig toe bij om te staven dat het boek echt van goddelijke oorsprong is. En wat nog belangrijker is, de bewering van Smith’s moeder is niet werkelijk overtuigend, gezien de waarschuwing van de apostel Paulus in Galáten 1:8: „Maar al prediken wij, of een engel uit de hemel, enig ander evangelie tot u dan dat wat wij tot u gepredikt hebben, hij zij vervloekt.” — King James Version.