Een jonge man op zoek naar antwoorden
DE OCHTENDZON scheen helder en het door de bomen filterende licht bescheen een jongen die geknield in vurig gebed verzonken was. De veertienjarige Joseph wist met alle religieuze opschudding van zijn tijd niet waar hij aan toe was. Traditionele kerken werden geschokt door afscheidingen. Overal doken nieuwe sekten op. Bij welke groep moest hij zich aansluiten? Op zijn knieën vroeg hij: „Welke van al deze groepen hebben gelijk, of hebben ze allemaal ongelijk? Als er één gelijk heeft, welke is dat dan, en hoe kom ik het te weten?”
Zo beschreef Joseph Smith zijn vroege geestelijke crisis. Zijn verwarring was heel goed te begrijpen. Dit was het platteland van noordoostelijk Amerika in de vroege negentiende eeuw, een streek die van religieuze bezieling in lichterlaaie leek te staan.a Er was heel veel behoefte aan hoop. Veel boeren worstelden met een bestaan dat even hard was als de stenige grond die zij te beploegen hadden. In hun hunkering naar iets beters lieten zij zich verlokken door verhalen over begraven Indiaanse schatten. Gewapend met magische zienerstenen, bezweringsformules en wichelroeden kamden zij de heuvels uit. Plaatselijke legenden verhaalden van een grote Indiaanse beschaving die in een verschrikkelijke strijd ergens in de staat New York ten onder was gegaan.
Populaire predikers van die dagen wakkerden het vuur van de speculatie aan met de bewering dat de Amerikaanse Indianen afstammelingen waren van de verloren tien stammen van Israël. Zo was er in 1823 Ethan Smith die het boek View of the Hebrews; or the Tribes of Israel in America schreef.
Gouden platen en een profeet
In dit vruchtbare klimaat van folklore en religieus vuur groeide de jonge Joseph Smith op. Ook zijn familie werd meegesleept door de opwinding. Josephs moeder schreef over door hen meegemaakte genezingen, wonderen en visioenen. Toen zij en sommige van de kinderen zich echter bij een kerk aansloten, weigerde Joseph hen daarin te volgen. Later schreef hij in zijn levensverhaal over zijn gebed om hulp en het antwoord dat hij ontving.
Joseph vertelde van een visioen waarin God hem verbood zich bij enige sekte aan te sluiten omdat ze alle dwaalden. Toen vertelde op een herfstdag in 1823 de zeventienjarige Smith zijn familie dat een engel met de naam Moroni hem een stel oude gouden platen had getoond. Vier jaar later beweerde hij dat hij de platen had gekregen en daarbij de exclusieve goddelijke macht ze te vertalen, iets waaraan een speciale steen, „een zienersteen”, te pas kwam en ook een magische zilveren bril — twee in glas gezette gladde driehoekige diamanten. Anderen zou een ogenblikkelijke dood treffen als zij toentertijd de platen zagen, zo waarschuwde Smith.
Smith, die kon lezen maar slecht schreef, dicteerde de „vertaling” van de platen aan verscheidene schrijvers. Zittend achter een gordijn vertelde hij een verhaal dat samengesteld zou zijn door een Hebreeër genaamd Mormon. De platen waren beschreven in „hervormd Egyptisch” schrift, legde Smith uit, een schrift dat compacter was dan Hebreeuws. Mormon en zijn zoon Moroni werden beschreven als twee van de laatste overlevenden van een volk dat de Nephieten heette, blanke afstammelingen van Hebreeën die omstreeks 600 v.G.T. naar Amerika zouden zijn gemigreerd om te ontsnappen aan de vernietiging van Jeruzalem.
Het verslag vertelt dat Jezus, na zijn dood en opstanding, in Amerika aan deze natie was verschenen en twaalf Nephitische apostelen had uitgekozen. De Lamanieten, eveneens een volk van Hebreeuwse afstamming, waren opstandig en oorlogszuchtig en werden daarom door God bezocht met de vloek van een donkere huid. Mormons verhaal is in grote trekken de kroniek van de voortdurende gevechten tussen deze twee naties. De Nephieten werden goddeloos en werden uiteindelijk uitgeroeid door de Lamanieten, die de voorouders waren van de Indianen.
Volgens Smith had hij van Mormons zoon, nu de geest Moroni, op gouden platen het verslag gekregen en de opdracht die leidde tot het herstel van Christus’ kerk. Smith had al gauw volgelingen. Een bemiddelde gelovige financierde de publikatie van Smiths manuscript The Book of Mormon. Het kwam in het voorjaar van 1830 uit. Twee weken later maakte Joseph Smith zijn officiële titel bekend: „Ziener, een Vertaler, een Profeet, een Apostel van Jezus Christus”. Op 6 april 1830 werd de Mormoonse Kerk, of de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der laatste dagen, geboren.b
Smith was een indrukwekkende verschijning en hij won de toewijding van veel bekeerlingen. Maar zijn onconventionele religie maakte ook vijanden. De jonge kerk werd opgejaagd; haar leden vluchtten van New York naar Ohio en toen naar Missouri op zoek naar hun Nieuwe Jeruzalem. Als profeet uitte Smith de ene openbaring na de andere, zich uitsprekend over wat Gods wil was in aangelegenheden die varieerden van financiële bijdragen tot een goddelijk mandaat zich meerdere vrouwen te nemen. Deze laatste openbaring in het bijzonder bracht veel vervolging teweeg. Overal geconfronteerd met argwaan en tegenstand namen de mormonen de wapens op om zich te verdedigen.
De intriges en opschudding die het kenmerk waren van de vroege jaren van het leven van Joseph Smith, duurden voort. ’Frontier towns’, pioniersstadjes in het westen, die overstroomd werden met grote aantallen volgelingen van Smith, verzetten zich heftig. De bevolking had geen behoefte aan nog een heilig boek of een zichzelf als zodanig opwerpende profeet. In 1839 stichtten de mormonen tot ontsteltenis van de plaatselijke bevolking een bloeiende kolonie, met eigen maalderijen, een fabriek, universiteit en militia, in Nauvoo (Illinois). Toen er vijandelijkheden uitbraken, werd Smith gearresteerd en in Carthage (Illinois) ingesloten. Daar drong op 27 juni 1844 een menigte de gevangenis binnen en schoot hem dood.
De kerk overleeft haar profeet
Het verhaal eindigt niet met de dood van Joseph Smith. Brigham Young, president van de Raad van de Twaalf Apostelen, nam snel de leiding op zich en leidde veel gelovigen op een gevaarvolle tocht naar het gebied van het Great Salt Lake in Utah, waar zich tot op de huidige dag het hoofdbestuur bevindt.c
De kerk die door Joseph Smith werd gesticht, blijft bekeerlingen trekken en heeft volgens eigen bronnen wereldwijd zo’n negen miljoen leden. Ze heeft zich ver buiten haar wieg in de Amerikaanse staat New York verspreid en bestaat nu ook in zeer uiteenlopende landen als de Filippijnen, Italië, Uruguay en Zaïre. Ondanks nog steeds bestaand antagonisme heeft de opmerkelijke Mormoonse Kerk zich sterk ontwikkeld. Is dit inderdaad het herstel van het ware christendom waar mensen des geloofs op hebben gewacht?
[Voetnoten]
a Geschiedkundigen noemden deze streek in het westen van de staat New York later het afgebrande district vanwege de golven van kortstondige religieuze opwekkingen die het gebied in het begin van de negentiende eeuw hadden overspoeld.
b Oorspronkelijk was de naam de Kerk van Christus; dit werd op 26 april 1838 de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der laatste dagen. Hoewel ’Heiligen der laatste dagen’ de aanduiding is waaraan de leden de voorkeur geven, wordt ’mormoons’ en ’mormonen’ (afgeleid van het Boek van Mormon) ook in deze reeks artikelen gebruikt omdat dat voor veel lezers vertrouwdere termen zijn.
c Er zijn verscheidene groepen die zich hebben afgesplitst van de Mormoonse Kerk en zich ook mormonen noemen. De belangrijkste is de Gereorganiseerde Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der laatste dagen, met haar hoofdkwartier in Independence (Missouri).
[Illustratieverantwoording op blz. 17]
Foto: Met toestemming van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der laatste dagen/Dictionary of American Portraits/Dover